<?xml version ="1.0" encoding="UTF-8"?><?xml-stylesheet type="text/xsl" href="IMROPT2012.xsl"?><FeatureCollectionIMROPT xsi:schemaLocation="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0  http://schemas.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0/IMROPT2012.xsd" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><TekstMetadata identificatie="NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01">
<verwijzingNaarPlangebied >NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
<typePlan>structuurvisie</typePlan>
<naam>Omgevingsprogramma Zuid-Holland</naam>
<beleidsmatigVerantwoordelijkeOverheid>provinciale overheid</beleidsmatigVerantwoordelijkeOverheid>
<naamOverheid>Zuid-Holland</naamOverheid>
<overheidsCode>9928</overheidsCode>
<creatiedatum>2022-05-03</creatiedatum>
<naamPraktijkrichtlijn>IMROPT2012</naamPraktijkrichtlijn>
</TekstMetadata>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.24AB0FD3-C404-41BF-90B1-5401125E07C0">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>1</volgnummer>
<niveau>0</niveau>
<type>document</type>
<typeTekst>document</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Omgevingsprogramma Zuid-Holland</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<tekstMetadata xl:href="#NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01"/>
<ouderID/>
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
</tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.97C66C5E-C6C5-4088-BDAD-1467847C72A0">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>2</volgnummer>
<niveau>1</niveau>
<type>beleidstekst</type>
<typeTekst>document</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Omgevingsprogramma Zuid-Holland - Ruimte en Wonen</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.24AB0FD3-C404-41BF-90B1-5401125E07C0" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
</tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.FDB00EE1-05D0-43CD-A305-80FE6E2A8C7B">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>3</volgnummer>
<niveau>2</niveau>
<type>band</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer>1.</nummer>
<naam>Toelichting</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<externeVerwijzing>b_NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01_1.pdf</externeVerwijzing>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.97C66C5E-C6C5-4088-BDAD-1467847C72A0" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
Wijziging van het omgevingsprogramma naar aanleiding van de module Ruimte en Wonen</tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.A36DB457-BFBA-48B4-A361-30FAAB9870A4">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>4</volgnummer>
<niveau>2</niveau>
<type>band</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer>2.</nummer>
<naam>Maatregelen</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.6788EDF1-8299-40D2-9E9E-F7D944473DD0" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
</tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.2F3899FB-01AF-490F-929C-7EA91C818F6A">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>5</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Agrarische bedrijfsverplaatsing en -beëndiging</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.A36DB457-BFBA-48B4-A361-30FAAB9870A4" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Stimuleren en faciliteren</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><ul><li>Transitie landelijk gebied</li><li>Vitale landbouw</li><li>Stikstof</li><li>Natura 2000</li><li>Realisatie NatuurNetwerkNederland</li><li>Beperken maatschappelijke kosten door bodemdaling</li><li>energietransitie</li></ul><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Het werkingsgebied is heel Zuid-Holland. De subsidieregeling wordt voor specifieke gebieden opengesteld in een openstellingsbesluit.</p><p></p><p><strong>Toelichting</strong></p><p>In een aantal gebieden zijn de transitieopgaven, met name voor stikstofreductie, natuur en bodemdaling, zo urgent dat de provincie de verplaatsing of beëindiging van agrarische bedrijven in de betreffende gebieden wil stimuleren. De provincie stelt hiertoe een subsidieregeling ‘Agrarische bedrijfsverplaatsing en -beëindiging’ open voor specifieke gebieden, aan te wijzen middels een openstellingsbesluit. Op grond van deze subsidieregeling kunnen eigenaren van een landbouwbedrijf in een gebied waarvoor de regeling is opengesteld, een subsidie aanvragen voor de kosten van verplaatsing of beëindiging van hun landbouwbedrijf, wanneer deze verplaatsing of beëindiging bijdraagt aan:</p><ul><li>de realisatie van een gebiedsplan voor een door Gedeputeerde Staten aangewezen transitiegebied;</li><li>de stikstofreductie in een of meer stikstofgevoelige habitats in Natura2000-gebieden in Zuid-Holland;</li><li>de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland; of</li><li>de reductie van CO2 vanwege bodemdaling.</li></ul></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.96954F88-A1A0-4352-8582-D4C71BFF5167">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>6</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Gebiedsplan omgeving Nieuwkoopse Plassen</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.A36DB457-BFBA-48B4-A361-30FAAB9870A4" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p><strong>Rolkeuze</strong></p><p>Reguleren en faciliteren</p><p></p><p><strong>Beleidskeuzes</strong></p><ul><li>Transitie landelijk gebied</li><li>Stikstof</li><li>Beperken maatschappelijke kosten door bodemdaling</li></ul><p></p><p><strong>Is de maatregel gebiedsspecifiek?</strong></p><p>Ja. Het gebiedsplan heeft een specifiek werkingsgebied, zijnde het transitiegebied omgeving Nieuwkoopse Plassen. Dit betreft de Nieuwkoopse Plassen en de omringende polders Zwammerdam, Aarlanderveen, Nieuwkoop-Noord, Achttienhoven, Zegveld, Bodegraven-Noord, de Meijegraslanden en Bovenlanden (Noordse Buurt, Noordse Dorp en Westveen).</p><p></p><p><strong>Toelichting</strong></p><p>Gedeputeerde Staten wijzen de omgeving Nieuwkoopse Plassen aan als transitiegebied, als uitwerking van de beleidskeuze Transitie Landelijk Gebied in de Omgevingsvisie. Voor dit gebied wordt een gebiedsplan opgesteld, dat op hoofdlijnen de ontwikkelrichting van het gebied beschrijft. Het gebiedsplan geeft weer welke ontwikkeling passend is op welke plek of in welk deelgebied, welke doelen in het gebied gerealiseerd moeten worden en welke ruimtelijke principes van toepassing zijn.</p><p></p><p>Het gebiedsplan voor omgeving Nieuwkoopse Plassen wordt primair opgesteld voor de realisatie van de (transitie)opgaven stikstofreductie en de reductie van CO2 vanwege bodemdaling. Dit in samenhang met andere opgaven, zoals voor landbouw, natuur, water, klimaat en ruimtelijke kwaliteit, alsook de ruimtevraag voor energie, wonen en andere stedelijke functies.</p><p></p><p>Het gebiedsplan wordt samen met gebiedspartners opgesteld en geeft richting aan de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Daarbij wordt tevens ingespeeld op functies die er zijn en waarvan de verwachting is dat die in het gebeid zullen blijven bestaan. Bij de beoordeling van plannen voor een ruimtelijke ontwikkeling binnen dit gebied, zoals bijvoorbeeld voor het toestaan van nieuwe functies voor vrijkomende agrarische bebouwing, anticipeert de provincie op de totstandkoming van het gebiedsplan. Zodra Gedeputeerde Staten het gebiedsplan heeft vastgesteld, vormt het gebiedsplan de basis voor de beoordeling van ruimtelijke plannen in dit gebied.</p></tekst>
</TekstObject>
<TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.A6DEB687-CFDB-4A9A-9658-8A87327B4D21">
<verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2016x0304358PR-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
<volgnummer>7</volgnummer>
<niveau>3</niveau>
<type>deel</type>
<typeTekst>beleid</typeTekst>
<titelInfo>
<TitelInfo>
<label></label>
<nummer></nummer>
<naam>Huisvesting arbeidsmigranten</naam>
</TitelInfo>
</titelInfo>
<ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.A36DB457-BFBA-48B4-A361-30FAAB9870A4" />
<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
<p>Deze maatregel komt te vervallen.</p><p><strong>Toelichting maatregel</strong></p><p>De provincie heeft geen wettelijke taak bij ‘de integrale aanpak adequate woonruimte voor arbeidsmigranten’. Wel is er sprake van een provinciaal belang omdat het adequaat huisvesten van arbeidsmigranten voor kortdurend verblijf een effect heeft op zowel de invulling van de vraag naar arbeidsmigranten voor de diverse economische sectoren in Zuid-Holland als op de woningmarkt. Bovendien is een faciliterende, stimulerende regionale aanpak noodzakelijk omdat er anders het tekort aan woonruimten voor arbeidsmigranten en de onacceptabele huisvestingssituaties blijven bestaan. Door deze regionale aanpak wordt een waterbedeffect (de problematiek van het huisvesten van arbeidsmigranten verschuift naar omliggende gemeenten) voorkomen.</p><p></p><p>Het Rijk ziet een coördinerende rol voor de provincies weggelegd met betrekking tot het huisvesten van arbeidsmigranten en vindt dat de provincies ‘bij uitstek geschikt zijn om regionale partijen samen te brengen en om vanuit verschillende domeinen met die partijen samen te werken ’ (Tweede Kamer brief ‘Integrale aanpak misstanden arbeidsmigranten’, 20 december 2019).</p><p></p><p><em>Definitie arbeidsmigranten en logiesplekken</em></p><p>De groep arbeidsmigranten die in Nederland werkzaam is, is niet homogeen. De doelgroep waar wij ons op richten zijn arbeidsmigranten die voor een kortere (&lt; 3 maanden) of iets langere periode ( &gt;3 maanden en &lt;3 jaar) afhankelijk zijn van tijdelijke huisvesting in de vorm van short-stay of logies in tijdelijke en of permanente bouwwerken. Arbeidsmigranten die langer dan 3 jaar werkzaam zijn in Nederland zijn, net als de permanente inwoners van Zuid-Holland, aangewezen op de reguliere woningmarkt.</p><p></p><p>Logiesplekken voor bijvoorbeeld arbeidsmigranten worden niet tot de woningvoorraad van de gemeenten gerekend; dit betekent dat deze plekken niet meetellen bij de door de provincie toegestane woningbouwaantallen.</p><p></p><p><em>Experimentele projecten</em></p><p>Om te onderzoeken welke ongewenste beperkingen bestaan in de provinciale regelgeving bij het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten zullen wij samen met maximaal 3 gemeenten 3 experimentele projecten uitvoeren. De lessen die we kunnen trekken uit de experimentele projecten zullen we, samen met de andere inzichten die we opdoen binnen het programma huisvesting arbeidsmigranten, zo nodig meenemen in een volgende herziening van het Omgevingsbeleid. Wij zullen, indien aanpassing van het beleid nodig is, rekening houden met de diverse belangen die een rol spelen bij het huisvesten van arbeidsmigranten.</p><p></p><p><em>Beleidsuitgangspunten huisvesting arbeidsmigranten</em></p><p>Huisvesting van arbeidsmigranten (zowel tijdelijk als permanent) wordt beschouwd als een stedelijke functie die –in overeenstemming met de ladder voor duurzame verstedelijking - in beginsel binnen bestaand stads- en dorpsgebied moet worden gerealiseerd. Dat kan in de bestaande woningvoorraad, maar ook via transformatie van leegkomende andere panden, of (tijdelijk) op nog niet ontwikkelde locaties voor bijvoorbeeld woningbouw of bedrijfsterrein.</p><p>De volgende uitgangspunten zijn van belang:</p><ul><li>Voor nieuwbouw ten behoeve van huisvesting arbeidsmigranten (zowel permanent als tijdelijk) blijft het provinciale ruimtelijke beleid (provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening) van toepassing. Voor huisvesting van arbeidsmigranten geldt hetzelfde uitgangspunt als voor alle woningbouw: de ladder van duurzame verstedelijking is hierbij van toepassing. Voor nieuwbouw kan gedacht worden aan (tijdelijke) huisvesting op bouwlocaties die nog niet geheel zijn ontwikkeld.</li><li>Bij een piekbehoefte kan tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten voor maximaal 3 maanden worden gerealiseerd bij het bedrijf dat de arbeidskrachten gedurende deze piekperiode nodig heeft. Daarna moet de bebouwing weer worden verwijderd en de huisvesting beëindigd. Op dergelijke huisvesting voor een korte piekperiode, die door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden gerealiseerd, is de Omgevingsverordening niet van toepassing.Wel is het van belang dat de uitgangspunten van ruimtelijke kwaliteit in acht worden genomen en dat de huisvesting geen belemmering vormt voor de (agrarische) bedrijfsvoering in de omgeving.</li><li>Op tijdelijke nieuwbouw op grond van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die verder gaat dan de hiervoor genoemde huisvesting voor een korte piekperiode blijft de Omgevingsverordening van toepassing. Dat houdt in dat dergelijke nieuwe huisvestingsmogelijkheden zullen moeten voldoen aan de ladder voor duurzame verstedelijking en de overige regels van de Omgevingsverordening.</li><li>Het is in alle gevallen van groot belang dat de huisvesting van arbeidsmigranten voldoende kwaliteit heeft. Daarom dient zij te voldoen aan de normen van de Stichting Normering Flexwonen of normen gelijkwaardig daaraan.</li><li>Gebruik van recreatiecomplexen voor de al dan niet tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten en eventuele andere groepen die tijdelijke huisvesting zoeken, is ongewenst.</li><li>Hergebruik of transformatie van kassen of vergelijkbare bebouwing (zoals agrarische bedrijfswoningen of bedrijfsgebouwen) in het Westland naar huisvesting voor arbeidsmigranten is niet mogelijk. Dit geldt voor de als categorie 1 gekwalificeerde kassen ten behoeve van de herstructureringsopgave in de op 11 oktober 2016 door de gemeente en de provincie vastgestelde Ruimtelijke-economische strategie Westland.</li></ul><p></p><p><em>Regionale woonvisie en arbeidsmigranten</em></p><p>In verband met het ontbreken van voldoende kwalitatieve en kwantitatieve huisvesting voor arbeidsmigranten en het ontstaan van een eventueel waterbedeffect achten wij het noodzakelijk dat in ieder geval in regionale woonvisies wordt ingegaan op de mate waarin dit vraagstuk speelt in de regio en een beschrijving van de wijze waarop de behoefte aan logiesplekken wordt gefaciliteerd. Hierbij dient de inzet te zijn te komen tot procesafspraken tussen gemeente(n), bedrijfsleven, huisvesters, uitzendbureaus en provincie.</p><p></p><p><em>Relatie met andere beleidskeuzes</em></p><p>Het huisvesten van arbeidsmigranten heeft een relatie met de andere beleidsvelden binnen de provincie zoals economie, ruimte, wonen, mobiliteit, bestuur en recreatie.</p><p></p><p><em>Beleidsuitwerking</em></p><p>Zie in de Omgevingsverordening: de ladder voor duurzame verstedelijking art…en de regels voor ruimtelijke kwaliteit art…..</p><p></p><p><em>Inhoud Programma huisvesting arbeidsmigranten vastgesteld door GS op 2 juli 2019</em></p><p>De 4 pijlers van het programma huisvesting arbeidsmigranten zijn:</p><p>In samenwerking en overleg, met name met de gemeenten en de regio’s:</p><ol><li>Kennis ontwikkelen</li><li>Pilots en experimentele projecten uitvoeren</li><li>Kennis delen</li><li>Ketenbenadering (integrale aanpak en netwerk opbouwen)</li></ol><p></p><p></p><p><em>ad. 1. Kennis ontwikkelen</em></p><p>Binnen dit spoor worden onderzoeken uitgevoerd om nader kennis te ontwikkelen. Hierbij werken we nauw samen met gemeenten en of regio’s of andere partners. Onderzoek wordt onder andere gedaan om:</p><ul><li>Beter inzicht te krijgen in toekomstige ontwikkelingen, aantallen arbeidsmigranten, de mogelijkheden van een betere registratie en van de behoeften van arbeidsmigranten zelf.</li><li>Een beeld te krijgen van aantallen arbeidsmigranten op recreatieparken in Goeree- Overflakkee in relatie tot huisvesting bij (agrarische) bedrijven of in reguliere woningen. Doel van de analyse is bouwstenen te verkrijgen voor het opstellen van (gemeentelijk en/of regionaal) beleid, die ook voor andere gemeenten/regio’s toepasbaar is.</li><li>Inzicht te krijgen in beleid dat ontwikkeld dient te worden op gemeentelijk niveau én inzicht in beleid dat specifiek gericht is op regionaal niveau voor de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Doel van het onderzoek is bouwstenen te verkrijgen voor het opstellen van (gemeentelijk en/of regionaal) beleid, die ook voor andere gemeenten/regio’s toepasbaar is.</li><li>Helderheid te krijgen van (juridische) begrippen zoals wonen, logies, flexwonen, duur tijdelijke ontheffing en het wegnemen van tegenstrijdigheden in regelgeving.</li></ul><p></p><p><em>ad. 2.Pilots en experimentele projecten</em></p><p>Binnen dit spoor worden pilots, ook wel experimentele projecten genoemd, uitgevoerd. Deze zijn gericht op beleidsontwikkeling en of het versnellen van het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten. De volgende experimentele projecten worden uitgevoerd:</p><ul><li>Experimentele projecten in de gemeenten Noordwijk en Westland en een nog nader te bepalen gemeente, het liefst in Midden-Holland.Het doel van de experimentele projecten is het versneld zoeken naar, voor alle partijen, acceptabele vormen van verantwoorde en adequate huisvesting.</li></ul><p></p><p><em>ad. 3. Kennis delen</em></p><p>Binnen het derde spoor richten wij ons op het delen van reeds beschikbare en nieuw verworven kennis. Dit zal gedaan worden door:</p><ul><li>Het organiseren van kennisuitwisselingsbijeenkomsten voor het gemeentenetwerk arbeidsmigranten.</li><li>Het organiseren van een conferentie over arbeidsmigranten</li><li>Het delen van goede voorbeelden</li><li>Het opzetten van een leerkring ‘huisvesting arbeidsmigranten’ voor gemeenten, in samenwerking met Platform31.</li></ul><p></p><p><em>ad. 4. Ketenbenadering (integrale aanpak en netwerk opbouwen)</em></p><p>Spoor 4 bestaat uit het verder vormgeven en uitvoeren van de ketenbenadering. Waarbij samenwerking tussen diverse (ambtelijke, bestuurlijke en private) partijen en tussen beleidsvelden (economie, ruimte, wonen, recreatie, handhaving, veiligheid en ondermijning) centraal staan.</p><p>Onderdelen van deze ketenbenadering zijn:</p><ul><li>te onderzoeken of het provinciale Omgevingsbeleid met betrekking tot arbeidsmigranten voldoende adequaat is en voldoende rekening houdt met de behoeften van de verschillende betrokken partijen.</li><li>Voeren van bestuurlijke overleggen en ambtelijke samenwerking met het ministerie van BZK (woondeal), Ministerie van SZW (aanpak misstanden arbeidsmigranten) en de VNG</li><li>Afstemming en kennisuitwisseling met andere provincies</li><li>Opbouwen van een bestuurlijk netwerk op provinciaal en regionaal niveau</li><li>Opbouwen van een ambtelijk netwerk op provinciaal en regionaal niveau</li><li>Het opstellen van een lobby- encommunicatietraject.</li></ul><p></p><p>Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de uitvoering van de 4 pijlers wordt verwezen naar het uitvoeringsprogramma ‘Huisvesting arbeidsmigranten’ dat op 2 juli 2019 in GS is vastgesteld.</p><p></p></tekst>
</TekstObject>
</FeatureCollectionIMROPT>