<?xml version ="1.0" encoding="UTF-8"?><?xml-stylesheet type="text/xsl" href="IMROPT2012.xsl"?><FeatureCollectionIMROPT xsi:schemaLocation="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0  http://schemas.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0/IMROPT2012.xsd" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><TekstMetadata identificatie="NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01">
<verwijzingNaarPlangebied >NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<typePlan>structuurvisie</typePlan>
<naam>Omgevingsprogramma Zuid-Holland</naam>
<beleidsmatigVerantwoordelijkeOverheid>provinciale overheid</beleidsmatigVerantwoordelijkeOverheid>
<naamOverheid>Zuid-Holland</naamOverheid>
<overheidsCode>9928</overheidsCode>
<creatiedatum>2023-03-15</creatiedatum>
<naamPraktijkrichtlijn>IMROPT2012</naamPraktijkrichtlijn>
</TekstMetadata>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.B8BB4FC6-8F61-4BB8-93AC-D9E3FCC49C3C">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>1</volgnummer>
<niveau>0</niveau>
<type>document</type>
<typeTekst>document</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Omgevingsprogramma Zuid-Holland</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<tekstMetadata xl:href="#NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01"/>
<ouderID/>
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
</tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.4AD873E7-749E-41F4-9B51-1EC33B929109">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>2</volgnummer>
<niveau>1</niveau>
<type>beleidstekst</type>
<typeTekst>document</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Omgevingsprogramma Zuid-Holland - Soortenbeleid</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.B8BB4FC6-8F61-4BB8-93AC-D9E3FCC49C3C" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
</tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.9EE82CF1-164A-4461-AC56-BB5083063F80">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>3</volgnummer>
<niveau>2</niveau>
<type>band</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer>1.</nummer>
<naam>Soortenbeleid</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<externeVerwijzing>b_NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01_1.pdf</externeVerwijzing>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.4AD873E7-749E-41F4-9B51-1EC33B929109" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
Wijziging van het omgevingsprogramma naar aanleiding van de module Soortenbeleid</tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>4</volgnummer>
<niveau>2</niveau>
<type>band</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer>2.</nummer>
<naam>Maatregelen</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.40307E48-4232-49B3-93EA-28B0CD4BD480" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
</tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.11782354-635F-4E90-B66D-3C645BA00FB2">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>5</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>(Her)introductie van inheemse faunasoorten</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Faciliteren</p><p></p><p>De provincie faciliteert de (her)introductie van soorten alleen als dit vanuit het versterken/behouden van een genetische gezonde populatie wenselijk is, wanneer een lokaal uitgestorven soort niet op eigen kracht kan terugkeren of wanneer het vanuit natuurbeheeraspect wenselijk is. Randvoorwaarde is dat het leefgebied op orde is. Vooraf worden afspraken gemaakt over beheer van de soort indien dit vanuit andere belangen noodzakelijk kan zijn.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Soortenbescherming</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>Een goede kwaliteit van het leefgebied (bodem, water, ecologische verbindingen) is noodzakelijk voor een gezonde natuur en de diversiteit aan soorten die daar samenleven. Als het leefgebied op orde is, zullen onder de juiste omstandigheden op termijn ook de daarbij behorende soorten verschijnen. Dit is uiteraard afhankelijk van de verspreidingsmogelijkheden van de soort en de verbinding met gebieden waar deze voorkomen. Indien bepaalde inheemse soorten een (natuur)gebied niet kunnen bereiken, maar ze wel een bijdrage kunnen leveren aan het gebied, dan kunnen we ze een handje helpen. Voor het beheer aspect kan het lokaal (her)introduceren van inheemse (sleutel) soorten (zoals het konijn in onze duingebieden) worden ingezet voor het behoud van specifieke biodiversiteit in natuurgebieden.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.FFD45898-E584-4108-9C3C-CAE84B1B4CF2">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>6</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Actieve soortenbescherming via het instrument icoonsoorten</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Reguleren/ Stimuleren</p><p></p><p>De provincie heeft 40 icoonsoorten vastgesteld die zij wil beschermen. De 40 icoonsoorten staan voor de diverse natuur- en landschapstypen binnen Zuid-Holland. Door de leefgebieden van deze icoonsoorten op orde te brengen, zal het beter gaan met de Zuid-Hollandse natuur.</p><p></p><p>Icoonsoorten worden ook gebruikt om uit te leggen waarom bepaalde ingrepen in de fysieke leefomgeving worden gedaan ter versterking van de biodiversiteit. De provincie stuurt op het structureel benutten van kansen in de fysieke leefomgeving om het leefgebied van icoonsoorten te verbeteren en de biodiversiteit te bevorderen. Zij maakt hier middelen (zoals capaciteit, informatie en/of financiën) voor vrij. Ook wordt de verbetering van het leefgebied van de icoonsoorten, waar mogelijk en zinvol, integraal meegenomen bij ruimtelijke projecten of relevante beleidsvelden van de Provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Soortenbescherming</p><p>Bos en bomen</p><p>Mooi en schoon water</p><p>Vitale landbouw</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>Het hanteren van icoonsoorten met bijbehorende leefgebieden biedt goede communicatiemogelijkheden. Deze communicatie helpt bij het beschermen, verbeteren en versterken van de biodiversiteit in Zuid-Holland. Maatregelen gericht op icoonsoorten bevorderen niet alleen het leefgebied van die ene soort; het geldt als een paraplu voor de leefomstandigheden van vele andere soorten.</p><p></p><p>Door icoonsoorten integraal te koppelen aan andere opgaven kan de biodiversiteit worden versterkt. Denk hierbij aan natuurinclusieve (land)bouw, waarbij binnen de icoonsoorten de prioriteit ligt bij Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten (VHR) buiten natuurgebieden, aangevuld met de typische Zuid-Hollandse soorten zoals de zandhommel of begeleidende soorten die typisch Zuid-Hollands zijn maar geen VHR-soort zijn.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.DC5B6982-B62E-4184-A181-5895E900EE96">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>7</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Beheer ganzenpopulaties </naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Reguleren</p><p></p><p>De provincie handelt met name faciliterend door het verlenen van vrijstellingen, ontheffingen en opdrachten op grond van de Wet natuurbescherming. In het kader van bijvoorbeeld van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, ter bescherming van flora of fauna of andere wettelijke belangen.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Faunabeheer</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig binnen de ganzenrustgebieden.</p><p></p><p><strong>Toelichting</strong></p><p>Binnen Zuid-Holland komen diverse soorten ganzen voor. De meest voorkomende zijn de grauwe gans, brandgans, kolgans, Canadese gans en nijlgans. Canadese gans en nijlgans zijn zowel exoten als standvogels, zonder trekgedrag tussen broedlocaties en overwinteringslocaties. De kolgans is bijna alleen in de winter aanwezig in Zuid-Holland: broeden doet deze soort in noordelijker streken. Voor de grauwe gans en brandgans geldt dat een deel hier het hele jaar verblijft en dat een deel jaarlijks in het voorjaar wegtrekt om in het noorden van Europa te broeden en de zomer door te brengen.</p><p></p><p>Zuid-Holland heeft een belangrijke verantwoordelijkheid voor de trekkende ganzen (grauwe gans, brandgans, kolgans) vanwege de belangrijke natuurwaarde: in Europees verband zijn afspraken gemaakt over de bescherming ten aanzien van trekkende vogels en hebben lidstaten een inspanningsverplichting voor een duurzame instandhouding. Om de trekkende ganzen te beschermen zijn binnen de provincie een aantal Natura 2000-gebieden als rust- en foerageergebied voor deze soorten aangewezen en daarnaast zijn er ook ganzenrustgebieden aangewezen waarbinnen de ganzen in de winterperiode met rustgelaten worden.</p><p></p><p>Met de genoemde ganzen soorten gaat het goed: afgelopen twintig jaar zijn de populaties (zeer) fors gegroeid. Vooral de jaarrond verblijvende ganzen zijn explosief in aantal toegenomen. De groei van deze populaties heeft ook een keerzijde, de ganzen veroorzaken forse schade aan de landbouwgewassen en natuurlijke vegetatie binnen Natura-2000 gebieden, zoals rietvegetatie, waardoor habitat van zeldzame broedvogels verdwijnt. Ook vormen de ganzen risico's voor het (vlieg)verkeer en de (zwem)waterkwaliteit. De veroorzaakte schade aan landbouwgewassen van grauwe ganzen neemt de afgelopen jaren fors toe.</p><p></p><p>In de Wet natuurbescherming is bepaald dat Gedeputeerde Staten in voorkomende gevallen tegemoetkomingen verlenen in geleden schade door natuurlijk in het wild levende en beschermde dieren.De provincie wil de inheemse ganzenpopulaties in Zuid-Holland duurzaam in stand houden, waarbij een evenwicht wordt gevonden tussen:</p><ul><li>De omvang van de van nature voorkomende populaties ganzen, in relatie tot;</li><li>De veiligheid en volksgezondheid;</li><li>De schade aan flora en fauna (natuurwaarden);</li><li>De schade aan landbouwgewassen;</li><li>De beschikbare financiën voor schadetegemoetkomingen.</li></ul><p></p><p>De provincie zet zich jaarrond actief in om de populatie standganzen binnen de provincie te reduceren tot op een niveau waarbij de schade acceptabel en de populatie beheersbaar is. Daarnaast is van groot belang dat ganzen met alle geschikte middelen, inclusief afschot, worden verjaagd van plaatsen waar ernstige schade kan ontstaan. Gedurende de winterperiode wordt rekening gehouden met de rust binnen Natura 2000-gebieden en met de aangewezen ganzenrustgebieden.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.58BC05F0-9157-4591-A305-F12319554FCD">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>8</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Beheer van (on)beschermde diersoorten in de stedelijke/industriële omgeving </naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Faciliteren/ reguleren</p><p></p><p>De provincie handelt met name faciliterend door het verlenen van vrijstellingen, ontheffingen en opdrachten op grond van de Wet natuurbescherming. In het kader van bijvoorbeeld de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere wettelijke belangen ;</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Faunabeheer</p><p>Gezonde en veilige leefomgeving</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>In het verstedelijkte Zuid-Holland trekken de dieren steeds meer de stad in. Deze veroorzaken in sommige gevallen veel overlast, schade of risico’s voor de openbare veiligheid of volksgezondheid, . Denk aan bruine ratten en verwilderde duiven. Maar ook beschermde dieren waaronder steenmarters die schade en geluids- en stankoverlast veroorzaken, meeuwen die broeden op de daken en daar voor overlast zorgen voor bewoners of konijnen die risico vormen voor de veiligheid in de haven- en industriegebieden of schade veroorzaken aan sportvelden, begraafplaatsen en taluds van wegen en spoorwegen.</p><p></p><p>Het wegvangen of beheren van deze soorten mag op dit moment enkel als ze bijvoorbeeld de volksgezondheid in gevaar brengen of ernstige economische schade veroorzaken. Overlast is geen belang volgens de wet natuurbescherming. Vanuit de ernst van de overlast ontstaat vanuit de stad wel steeds meer een roep om eerder in te kunnen grijpen bij overlast. Op grond van de Wet natuurbescherming kunnen Provinciale Staten een vrijstelling uitgegeven voor (beschermde) diersoorten voor het bestrijden van overlast binnen de bebouwde kom door gemeenten. Wel wordt verwacht van gemeenten dat zij eerst andere (preventieve)middelen hebben ingezet om de overlast zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.</p><p></p><p>De provincie kan de gemeenten waar mogelijk ondersteunen bij de onderbouwing van de problematiek van overlast veroorzakende fauna binnen het stedelijk gebied en maakt het nemen van passende maatregelen mogelijk, bijvoorbeeld door middel van het verlenen van een vrijstelling. Bij het nemen van maatregelen bij steenmarters is de provincie van mening dat elders uitzetten van deze soort binnen de provincie niet wenselijk is gezien het effect van deze soort op andere kwetsbare soorten.</p><p></p><p>De Provincie maakt het mogelijk mits dit geen effect heeft op de staat van instandhouding maatregelen te treffen om risico's in het kader van de veiligheid en volksgezondheid van broedende meeuwen te beperken waarbij van de initiatiefnemer wordt verlangd om compenserende al dan niet mitigerende maatregelen uit te voeren. Meeuwen horen bij deze provincie en de provincie onderzoekt of het mogelijk is om de broedende meeuwen zoveel mogelijk in de buiten stedelijke (predatievrije) broedkolonies te houden of naar nieuwe (predatie- en verstoringsvrije) broedkolonies te verplaatsen waarbij dit niet conflicteert met broedgelegenheid van andere kustbroedvogels.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.03E69A20-2FE5-43AD-9765-C022E1089BC4">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>9</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Bestrijding en beheer invasieve exoten</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Faciliteren/reguleren/regisseren</p><p></p><p>De provincie heeft een aanvoerende/regisserende rol bij de eliminatie van invasieve exoten die zich nog niet gevestigd hebben of nog niet wijdverspreid en nog uitroei baar zijn. De provincie faciliteert het beheer van wijdverspreide invasieve exoten.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Bestrijding en beheer van invasieve exoten</p><p>Soortenbescherming</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>De provincie is verantwoordelijk voor invasieve exoten welke zijn benoemd in bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming. Het Rijk en de provincies hebben voor de Unielijst-soorten gezamenlijk werkdocumenten opgesteld voor de gewenste aanpak per soort, het zogenaamde ‘Masterplan uitroeiing en beheersing Unielijstsoorten’. Dit masterplan is een handreiking, vertrekpunt voor het te formuleren beleid per provincie.</p><p></p><p>De aanpak van exoten vanuit de provincie is onder te verdelen in de onderstaande sporen.</p><p></p><p>Nog niet gevestigde invasieve exoten (Unielijst artikel 17-soorten).</p><p>Exoten die zich nog niet in Nederland gevestigd hebben. Zodra er een populatie is of gaat ontstaan, moet deze volledig worden verwijderd. Voor deze soorten heeft de provincie de verantwoordelijkheid om deze populaties te verwijderen. Bij melding van een nog uit te roeien soort benadert de provincie de terreineigenaren. De terreineigenaar kan uitroeiingsmaatregelen treffen of de provincie geeft een derde partij opdracht dat te doen. De kosten voor eliminatie, indien de eliminatie niet meegenomen kan worden bij het reguliere beheer, worden door de provincie gedragen.</p><p></p><p>Gevestigde invasieve exoten (Unielijst artikel 19-soorten).</p><p>Exoten die al in ons land gevestigd waren op het moment van plaatsing op de Unielijst. De maatregelen kunnen gericht zijn op uitroeien, beheersen of indammen. Daarbij is landelijk er een onderscheid gemaakt tussen:</p><ol><li>Uitroeibare soorten (artikel 19a-soorten): exoten die zich al in ons land hebben gevestigd maar nog maar op één of enkele locaties voor komen. Dergelijke soorten kunnen met de nodige inspanningen nog volledig worden uitgeroeid. Voor de aanpak van deze exoten neemt de provincie het initiatief en maakt afspraken met stakeholders over uitroeiing van deze soorten.</li><li>Wijdverspreide soorten (artikel 19b-soorten): deze exoten hebben zich in ons land gevestigd en zijn inmiddels zo wijdverspreid dat volledige uitroeiing in heel Nederland niet meer tot de mogelijkheden behoort. Bij de aanpak van deze wijdverspreide, niet meer uitroeibare soorten, heeft de provincie een grotere mate van beleidsvrijheid dan bij de nog niet gevestigde en beperkt verspreide, nog uitroeibare soorten. Er mag geprioriteerd worden.</li></ol><p></p><p>Andere overheden en terreineigenaren hebben een medeverantwoordelijkheid voor hun publieke taak en/of privaat eigendom. Daar waar bestrijding/beheer van wijdverspreide exoten samenvalt met een publieke taak van een andere overheid, en niet of in zeer beperkte mate met het provinciale beschermde biodiversiteitsbelang, ligt het initiatief en de verantwoordelijkheid bij het betreffende bestuursorgaan en komen de met de bestrijding en samenhangende kosten komen in dat geval voor diens rekening. Hetzelfde geldt voor particulieren of particuliere organisaties. Dit sluit een bijdrage van de provincie in de kosten op voorhand niet uit, mits er (ook) een biodiversiteitsbelang in het geding is. Het provinciale biodiversiteitsbelang ligt vooral in de hiertoe aangewezen Natura 2000-gebieden, de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland, ter bescherming van vogel- en habitatrichtlijn soorten of rode lijst soorten buiten deze gebieden.</p><p></p><p>Exoten die niet in bijlage 10 van Regeling natuurbescherming staan.</p><p>Naast de maatregelen om een verdere verspreiding van de Unielijstsoorten tegen te gaan, kan de provincie maatregelen nemen tegen invasieve exoten die niet in bijlage 10 van Regeling natuurbescherming, hierbij hanteert de provincie dezelfde aanpak als bij beheersbare soorten (artikel 19b-soorten). Om schade aan landbouw gewassen te beperken dan wel te voorkomen maakt de provincie het mogelijk voor zo ver het fauna betreft om maatregelen te nemen tegen een exoot indien deze schade veroorzaakt aan landbouwgewassen.</p><p></p><p>Bestrijding/beheermethode Fauna soorten</p><p>Voor de bestrijding/beheer van nog niet gevestigde, beperkt en wijdverspreide exoten, voor zover het fauna betreft, geeft de provincie een opdracht aan de Faunabeheereenheid om het mogelijk te maken dat deze soorten bestreden kunnen. Bij deze bestrijding wordt het mogelijk dat uitvoerders ook gronden van anderen kunnen betreden. De provincie heeft ook de mogelijkheid om een dergelijk opdracht tot uitroeiing aan derden te geven.</p><p></p><p>Plan van aanpak invasieve exoten</p><p>De eliminatie of beheer van invasieve exoten wordt verder uitgewerkt in een plan van aanpak invasieve exoten in samenwerking met een vertegenwoordiging van o.a. terrein beherende organisaties waaronder; natuurbeheerders, gemeenten en waterschappen.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.35887FE1-50E8-462D-BA72-5D21DA93BF4F">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>10</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Biodiversiteit als dwarsdoorsnijdend thema om een natuurinclusieve benadering te realiseren</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Reguleren/Stimuleren</p><p></p><p>De provincie stuurt aan de voorkant van ontwikkelingen en processen op behoud en versterking van biodiversiteit. De huidige manier van wonen en werken blijkt immers ontoereikend, om aan de vele uitdagingen (bodemdaling, verzilting, verdroging, afname biodiversiteit) het hoofd te bieden en om aan (inter)nationale afspraken (natuur, stikstof, klimaat, fijnstof) te voldoen.</p><p></p><p>Door biodiversiteit als dwarsdoorsnijdend thema onderdeel van ons handelen te maken, werken we aan een aantrekkelijk, natuurinclusief en toekomstbestendig Zuid-Holland. Dan ontstaat zowel meer ruimte voor flora en fauna als voor het oplossen van maatschappelijke problemen. Het integraal meenemen van biodiversiteit levert ook veel op voor de diensten die de natuur de mensheid levert, de zogenaamde ecosysteemdiensten. Denk hierbij aan de zuivering van lucht en water en aan een gezondere leefomgeving, maar ook aan onze hoogwaterveiligheid. Deze ecosysteemdiensten vormen de belangrijkste randvoorwaarde voor ons bestaan én onze economie.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Soortenbescherming</p><p>Toekomstbestendig bouwen</p><p>Vitale landbouw</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>Natuurinclusiviteit betekent “de natuur inbegrepen”. Het betreft een manier van denken – in beleid, uitvoering en beheer – waarin natuur altijd wordt meegewogen opdat er meer biodiversiteit ontstaat. Het gaat om proactief handelen ten bate van de biodiversiteit, om op die wijze de leefomgeving van dier en mens een positieve impuls te geven. Vanuit soortenbescherming bedoelen we met natuurinclusiviteit vooral maatregelen die worden genomen ten gunste van de vogel en habitatrichtlijnsoorten (VHR-soorten), rode lijst soorten en nationaal beschermde soorten.</p><p></p><p>Als provincie geven wij invulling aan natuurinclusief in zowel bestaand als nieuw te ontwikkelen stedelijk gebied via drie sporen. Ten eerste het stimuleren en voorlichten van initiatiefnemers om voor VHR-soorten de leefgebieden ruimhartiger te compenseren en te realiseren bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ten tweede het stimuleren en faciliteren van soortmanagementplannen door soortenbescherming gebiedsgericht op te zetten waardoor niet voor elke losse activiteit een aparte ontheffing nodig is. Als laatst door voorwaarden op te nemen in de verordening om bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling rekening te houden met de kansen voor het versterken van de biologische diversiteit. Hiermee streeft de provincie naar betere groenblauwe dooradering van het stedelijk gebied en goede verbindingen voor flora- en faunasoorten met het buitengebied. Met het inzetten op natuurinclusiviteit wil de provincie in de stedelijke omgeving een gunstige staat van instandhouding realiseren voor de beschermde plant- en diersoorten in deze omgeving. Het ruimhartiger terug laten keren van de beschermde soorten kan de druk verlagen op het benodigde beschermingsniveau. Een gunstige staat van instandhouding draagt ook bij aan het eenvoudiger kunnen afgeven van een ontheffing voor ruimtelijke ontwikkelingen.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.641966F4-CBBB-4A03-AC3E-7C1860FDD7FE">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>11</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Ganzenrustgebieden voor de overwinterende inheemse ganzen</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Faciliteren/ reguleren</p><p></p><p>De provincie heeft ganzenrustgebieden aangewezen waarbij overwinterende beschermde inheemse ganzen ongestoorde foerageermogelijkheden hebben gedurende de periode 1 november tot 1 april.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Faunabeheer</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig binnen de ganzenrustgebieden.</p><p></p><p><strong>Toelichting</strong></p><p>Provincie Zuid-Holland heeft naast een aantal Natura 2000-gebieden die zijn aangewezen als foerageergebied en of Slaap- en rustplaats voor ganzen in de winter, ook ganzenrustgebieden aangewezen. Met de ganzenrustgebieden wordt doormiddel van een subsidieregeling getracht de schade zoveel mogelijk te concentreren binnen deze gebieden zodat de schadedruk buiten deze gebieden vermindert. De deelnemende agrariërs binnen deze gebieden hebben recht op een 100% tegemoetkoming voor de gewasschade en een aanvullende subsidie per hectare beschadigd grasland. Voorwaarde is wel dat de ganzen op de deelnemende percelen gedurende de winterperiode met rust worden gelaten. </p><p></p><p>In de huidige situatie werken de ganzenrustgebieden niet optimaal. Ook buiten deze gebieden bevinden zich ’s winters namelijk nog veel ganzen en veroorzaken de ganzen aanzienlijke schade. Dit komt door het ontbreken van consistente rust binnen de foerageergebieden, de voortgaande groei van een aantal van de ganzenpopulaties en onvoldoende intensieve en consistente inspanning om ganzen buiten ganzenrustgebieden te verjagen. De provincie gaat de werking en de locaties van de ganzenrustgebieden evalueren en op basis daarvan aanpassen indien dit wenselijk is.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.A770768C-6DE9-4ABE-93EF-9BBDFD19B497">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>12</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Het beheer van reeën en damherten</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Reguleren</p><p></p><p>De provincie handelt met name faciliterend door het verlenen van vrijstellingen, ontheffingen en opdrachten op grond van de Wet natuurbescherming. In het kader van bijvoorbeeld van de veiligheid van het verkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, ter bescherming van flora of fauna of de wettelijke belangen</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Faunabeheer</p><p>Veiliger verkeer</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>De ree hoort in het Zuid-Hollandse landschap en wordt sterk gewaardeerd door mensen. Het gaat goed met de reeën en populatie neemt toe waardoor de reeën op steeds meer plekken binnen de provincie voorkomen. De reeën populatie binnen de drukbevolkte provincie zorgen voor risico’s voor het verkeer, schade aan landbouwgewassen en overlast en schade aan particuliere eigendommen. De provincie neemt maatregelen, waaronder het toestaan van beheer van de reeënpopulatie in het kader van o.a. het belang verkeersveiligheid en ter voorkoming en ter beperking van belangrijke schade aan landbouwgewassen.</p><p></p><p>In de Noord- en Zuid-Hollandse duingebieden (tussen IJmuiden en Den Haag) komen veel damherten voor. De populatie in de regio heeft zich ontwikkeld van enkele uitgezette en ontsnapte dieren in de vijftiger jaren, tot een piek van meer dan 5500 dieren in 2016. Doordat de herten ook regelmatig de duingebieden verlaten, zorgen ze ook voor (dreigende) schade in het verkeer, aan landbouwgewassen (hoofdzakelijk bollenvelden) en voor overlast en schade aan particuliere eigendommen. Verder veroorzaken de damherten in het Natura 2000-gebied ook aanzienlijke schade aan natuurwaarden.</p><p></p><p>Zuid-Holland zet in op een gezonde populatie damherten in het huidige leefgebied in de duinen (Kennemerland-Zuid) waarbij wordt gestreefd naar een evenwicht met de belangen verkeersveiligheid, schade aan gewassen en aan de inheemse flora en fauna. Buiten de eerdergenoemde duingebieden vindt de provincie het vestigen van nieuwe (populaties) (verwilderde) damherten niet wenselijk.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.48C5A33C-B002-459B-97B9-0549206AC30E">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>13</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Omgaan met bevers in Zuid-Holland</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Reguleren</p><p></p><p>De provincie maakt het mogelijk om, ondervoorwaarden, bevers te verjagen, verblijfs- en voortplantingsplaatsen van bevers te verwijderen en in het uiterste geval bevers te doden. Bijvoorbeeld ter bescherming van diverse belangen waaronder de openbare veiligheid.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Faunabeheer</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>Het gaat de beverpopulatie in Zuid-Holland, evenals in de rest van Nederland, voor de wind. De bever is een beschermde diersoort en één van de icoonsoorten van Zuid-Holland. Het dier spreekt tot de verbeelding, vervult een ecologische sleutelrol en is een voorbeeld van succesvol natuurherstel. Helaas gaat de toename van de aantallen bevers gepaard met enkele problemen waardoor actie is vereist.</p><p></p><p>Zo kunnen door bevers gegraven gangen en holen in waterkeringen en onder wegen grote en ernstige gevolgen hebben voor de openbare veiligheid. Door de bever aangelegde dammen kunnen o.a. gevolgen hebben voor de openbare veiligheid maar ook schade veroorzaken aan de flora en fauna. Ingrijpen zal in de nodige gevallen onontkoombaar zijn om grote risico’s en ernstige schade als gevolg van deze bever-activiteiten te voorkomen. Afhankelijk van de situatie ter plaatse kunnen beveractiviteiten wel of niet acceptabel zijn. </p><p></p><p>Bevers verspreiden zich binnen de provincie van nature. Het verplaatsen van een op een risicolocatie gevangen bever vindt de provincie geen reële optie vanwege de onderstaande redenen:</p><ul><li>Verplaatsen kan alleen naar gebieden waar nog geen bevers leven;</li><li>Vanwege het sterke territoriale karakter van het dier leidt verplaatsen tot veel stress, gevechten en sterfte onder bevers; </li><li>De meeste geschikte leefgebieden in Zuid-Holland zijn bezet;</li><li>De nog niet-bezette geschikte gebieden zullen binnen afzienbare tijd langs de natuurlijke weg door de bever bezet worden;</li><li>In de gebieden onder zeeniveau vormt de bever een ernstig veiligheidsrisico;</li><li>Een enkele bever die uitgezet wordt, kan zich over tientallen kilometers verplaatsen alvorens zich te vestigen.</li></ul><p></p><p>Ingrijpen bij de bever vindt, net zoals bij andere diersoorten, plaats op basis van de escalatieladder. Dit heeft tot gevolg dat doden pas wordt toegestaan als duidelijk is dat minder ingrijpende maatregelen de door bevers veroorzaakte problemen niet goed kunnen oplossen.Dit betekent dat proactief doden van bevers niet kan worden uitgesloten, bijvoorbeeld wanneer preventieve maatregelen technisch niet kunnen worden genomen, onvoldoende werken of wanneer deze maatregelen financieel buitenproportioneel zijn.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.D3291CFB-D4B0-4D1A-B483-6CD66FDDEDC3">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>14</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Ondersteuning organisatie en uitvoering van het faunabeheer</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Faciliteren/stimuleren</p><p></p><p>Het faunabeheer in Zuid-Holland wordt gecoördineerd door de stichting Faunabeheereenheid Zuid-Holland (FBE), de uitvoering in het veld gebeurt door de 15 wildbeheereenheden (WBE). De bekostiging van de FBE vindt volledig plaats door middel van een subsidie door de provincie. Daarnaast faciliteert de provincie de wildbeheereenheden zodat zij zich verder kunnen professionaliseren en ondersteund worden in de uitvoering van hun wettelijke en maatschappelijke taken.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Faunabeheer.</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>Op basis van de Wet natuurbescherming stellen Provinciale Staten middels de Omgevingsverordening regels waaraan de wildbeheereenheden (WBE), de faunabeheereenheid (FBE) en de door de FBE vastgestelde faunabeheerplannen in elk geval moeten voldoen.</p><p></p><p>De FBE wordt volledig gefinancierd door de provincie. Dat is in alle provincies het geval. Vanuit de provinciale verordening zijn regels gesteld aan de bestuurssamenstelling en de onafhankelijke voorzitter van de FBE. In het bestuur van de FBE zit ten minste een vertegenwoordiger van agrariërs, particuliere grondeigenaren, terrein beherende organisaties, vereniging van jachtaktehouders en van een of meer maatschappelijke organisaties die het doel nastreeft van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in Zuid-Holland. De voorzitter van de FBE is niet als bestuurslid of werknemer verbonden aan de hier voor genoemde organisaties. De Faunabeheereenheid Zuid-Holland heeft op grond van de Wet natuurbescherming o.a. de taak om invulling te geven aan planmatig faunabeheer, bestaande uit: het planmatig beheer van diersoorten én het voorkomen en bestrijden van schade aangericht door dieren. Hiervoor stelt zij faunabeheerplannen en rapportages op over de uitvoering van het faunabeheer. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door een kleine organisatie die bestaat uit enkele betaalde beroepskrachten. De FBE legt de door haar uit te voeren werkzaamheden vast in een werkplan voor minimaal drie en maximaal 6 jaren.</p><p></p><p>De 15 WBE’s in Zuid-Holland bestaan qua leden hoofdzakelijk uit vrijwillige jachtaktehouders en worden geleid door vrijwillige bestuurders. De wettelijke taak van de wildbeheereenheden is de uitvoering van de diverse faunabeheerplannen en daarmee de voorkoming en beperking van allerlei vormen van schade en of risico's. Ten behoeve van een professionele en uniforme uitvoering binnen Zuid-Holland, en gelet op het toenemende aantal taken en de complexiteit daarvan, ondersteunt de provincie in samenwerking met de FBE de vijftien WBE’s om zich verder te ontwikkelen en te professionaliseren o.a. door het verstrekken van middelen/subsidies.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.7A005EFA-FAAC-4A40-AB4A-2975D9768DDA">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>15</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Passieve soortenbescherming middels vrijstellingen, ontheffingen en gebruik leges</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Reguleren/Faciliteren</p><p></p><p>Het werken met vergunningen en ontheffingen kost veel tijd en geld van zowel overheid als aanvragers en de effectiviteit op het gebied van soortenbescherming is beperkt. De provincie is blijvend op zoek naar een zo doelmatig mogelijke inrichting van vrijstellingen, ontheffingen en leges om dit proces te faciliteren.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Soortenbescherming</p><p>Faunabeheer</p><p>Toekomstbestendig bouwen</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>De provincie stuurt met passieve soortbescherming op naleving van de wettelijke taak voor het beschermen van in het wild levende plant- en diersoorten. Omgevingsdiensten Haaglanden en Zuid-Holland Zuid hebben namens de provincie het mandaat voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door het zorgvuldig verlenen van vergunningen kan de balans tussen soortbescherming en andere belangen worden gewaarborgd. Voor de wettelijk beschermde soorten bestaat een landelijke lijst. Provincies mogen hier beargumenteerd generiek van afwijken door vergunningsvrije gevallen aan te wijzen.</p><p></p><p>De provincie onderzoekt voor de algemeen voorkomende soorten, per soort in hoeverre het juridisch mogelijk is vergunningsvrije gevallen aan te wijzen, zodanig dat de onderzoeklast lager wordt, maar tevens meer wordt geïnvesteerd in het leefgebied van die soort vanuit het betreffende project.</p><p></p><p>De provincie onderzoekt de mogelijkheid om korting op leges te geven bij duidelijk bovenwettelijke maatregelen die bijdragen aan de biodiversiteit. Deze maatregelen richten zich op het leefgebied van icoonsoorten en beschermde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij geen provinciale middelen zijn ingezet om dit te bewerkstelligen.</p><p></p><p>Er is een grote blinde vlek ten aanzien van activiteiten die negatief effect hebben op de beschermde soorten en waar geen ontheffing voor wordt aangevraagd en nagenoeg onopgemerkt blijven: naar verwachting krijgt de provincie nu 10% van het mogelijk aantal vergunningaanvragen binnen. Het wettelijk kader is zeer strikt en leidt in sommige gevallen tot het illegaal uitvoeren van projecten. Door onderzoek naar de juridische mogelijkheden tot aanpassing van de vergunningverlening verwacht de provincie tot een aanpak te komen die met minder kosten meer effect voor de beschermde soorten sorteert.</p><p></p><p>De afweging ten aanzien van de gunstige staat van instandhouding van soorten in relatie tot individuele vergunningsaanvragen kan makkelijker worden, als bekend is in hoeverre deze soorten al in een gunstige staat verkeren. Met soortmanagementplannen kan gebiedsspecifiek worden gekeken naar de kansen en bedreigingen van de betreffende soorten in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen. De provincie spreekt de ambitie uit om met soortmanagementplannen te willen werken en verleent goedkeuring aan soortmanagementplannen. Zij neemt een actieve rol in het verzamelen en ontsluiten van data en biedt ondersteuning aan gemeenten inzake het opstellen van soortmanagementplannen.</p><p></p><p>De provincie onderzoekt ook welke mogelijkheden er zijn om het leefgebied van kleine marterachtigen actief te bevorderen om de populatie hiermee gezond te houden. Zij werkt met de uitkomsten gericht aan de verbetering van het leefgebied, zowel in de communicatie als in concrete projecten in de fysieke leefomgeving.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.9CFA8C29-9E9A-4CBA-979B-1D38CFBDD2B2">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>16</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Proactieve soortenbescherming door faunavoorzieningen bij provinciale infrastructuur te realiseren  </naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Reguleren</p><p></p><p>Voor het duurzaam voortbestaan van populaties is uitwisseling met soortgenoten uit de omgeving van belang. Infrastructuur zorgt voor versnippering van de leefgebieden. Met faunapassages kan dit ten dele worden verholpen, waardoor de connectiviteit tussen de gebieden voor diverse icoonsoorten wordt verbeterd. Een groenblauw netwerk van voldoende kwaliteit maakt dit mogelijk.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Soortenbescherming</p><p>Toekomstbestendige infrastructuur</p><p>Veiliger verkeer</p><p>Groenblauwe stedelijke structuur</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>De maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>De provincie werkt dus actief aan faunavoorzieningen in gebieden waar het Natuurnetwerk Nederland provinciale infrastructuur kruist. Daarbij werkt de provincie ook aan de passeerbaarheid van fauna waar geen Natuurnetwerk Nederland ligt, maar waar wel een faunapassage gewenst is vanuit natuur of (verkeers-)veiligheid.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.90C27951-337B-4E25-9871-3D28EC368228">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>17</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Proactieve soortenbescherming door natuurinclusief bouwen en -werken bij grote ruimtelijke projecten te stimuleren </naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Stimuleren/Reguleren/Faciliteren</p><p></p><p>De provincie stimuleert biodiversiteit in de nabijheid van ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt onderzocht in hoeverre biodiversiteit in de toekomst als randvoorwaarde kan worden gesteld bij nieuwe projecten en hoe dit in het ruimtelijke beleid geïntegreerd wordt. Binnen de wettelijke kaders treedt de provincie waar mogelijk ook regulerend op, bijvoorbeeld door het meenemen van maatregelen ter versterking van biodiversiteit bij nieuwbouw verplicht te stellen. Ook de landelijke Agenda Natuurinclusief biedt hiervoor een kader waarin de provincie haar rol neemt. </p><p></p><p>Natuurinclusief ontwikkelen is in een provincie met schaarse ruimte een belangrijke manier om zowel een basiskwaliteit natuur als een gezonde groenblauwe omgeving te realiseren. De provincie stimuleert dat natuurinclusief handelen een uitgangspunt wordt voor nieuwe ontwikkelingen.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Soortenbescherming</p><p>Toekomstbestendig bouwen</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>De provincie beschouwt natuur in de stad primair als taak van de gemeenten. De provincie stimuleert gemeenten om de leefgebieden binnen de stad te versterken, met name voor de vogel- en habitatrichtlijnsoorten (VHR-soorten). Aanvullend neemt de provincie ook een actieve rol als facilitator en verbinder om het leefgebied van VHR-soorten en icoonsoorten te versterken in het stedelijk gebied en bij natuurinclusief bouwen in haar eigen projecten. Hiermee probeert de provincie andere partijen te enthousiasmeren, waarbij de provincie samen met netwerkpartners in beeld brengt waar potenties liggen voor deze soorten en hiervoor een stimuleringsprogramma ontwikkelt.</p><p></p><p>Het stedelijk gebied herbergt diverse kwetsbare VHR-soorten die onder andere door vermindering van groen, andere bouwstijlen en isolatie van woningen een steeds kleiner leefgebied krijgen. Daarmee verslechtert de staat van instandhouding van de beschermende soorten. Door meer natuur in de stad en natuurinclusief bouwen te incorporeren, krijgt biodiversiteit in de stad een betere kans.</p><p></p><p>Met deze Agenda Natuurinclusief markeert de provincie dat de natuur in Nederland niet verder achteruit mag gaan in kwantiteit, kwaliteit en diversiteit, maar zich kan herstellen tot gezonde, veerkrachtige systemen. Natuurinclusief wordt daarmee de norm.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.5E2A9D5B-9D43-44E9-9BEE-DB14813E2FF7">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>18</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Toestemmingen voor faunabeheer</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Reguleren/ Faciliteren</p><p></p><p>De provincie handelt met name faciliterend door het verlenen van vrijstellingen, ontheffingen en opdrachten op grond van de Wet natuurbescherming o. Het doel hierbij is het tegengaan van economische schade, zoals schade aan landbouwgewassen, het beperken van schade aan flora en fauna, het beschermen van de volksgezondheid en de openbare veiligheid.</p><p></p><p>Door het goedkeuren van faunabeheerplannen van de Faunabeheereenheid Zuid-Holland (FBE) geven Gedeputeerde Staten hun instemming met de door de FBE voorgestelde manier waarop het beleid wordt uitgevoerd. Door het opnemen van voorschriften in de diverse besluiten handelt de provincie regulerend.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Faunabeheer</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>De provincie is het bevoegde gezag op grond van de Wet natuurbescherming voor het nemen van diverse besluiten en het stellen van regels die samenhangen met faunabeleid. Zo moet de provincie regels stellen waar de Faunabeheereenheid en de faunabeheerplannen aan moeten voldoen, maar ook staat de provincie aan de lat om in voorkomende gevallen een tegemoetkoming te verlenen wanneer een ondernemer schade lijdt door in het wild levende inheemse dieren. De provincie zet faunabeheer ook in als hier uiteindelijk dieren bij gedood moeten worden. Hierbij is het streven om, in geval van (dreigende) schade of overlast, in eerste instantie gebruik te maken van diervriendelijke methodes, zoals weren, verplaatsen of verjagen. Een ontheffing voor het doden van een soort is de laatste optie op de zogenoemde escalatieladder. Als het gaat om enkel economische schade verleent de provincie geen toestemming voor faunabeheer bij een dreigende schade met een totale omvang die lager is dan €20.000,- in de gehele provincie. Deze dreigende schade kan in ieder geval blijken uit de taxaties van de reeds opgetreden schade.</p><p></p><p>Een vrijstelling kan worden verleend door Provinciale Staten en wordt opgenomen in de Omgevingsverordening. Onder de Omgevingswet spreekt men van het aanwijzen van vergunning vrije activiteiten. Dit is een generieke toestemming om bepaalde handelingen uit te voeren. De vrijstelling kent relatief weinig voorschriften en voorwaarden en is in de gehele provincie of een groot deel daarvan van kracht. Met de vrijstelling krijgt de grondgebruiker de mogelijkheid om faunabeheer in te zetten om schade op zijn percelen te voorkomen. Uitvoering van de vrijstelling is wel gebonden aan een goedgekeurd faunabeheerplan.</p><p></p><p>Een ontheffing kan worden verleend door Gedeputeerde Staten. Een ontheffing is maatwerk, wordt in beginsel alleen aan de FBE verstrekt en kent meerdere, specifieke en op de betreffende situatie toegesneden voorwaarden., De FBE machtigt de leden van een Wildbeheereenheid om uitvoering te geven aan de ontheffing en daarmee aan het faunabeheerplan. Ontheffingen worden in principe gebaseerd op een faunabeheerplan.</p><p>Een opdracht kan worden verleend door Gedeputeerde Staten. Dit is in feite een heel specifieke vorm van ontheffing, gericht aan een specifieke groep personen en gericht op een specifieke populatie. Hierbij kan bijvoorbeeld ook toestemming worden gegeven om andermans gronden te betreden.</p><p></p><p>Faunabeheerplannen worden opgesteld en vastgesteld door de FBE en moeten worden goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. Een faunabeheerplan geeft uitvoering aan het beleid en zet in op planmatig beheer van dieren met oog op instandhouding van de populatie ten behoeve van de bescherming van andere belangen. Een faunabeheerplan heeft daarmee meerdere functies: de nadere uitwerking en uitvoering van een vrijstelling, maar ook de onderbouwing van een ontheffing.</p><p></p><p>(Grote) Populaties al dan niet beschermde diersoorten kunnen schade veroorzaken aan de Natura 2000-doelen. Denk hierbij aan de populatie damherten in de Noord en Zuid-Hollandse duinen maar ook aan ganzen die schade veroorzaken aan rietvegetatie, waardoor er een negatief effect ontstaat op aangewezen doelen van het Natura 2000-gebied. De provincie is van mening dat faunabeheer binnen de Natura 2000-gebieden o.a. ook nodig kan zijn om doelen van het gebied te realiseren of om de doelstanden voor de standganzen te behalen. Faunabeheer binnen de Natura 2000-gebieden is wettelijk toegestaan indien het niet de aangewezen natuurdoelen van het gebied schaadt. In het kader van de integraliteit neemt de provincie faunabeheer mee in de Natura 2000-beheerplannen. Door faunabeheer te toetsen binnen de Natura 2000-beheerplannen wordt de vergunningverlening ontlast en ontstaat er duidelijkheid over wat wel en niet wenselijk is ten opzichte van de doelen van het gebied.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.FF4F602F-903D-48AE-9866-1548F8C72288">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0604358PR-VA01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>19</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Voorkomen dan wel beperken van de predatie ter bescherming van kwetsbare soorten waaronder grond broedende vogels</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.53080FD6-E6C0-466E-AD4B-451F3B56F4F5" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Stimuleren/Reguleren</p><p></p><p>Ter bescherming van kwetsbare soorten waaronder grond-broedende vogels zoals weidevogels en kustbroedvogels, zet de provincie in op het voorkomen dan wel beperken van predatie door bijvoorbeeld de vos en (verwilderde) huiskatten. Waar mogelijk zet de provincie zich specifiek in om de nulstand te behouden of te realiseren in gebieden of locaties waar de vos nog niet voorkomt of tot voorkort nog niet voorkwam ter bescherming van grondbroeders.</p><p></p><p>Binnen de kaders van de wet natuurbescherming kan de provincie populatiebeheer en of schadebestrijding inzetten ter bescherming van de wettelijke belangen landbouw, de verkeers- en vliegveiligheid, volksgezondheid en flora en fauna.</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><p>Faunabeheer</p><p>Soortenbescherming</p><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Deze maatregel is geldig voor de gehele provincie Zuid-Holland.</p><p></p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>In de weidegebieden, kust en Natura 2000-gebieden broeden diverse grondbroeders waaronder weidevogels en kustbroedvogels. Deze zijn beschermd en iconisch voor het Zuid-Hollandse landschap. Deze soorten gaan echter hard achteruit en op verschillende manieren zet de provincie in op bescherming en herstel (zie ook eerder in dit beleidskader).</p><p></p><p>Naast factoren als landgebruik en verstoring door de mens, vormen ook predatoren zoals de vos, kraai, steenmarter en verwilderde katten een bedreiging voor deze grondbroeders. Dit speelt met name als een van de predatoren eerder niet (van nature) voorkwam in het gebied met grondbroeders en zich daar nieuw vestigt en vermeerdert. Zo duiken vossen binnen de provincie op steeds meer plaatsen op, waaronder in de polders en het stedelijk gebied, waar negatieve effecten op grondbroeders zichtbaar worden. Zeker wanneer deze predatoren ook beschermde soorten zijn zorgt dit in het beheer voor een moreel en ecologisch dilemma.</p><p></p><p>De provincie staat TNRC (Trap (vangen), Neuter (castreren/steriliseren), Return/Relocate (herplaatsen of als het echt niet anders kan terugplaatsen) en Care (structureel monitoren en nazorg verlenen) toe in Zuid-Holland. Dit gebeurt alleen wanneer verwilderde katten worden vrijgelaten op de locatie waar ze gevangen zijn. Met uitzondering als het gaat om gebieden met N2000-status, Natuurnetwerk Nederland, weidevogelbescherming of gebieden in eigendom van een terrein beherende organisatie. Daarbij onderzoekt de provincie welke mogelijkheden er zijn om verwilderde katten niet meer uit te zetten ter bescherming van de inheemse fauna.</p></tekst>
</TekstObject>
</FeatureCollectionIMROPT>