direct naar inhoud van 4.9 Milieu
Plan: Deltanatuur polder Zuidoord Bernisse
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.9928.DOSx2009x0001785IP-VA01

4.9 Milieu

In de Aanmeldingsnotitie Spuimonding-West (Grontmij, januari 2008) wordt geconcludeerd dat de locatie, noch de omgeving, noch de inrichting van Spuimonding-West aanleiding geeft om nadere onderzoeken uit te voeren en die in een uitgebreide milieueffectrapportage af te wegen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die het doorlopen van een volledige milieueffectrapportage noodzakelijk maken.

De aanmeldingsnotitie is in april 2008 ter goedkeuring aangeboden aan de gemeente Bernisse. De gemeenteraad heeft de notitie in juni 2008 behandeld. De raad heeft daarbij bepaald dat het opstellen van een MER voor de Spuimonding-West niet nodig is. De provincie onderschrijft dit standpunt.

In juni 2008 is er wel een Voortoets Spuimonding-West uitgevoerd (Grontmij, juni 2008). Uit de voortoets blijkt dat er geen significante effecten op de instanhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones in het Haringvliet zijn te verwachten. Een passende beoordeling (en dus ook een MER) is niet nodig.

4.9.1 Geluidhinder

Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Hierin staat dat voor een inpassingsplan inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere gevoelige bestemmingen.

Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de vaststelling van inpassingsplannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai.

Het plan heeft geen wezenlijk effect op de toename van geluidshinder.

4.9.2 Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de 'Wet luchtkwaliteit' in werking getreden (de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen). De Wet luchtkwaliteit vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005.

Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgelegd dat deze 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:

  • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
  • een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;
  • een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

In zijn algemeenheid worden in dit inpassingsplan alleen functies toegestaan die aan het landelijk gebied zijn gerelateerd (nieuwe natuur, waterberging, extensief recreatief medegebruik). Deze functies brengen nauwelijks extra verkeersbewegingen met zich mee. Geconcludeerd wordt dat dit plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging.

4.9.3 Externe veiligheid

Wegen en spoorlijnen

Er worden geen nieuwe wegen of spoorlijnen aangelegd in het plangebied. Het plangebied wordt bestemd voor natuur. Van eventueel groepsgebonden risico danwel plaatsgebonden risico is dan ook geen sprake.

Inrichtingen

Er worden geen risicovolle inrichtingen in de plangebieden gerealiseerd. Van eventueel groepsgebonden risico danwel plaatsgebonden risico is dan ook geen sprake.

Kabels en leidingen

Er worden in de nieuwe situatie geen nieuwe kabels of leidingen aangelegd. Van eventueel groepsgebonden risico danwel plaatsgebonden risico is dan ook geen sprake.