﻿<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" href="IMROPT2012.xsl"?>
<FeatureCollectionIMROPT xsi:schemaLocation="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0  http://schemas.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0/IMROPT2012.xsd" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
  <TekstMetadata identificatie="NL.IMRO.PT.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <typePlan>provinciale verordening</typePlan>
    <naam>Actualisering 2016 - VERORDENING</naam>
    <beleidsmatigVerantwoordelijkeOverheid>provinciale overheid</beleidsmatigVerantwoordelijkeOverheid>
    <naamOverheid>Zuid-Holland</naamOverheid>
    <overheidsCode>9928</overheidsCode>
    <creatiedatum>16-6-2016</creatiedatum>
    <naamPraktijkrichtlijn>IMROPT2012</naamPraktijkrichtlijn>
  </TekstMetadata>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28108">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>1</volgnummer>
    <niveau>0</niveau>
    <type>besluitdocument</type>
    <typeTekst>besluitdocument</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>
        </label>
        <nummer>
        </nummer>
        <naam>Actualisering 2016 - VERORDENING</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <tekstMetadata xl:href="#NL.IMRO.PT.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01" />
    <ouderID />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28109">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>2</volgnummer>
    <niveau>1</niveau>
    <type>besluittekst</type>
    <typeTekst>besluitdocument</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Verordening ruimte 2014 - Actualisering 2016</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28108" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <br />
<strong>Verordening ruimte 2014</strong></p>



<p> </p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28110">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>3</volgnummer>
    <niveau>2</niveau>
    <type>deel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Actualisering 2016</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28109" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28111">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>4</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Inleiding</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28110" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De Visie ruimte en mobiliteit is vastgesteld in juli 2014, evenals de bijbehorende Programma’s ruimte en mobiliteit en de Verordening ruimte 2014. Alle documenten gezamenlijk worden aangeduid met de noemer VRM.</p>

<p> </p>

<p>Naar verwachting treedt eind 2018 de Omgevingswet in werking. De nu nog verplichte, sectorale planvormen voor ruimte, mobiliteit, water en milieu gaan dan vervallen. Hiervoor in de plaats komt een nieuw stelsel voor integraal omgevingsbeleid, bestaande uit één omgevingsvisie,  programma’s en één verordening. De provincie werkt toe naar integratie van het omgevingsbeleid en de VRM wordt hier straks onderdeel van. Met het oog hierop is het wenselijk de VRM actueel te houden. De overgang naar integraal omgevingsbeleid gaat gemakkelijker als de te integreren beleidsproducten actueel zijn. Inhoudelijk en procesmatig gezien wordt bij actualisering van de VRM zoveel mogelijk voorgesorteerd op de Omgevingswet.</p>

<p> </p>

<p>De Visie ruimte en mobiliteit heeft een strategisch karakter en bevat de hoofdlijnen van het provinciaal beleid ten aanzien van ruimte en mobiliteit. De visie is robuust van opzet en daarom lang houdbaar. Het Programma ruimte en het Programma mobiliteit bevatten anders dan de visie veel concretere gegevens over programma’s, projecten en ontwikkelingen. Aanpassing daarvan is daarom met enige regelmaat nodig. Ook aanpassing van de Verordening ruimte is soms nodig vanwege de daarin opgenomen kaarten met precieze begrenzingen en de doorwerking daarvan naar gemeentelijke bestemmingsplannen.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28321">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>5</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Aanleiding voor de Actualisering 2016</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28110" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Sinds de vaststelling van de VRM zijn twee partiële wijzigingen vastgesteld, met name in verband met enkele urgente ontwikkelingen. De Actualisering 2016 is eigenlijk de eerste reguliere actualisering, omdat de aanleiding voor deze actualisering al bij de vaststelling van de VRM was voorzien. Aan de regio’s is namelijk gevraagd de visies voor kantoren en wonen voor 1 juli 2015 te actualiseren. De geactualiseerde regionale visies leiden tot aanpassingen in het Programma ruimte (3 ha kaart) en de Verordening ruimte.</p>

<p> </p>

<p>Een andere aanleiding betreft het Hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie. In het Hoofdlijnenakkoord zijn met betrekking tot het ruimtelijk beleid onder meer aanpassingen aangekondigd met betrekking tot slim ruimtegebruik, de omvang van agrarische bouwpercelen en  intensieve veehouderij aangekondigd.</p>

<p> </p>

<p>Sinds de inwerkingtreding van de VRM zijn er enkele veranderingen aangebracht in het samenhangende systeem van beleidsproducten. De Agenda ruimte is als uitvoeringsinstrument vervallen, hetgeen leidt tot aanpassing van het Programma ruimte. De Visie ruimte en mobiliteit krijgt expliciet de status van Waterplan. Het toetsingskader vergunningverlening bodemenergie is ingetrokken en vervangen door een nieuwe beleidsregel.</p>

<p> </p>

<p>Daarnaast leidt de uitvoeringspraktijk ook tot aanpassingen in het beleid. Soms is het beleid op onderdelen onduidelijk, soms zijn er nieuwe ontwikkelingen waar nog niet goed op kan worden ingespeeld. Ook kan het zijn dat er behoefte is om meer ruimte te geven of juist scherper te sturen.</p>

<p> </p>

<p>Samengevat leidt dit tot de volgende categorieën van onderwerpen:<br />
•     3 ha kaart en actualisering regionale visies voor wonen en voor kantoren;<br />
•     hoofdlijnenakkoord;<br />
•     het systeem van beleidsproducten;<br />
•     uitvoeringspraktijk.</p>

<p> </p>

<p>Hoewel het gaat om vrij veel onderwerpen, moet deze actualisering vooral worden gezien als een reguliere onderhoudsbeurt, om er voor te zorgen dat de VRM weer up to date is. Het gaat om een partiële herziening, dus niet alles is opnieuw bezien.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28322">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>6</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Leeswijzer</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28110" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In het volgende hoofdstuk is per onderwerp aangegeven wat er speelt, waarom er reden is voor een aanpassing en in welke beleidsproducten dat leidt tot wijzigingen. De tekstwijziging zelf is te vinden in de volledige versies van de visie, het programma en de verordening. Daarin zijn alle wijzigingen zichtbaar gemaakt door middel van doorhalingen (geschrapte tekst) en rode tekst (toegevoegde tekst).</p>

<p>Als het gaat om kaartwijzigingen is kort omschreven om  welke wijziging het gaat.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28112">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>7</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Onderwerpen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28110" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28113">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>8</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.1 Regionale visies voor kantoren</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Bij de vaststelling van het Programma ruimte heeft de provincie aan de regio’s verzocht om per 1 juli 2015 de regionale visies voor kantoren te actualiseren dan wel op te stellen. De meeste regio’s hebben hier meer tijd voor nodig gehad. In maart 2016 zijn de vastgestelde regionale visies aanvaard door Gedeputeerde Staten na bespreking in de statencommissie Ruimte en Leefomgeving. Dit geeft aanleiding de teksten in het Programma ruimte hierover te actualiseren. Daarnaast wordt de in de Verordening ruimte opgenomen kaart met kantorenconcentratielocaties aangepast, voor wat betreft de locatie ‘Internationale Zone’ (gemeente Den Haag). Deze locatie wordt in overeenstemming gebracht met de werkelijke situatie.</p>

<p>Ter voorbereiding van de kantorenvisies voor de volgende periode (2018-2021) worden in 2017 nieuwe vraagramingen opgesteld en mogelijk ook de kantorenconcentratielocaties aangepast. Dit wordt derhalve meegenomen in een volgende actualisering van de VRM.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede van de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>De teksten in paragraaf 2.2 en 2.3 van het Programma ruimte over kantoren, worden geactualiseerd als gevolg van de aanvaarding door Gedeputeerde Staten van de geactualiseerde regionale kantorenvisies.</p>

			<p>Op kaart 1 behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28149" id="LNT1">Artikel 2.1.2 Kantoren</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte wordt de aanduiding van de ‘Internationale zone’ in Den Haag aangepast. Dit werkt door op de kaarten in paragraaf 2.3.1 van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 2.3 van het Programma ruimte</p>

			<p> </p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28114">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>9</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.2 Regionale visies voor wonen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Geactualiseerde regionale woonvisies</em>
        <br />
Bij de vaststelling van het Programma ruimte in juli 2014 heeft de provincie de regio’s verzocht om per 1 juli 2015 de regionale visie voor wonen te actualiseren. Bij besluit van 3 november 2015 hebben Gedeputeerde Staten een besluit genomen over de aanvaarding van de geactualiseerde regionale woonvisies. De actualisering van de regionale woonvisies leidt tot mutaties op de 3 ha kaart in het Programma ruimte. Op de 3 ha kaart en de bijbehorende tabellen staan stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied aangeduid. Voor een overzicht van de mutaties op de 3 ha kaart wordt verwezen naar de paragraaf over dat onderwerp.</p>

<p><em>Actualisering regionale woonvisies per 1 juli 2017</em><br />
Om beleidsmatig de basis te bieden voor de volgende ronde van actualisering van de regionale woonvisies, is het nodig de teksten hierover in het Programma ruimte aan te passen. GS hebben de regionale woonvisies aanvaard tot 1 juli 2017. Vóór die tijd is aan de regio’s gevraagd de visies te actualiseren. Bij deze actualisering zet de provincie in op een doorontwikkeling van de regionale woonvisies, samen met de gemeenten en regio’s, om ze kwalitatiever en integraler te maken.</p>

<p>Een belangrijk onderdeel van de doorontwikkeling van de regionale woonvisies is dat kwaliteit meer voorop komt te staan in het gesprek over woningbouwplannen. Door een te kwantitatieve benadering blijven soms plannen liggen die van veel toegevoegde waarde zouden kunnen zijn, zoals transformatie van leegstaande kantoren. Met een kwalitatieve, bredere benadering wordt het beleid voor wonen integraler en wordt voorgesorteerd op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarbij wil de provincie aan gemeenten een uitgestoken hand bieden door kennisdeling of proefprojecten. Dit wordt al ingezet via onder meer het Actieprogramma Slim Ruimtegebruik.</p>

<p>De aanpassingen in het Programma ruimte hebben betrekking op de volgende onderwerpen:</p>

<p> </p>

<p><em>Van bandbreedte WBR/BP naar Woningmarktverkenning als basis voor gesprek</em><br />
Door een cijfermatige, kwantitatieve benadering blijven soms goede initiatieven op de plank liggen. Het gaat dan bijvoorbeeld om plannen voor herbestemming of binnenstedelijke kwaliteitsverbetering, of plannen waarbij een segment wordt toegevoegd waar nog te weinig aanbod in is zoals woningen onder de liberalisatiegrens of middeldure huur. De reden hiervoor is vaak dat andere plannen, waar (voorlopig) weinig zicht is op realisatie, in de weg zitten bij de onderbouwing van de behoefte. Het gesprek over aanpassen, uitfaseren of herbestemmen van deze plannen is niet van de ene op de andere dag gevoerd, vanwege politieke en/of financiële overwegingen. Ondertussen kan er wel behoefte zijn aan andersoortige ontwikkelingen, zoals hiervoor beschreven. Door kwaliteit centraler te stellen in het gesprek over woningbouwplannen, kan een betere afweging worden gemaakt over welke plannen gewenst zijn. Het kan ook zijn dat er aan een bepaald woonmilieu of prijssegment al teveel geprogrammeerd is. Er is dan aanleiding om dat aan te passen.</p>

<p> </p>

<p>Om dit kwalitatieve gesprek te voeren, is kwalitatief behoefteonderzoek nodig. De Woningmarktverkenning, die de provincie iedere drie jaar laat uitvoeren op basis van het Woon Onderzoek Nederland (WoON), kan hiervoor de basis bieden. De Woningmarktverkenning geeft een inschatting van de woningvraag per prijsklassen, woonmilieu en woningtype. Dit is geen ‘blauwdruk’ –zeker niet tot op de woning nauwkeurig- maar geeft wel richting. De Woningmarktverkenning hoeft niet de enige bron van informatie te zijn. Veel gemeenten en regio’s hebben zelf ook onderzoeken die op lokaal of regionaal niveau inzicht in geven. Deze onderzoeken kunnen ook worden gebruikt.</p>

<p> </p>

<p>We onderzoeken nog of en hoe we voor gewenste segmenten de onderbouwing voor de Ladder eenvoudiger kunnen maken, zoals nu al is gedaan voor sociale woningbouw, n.a.v. de grote asielinstroom. Dit was te onderbouwen, doordat de behoefteprognoses deze vraag niet in die orde van grootte hadden voorzien. In het nieuwe behoefteonderzoek van dit jaar is deze extra vraag wel meegenomen. Om zo’n type afspraak te kunnen doorzetten, zullen we daarom moeten onderzoeken hoe deze ‘Ladderproof’ is te maken. Dit kan per regio op maat worden afgesproken, in aansluiting bij de vraag-aanbod balans in die regio.</p>

<p> </p>

<p><em>Woningvoorraad onder de liberalisatiegrens (update)</em><br />
De huidige tekst in het programma gaat nog uit van ‘voldoende sociale woningbouw’. Intussen hebben Gedeputeerde Staten de term ‘strategisch voorraadbeheer’ geïntroduceerd bij de uitvraag en aanvaarding van regionale woonvisies in 2015, waarmee beter wordt aangesloten bij opgave. Het gaat immers om het zorgen voor een passend aanbod voor de doelgroepen. Nieuwbouw is slechts één van de mogelijke manieren om dit te bereiken. Ook bijvoorbeeld sloop/nieuwbouw, herstructurering, aankoop/verkoop en huurprijsbeleid dragen hieraan bij. Hierover maken gemeenten prestatieafspraken met woningcorporaties.</p>

<p>In de tekstwijziging wordt hierop voortgeborduurd en wordt aangesloten bij de terminologie van het nieuwe Rijksbeleid.</p>

<p> </p>

<p><em>Samenwerking stedelijke woonmilieus</em><br />
Het realiseren van stedelijke woonmilieus is een belangrijke opgave in Zuid-Holland, waarvoor de provincie de samenwerking opzoekt met andere partijen. Een voorbeeld is het MIRT-onderzoek Stimuleren Stedelijk Wonen en het vervolg daarop. Dit type samenwerking wil de provincie voortzetten en daartoe verankeren in de VRM. Hierbij wordt ook de basis gelegd voor een gebiedsgerichte samenwerking, in samenhang met een gezamenlijke verstedelijkingsagenda of –strategie.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel van de volgende onderdelen van het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>Paragraaf 2.2.1 en 2.2.3 van het Programma ruimte wordt aangepast om een beleidsmatige basis te bieden voor de actualisering van de regionale woonvisies in 2017.</p>

			<p>Hoofdstuk 7 (bijlage) van het Programma ruimte komt te vervallen omdat deze binnenkort is verouderd. De bijlage is een toelichting op de uitkomsten van Woningmarktverkenning 2013. Dit jaar komt er een nieuwe Woningmarktverkenning.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28115">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>10</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.3 Huisvesting arbeidsmigranten</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In de regio’s Haaglanden, Rijnmond en Holland Rijnland werken en wonen aanzienlijke aantallen arbeidsmigranten. Een deel daarvan woont langdurig of permanent in deze regio’s, het andere deel werkt en woont maar beperkte tijd (seizoensgebonden) in de regio’s.</p>

<p> </p>

<p>De huisvesting van arbeidsmigranten in de vorm van logies of wonen wordt door de provincie beschouwd als een stedelijke functie waarop de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is. Waar de regionale behoefte doorgaans goed kan worden onderbouwd, is het onduidelijk hoe de huisvesting precies door de gemeenten wordt gefaciliteerd. De trend in bijvoorbeeld de Duin- en Bollenstreek is dat (seizoens)huisvesting van arbeidsmigranten vooral op de eigen agrarische percelen wordt gefaciliteerd. De ruimtelijke impact hiervan kan voor het buitengebied aanzienlijk zijn. Ook zijn er voorbeelden bekend van recreatieparken waar arbeidsmigranten zijn gehuisvest. In het kader van deze actualisering is daarom onderzocht of het nodig is het provinciaal beleid op dit punt aan te passen.</p>

<p> </p>

<p><em>Huidige situatie</em><br />
In Nederland verblijven op dit moment 400.000 arbeidsmigranten uit Oost-, Midden-, en Zuid-Europa. De vraag naar (tijdelijke) huisvesting voor deze groep blijft de komende jaren groot.</p>

<p> </p>

<p>Uit de cijfers van het Rijk blijkt dat er in Zuid-Holland jaarlijks ongeveer 80.000 - 90.000 arbeidsmigranten wonen en werken. In Holland Rijnland gaat het om 10.000 - 15.000 arbeidsmigranten en in Haaglanden om ongeveer 45.000 arbeidsmigranten voornamelijk verdeeld over Den Haag en Westland.</p>

<p> </p>

<p>Een groot deel van deze werknemers werkt en woont korte tijd in Nederland, zij verblijven voornamelijk op basis van logies. Een kleinere groep blijft permanent en wordt onderdeel van de reguliere woningbehoefte. In Holland Rijnland wordt de behoefte aan (tijdelijke)verblijfsplaatsen geschat aan 4.250 met een uitbreidingsvraag naar de toekomst van nog eens 4.250.</p>

<p> </p>

<p>Er is al met al een aanzienlijke (en groeiende) behoefte aan tijdelijke en permanente woonvormen voor arbeidsmigranten. Onderstaande schema geeft een indicatie van de manier waarop uitzendbureaus hun personeel huisvesten (bron: ABU). Daarbij biedt vooral “wooneenheden in gebouwencomplex” een aanzienlijk groeipotentieel.</p>

<p> </p>

<p>Reguliere woningen                                    80%<br />
Recreatiebungalows                                   68%<br />
Hotel, pension                                             35%<br />
Stacaravans                                                20%<br />
Wooneenheden in gebouwencomplex        20%<br />
Anders                                                         10%</p>

<p> </p>

<p>Uitgangspunt is dat deze woonbehoefte binnen Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD) wordt gefaciliteerd aangezien het een stedelijke functie betreft en de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De gemeente moet dan ook bij elk plan voor huisvesting van arbeidsmigranten onderbouwen waarom het plan al dan niet binnen BSD wordt gerealiseerd. In de praktijk is het lastig om dat elk plan afzonderlijk te motiveren. Het gaat om een aanzienlijke opgave. De behoefte aan huisvesting is en blijft groot en gemeenten vinden het lastig om de opgave binnen BSD te realiseren.</p>

<p> </p>

<p><em>Structurele oplossingen</em><br />
Het zou dan ook goed zijn als gemeenten en/of regio’s vroegtijdig invulling geven aan de vraag hoe de huisvesting van arbeidsmigranten ruimtelijk gefaciliteerd gaat worden. Op basis hiervan kunnen gemeenten en provincie het gesprek voeren over structurele oplossingen voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij het uitgangspunt blijft dat deze opgave binnen BSD wordt gerealiseerd. Een dergelijke beleidslijn of visie kan voor gemeenten een goede basis zijn om trede 2 van de Ladder voor duurzame verstedelijking te onderbouwen.</p>

<p> </p>

<p>In het Programma ruimte zal daarom aan gemeenten worden gevraagd inzicht te geven in de manier waarop zij de structurele huisvesting van arbeidsmigranten ruimtelijk willen faciliteren. De tekst over arbeidsmigranten komt als volgt te luiden:</p>

<p> </p>

<p>“Arbeidsmigranten zijn belangrijk voor de Nederlandse economie. In de greenports maar ook in de Rotterdamse haven werken veel arbeidsmigranten. Hun huisvesting vraagt om specifieke oplossingen. Arbeidsmigranten die zich slechts voor kortere tijd in Nederland vestigen, kunnen tijdelijke woonruimte vinden in de vorm van short stay of logies. Deze accommodaties kunnen gerealiseerd worden in tijdelijke en permanente bouwwerken. Uitgangspunt is dat het hier gaat om normale stedelijke functies waarop de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is. De provincie faciliteert bij knelpunten, binnen de uitgangspunten van de VRM.</p>

<p> </p>

<p>De provincie nodigt (samenwerkende) gemeenten met veel arbeidsmigranten uit om inzicht te geven in de manier waarop zij de huisvesting van arbeidsmigranten ruimtelijk willen faciliteren. Op deze manier kunnen gemeenten en provincie in een vroeg stadium overeenstemming bereiken over de manier waarop de huisvesting van arbeidsmigranten in een gebied vorm zal krijgen in het licht van de Ladder voor duurzame verstedelijking.”</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel tot wijziging van het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>De tekst in paragraaf 2.2.3 van het Programma ruimte over de huisvesting van arbeidsmigranten wordt aangepast.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28116">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>11</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.4 Recreatiewoningen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het beleid voor recreatiewoningen is verwoord in paragraaf 3.2.2 van het Programma ruimte. Hierin is aangegeven dat nieuwe recreatiewoningen alleen kunnen worden toegestaan in bestaande en nieuwe parken. Tevens is aangegeven dat de provincie permanente bewoning van recreatiewoningen als een ongewenste ontwikkeling beschouwt.</p>

<p> </p>

<p>Dit beleid wordt gecontinueerd. Wel is het wenselijk de tekst iets te verduidelijken. Onduidelijk is wat onder een park wordt verstaan. Daarom wordt een begripsbepaling toegevoegd aan de verklarende woordenlijst in bijlage 2 van de visie. Een bedrijfsmatige exploitatie en gemeenschappelijke voorzieningen zijn nodig om permanente bewoning tegen te gaan.</p>

<p> </p>

<p>De tekst over recreatiewoningen komt daarom als volgt te luiden:</p>

<p> </p>

<p>“Nieuwe recreatiewoningen zijn alleen toegestaan in bestaande of  nieuwe verblijfsrecreatieparken, teneinde permanente bewoning tegen te gaan.<br />
Het beleid voor ruimtelijke kwaliteit is van toepassing. De uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatiepark zal veelal een vorm van ‘aanpassing’ zijn. De ontwikkeling van een nieuw verblijfsrecreatiepark zal veelal een vorm van ‘transformatie’ zijn. Een recreatiewoning wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling.<br />
Permanente bewoning van recreatiewoningen beschouwt de provincie als een onwenselijke ontwikkeling.”</p>

<p> </p>

<p>De begripsbepaling “verblijfsrecreatiepark” luidt als volgt:</p>

<p> </p>

<p>“een terrein van enige omvang met een recreatief karakter, met gemeenschappelijke voorzieningen en overeenkomstig inrichting en juridische bestemming bedoeld om recreatiewoningen voor tijdelijk verblijf, bedrijfsmatig te exploiteren.”</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, maar wel tot wijziging van de Visie ruimte en mobiliteit en het Programma ruimte</em>:</p>

			<p>De tekst over recreatiewoningen in paragraaf 3.2.2 van het Programma ruimte wordt aangepast, zoals hierboven aangegeven.</p>

			<p>Aan de verklarende woordenlijst in bijlage 2 van de Visie ruimte en mobiliteit wordt de begripsbepaling “verblijfsrecreatiepark” toegevoegd.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28117">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>12</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.5 (Boven)regionale voorzieningen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p> </p>

<p>In het Programma ruimte is het beleid ten aanzien van bovenregionale voorzieningen vastgelegd. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om ziekenhuizen, onderwijsinstellingen, musea, bioscopen en theaters. Aangegeven is dat het wenselijk is bovenregionale voorzieningen zoveel mogelijk in stedelijke centra te realiseren, zodat deze voorzieningen een bijdrage kunnen leveren aan de vergroting van de agglomeratiekracht. Tevens is aangegeven dat de provincie hierover afspraken wil maken met gemeenten.</p>

<p> </p>

<p>Dit beleid werkt in de praktijk niet goed. Zo wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende typen voorzieningen. Voorzieningen zoals theaters en bioscopen dragen echter veel meer bij aan de attractiviteit van de centra, dan voorzieningen zoals ziekenhuizen en onderwijsinstellingen. Ook blijkt er geen goed antwoord te zijn op een reeks van initiatieven voor grootschalige bioscoopcomplexen in de voorsteden en op locaties buiten de centra. Het is daarom wenselijk duidelijker aan te geven welke doelen de provincie nastreeft bij dit soort voorzieningen en wat de provincie verwacht van gemeenten op dit punt.</p>

<p> </p>

<p><em>Uit de VRM: Vergroten agglomeratiekracht en bovenregionale voorzieningen</em><br />
In paragraaf 1.3 van de VRM staat opgetekend wat er voor nodig is om agglomeratiekracht te vergroten.<br />
Het vergroten van de agglomeratiekracht vraagt om verbindingen en ruimtelijke kwaliteiten die de ontmoeting tussen mensen en de uitwisseling van goederen en informatie mogelijk maken. Dat gaat niet alleen om het toevoegen van vierkante meters of tracés. Het gaat ook om het leggen van sociale en economische relaties, om meer onderlinge verbondenheid, zodat bestaande voorzieningen en gebieden beter kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van het geheel. De fysieke infrastructuur en de ruimtelijke inrichting ondersteunen deze verbondenheid. Bij de investeringen in het netwerk ligt de prioriteit bij de grootste knelpunten en hun relatie tot de economische agenda. De provincie wil kwaliteiten van de stedelijke agglomeratie versterken door woon- en werkfuncties en voorzieningen op excellent bereikbare knooppunten te clusteren en concentreren. Verder wil de provincie ruimte bieden voor functiemenging.</p>

<p> </p>

<p>Het onderdeel clusteren en concentreren van voorzieningen op excellent bereikbare knooppunten is uitgewerkt in paragraaf 2.3.2. van het Programma ruimte, waar staat dat de provincie het wenselijk vindt dat bovenregionale voorzieningen zoveel mogelijk in stedelijke centra worden gerealiseerd, zodat deze voorzieningen een bijdrage kunnen leveren aan de vergroting van de agglomeratiekracht.</p>

<p> </p>

<p><em>Knelpunten huidige beleidssituatie</em><br />
Als voorbeelden van bovenregionale voorzieningen worden in het Programma ruimte genoemd: MBO/HBO-instellingen, universiteiten, ziekenhuizen en specialistische klinieken, musea, bioscopen en theaters. Waar het wel logisch lijkt om musea, bioscopen, theaters en dergelijke in een stadscentrum te realiseren, is dat voor ziekenhuizen veel minder logisch. Zoals hierboven aangegeven dragen theaters en bioscopen in grotere mate bij aan de attractiviteit van een centrum dan ziekenhuizen. Voor de laatste categorie is het vooral logisch dat deze op een goed bereikbare plek worden gevestigd, maar dit hoeft niet per se het stadscentrum te zijn.</p>

<p> </p>

<p>De term bovenregionale voorzieningen is niet juist. Het gaat niet alleen om bovenregionale voorzieningen, maar om alle voorzieningen met een bovenlokaal verzorgingsgebied. Het gaat om voorzieningen die, ter versterking van de agglomeratiekracht (vitaliteit en kwaliteit van de centra), bij voorkeur gesitueerd moeten worden in de centra van steden.</p>

<p> </p>

<p>Ook is in het Programma ruimte niet benoemd wat de stedelijke centra zijn waar deze (boven)regionale voorzieningen zich kunnen vestigen. In alle centra zijn op grond van het huidige beleid dus voorzieningen van een bovenregionale omvang mogelijk. Het lijkt hier logisch om een gradatie van steden / stadscentra aan te houden, waarbij de mate van multimodale bereikbaarheid in combinatie met de functie van de stad / het stadscentrum ( gaat het bijvoorbeeld om een centrumgemeente of stadscentrum met een specifieke profilering als Zoetermeer leisurestad) bepalend zijn voor de toelaatbaarheid van een voorziening met een specifieke omvang.</p>

<p> </p>

<p>Verder staat er in het Programma ruimte dat de provincie afspraken wil maken met gemeenten over de locatiekeuze voor dit type voorzieningen. Afspraken met gemeenten zijn nog niet gemaakt. Insteek voor deze actualisering is dat met de aanpassing van het beleid het maken van specifieke afspraken met gemeenten niet meer nodig is.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel tot wijziging van het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>Gelet op het voorgaande wordt de tekst over bovenregionale voorzieningen in paragraaf 2.3.2 van het Programma ruimte aangepast.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28118">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>13</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.6 Luchtvaart</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Momenteel is het luchtvaartbeleid ondergebracht in het programma Mobiliteit. Vanwege de grote ruimtelijke consequenties van luchthavens wordt dit overgeheveld naar het Programma ruimte. Daarnaast is het nodig het huidige luchtvaartbeleid te actualiseren. Ook is een nadere uitwerking van de opgenomen hoofdlijnen van beleid nodig.</p>

<p>     </p>

<p>In het huidige programma is aangekondigd dat Rotterdam The Hague Airport voornemens is een luchthavenbesluit aan te vragen. De luchthaven heeft inmiddels de eerder aangekondigde onderzoeken ten behoeve van het luchthavenbesluit gepresenteerd. De concrete acties zoals deze waren opgenomen in het provinciale beleid, evenals de stand van zaken, zijn daardoor inmiddels (deels) achterhaald. Actualisering van het beleid op dit punt is daarom wenselijk. Wijziging van de beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van de luchthaven vindt niet plaats.</p>

<p> </p>

<p>Het programma is aangevuld met een toelichting op de bevoegdheden van de provincie en de relatie met het landelijk beleid en vigerende regelgeving ter verduidelijking van deze aspecten.</p>

<p> </p>

<p><em>Kleine en recreatieve luchtvaart</em><br />
Een specifieke uitwerking van het luchthavenbeleid is nodig met betrekking tot initiatieven van kleine en recreatieve luchtvaart, met in het bijzonder commerciële helihavens. Deze uitwerking heeft onder meer betrekking op de locatie van luchthavens en de maatschappelijke randvoorwaarden waaraan deze locaties moeten worden getoetst. Als leidend uitgangspunt hanteert de provincie dat gezocht wordt naar een balans tussen de maatschappelijke dan wel individuele belangen aan de ene kant en het belang van bescherming van natuurbeschermingsgebieden en de kwaliteit van de leefomgeving aan de andere kant. Gelet op het diverse karakter van de kleine luchtvaart en het beperkt aantal aanvragen, vergt iedere luchthaven maatwerk. De in dit concept opgenomen aanvullende beoordelingscriteria zullen naar verwachting voldoen aan de wens een duidelijker afwegingskader te bieden en tegelijkertijd maatwerk te kunnen leveren.</p>

<p> </p>

<p>Het maximum aantal vergunde luchthavens wordt losgelaten. In plaats daarvan zal een kwalitatieve beoordeling plaatsvinden.</p>

<p> </p>

<p>In het Programma Mobiliteit was de bepaling opgenomen dat aan gemotoriseerde kleine luchtvaart enkel ruimte geboden wordt op Rotterdam The Hague Airport. Deze bepaling behoeft verduidelijking, omdat onvoldoende helder is welke categorieën luchtvaart hieronder vallen. Gewone vleugelvaste vliegtuigen, aangeduid als single engine piston, worden geaccommodeerd op Rotterdam The Hague Airport. Aanvragen voor nieuwe locaties zullen worden afgewezen. De geluidsarme gemotoriseerde luchtvaart, Micro Light Aircraft, motorzweefvliegen en paramotorvliegen, kunnen echter vanwege de interferentie met het luchthavenverkeer, niet gevestigd worden op Rotterdam The Hague Airport. Aanvragen voor deze categorieën kleine luchtvaart dienen daarom niet op voorhand te worden afgewezen. Wel zal een zorgvuldige afweging plaatsvinden ten aanzien van het effect op de leefomgeving, hinder, natuur en beschermde diersoorten.</p>

<p>Bij de definiëring van de categorieën is gebruik gemaakt van het inmiddels ingetrokken Beleidsplan regionale luchtvaart 2008-2020 en Verordening Ruimte 2010.</p>

<p> </p>

<p><em>Schiphol en 20 Ke contour</em><br />
Op dit moment wordt het Luchthavenindelingsbesluit van Schiphol herzien. In dit proces loopt een discussie welke overheidslaag verantwoordelijk is voor het beperkingenregime binnen de 20KE-geluidcontour. Het beperkingenregime gaat over de woningbouwmogelijkheden binnen deze geluidscontour. Concreet gaat het over de vraag in welke mate herstructurering, intensivering en transformatie naar woningbouw wordt toegestaan binnen en buiten bestaand stads en dorpsgebied. Tot op heden is het Rijk verantwoordelijk voor de ruimtelijke regels binnen de 20KE-geluidscontour. Deze regels staan in het Luchthavenindelingsbesluit (LiB) dat het Rijk momenteel wijzigt. Na de eerdere decentralisatie van de verstedelijkingsopgave naar provincies en gemeenten is de volgende stap dat de afweging tussen de woningbouwopgave en de geluidhinder binnen de 20 Ke-contour een verantwoordelijkheid van de provincie wordt. Dit is zo ook al door de Staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer over het te wijzigen LiB genoemd. Vooruitlopend op de definitieve Lib is het nodig dat de provincie een beperkingenregime van de 20KE-geluidscontour opstelt en in de Verordening Ruimte opneemt.</p>

<p> </p>

<p><em>Helikopterluchthavens</em><br />
Een specifieke uitwerking van het luchthavenbeleid was nodig voor commerciële helihavens. Deze uitwerking heeft onder meer betrekking op de locatie van luchthavens en de maatschappelijke randvoorwaarden waaraan deze locaties moeten worden getoetst. In het Programma Ruimte zijn de diverse categorieën helikopterluchthavens benoemd en toetsingskaders gedefinieerd. Onderdelen van de inmiddels ingetrokken Verordening Ruimte 2010 zijn hierbij geherintroduceerd.</p>

<p> </p>

<p><em>Onbemande luchtvaartuigen</em><br />
Kaders vanuit de Wet luchtvaart<br />
Onder voorwaarden kan overal gestart en geland worden met een onbemand luchtvaartuig of modelvliegtuig. Deze activiteiten kunnen zonder ontheffing of vergunning van de provincie of gemeente plaatsvinden. Echter de Wet luchtvaart schrijft wel een maximale vlieghoogte en minimale afstand voor tot aaneengesloten bebouwing, mensenmenigten en autowegen. Ook mogen vluchten niet plaatsvinden in de CTR van Rotterdam The Hague Airport, dat wil zeggen binnen een straal van 15 km van deze luchthaven.</p>

<p> </p>

<p>Voor zwaardere onbemande luchtvaartuigen (enkel voor professioneel gebruik) tussen 25 en 150 kg, kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen voor Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik van een terrein. Op deze categorie is de provinciale Beleidsregel Landen en Opstijgen op terreinen anders dan luchtvaartterreinen (2013) van toepassing.</p>

<p> </p>

<p>Vanuit de Wet luchtvaart geldt geen beperking voor het starten of landen in een natuur- of stiltegebied. Dit betekent echter niet dat alle activiteiten zondermeer zijn toegestaan. De Flora- en Faunawet stelt onder meer dat het voor een ieder verboden is nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren (art. 11). Als gevolg hiervan kan een ieder aangehouden worden bij overtreding van de Flora- en Faunawet.</p>

<p> </p>

<p>In bepaalde gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de toegang tot een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument beperken of verbieden op basis van de Natuurbeschermingswet, voor zover dit noodzakelijk is voor de bescherming van natuurwaarden. Indien significante verstoring kan optreden door bepaalde activiteiten kunnen deze opgenomen worden in een toegangsbeperkingsbesluit. Momenteel bestaat onvoldoende duidelijkheid in welke mate significante verstoring optreedt bij het vliegen met onbemande luchtvaartuigen. Het zondermeer verbieden van activiteiten voor elk N2000 gebied en/of beschermd natuurmonument, zonder duidelijkheid of significante verstoring optreedt, houdt juridisch mogelijk geen stand. Het is daarom wenselijk dat onderzoek gedaan wordt naar de verstorende effecten van deze categorie van luchtvaart zodat algemene richtlijnen kunnen worden opgesteld, zoals ook heeft plaatsgevonden over het starten en landen met helikopters.</p>

<p> </p>

<p>Bij Vogelrichtlijnengebieden wordt in elk geval een algemeen gebiedsbeperkingsbesluit voorgestaan voor luchtvaartverkeer onder de 300 meter (of 1000 voet), inbegrepen onbemande luchtvaartuigen.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijziging in de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>In paragraaf 2.2.2. van de Visie ruimte en mobiliteit wordt de tekst over de inpassing van kleine en recreatieve luchtvaart aangevuld. In paragraaf 2.3.1 van de visie wordt de tekst over Schiphol en de 20 Ke-contour aangepast en aangevuld.</p>

			<p> </p>

			<p>Het Programma ruimte wordt aangevuld met paragraaf 2.5 (luchtvaart), met de subparagrafen 2.5.1 (Rotterdam The Hague Airport), 2.5.2 (Schiphol) en 2.5.3 (kleine en recreatieve luchtvaart). Hierin worden de geactualiseerde en aangevulde teksten over het luchthavenbeleid afkomstig uit het Programma mobiliteit opgenomen.</p>

			<p>In de Verordening ruimte wordt <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28331" id="LNT2">Artikel 2.1.11 20 Ke-contour Schiphol [NIEUW]</imropt:interneVerwijzing> ingevoegd, alsmede een toelichting behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28337" id="LNT3">artikel 2.1.11 20 Ke-contour Schiphol</imropt:interneVerwijzing>. Tevens wordt ingevoegd een nieuwe kaart 13 (20 Ke-contour Schiphol) bijbehorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28331" id="LNT4">Artikel 2.1.11 20 Ke-contour Schiphol [NIEUW]</imropt:interneVerwijzing>van de Verordening ruimte.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28119">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>14</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.7 Veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Relatie met basisnet water</em>
        <br />
In de toelichting op artikel 2.1.10 Veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas van de Verordening Ruimte staat dat PS een besluit nemen over het al dan niet voortzetten van het artikel als basisnet water in werking is getreden. Het basisnet water is met het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) per 1 april 2015 in werking getreden. In het Bevt is een regeling opgenomen voor plasbrandaandachtsgebieden met een vergelijkbare ruimtelijke doorwerking als artikel 2.1.10 van de Verordening Ruimte. Echter deze regeling is alleen van toepassing op rijkswegen en spoorwegen waarover aanzienlijke hoeveelheden brandbare vloeistoffen worden vervoerd, en niet op rijksvaarwegen. Vanaf 2019 moeten alle schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren dubbelwandig zijn uitgevoerd. In de veronderstelling dat de kans op een plasbrand bij dubbelwandige schepen dan verwaarloosbaar is, zijn de rijksvaarwegen buiten de regeling voor plasbrandaandachtsgebieden gehouden. Maar gelet op het aantal vaarbewegingen met brandbare vloeistoffen op de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas is de kans op het optreden van een plasbrand bij dubbelwandige schepen daar nog steeds aanzienlijk: namelijk in de ordegrootte waarvoor in de Ministeriële regeling basisnet langs rijkswegen en spoorwegen plasbrandaandachtsgebieden zijn aangewezen. Een plasbrandaandachtsgebied voor de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas is dan ook te rechtvaardigen. Conclusie is dat de regeling in het Bevt de veiligheid langs de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas niet op een vergelijkbare wijze kan waarborgen als artikel 2.1.10 van de Verordening Ruimte. Artikel 2.1.10 van de Verordening Ruimte wordt daarom gehandhaafd. De toelichting van de verordening wordt hierop aangepast.</p>

<p> </p>

<p><em>Begrenzing werkingsgebied</em><br />
Per abuis is de begrenzing van Uitzondering havenindustrieel complex aan de oostzijde te ver doorgetekend. De oostgrens is gecorrigeerd van raainummer 2003 naar raainummer 2005.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014</em>:</p>

			<p>In de toelichting op <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28300" id="LNT5">artikel 2.1.10 Veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte wordt het tekstblok onder het kopje “Relatie met basisnet water” geschrapt.</p>

			<p>Kaart 6 (Veiligheidszonering Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas) behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28196" id="LNT6">Artikel 2.1.10 Veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte wordt aangepast, zoals hierboven aangegeven.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28120">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>15</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.8 Ruimtelijke Kwaliteit</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Verduidelijking begrippen en regels</em>
        <br />
Met de vaststelling van de Visie ruimte en mobiliteit is het nieuwe handelingskader ruimtelijke kwaliteit in werking getreden. Inmiddels is hiermee de nodige ervaring opgedaan. Samen met partners is het Werkboek Ruimtelijke Kwaliteit opgesteld. Het begrippenkader van ruimtelijke kwaliteit is hierin uitgelegd en toegepast op verschillende casussen. In grote lijnen werkt het handelingskader goed. Enkele begrippen blijken echter lastig hanteerbaar of zijn onvoldoende eenduidig. Daarom is via het werkboek onderzoek verricht naar eenduidiger begrippen. Dit leidt tot aanpassing van de teksten en de regels in de visie en de verordening.</p>

<p> </p>

<p><em>Schrappen van overbodige regels</em><br />
De artikelen 2.3.2 (over het herbestemmen van bestaande bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied) en 2.3.3 (over bestaande bedrijven buiten bestaand stads- en dorpsgebied) komen te vervallen, omdat deze weinig toevoegen aan de in artikel 2.2.1 opgenomen algemene regels voor ruimtelijke kwaliteit. In de praktijk blijken deze regels vooral verwarring op te roepen. Twee kleine onderdelen van deze artikelen worden wel gehandhaafd, het gaat om de regels voor bedrijfswoningen en functieverandering bij kassen. De betreffende regels worden overgeheveld naar een nieuw in te voegen zesde lid bij artikel 2.2.1.</p>

<p> </p>

<p>Op onderdelen was het beleid voor landgoederen, buitenplaatsen en kastelen nog niet goed verwoord in het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. Dit wordt nu aangevuld.</p>

<p> </p>

<p><em>Maasdijk</em><br />
Om de cultuurhistorische kwaliteit van de Maasdijk te borgen, wordt deze toegevoegd aan de kwaliteitskaart. De Maassluissedijk wordt eveneens toegevoegd.</p>

<p> </p>

<p>Andere aanpassingen van de regels voor ruimtelijke kwaliteit hangen samen met de onderwerpen:<br />
- aardkundige waarden<br />
- kustbebouwing<br />
- graslanden duin- en bollenstreek.</p>

<p>Zie de betreffende onderwerpen voor een toelichting op de aanpassingen.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit</em>:</p>

			<p>De teksten over ruimtelijke kwaliteit in Visie ruimte en mobiliteit in paragraaf 1.4.2 en in bijlage 1 (uitwerking kwaliteitskaart) worden aangepast en aangevuld.</p>

			<p> </p>

			<p>De Maasdijk en de Maassluissedijk worden als polderdijk toegevoegd aan kaartlaag 2 cultuur- en natuurlandschappen in bijlage 1 Uitwerking kwaliteitskaart van de Visie ruimte</p>

			<p> </p>

			<p><imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT7">Artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte wordt aangepast, evenals de toelichting behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28301" id="LNT8">artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit</imropt:interneVerwijzing></p>

			<p> </p>

			<p>De volgende artikelen in de Verordening ruimte komen te vervallen:</p>

			<ul>
				<li><imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28211" id="LNT9">Artikel 2.3.2 Herbestemmen bestaande bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied [VERVALLEN]</imropt:interneVerwijzing>)</li>
				<li><imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28212" id="LNT10">Artikel 2.3.3 Bestaande niet-agrarische bedrijven en bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied [VERVALLEN]</imropt:interneVerwijzing> </li>
				<li><imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28227" id="LNT11">Artikel 2.3.7 Bescherming graslanden in de Bollenstreek [VERVALLEN]</imropt:interneVerwijzing></li>
			</ul>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28121">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>16</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.9 Strandbebouwing</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kust van Zuid-Holland is een waardevol landschap. Het strand en de duinen kennen een grote natuurlijke dynamiek en hoge ecologische waarden. Daarnaast vormt de kust een aantrekkelijke plek om te recreëren. In het zomerseizoen vormt het strand een afwisselende strook van drukke delen nabij kustplaatsen, en meer rustige delen. Door forse gezamenlijke investeringen is de kust veilig en is de bereikbaarheid, natuurlijkheid en aantrekkelijkheid toegenomen.</p>

<p> </p>

<p>Zowel maatschappelijk als bestuurlijk is er grote zorg dat door een toename van bebouwing op het strand er grote afbreuk wordt gedaan aan zowel de natuurlijkheid als de omgevingskwaliteit van de kust. Het is van groot belang om in de nabijheid van de stad plekken te hebben waar rust en natuurlijkheid het beeld bepalen.</p>

<p> </p>

<p><em>Aanscherping beleid</em><br />
Belangrijkste onderdeel van de aanscherping van het beleid betreft het toevoegen van delen van de  stranden tussen Hoek van Holland en Noordwijk aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het krijgt daarmee de status van beschermingscategorie 1. Dit betekent dat toekomstige ontwikkelingen moeten passen bij de maat en schaal van bestaande kenmerken van een gebied. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart.</p>

<p> </p>

<p>Voor de rustige delen van het strand bestaan die kenmerken uit een grote mate van natuurlijke dynamiek in samenhang met de zee en het duinlandschap. Daarbij bepalen de vrije toegankelijkheid, openheid en rust het beeld.</p>

<p> </p>

<p>De teksten worden conform aangepast in de visie en in de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Hier wordt toegevoegd dat op de rustige stranden meer ingezet wordt op de openheid en rust en dat daarmee geen nieuwe seizoensgebonden en/of permanente bebouwing ten behoeve van verblijfsrecreatie wordt toegestaan.</p>

<p> </p>

<p>De status van NNN doet meer recht aan de grote kwaliteit die aan de kust wordt toegekend en het totale kustlandschap waarin zee, strand en duinen op logische wijze met elkaar samenhangen.</p>

<p>Bij de kustplaatsen wordt de begrenzing nader uitgewerkt. Daar blijft ruimte voor ontwikkeling.</p>

<p> </p>

<p>De kaart met de verbeelding van het NNN wordt conform aangepast. De rustige stranden tussen Hoek van Holland en Noordwijk die liggen voor Natura 2000 duingebied worden toegevoegd aan het NNN. De stranden liggend voor de kustplaatsen worden daarmee niet toegevoegd aan het NNN (ook al is daar in een aantal gevallen sprake van smal duingebied met een Natura 2000-status).</p>

<p> </p>

<p>Bestaande permanente en seizoensgebonden bebouwing die binnen het NNN gaat vallen mag blijven staan of kan (voor zover er niet op basis van andere criteria anders wordt besloten) elk jaar worden teruggebouwd. Ook als verplaatsing als gevolg van duinaangroei nodig is.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>Dit leidt tot aanpassing en aanvulling van de teksten over het strand in de Visie ruimte en mobiliteit:</p>

			<ul class="circle">
				<li>paragraaf 3.2.2 (beschermingscategorieën);</li>
				<li>paragraaf 3.4 (behouden en vergroten biodiversiteit);</li>
				<li>- bijlage 1 (uitwerking kwaliteitskaart).</li>
			</ul>

			<p> </p>

			<p>Tevens leidt dit tot aanpassing van de begrenzing van het NNN op kaart 7 (beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit) behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT12">Artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit</imropt:interneVerwijzing> en kaart 8 (Natuurnetwerk Nederland) behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28305" id="LNT13">artikel 2.3.2 Natuurnetwerk Nederland [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte. Dit werkt door op de kaarten in paragraaf 3.2 en 3.4 van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 3.4 van het Programma ruimte.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28122">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>17</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.10 Provinciale landschappen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De nieuwe Wet natuurbescherming maakt het mogelijk dat Gedeputeerde Staten vanaf 1 januari 2017 gebieden gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland kunnen aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als bijzondere provinciale natuurgebieden of provinciale landschappen. Bezien zal worden wat de toegevoegde waarde is van deze nieuwe mogelijkheid, naast het huidige beschermingsniveau en de mogelijkheid tot aanwijzing van waardevolle gebieden in de Visie ruimte en mobiliteit. Daarbij zal ook gekeken worden naar het beschermingsniveau van specifieke gebieden, waaronder Midden-Delfland.</p>

<p>Als proef is in Midden-Delfland gestart met het maken van een gebiedsbeschrijving. Met de gebiedsbeschrijving wordt vastgelegd wat ontwikkelingsmogelijkheden zijn en wat beschermd moet worden.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, maar wel tot wijziging van het Programma ruimte</em>:</p>

			<p>Een tekst hierover wordt toegevoegd aan paragraaf 3.4 (behouden en vergroten van biodiversiteit) van het Programma ruimte.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28123">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>18</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.11 Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur)</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Verandering in naamgeving</em>
        <br />
De nieuwe naam van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit wordt aangepast in visie, programma en verordening.</p>

<p> </p>

<p><em>Begrenzing NNN</em><br />
De begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland  wordt op een aantal plaatsen aangepast. De redenen hiervoor zijn verschillend. De belangrijkste redenen zijn hieronder aangegeven.</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>Er is sprake van een kaartfout; de kaart wordt aangepast aan de daadwerkelijke situatie in het veld.</li>
	<li>Er is een deel van een ecologische verbinding nader uitgewerkt of gerealiseerd, waardoor de enigszins sjabloonmatige strook op de kaart kan worden vervangen door de daadwerkelijke begrenzing. Een voorbeeld hiervan is de ecologische verbinding in de Oostvlietpolder (Leiden).</li>
	<li>Er is nieuwe natuur nader uitgewerkt of gerealiseerd, waarbij de exacte begrenzing in het veld afwijkt van de kaart. Een voorbeeld hiervan is de aanpassing van de begrenzingen tussen recreatiegebied en NNN op het Eiland van Dordrecht.</li>
	<li>Er is sprake van compenserende nieuwe natuur (in combinatie met het verdwijnen van ‘belangrijk weidevogelgebied’ of NNN). Een voorbeeld hiervan is de toegevoegde nieuwe natuur in polder Hoogeweg en in de Elsbroekerpolder als compensatie voor de gevolgen van de Rijnlandroute.</li>
	<li>Er is sprake van een gerealiseerd nieuw landgoed (bij Battenoord).</li>
	<li>In twee gevallen is aan een deel van een te verkopen ‘Provinciaal Recreatiegebied’, dat een verbindende schakel vormt tussen delen van het NNN, de NNN-status gegeven, in de Alblasserwaard en bij de Ackerdijkse plassen.</li>
	<li>De categorie ‘blijvend agrarisch gebied binnen Natura 2000’ krijgt de status van NNN, conform de regelgeving van het Rijk; deze status was eerder abusievelijk vervallen. Het grootste voorbeeld hiervan ligt in het Oudeland van Strijen.</li>
</ul>

<p> </p>

<p><em>Toelichting verordening</em><br />
In de toelichting op artikel 2.3.4 (NNN) van de Verordening ruimte is aangegeven dat bestaande bebouwing, erven, tuinen en wegen met een gesloten verharding niet tot het NNN behoren. Hieraan wordt toegevoegd “inclusief bermen”.</p>

<p> </p>

<p>Een andere aanpassing in de toelichting op de verordening betreft de passage waarin uitgelegd wordt wanneer sprake is van een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden. Deze passage geeft nu aanleiding tot misverstand. Deze passage wordt daarom geschrapt.</p>

<p> </p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>De term Ecologische Hoofdstructuur (EHS) wordt zowel in de Visie ruimte en mobiliteit, in het Programma ruimte, als in de <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28136" id="LNT14">Verordening ruimte 2014 - complete tekst met wijzigingen</imropt:interneVerwijzing> vervangen door de term Natuurnetwerk Nederland (NNN).</p>

			<p> </p>

			<p>Tevens leidt dit tot aanpassing van de begrenzing van het NNN op kaart 7 (beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit) behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT15">Artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit</imropt:interneVerwijzing> en kaart 8 (Natuurnetwerk Nederland) behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" id="LNT16">Artikel 2.3.2 Ecologische Hoofdstructuur en strategische reservering natuur [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte. Dit werkt door op de kaarten in paragraaf 3.2 en 3.4 van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 3.4 van het Programma ruimte.</p>

			<p> </p>

			<p>De <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28285" id="LNT17">toelichting</imropt:interneVerwijzing> van de verordening wordt op bovengenoemde punten aangepast.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28124">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>19</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.12 Aardkundige waarden</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Aardkundige waarden zijn onderdelen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied door zon, wind en water. De waarden hebben een relatie met de geologische opbouw, de geomorfologie (landvormen), de hydrologie (ondergrondse waterstromen) en bodemkundige verschijnselen. De waarde van bepaalde verschijningsvormen zijn afhankelijk van zeldzaamheid, mate van gaafheid, kenmerkendheid, zichtbaarheid, toegankelijkheid en reproduceerbaarheid.</p>

<p>                     </p>

<p>Aardkundige waarden geven identiteit aan een gebied, brengen variatie in het landschap en vervullen daardoor een rol bij natuur en recreatie. Ook spelen aardkundige verschijnselen een rol in hydrologische systemen en hebben een bijzondere educatieve waarde. Aardkundige waarden zijn dan onderdeel van ruimtelijke planvormingsprocessen. Veel van deze waarden zijn daarom terug te vinden in de kwaliteitskaart, laag van de ondergrond. </p>

<p> </p>

<p>Het Programma ruimte verwoordt expliciet de operationele doelstelling om de archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden te behouden en waar mogelijk te ontwikkelen door deze te betrekken in het beleid voor ruimtelijke kwaliteit en bij gebiedsontwikkelingen. In tegenstelling tot sommige andere provincies heeft de provincie Zuid-Holland een globale, landelijke inventarisatie van aardkundige waarden in 1999 (zoals vanuit Rijksbeleid werd voorgesteld) niet nader in kaart gebracht. De aardkundige waarden in Zuid-Holland zijn daarom begin 2016 nader geïnventariseerd en geactualiseerd. Op basis daarvan is de Kwaliteitskaart ‘Laag van de ondergrond’ aangepast, aangevuld en verbeterd. Korte toelichtingen op enkele relevante aardkundige kenmerken van Zuid-Holland zijn ook tekstueel  toegevoegd aan Bijlage 1 Uitwerking kwaliteitskaart’.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit</em>:</p>

			<p>Dit leidt tot tekstwijzigingen in paragraaf 1.5, paragraaf 3.5 en in bijlage 1 van de Visie ruimte en mobiliteit (uitwerking kwaliteitskaart).</p>

			<p>Tevens leidt dit tot aanpassing van de laag van de ondergrond in bijlage 1 (uitwerking kwaliteitskaart) van de Visie ruimte en mobiliteit.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28125">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>20</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.13 Archeologie - Cultuurhistorische Hoofdstructuur</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Voor archeologie zijn in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) twee soorten waarden opgenomen: <em>bekende</em> en <em>verwachte</em> archeologische waarden. Beide soorten waarden zijn geactualiseerd. De bescherming hiervan loopt mede via het ruimtelijk spoor, vandaar dat ook in de Visie ruimte en mobiliteit (paragraaf 4.3.5) en het Programma ruimte (paragraaf 4.3) hierover beleid is opgenomen. De Verordening ruimte (artikel 2.4.4.) bevat regels voor de bescherming van de bekende archeologische waarden en –voor wat de Limes betreft- ook de bescherming van de verwachte archeologische waarden.</p>

<p> </p>

<p><em>Bekende archeologische waarden</em><br />
Op dit moment zijn in totaal circa 700 archeologische terreinen van provinciaal belang. Conform artikel 2.4.4. van de Verordening ruimte dienen gemeenten deze terreinen planologisch te beschermen via het bestemmingsplan. Deze laag dateert uit 2007. Er zijn sindsdien nieuwe gegevens beschikbaar gekomen en veranderingen opgetreden, bijvoorbeeld door verstoringen en opgravingen. Deze nieuwe gegevens en veranderingen zijn verwerkt in een actueel kaartbeeld.</p>

<p> </p>

<p>De bekende archeologische waarden zijn aangeduid op kaartbeelden in de CHS, de visie, het programma en de verordening. De actualisering leidt tot aanpassing van de betreffende kaarten.</p>

<p> </p>

<p><em>Verwachte archeologische waarden</em><br />
Op basis van recente geologische informatie zijn zones met een hoge verwachting van archeologische sporen herbegrensd en ook voorzien van een diepte-aanduiding. Hierdoor kan nauwkeuriger worden aangegeven of sprake is van een archeologische verwachting. Onderzoek en/of bescherming van deze bijgestelde archeologische verwachtingswaarden is van directe toepassing op provinciale projecten en gemeentegrensoverschrijdende projecten. Voor gemeenten is deze aanpassing een handreiking voor de kartering en bescherming van archeologische verwachtingszones in hun eigen archeologische beleids- en waardenkaarten.</p>

<p> </p>

<p>De verwachte archeologische waarden zijn aangeduid op de CHS. In de Verordening ruimte zijn de verwachte waarden alleen aangeduid voor zover het de Romeinse Limes betreft. Omdat er voor de Limes geen veranderingen zijn ten aanzien van de archeologische verwachtingswaarde, leidt de actualisering alleen tot aanpassing van het kaartbeeld van de CHS.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijziging van de<em> Visie ruimte en mobilitiet </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>De aanduiding van de bekende archeologische waarden op de kaarten behorende bij de CHS en kaart 12 behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28241" id="LNT18">Artikel 2.4.4 Archeologie en Romeinse Limes</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte worden gewijzigd. Dit werkt door op de kaarten in paragraaf 4.3.5 van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 4.3. van het Programma ruimte.</p>

			<p>De aanduiding van de verwachte archeologische waarden op de kaart behorende bij de CHS wordt gewijzigd.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28126">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>21</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.14 Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het beleid ten aanzien van zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied is nog in ontwikkeling. Momenteel wordt een verkenning uitgevoerd. Ook worden enkele pilotprojecten op Goeree Overflakkee gerealiseerd. Deze aanpak van verkennen, verduidelijken, experimenteren en - als stip op de horizon – toekomstig beleid voor zonne-energie als onderdeel van de ruimtelijke visie op duurzame energie, is nog in uitvoering. In een volgende actualisering van de Visie ruimte en mobiliteit zal dit wellicht leiden tot nieuw beleid.</p>

<p>Tegelijkertijd worden verzoeken ingediend voor initiatieven voor zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied, waarop de provincie in deze tussenfase zorgvuldig antwoord moet geven. De huidige tekst over zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied in de Visie ruimte en mobiliteit en het Programma ruimte is onvoldoende duidelijk om te kunnen besluiten over instemming met deze initiatieven. Daarom wordt als tussenstap in de ontwikkeling van nieuw beleid, in deze actualisering aangegeven onder welke voorwaarden de provincie zal instemmen met initiatieven. Het betreft hier dus een tijdelijke aanpassing. In de energieagenda wordt een ruimtelijke strategie aangekondigd voor energielandschappen die neer zal dalen in de omgevingsvisie van de provincie.</p>

<p>Daarom zal onderstaande tekst worden opgenomen in het Programma ruimte, ter vervanging van het bestaande tekstblok over ‘bottom-up initiatieven’.</p>

<p>“Omdat zonnevelden een relatief nieuw fenomeen zijn, wil de provincie experimenteerruimte bieden voor zonne-initiatieven buiten bestaand Stedelijk en dorpsgebied. Daarbij gaat de voorkeur uit naar initiatieven waarvan de plek nog niet exact is bepaald en er ruimte is om te zoeken naar de juiste plek voor het initiatief afhankelijk van de lokale situatie. Bij voorkeur ligt het experiment op locaties waar op termijn een andere functie is voorzien, maar waar die bestemming om diverse redenen vooralsnog niet wordt gerealiseerd.</p>

<p>Deze initiatieven moeten aan de volgende voorwaarden voldoen.</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>Aan het initiatief voor het experiment moet een duidelijke onderzoeksvraag te koppelen zijn.</li>
	<li>Vooraf is duidelijk dat er draagvlak is bij betreffende gemeenten en omwonenden/belanghebbenden.</li>
	<li>Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid  is van toepassing (generiek en het specifieke beleid voor de beschermingscategorieën 1 en 2). Dit betekent dat de initiatiefnemer in een beeldkwaliteitsparagraaf  inzicht moet geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van het voorgenomen zonneveld op de (wijde) omgeving. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het ruimtelijk kwaliteitsinstrumentarium van de provincie (Kwaliteitskaart, gebiedsprofielen, werkboek ruimtelijke kwaliteit).</li>
	<li>De initiatiefnemer legt in overleg met de provincie schriftelijk vast wat de onderzoeksvragen zijn die met het experiment worden beantwoord, heldere go-no-go momenten, een evaluatie, monitoring, inzicht in de realiseerbaarheid van het project en hoe om te gaan met maatschappelijk draagvlak.</li>
	<li>Aan het eind van het experiment dient de initiatiefnemer zelf het zonneveld weer weg te halen.</li>
</ul>

<p>De ervaringen met de experimenten kunnen aanleiding zijn om te bezien of zonnevelden in de onbebouwde ruimte in bepaalde gevallen structureel mogelijk gemaakt kunnen worden, indachtig de richtlijnen voor ruimtelijke kwaliteit “</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>Bovenstaande leidt tot aanpassing van de tekst over zonne-energie buiten bestaand stads- en dorpsgebied in paragraaf 4.4 van het Programma ruimte. Ook de tekst in paragraaf 4.4.3 in de Visie ruimte en mobiliteit wordt aangepast.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28127">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>22</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.15 Omvang agrarische bouwpercelen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De omvang van een agrarisch bouwperceel bedraagt volgens de Verordening ruimte maximaal 2 hectare. Binnen deze oppervlakte zou er voldoende ruimte moeten zijn voor het oprichten van bebouwing die noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven. Concentratie op een bouwperceel is positief vanuit een oogpunt van inpassing van agrarische bebouwing in het landschap. Gebleken is dat akkerbouwbedrijven omwille van een duurzame en efficiënte bedrijfsvoering soms behoefte hebben aan schaalvergroting door samenvoeging van twee bedrijven. De provincie wil aan deze bedrijven daarom de mogelijkheid bieden van een bouwperceel groter dan 2 hectare, onder de voorwaarde dat in de nieuwe situatie het bouwblok niet groter is dan de totale omvang van de twee samengevoegde bouwpercelen. Andere voorwaarde is sanering van het achtergelaten bouwblok.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>In artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28207" id="LNT19">Artikel 2.3.1 Agrarische bedrijven</imropt:interneVerwijzing>, <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28208" id="LNT20">Lid 1 Algemene regels agrarische bedrijven</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte wordt een nieuw onderdeel b ingevoegd, dat vergroting van het bouwperceel voor samengevoegde akkerbouwbedrijven mogelijk maakt.</p>

			<p> </p>

			<p>In verband hiermee wordt ook artikel 2.3.1, <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28210" id="LNT21">Lid 3 Verbredingsactiviteiten</imropt:interneVerwijzing> aangepast, omdat in technische zin de hierin opgenomen verwijzingen niet meer correct zijn.</p>

			<p> </p>

			<p>In <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28138" id="LNT22">Artikel 1.1 Begripsbepalingen</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte wordt de begripsbepaling “akkerbouwbedrijf” ingevoegd.</p>

			<p> </p>

			<p>In de toelichting behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28289" id="LNT23">artikel 1.1 Begripsbepalingen</imropt:interneVerwijzing> van de verordening wordt nadere uitleg hierover toegevoegd.</p>

			<p> </p>

			<p>De beleidsteksten over agrarische bebouwing in paragraaf 3.3 van de visie en paragraaf 3.2.2 van het Programma ruimte worden aangevuld met de mogelijkheid voor vergroting van het bouwperceel bij samenvoeging van akkerbouwbedrijven.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28128">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>23</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.16 Intensieve veehouderij</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In het hoofdlijnenakkoord is aangegeven dat de provincie ruimte geeft voor extra inspanningen met betrekking tot duurzaamheid en dierenwelzijn bij intensieve veehouderijbedrijven. De huidige doelen, zoals opgenomen in de Visie ruimte en mobiliteit, blijven staan. Met de sector en de gemeenten worden afspraken gemaakt om deze doelen te bereiken. Tevens wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om eisen te stellen aan duurzaamheid. Gebleken is dat de huidige regeling voor intensieve veehouderij in de Verordening ruimte 2014 in juridisch opzicht niet houdbaar is, omdat de daarin opgenomen voorwaarde van certificering vanwege het ontbreken van ruimtelijke relevantie in strijd is met de Wet ruimtelijke ordening. Inspanning om via het rijk gedaan te krijgen dat wij in onze verordening eisen kunnen stellen over duurzaamheid en dierenwelzijn hebben niet tot resultaat geleid.</p>

<p> </p>

<p>De provincie onderzoekt welke afspraken met sectorpartijen mogelijk zijn over versterking van duurzaamheid en dierenwelzijn tezamen met het bieden van beperkte ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor het veehouderijbedrijf. Dergelijke afspraken kunnen geen juridische borging krijgen in de nieuwe verordening. Zolang er nog geen afspraken zijn worden de uitbreidings- en verplaatsingsmogelijkheden beperkt tot 10% ten opzichte van de huidige bebouwing. Afhankelijk van de inhoud van eventuele afspraken met de sector behoort een ruimere vergroting tot de mogelijkheden.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijziging van de<em> Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>In de Verordening ruimte worden de mogelijkheden voor verplaatsing en uitbreiding van intensieve veehouderij beperkt tot 10% ten opzichte van de bestaande bebouwing. Dit leidt tot aanpassing van <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28207" id="LNT24">Artikel 2.3.1 Agrarische bedrijven</imropt:interneVerwijzing> en de toelichting bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28302" id="LNT25">artikel 2.3.1 Agrarische bedrijven</imropt:interneVerwijzing>.</p>

			<p>De teksten over intensieve veehouderij in paragraaf 3.3 van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 3.2.2 van het Programma ruimte worden eveneens aangepast.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28129">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>24</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.17 Slim ruimtegebruik</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In het hoofdlijnenakkoord is aangekondigd dat de provincie slimme en creatieve transformatie en herbestemming van leegstaande kantoren en winkels mogelijk wil maken. Inmiddels is hiervoor een actieprogramma opgesteld. Het actieprogramma richt zich met name op de uitvoeringspraktijk. Daarnaast is het echter ook wenselijk te bezien of onderdelen van het provinciaal ruimtelijk beleid en de provinciale ruimtelijke regels inhoudelijke of procedurele beperkingen met zich meebrengen voor slimme oplossingen. De Verordening ruimte en het Programma ruimte zijn hierop bezien. Dit leidt tot een aantal aanpassingen van beleid en regels.</p>

<p> </p>

<p>Ook zijn enkele onderwerpen geselecteerd die nu nog niet leiden tot aanpassingen in beleid of regels, maar die wel worden geagendeerd voor een volgende actualisering of de toekomstige omgevingsvisie en -verordening. Ook uit het actieprogramma slim ruimtegebruik kunnen de komende tijd nog aandachtspunt komen voor aanpassingen in beleid of regels. Ook deze zullen dan geagendeerd worden voor een volgende actualisering of de toekomstige omgevingsvisie en –verordening.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 1.1. (begripsbepalingen verordening)</em><br />
De verordening kent in vergelijking met andere wetten en verordeningen relatief veel begripsbepalingen. Het opnemen van begripsbepalingen is alleen nodig als het gaat om een uitleg die afwijkt van normaal taalgebruik of van andere regels. De volgende begripsbepalingen in artikel 1.1. kunnen worden gemist:</p>

<p> </p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>     Agrarisch aanverwant bedrijf</li>
	<li>     Ecologische hoofdstructuur</li>
	<li>     Geometrische plaatsbepaling</li>
	<li>     Kwaliteitsfonds</li>
	<li>     Provinciale vaarweg</li>
	<li>     Regionale waterkering</li>
	<li>     Romeinse limes</li>
	<li>     Sciencepark</li>
	<li>     Veehouderij (komt alleen voor in combinatie met ‘intensieve’ en dit begrip wordt apart gedefinieerd)</li>
	<li>     Zeehaventerrein</li>
</ul>

<p> </p>

<p>Het begrip “bestaand stads- en dorpsgebied” wordt in artikel 1.1. (begripsbepalingen) gedefinieerd door een verwijzing naar de begripsbepaling in artikel  2.1.1 (ladder voor duurzame verstedelijking). Dit is een ongebruikelijke constructie. Daarom wordt deze begripsbepaling geheel overgeheveld naar artikel 1.1.</p>

<p> </p>

<p>De volgende begripsbepalingen zijn iets verduidelijkt:</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>Adviescommissie detailhandel Zuid-Holland</li>
	<li>Bouwmarkt</li>
	<li>Tuincentrum.</li>
</ul>

<p> </p>

<p>De begripsbepalingen staan in de verordening geordend in alfabetische volgorde met een letteraanduiding. Dat is dubbelop. De letteraanduiding komt daarom te vervallen. Hiermee komt ook een verschil in letteraanduiding tussen de elektronische verordening en de ‘papieren’ verbeelding daarvan te vervallen.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.1.1 (ladder voor duurzame verstedelijking)</em><br />
Op dit moment is het ministerie van Infrastructuur en Milieu bezig om de in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ te herzien. De door het Rijk door te voeren wijzigingen kunnen aanleiding zijn om de provinciale ladder aan te passen. Het is nu nog te vroeg om dit mee te nemen, omdat er nog geen concreet voorstel ligt.</p>

<p> </p>

<p>De toelichting in de verordening op de ladder voor duurzame verstedelijking wordt op een enkel punt aangepast. Het gaat om de passage over de definitie van bestaand stads- en dorpsgebied, waarbij is aangegeven dat onbebouwde gebieden daar in elk geval niet onder vallen. Deze tekst mist nuance en wijkt daarmee af van de definitie en de door Gedeputeerde Staten opgestelde indicatieve kaart van het bestaand stads- en dorpsgebied.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.1.4 (detailhandel)</em><br />
Het detailhandelsbeleid is erop gericht de ruimtelijke detailhandelsstructuur te versterken. Uitgangspunt is dat nieuwe detailhandel wordt gevestigd binnen de centra van steden, dorpen en wijken. Buiten de centra kan alleen ruimte worden geboden aan specifieke branches, die qua aard en omvang van de aangeboden goederen niet of niet goed inpasbaar zijn in de centra. Voor detailhandel in volumineuze goederen hanteert de provincie daarbij een limitatieve lijst van branches, vanuit een oogpunt van duidelijkheid en handhaafbaarheid. Deze limitatieve lijst is tijdelijk geschorst bij Koninklijk Besluit van 21 november 2015 en Koninklijk Besluit van 18 maart 2016. Volgens de minister is de limitatieve lijst in strijd met de Wet ruimtelijke ordening en het Unierecht. De provincie deelt dit standpunt niet. Toch past de provincie de regels op dit punt aan. Langdurige discussie en procedures hierover zijn namelijk niet in het belang van de ruimtelijke ordening in Zuid-Holland. Bovendien is het vanuit een oogpunt van slim ruimtegebruik wenselijk ook de detailhandelsregeling waar mogelijk iets flexibeler te maken. Daarom wordt de limitatieve lijst volumineuze detailhandel losgelaten en vervangen door een begripsbepaling volumineuze detailhandel. Dit is geen beleidsverruiming in inhoudelijke zin, maar in technische zin ontstaat er wel wat ruimte om detailhandel toe te laten in goederen die qua aard en omvang vergelijkbaar zijn met de goederen in de voormalige limitatieve lijst. Het beleid blijft inhoudelijk dus overeind. Hetzelfde geldt voor de handhaafbaarheid van het beleid.</p>

<p> </p>

<p>Aanpassing wordt tevens aangewend om de detailhandelsregeling te verduidelijken door een andere ordening en de in de toelichting opgenomen criteria voor perifere detailhandel ook in de regels op te nemen. Zo is nu ook in de regels opgenomen dat het bij perifere detailhandel gaat om branches, die vanwege de aard en omvang van de goederen niet of niet goed inpasbaar zijn in de centra.</p>

<p> </p>

<p>Een andere toevoeging betreft de mogelijkheid om buiten de centra kringloopwinkels toe te laten, omdat vestiging in het centrum in de praktijk niet altijd mogelijk is gebleken.</p>

<p> </p>

<p>Momenteel wordt een nieuw koopstromenonderzoek uitgevoerd. De uitkomsten hiervan komen eind dit jaar beschikbaar. Dit kan aanleiding zijn het detailhandelsbeleid fundamenteler te herzien. Hierop kan thans echter niet op vooruit worden gelopen.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.2.1 (ruimtelijke kwaliteit)</em><br />
Zie onderwerp “ruimtelijke kwaliteit”</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.3.1 (agrarische bedrijven)</em><br />
Zie de onderwerpen “intensieve veehouderij” en “omvang agrarische bouwpercelen”.</p>

<p> </p>

<p>Artikel 2.3.2 (herbestemmen bestaande bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied)<br />
Dit artikel komt te vervallen. Zie het onderwerp “ruimtelijke kwaliteit”.</p>

<p> </p>

<p>Artikel 2.3.3 (bestaande niet-agrarische bedrijven en bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied)<br />
Dit artikel komt te vervallen. Zie het onderwerp “ruimtelijke kwaliteit”.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.3.4 (Natuurnetwerk Nederland)</em><br />
In de toelichting op dit artikel wordt uitgelegd wanneer sprake is van een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden. Deze uitleg is verwarrend en lijkt strenger dan de regels zelf. Daarom wordt deze tekstpassage geschrapt.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.3.5 (Bescherming molenbiotoop)</em><br />
De regeling voor de molenbiotoop is zeer ingewikkeld. Met name de regeling voor de situatie waarbij de molen binnen bestaand stads- en dorpsgebied is gelegen en de molenbiotoop deels daarbuiten is zeer ingewikkeld en leent zich eigenlijk niet voor een juridische regeling in een verordening. De regeling wordt daarom versimpeld. Voor de meeste situaties blijft het beschermingsniveau gelijk. Alleen voor de situatie waarbij de molen binnen bestaand stads- en dorpsgebied is gelegen en de molenbiotoop deels daarbuiten, kan dit –bij een nieuwe ontwikkeling- een geringe verhoging van de maximale bouwhoogte betekenen.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.3.7 (bescherming graslanden Duin- en Bollenstreek)</em><br />
De bescherming van de graslanden in de Duin- en Bollenstreek wordt overgeheveld naar algemene regels voor ruimtelijke kwaliteit. Artikel 2.3.7 komt daarom te vervallen. Zie de onderwerpen “ruimtelijke kwaliteit” en “Duin- en Bollenstreek”.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.4.1 (windenergie)</em><br />
Deze regeling kent een algemene ondergrens van het beleid. Deze ondergrens is gesteld op 30kW. Windturbines met een beperkt vermogen zijn dus nergens in Zuid-Holland uitgesloten. Windturbines met een groter vermogen zijn alleen mogelijk in de aangewezen locaties voor windturbines. Een uitzondering hierop is gemaakt voor windturbines met een hoogte van maximaal 45 meter. Deze zijn in onder voorwaarden toelaatbaar in de “stedelijke agglomeratie, de regionale kernen en het glastuinbouwgebied Westland-Oostland”. Dit gebied is aangeduid op een kaart bij de verordening. Deze regeling is moeilijk leesbaar en onlogisch, omdat vermogen en hoogte door elkaar heen worden gebruikt. Ook blijkt het aangeduide gebied te beperkt voor initatieven die vanuit ruimtelijk oogpunt wel aanvaardbaar zijn. De regeling wordt daarom aangepast. Buiten de locaties voor windturbines kunnen binnen bestaand stads- en dorpsgebied windturbines tot een hoogte van 45 meter worden toegelaten en buiten bestaand stads- en dorpsgebied tot een hoogte van 15 meter. Voor sommige delen van het bestaand stads- en dorpsgebied is dit een verruiming van beleid, omdat de betreffende delen voorheen niet waren aangeduid op de kaart van de verordening.</p>

<p> </p>

<p><strong>Agenderen van onderwerpen voor een volgende actualisering</strong></p>

<p><em>Artikel 2.1.5 glastuinbouwgebied</em><br />
In het eerste lid van dit artikel wordt bepaald dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven met bijbehorende voorzieningen toelaat. De leden 2 t/m 8 bevatten aanpassings- en afwijkingsmogelijkheden. Wellicht is een andere opzet van dit artikel beter. De uitkomsten van de Verkenning Westland worden afgewacht alvorens hierover een besluit te nemen.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.1.6 boom- en sierteeltgebied</em><br />
Dit artikel kent een zelfde opzet als artikel 2.1.5. Zodra aanpassing van artikel 2.1.5 aan de orde is, kan artikel 2.1.6 hierbij meegenomen worden.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.1.7 Bollenteeltgebied</em><br />
Dit artikel kent een zelfde opzet als artikel 2.1.5. Zodra aanpassing van artikel 2.1.5 aan de orde is, kan artikel 2.1.6 hierbij meegenomen worden.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.3.5 Molenbiotoop</em><br />
Deze regeling is zeer gedetailleerd en geeft weinig ruimte voor een afweging op lokaal niveau. Met name binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan dit belemmerend werken voor slimme ruimtelijke oplossingen. Het is daarom gewenst te onderzoeken op welke wijze het mogelijk is het belang van voldoende windvang voor molens op een andere wijze te betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen.</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.3.6 Landgoed- en kasteelbiotoop</em><br />
De bescherming van de landgoed- en kasteelbiotopen is ook onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De regeling in artikel 2.3.6 komt hier dus bovenop. Het is daarom gewenst te bezien of kan worden volstaan met bescherming van de landgoed- en kasteelbiotopen via artikel 2.2.1 (ruimtelijke kwaliteit).</p>

<p> </p>

<p><em>Artikel 2.4.2 Regionale waterkeringen</em><br />
Deze regeling is eigenlijk een dubbeling met de bescherming via de leggers van de waterschappen. Het is gewenst de toegevoegde waarde van de regeling in de Verordening ruimte opnieuw te bezien.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>Dit onderwerp leidt tot wijziging van de volgende artikelen in de verordening:</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28138" id="LNT26">Artikel 1.1 Begripsbepalingen</imropt:interneVerwijzing></p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28145" id="LNT27">Artikel 2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28158" id="LNT28">Artikel 2.1.4 Detailhandel</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT29">Artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28207" id="LNT30">Artikel 2.3.1 Agrarische bedrijven</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28220" id="LNT31">Artikel 2.3.3 Bescherming molenbiotoop [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28229" id="LNT32">Artikel 2.4.1 Windenergie</imropt:interneVerwijzing>.</p>

			<p> </p>

			<p>De volgende artikelen komen te vervallen:</p>

			<p><imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28211" id="LNT33">Artikel 2.3.2 Herbestemmen bestaande bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied [VERVALLEN]</imropt:interneVerwijzing></p>

			<p><imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28212" id="LNT34">Artikel 2.3.3 Bestaande niet-agrarische bedrijven en bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied [VERVALLEN]</imropt:interneVerwijzing></p>

			<p><imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28227" id="LNT35">Artikel 2.3.7 Bescherming graslanden in de Bollenstreek [VERVALLEN]</imropt:interneVerwijzing></p>

			<p> </p>

			<p>Dit onderwerp leidt ook tot wijziging van de toelichting in de verordening op de volgende artikelen:</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28291" id="LNT36">artikel 2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28294" id="LNT37">artikel 2.1.4 Detailhandel</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28301" id="LNT38">artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28302" id="LNT39">artikel 2.3.1 Agrarische bedrijven</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28305" id="LNT40">artikel 2.3.2 Natuurnetwerk Nederland [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28306" id="LNT41">artikel 2.3.3 Bescherming molenbiotoop [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing>;</p>

			<p>- <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28309" id="LNT42">artikel 2.4.1 Windenergie.</imropt:interneVerwijzing></p>

			<p> </p>

			<p>Kaart 10 (Windenergie) behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28229" id="LNT43">Artikel 2.4.1 Windenergie</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte wordt aangepast, dit werkt door op de kaarten in paragraaf 4.4 van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 4.4 van het Programma ruimte.</p>

			<p> </p>

			<p>De teksten over windenergie worden aangepast in paragraaf 4.4 van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 4.3 van het Programma ruimte.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28130">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>25</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.18 Agenda ruimte</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De Agenda ruimte 2015 is vastgesteld door Gedeputeerde Staten en is één van de instrumenten waarmee het door Provinciale Staten vastgestelde Programma ruimte tot uitvoering wordt gebracht.  De looptijd was tot 1 januari 2016. GS hebben geen Agenda ruimte 2016 vastgesteld. De regiospecifieke zaken komen al voldoende aan de orde tijdens de Bestuurlijke Tafels Ruimte. De andere onderdelen zijn vooral een concretisering van het beleid in het Programma ruimte of geven daar uitvoering aan. In het kader van de Actualisering 2016 worden daarom de teksten hierover in het Programma ruimte aangevuld of geactualiseerd, waardoor de Agenda ruimte niet langer nodig is. Tevens worden alle in het programma opgenomen verwijzingen naar de Agenda ruimte geschrapt.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>In het Programma ruimte worden alle verwijzingen naar de Agenda ruimte geschrapt. Enkele teksten zijn geactualiseerd door het overzetten van teksten van de agenda naar het programma.</p>

			<p>De wijzigingen zijn zichtbaar in de bijgevoegde volledig bijgewerkte versie van het programma. Ten aanzien van bedrijventerreinen lijkt dit ook tot een kleine aanpassing van de tekst in paragraaf 2.2.1. van de Visie ruimte en mobiliteit.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28131">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>26</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.19 Intrekking toetsingskader vergunningverlening bodemenergie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In de Visie ruimte en mobiliteit wordt nog verwezen naar het toetsingskader vergunningverlening bodemenergie. Dit is inmiddels echter door Gedeputeerde Staten ingetrokken. Aanpassing van de tekst hierover in de visie is daarom nodig. Reden voor de intrekking is dat uit de evaluatie van het toetsingskader is gebleken dat er minder bodemenergieplannen waren opgesteld dan verwacht. Dit komt enerzijds door de economische crisis van de afgelopen jaren, en anderzijds doordat het toetsingskader door de betrokken partijen als te uitgebreid werd ervaren. Ook was het kader met de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit bodemenergie inmiddels op enkele punten achterhaald. Daarom is het toetsingskader ingetrokken en zijn de nog relevante onderdelen opgenomen in de door Gedeputeerde Staten vastgestelde  ‘Beleidsregel open bodemenergiesystemen in bodemenergieplannen Zuid-Holland 2016’. Op deze manier is het provinciale beleid simpeler en overzichtelijker geworden, zonder dat de oorspronkelijke doelen uit het oog zijn verloren. Het is daarmee eenvoudiger voor gemeenten geworden om goede bodemenergieplannen te maken  (de ‘uitgestoken hand’, in lijn met het hoofdlijnenakkoord).</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>Dit leidt tot aanpassing van de tekst hierover in de visie in paragraaf 4.3.3. onder het kopje ‘bodemenergie’. Tevens worden de teksten in paragraaf 4.3 van het Programma ruimte aangepast</p>

			<p> </p>
			</td>
		</tr>
	
</table>

<p> </p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28132">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>27</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.20 Kruimelregeling</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Aanleiding</em>
        <br />
De  Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat in een provinciale verordening ook regels kunnen worden gesteld over de inhoud van omgevingsvergunningen waarbij op grond van de zogenaamde kruimelregeling via een korte procedure van een bestemmingsplan kan worden afgeweken. De situaties waarin dat mogelijk is zijn neergelegd in bijlage 2, hoofdstuk IV , artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht ( Bor). Een groot aantal situaties betreft ontwikkelingen die vanuit provinciaal ruimtelijk beleid geen knelpunten opleveren, zoals geringe uitbreidingen, gebouwtjes voor infra en andere voorzieningen, dakterrassen, balkons,  antennes etc.</p>

<p> </p>

<p>Artikel 4 bevat echter ook enkele onderdelen waarbij toepassing strijdigheid met provinciale ruimtelijke belangen kan opleveren, te weten:<br />
<imropt:toegevoegd>Onderdeel 9</imropt:toegevoegd>: het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;    <br />
<imropt:toegevoegd>Onderdeel 11</imropt:toegevoegd>: ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.</p>

<p> </p>

<p>De huidige verordening is op dit moment nog van toepassing  op alle mogelijkheden die de kruimelregeling biedt ( onderdeel 1 t/m 11). Dat lijkt onnodig belemmerend.<br />
Het doel dat de wetgever met de regeling voor ogen heeft gehad is onder meer het bieden van versnellingsmogelijkheden voor vergunningverlening in relatief weinig ingrijpende situaties, en (o.a.) het eenvoudiger maken om  aan leegstaande kantoorgebouwen tijdelijk een andere maatschappelijk gewenste functie te geven en aan plaatsing van mantelzorgwoningen te kunnen meewerken.</p>

<p> </p>

<p>Gelet op  die doelstellingen, die de provincie op zich onderschrijft, ligt het voor de hand dat de toepasselijkheid van de verordening op de kruimelregeling beperkt blijft tot die situaties waarin strijdigheid met provinciale ruimtelijke belangen aan de orde kan zijn en die belangen zwaarder wegen dan de door de wetgever beoogde flexibiliteit en versoepeling en met name de wens om leegstaande gebouwen snel een andere maatschappelijk gewenste functie te kunnen geven.<br />
Vanuit die optiek is bezien welke toepassingen van de kruimelregeling nog binnen de reikwijdte van de verordening zouden moeten vallen. Daarbij is van belang dat de kruimelregeling niet alleen weinig ingrijpende ontwikkelingen ( kruimels)  mogelijk kan maken maar ook – via de onderdelen 9 en 11-  gebruikt kan worden ten behoeve van verdergaande ingrepen. Met name het feit dat gebruikswijziging van bestaande gebouwen binnen de bebouwde kom niet langer –zoals voorheen- beperkt hoeft te blijven tot maximaal 1500 m2 en het feit dat voor maximaal 10 jaar ( tijdelijke) nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn kan aanleiding geven om als provincie op sommige punten toch regulerend op te treden.<br />
Van belang is verder dat het begrip “bebouwde kom “ in het Besluit omgevingsrecht  niet nader is gedefinieerd. Aangezien het hier gaat om ruimtelijke ontwikkelingen is het gewenst dat – zoals veel gemeenten ook reeds doen – bij het bepalen van de bebouwdekomgrens wordt  uitgegaan van de ruimtelijke invalshoek en niet van de grens volgens de Wegenverkeerswet.<br />
Voor de hierna geformuleerde voorstellen is daarom als uitgangspunt gehanteerd dat onder grens van de bebouwde kom wordt verstaan de grens van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD)  conform de verordening.  </p>

<p> </p>

<p><em>Voorstellen beperking toepassingsbereik verordening</em><br />
Op basis van een nadere analyse wordt het volgende voorgesteld :</p>

<p> </p>

<p>1. Verordening niet van toepassing op  vergunningverlening op basis van bijlage 2, hoofdstuk IV, artikel 4, onderdeel 1 t/m 8 en onderdeel 10 van het Bor;<br />
2. Verordening alleen van toepassing op vergunningverlening op basis van bijlage 2, hoofdstuk IV, artikel 4, onderdeel 9, voor zover het betreft toepassing binnen de bebouwde kom waarbij<br />
a. sprake is van gebruikswijziging ten behoeve van de functies detailhandel en/of kantoren<br />
b. sprake is van gebruikswijzigingen in het op kaart 6 van de verordening ( Veiligheidszonering Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg)   aangegeven gebied.<br />
c. sprake is van gebruikswijzigingen in de op de bedrijventerreinenkaart in paragraaf 2.2.4 van het Programma ruimte aangegeven bedrijventerreinen en watergebonden bederijventerreinen.<br />
3. Verordening volledig van toepassing op vergunningverlening op basis van bijlage 2, hoofdstuk IV, artikel 4, onderdeel 9 ,voor zover het betreft toepassing buiten de bebouwde kom<br />
4. Verordening volledig van toepassing op vergunningverlening op basis van bijlage 2, hoofdstuk IV, artikel 4, onderdeel 11 (tijdelijke ontwikkelingen tot maximaal 10 jaar).</p>

<p> </p>

<p>Toelichting:<br />
Ad 1 : Bij vergunningverlening in deze categorie (kleine bouwwerken, nutsvoorzieningen etc. ) lijkt strijdigheid met provinciale ruimtelijke belangen op voorhand niet aan de orde.</p>

<p> </p>

<p>Ad 2: Functiewijziging van bestaande bebouwing  binnen de bebouwde kom :<br />
a. Vanuit provinciale optiek is het gewenst om te voorkomen dat zich nieuwe detailhandel vestigt buiten de in de verordening aangegeven locaties. Het belang van een goede ruimtelijke detailhandelsstructuur en sterke centra weegt hier zwaarder dan de wens om aan eventuele leegstaande panden een detailhandelsfunctie te geven.<br />
Een soortgelijke benadering geldt voor functiewijziging naar kantoren, waarvoor de verordening eveneens een beperkt aantal locaties aangeeft. Overigens zal deze beperking  in de praktijk weinig belemmerend werken, omdat het bij functiewijziging van bestaande bebouwing naar de functie kantoor meestal zal gaan om kleinschalige of lokale kantoren, die op grond van de verordening  wel mogelijk zijn.<br />
De onder b opgenomen beperking (Veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas) zorgt ervoor dat bij functiewijziging (met name ten behoeve van kwetsbare functies) het aspect externe veiligheid volledig kan worden meegewogen.<br />
Tenslotte maakt de onder c genoemde beperking het mogelijk om de vinger aan de pols te houden indien veelvuldige gebruikswijzigingen tot gevolg zouden hebben dat onvoldoende bedrijventerrein voor HMC en/of watergebonden bedrijven resteert, zonder dat daarvoor compensatie plaatsvindt.. Overigens staat het betreffende artikel uit de verordening niet op voorhand in de weg aan enige vormen van functiemenging of transformatie.</p>

<p> </p>

<p>Ad 3 : Functiewijziging van bestaande bebouwing buiten de bebouwde kom/BSD.<br />
Op grond van de wettelijke regeling kan dergelijke functiewijziging  alleen betrekking hebben op een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. Omdat dergelijke woonvormen beschouwd worden als normale stedelijke functies is vestiging binnen BSD uitgangspunt. Gelet daarop is het vooralsnog gewenst functiewijzigingen buiten BSD aan de verordening te kunnen toetsen.</p>

<p> </p>

<p>Ad 4 : Tijdelijke ontwikkelingen (maximaal 10 jaar).<br />
Dit onderdeel van de kruimelregeling kan betrekking hebben op alle mogelijkheden die de rest van de regeling niet biedt en ziet, anders dan de tekst wellicht doet vermoeden, niet alleen op het gebruik van gronden maar ook op het bouwen. Daarmee kunnen tal van ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, met als enige beperking dat aannemelijk moet zijn dat na 10 jaar herstel in de oude toestand kan plaatsvinden. Anders dan onder de oude wetgeving hoeft het daarnaast niet meer te gaan om bouwen en gebruik ten behoeve van een behoefte die naar zijn aard tijdelijk is. Ook voor een op zich permanente behoefte kan op basis van dit onderdeel van de kruimelregeling vergunning worden verleend.</p>

<p>Gelet op het onbepaalde toepassingsbereik en het feit dat een maximale duur van 10 jaar overeenkomt met een normale bestemmingsplanperiode wordt voorgesteld de verordening voorshands op alle vergunningen op basis van dit onderdeel van toepassing te verklaren.</p>

<p> </p>

<p><em>Monitoring</em><br />
De hiervoor gedane voorstellen betreffen een zo goed mogelijke inschatting van de effecten van toepassing van de kruimelregeling in relatie tot de provinciale ruimtelijke belangen.<br />
Om te beoordelen of die voorstellen toereikend zijn, aangevuld of verbeterd moeten worden is een beter zicht op de diverse gemeentelijke toepassing  van de kruimelregeling gewenst.<br />
Parallel aan deze wijziging van de Verordening zal daarom de gemeenten verzocht worden om periodiek overzichten van met de kruimelregeling verleende vergunningen toe te zenden.<br />
Mede aan de hand daarvan zal evaluatie van dit onderdeel van de verordening plaatsvinden.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014</em>:</p>

			<p><imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28139" id="LNT44">Artikel 1.2 Toepasselijkheid</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte wordt aangepast.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28323">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>28</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.21 Waterplan</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het Hoofdlijnenakkoord 2015 – 2019 van het college van Gedeputeerde Staten schetst de ambitie om beleid zo veel mogelijk integraal vorm te geven en te anticiperen op de visie die ten grondslag ligt aan de Omgevingswet. Specifiek voor het regionale waterbeleid is hieraan voldaan met de Visie Ruimte en Mobiliteit en de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water. In het kader van de herziening van het Waterplan Zuid-Holland 2010-2015 is er daarom voor gekozen geen nieuwe integrale herziening op te stellen, maar een planherzieningsbesluit op te stellen dat bepaalt waaruit het waterbeleid bestaat. In het planherzieningsbesluit wordt verwezen naar de diverse vastgestelde beleidsdocumenten waarin het waterbeleid inmiddels geactualiseerd is opgenomen. Voor een aantal onderdelen blijft het Waterplan van kracht. Enkele onderdelen van de Visie ruimte en mobiliteit hebben in het ontwerp herzieningsbesluit van het Waterplan expliciet de status van regionaal Waterplan gekregen. Daarom wordt ook in de Visie ruimte en mobiliteit expliciet aangegeven dat deze deels de status heeft van regionaal Waterplan. Dit gebeurt door opname van de volgende tekst:</p>

<p> </p>

<p>“Tevens heeft de Visie ruimte en mobiliteit de status van regionaal Waterplan zoals bedoeld in de Waterwet artikel 4.4, 4.5 en 4.8, voor wat betreft de onderdelen die behoren tot het  regionale waterbeleid, waaronder specifiek paragraaf 4.2, inclusief de kaarten ‘Waterveiligheid’ en ‘Zoetwatervoorziening en oppervlaktewater’, inclusief bijbehorende bijlagen.”</p>

<p> </p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit</em>:</p>

			<p>In paragraaf 5 (beleidscontext) van de Visie ruimte en mobiliteit wordt bovenstaande tekst ingevoegd waarin wordt aangegeven welke onderdelen van de visie de status hebben van Waterplan.</p>

			<p> </p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28324">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>29</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.22 Regionale waterkeringen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In artikel 2.4 van de Waterwet is bepaald dat bij provinciale verordening regionale waterkeringen worden aangewezen en dat daarbij een veiligheidsnorm wordt vastgelegd. De provincie Zuid-Holland heeft voor ruim 2000 kilometer aan regionale waterkeringen in de provinciale waterverordeningen een veiligheidsnorm vastgesteld. In verband met de ruimtelijke doorwerking zijn de regionale waterkeringen op kaart 11 (waterveiligheid) van de Verordening ruimte weergegeven. Op grond van artikel 2.4.2. van de Verordening ruimte dient de regionale waterkering in het bestemmingsplan als zodanig te worden bestemd.</p>

<p> </p>

<p><em>Toevoeging van een aantal regionale keringen</em><br />
Door Provinciale Staten is in het provinciaal Waterplan Zuid-Holland (2015-2015) aangegeven dat moet worden onderzocht of naast de al genormeerde regionale waterkeringen ook waterkeringen met een compartimenterende functie (droge dijken) moeten worden opgenomen in de provinciale waterverordeningen. In het Planherzieningsbesluit Water 2016-2021 is bepaald dat deze doelstelling uit het oude waterplan van kracht blijft gedurende de nieuwe planperiode.</p>

<p> </p>

<p>Teneinde aan de opdracht van Provinciale Staten te voldoen is door Gedeputeerde Staten op 1 december 2015 het ontwerpbesluit vastgesteld tot wijziging van de provinciale waterverordeningen:<br />
-     voor het Hoogheemraadschap van Delfland worden twee nieuwe regionale waterkeringen toegevoegd;<br />
-     voor het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard worden twee nieuwe regionale waterkeringen toegevoegd.<br />
Tevens hebben Gedeputeerde Staten op 17 mei 2016 het ontwerpbesluit vastgesteld waarmee:<br />
-     voor het waterschap Hollandse Delta diverse nieuwe regionale keringen worden toegevoegd in de provinciale waterverordening.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijziging in de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>In verband met de ruimtelijke doorwerking is het noodzakelijk om de hierboven genoemde nieuwe regionale waterkeringen ook op te nemen op kaart 11 behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28234" id="LNT45">Artikel 2.4.2 Regionale waterkeringen</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte. Dit werkt door op de kaarten in paragraaf 4.2.2 van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 4.2 van het Programma ruimte.</p>

			<p> </p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28325">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>30</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.23 Grootschalige waterbergingsgebieden</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De stand van zaken met betrekking tot de grootschalige waterbergingsgebieden is verschillend. Enkele van deze gebieden moeten nog worden aangelegd. Andere gebieden zijn al wel  aangelegd maar zijn in een aantal gevallen nog niet of niet op de juiste wijze opgenomen in de legger/keur en het bestemmingsplan. Op een juiste wijze betekent dat zowel het bergingsgebied zelf als omliggende keringen zijn geborgd in de legger/keur van het waterschap en het bestemmingsplan van de gemeente. Gezien de verwachte klimaatsverandering wordt de planologische borging van de waterbergingsfunctie van deze gebieden in de toekomst alleen maar belangrijker. </p>

<p> </p>

<p>Daarom zal de volgende tekst worden opgenomen in de Visie ruimte en mobiliteit:<br />
“Grootschalige waterbergingsgebieden zijn een essentieel onderdeel van het regionale watersysteem en dragen mede bij aan het bereiken van de waterkwantiteitsnormen zoals opgenomen in de provinciale Waterverordeningen. Het is belangrijk dat de waterbergingsfunctie van deze gebieden via de legger/keur van het waterschap en het bestemmingsplan van de gemeente (juridisch) wordt geborgd, voor zover nog niet gebeurt, en vervolgens blijft geborgd. “</p>

<p> </p>

<p>Tevens wordt een kaart in de visie opgenomen waarop de waterbergingsgebieden zijn aangeduid.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit</em>:</p>

			<p>In paragraaf 4.2.2 (waterveiligheid) van de visie wordt bovenstaande tekst opgenomen onder het nieuwe kopje ‘grootschalige waterbergingsgebieden’.Op de kaart bij paragraaf 4.2.2 worden de waterbergingsgebieden aangeduid.  </p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28326">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>31</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.24 Duin- en Bollenstreek</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek is de visie van de 6 bollengemeenten op het buitengebied. Deze visie wordt momenteel geactualiseerd en ligt tot 21 april ter inzage. Vaststelling van de visie zal rond de zomer plaatsvinden. De actualisering leidt tot enkele wijzigingen in de ISG die ook directe gevolgen hebben voor de VRM. Bij de uitwerking van de ISG2016 naar specifieke regels en maatregelen zal wederom gekeken moeten worden naar eventuele aanpassingen van de VRM. Voor nu zijn er drie aanpassingen gewenst.</p>

<p> </p>

<p><em>Om te spuiten graslanden</em><br />
In de ISG2016 zijn twee graslanden geschrapt die waren gereserveerd voor omspuiting tot bollengrond. Het omspuiten van graslanden naar bollengrond levert bollengrond op met een kwaliteit die in de praktijk amper wordt gebruikt voor teelt. Bovendien probeert de Greenportontwikkelingsmaatschappij (GOM) de bollengrondcompensatie voornamelijk te bereiken door het saneren van verrommeling en het verbeteren van tweede klas bollengrond. In die context is het aanvaardbaar om de twee percelen grasland niet meer op te nemen als ‘compensatiegebied bollenteelt’(om te spuiten graslanden) in de Verordening ruimte 2014. Deze twee locaties blijven dus behouden als open grasland in de bollenstreek.</p>

<p> </p>

<p>Het eerste grasland ligt in de binnenduinrand. Het is een solitair stukje gras op een strandwal in een bollenlandschap. Mede daarom betreft het geen waardevol grasland en hoeft het geen specifieke aanduiding te krijgen in de VRM.</p>

<p> </p>

<p>Het tweede grasland ligt naast glastuinbouwgebied Trappenberg- Kloosterschuur. Het ligt middenin een waardevol graslandengebied en is net een ontbrekend stukje. Het ligt ook in een strandvlakte. Dit grasland krijgt daarom in de VRM een specifieke status als waardevol grasland in de Bollenstreek.</p>

<p> </p>

<p><em>Correctie kaartbeeld bollenteeltgebied</em><br />
Een paar percelen ten westen van Sancta Maria in Noordwijkerhout is aangeduid als beschermd grasland in de Bollenstreek maar ten onrechte ook als bollenteeltgebied. Dit wordt gecorrigeerd.</p>

<p> </p>

<p><em>Waardevolle graslanden in de Bollenstreek</em><br />
Waardevolle graslanden waren destijds opgenomen in de Verordening Bescherming Landschap en Natuur (VBLN). Het was toen vooral bedoeld als verbodsbepaling tegen het omspuiten van graslanden tot bollenland. De VBLN is enkele jaren geleden ingetrokken, waarbij de bescherming van de waardevolle graslanden is overgeheveld naar de Verordening ruimte (artikel 2.3.7). Daarnaast zijn de graslanden aangeduid als ‘beschermingscategorie 2’ in het kader van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid (artikel 2.2.1). De regeling in artikel 2.3.7 is strenger dan de regeling in artikel 2.2.1. Hierdoor doet zich soms de vreemde situatie voor dat een ontwikkeling wel past in het ruimtelijk kwaliteitsbeleid, maar in strijd is met de specifieke regeling in artikel 2.3.7.</p>

<p> </p>

<p>In verband hiermee wordt de bescherming van de graslanden overgeheveld van beschermingscategorie 2 naar beschermingscategorie 1. Tevens wordt op de kwaliteitskaart de ambitie voor de graslanden in de bollenstreek expliciet benoemd. De noodzaak voor een aanvullende regeling in artikel 2.3.7 komt hierdoor te vervallen. Dit artikel wordt daarom ingetrokken.</p>

<p> </p>

<p><em>Glastuinbouwgebied zuidelijke Rooversbroekpolder</em><br />
De Rooversbroekpolder is in de Regionale Structuurvisie voor Holland Rijnland in 2008 aangeduid als glastuinbouwgebied om daarmee invulling te geven aan een mogelijke behoefte aan glastuinbouwgebieden vanuit Rijnsburg en eventueel ook voor verplaatsing van verspreid glas uit de bollenstreek. In de afgelopen jaren zijn er een paar bedrijven naar het noordelijk deel van het gebied verplaatst. Vanuit de sector zelf wordt aangegeven dat vooral het zuidelijk deel van de polder ongeschikt is voor glastuinbouw qua verkaveling en ondergrond. Bovendien blijkt uit een onderzoek dat Katwijk heeft laten uitvoeren naar het glastuinbouwcluster rondom Rijnsburg dat dit cluster zich daar steeds meer concentreert en specialiseert. De locatie Rooversbroekpolder ligt te excentrisch.</p>

<p> </p>

<p>Om de huidige bedrijven in het noorden te bestendigen en eventueel uitbreidingsruimte te bieden blijft in dit gebied de glastuinbouw aanduiding gehandhaafd in de ISG2016. Het zuidelijk deel wordt echter niet meer gereserveerd voor glastuinbouw. Men voorziet het behoud van de huidige graslanden voor veeteelt en recreatief medegebruik.</p>

<p> </p>

<p>Het voorstel van de gemeente wordt gehonoreerd. Voldoende is aangetoond dat op deze plaats geen glastuinbouw gerealiseerd zal worden. Bovendien levert het duurzaam gebruik van de gronden als agrarische/recreatieve graslanden winst op qua ruimtelijke openheid en kwaliteit. Het is niet nodig deze locatie als waardevol grasland aan te duiden. Het gaat om een droogmakerij die voor veeteelt wordt gebruik.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de volgende delen van de <em>Verordening ruimte 2014, alsmede tot wijziging van de Visie ruimte en mobiliteit en het Programma ruimte</em>:</p>

			<p>Een tweetal graslanden wordt geschrapt als ‘compensatiegebied bollenteelt’ op kaart 3 (teeltgebieden) van de Verordening ruimte.</p>

			<p> </p>

			<p>Een aantal percelen wordt geschrapt als ‘bollenteeltgebied’ van kaart 3 (Teeltgebieden) van de Verordening ruimte.</p>

			<p> </p>

			<p>Het grasland nabij glastuinbouwgebied Trappenberg-Kloosterschuur wordt toegevoegd als ‘beschermd grasland in de bollenstreek’ op kaart 3 (teeltgebieden) en kaart 7 (beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit) van de Verordening ruimte.</p>

			<p> </p>

			<p>Het zuidelijk deel van de Rooversbroekpolder wordt geschrapt als glastuinbouwgebied op kaart 3 (teeltgebieden) van de Verordening ruimte.</p>

			<p> </p>

			<p>Op kaart 7 (beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit) behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT46">Artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte worden de beschermde graslanden in de Bollenstreek overgeheveld van beschermingscategorie 2 naar beschermingscategorie 1. <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28227" id="LNT47">Artikel 2.3.7 Bescherming graslanden in de Bollenstreek [VERVALLEN]</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte komt te vervallen. De toelichting behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28301" id="LNT48">artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit</imropt:interneVerwijzing> en <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28308" id="LNT49">artikel 2.3.7 Bescherming graslanden in de Bollenstreek [VERVALLEN]</imropt:interneVerwijzing> van de verordening wordt hierop aangepast. Evenals de teksten hierover in paragraaf 3.2.2 en bijlage 1 (uitwerking kwaliteitskaart )van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 2.4.2 (Greenports) van het Programma ruimte.</p>

			<p> </p>

			<p>Bovengenoemde kaartaanpassingen werken door op de kaarten in paragraaf 3.2 van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 2.4.2 van het Programma ruimte.</p>

			<p> </p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28327">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>32</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.25 Noordrand Goeree</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Dit leidt tot toevoeging van een tekstblok hierover in paragraaf 3.6 van het Programma ruimte. Tevens wordt de woningbouwlocatie toegevoegd aan de 3 ha kaart in het Programma ruimte.</p>

<p> </p>

<p>De natuurontwikkeling leidt tot aanpassing van de begrenzing van het NNN op kaart 7 (beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit) en kaart 8 (Natuurnetwerk Nederland) van de Verordening ruimte. Dit werkt door op de kaarten in paragraaf 3.2 en 3.4 in de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 3.4 van het Programma ruimte.</p>

<p>In de Noordrand van Goeree-Overflakkee wordt een bijzonder woonmilieu gerealiseerd. Het gaat om 40 woningen (geen recreatiewoningen). De woningen worden gebouwd op een terp aan de dijk van het Haringvliet, waarbij de rest van de Eerste Bekading als natuur wordt ontwikkeld. De gronden voor de terp komen uit het door het waterschap Hollandse Delta aan te leggen zoetwaterkanaal. Het kanaal is een van de compenserende maatregelen kierbesluit Haringvliet (CMK). De aan te leggen 75 ha natuur sluit aan en is vergelijkbaar met de buitendijkse natuur aan het Haringvliet. Deze natuurontwikkeling zal voor het publiek toegankelijk zijn en wordt gefinancierd uit de woningbouwontwikkeling.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijziging van de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>Dit leidt tot toevoeging van een tekstblok hierover in paragraaf 3.6 van het Programma ruimte. Tevens wordt de woningbouwlocatie toegevoegd aan de 3 ha kaart in het Programma ruimte.</p>

			<p> </p>

			<p>De natuurontwikkeling leidt tot aanpassing van de begrenzing van het NNN op kaart 7 (beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit) behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT50">Artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit</imropt:interneVerwijzing> en kaart 8 (Natuurnetwerk Nederland) behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" id="LNT51">Artikel 2.3.2 Ecologische Hoofdstructuur en strategische reservering natuur [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing> van de Verordening ruimte. Dit werkt door op de kaarten in paragraaf 3.2 en 3.4 in de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 3.4 van het Programma ruimte.</p>

			<p> </p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28328">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>33</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.26 Plaspoelpolder Rijswijk</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Rijswijk heeft een toekomstvisie opgesteld voor bedrijventerrein Plaspoelpolder. Enkele onderdelen van het provinciaal beleid kunnen belemmerend werken voor de ontwikkeling die de gemeente voor ogen heeft.</p>

<p> </p>

<p>Op de kaart met bedrijventerreinen in het Programma ruimte is een te groot deel van de Plaspoelpolder aangeduid als watergebonden bedrijventerrein. Een behoorlijk deel van deze gronden heeft echter geen directe relatie met het water. Deze delen worden daarom op de kaart bedrijventerreinen in het Programma ruimte omgezet in regulier bedrijventerrein. Zo ontstaan in die delen meer mogelijkheden voor de door Rijswijk gewenste functiemenging. Het gebied aan de haven en de Vliet bieden volgens de toekomstvisie Plaspoelpolder van de gemeente Rijswijk grote kansen om een prettig verblijfsgebied (o.a. wonen, horeca, werken) te realiseren. De provincie  houdt voor de percelen die een directe ligging hebben aan het water vast aan de aanduiding watergebonden bedrijventerrein. Dit betekent dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein in hoofdzaak watergebonden bedrijven toelaat.</p>

<p>Het enige perceel met een hoge milieucategorie op het watergebonden bedrijventerreindeel is het perceel van de voormalige betoncentrale. Inmiddels is de centrale ontmanteld. Feitelijk is de locatie te klein (3.000 m²) voor een betoncentrale. Dit perceel blijft vanwege de ligging aan het water wel gehandhaafd als watergebonden bedrijventerrein. Bij het bepalen van de hoogst mogelijke milieucategorie in het bestemmingsplan kan rekening worden gehouden met de toekomstige ontwikkeling van andere delen van de Plaspoelpolder tot een gemengder gebied.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel tot wijziging van het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>Op de kaart met bedrijventerreinen in paragraaf 2.2.4 van het Programma ruimte wordt een kleiner deel van de Plaspoelpolder aangeduid als watergebonden bedrijventerrein.</p>

			<p>In paragraaf 2.2.2 van het Programma ruimte wordt een passage toegevoegd over de Plaspoelpolder.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28329">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>34</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.27 3 ha kaart</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Als gevolg van de actualisering van de regionale woonvisies en andere actuele ontwikkelingen zijn er de volgende toevoegingen op de 3 ha kaart in het Programma ruimte:</p>

<p> </p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li><imropt:toegevoegd>Woningbouwlocatie Weide II, gemeente Zederik, kern Meerkerk</imropt:toegevoegd><br />
	Betreft een woningbouwlocatie met een bruto oppervlakte van 15,7 hectare, waar ongeveer 150 woningen zullen worden gerealiseerd in een planperiode van 10 jaar. De ontwikkeling past in de geactualiseerde regionale woonvisie. In ruimtelijk opzicht is het een logische uitbreidingsrichting.</li>
	<li><imropt:toegevoegd>Uitbreiding bedrijventerrein Meerkerk IV, gemeente Zederik, kern Meerkerk</imropt:toegevoegd><br />
	Betreft uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Meerkerk IV met ongeveer 7 hectare bruto. Het bestaande bedrijventerrein is grotendeels uitgegeven, op 3.000 m2 na. De ontwikkeling past in de vastgestelde regionale bedrijventerreinenstrategie. In ruimtelijk opzicht is het een logische uitbreidingsrichting.</li>
	<li><imropt:toegevoegd>Woningbouwlocatie Kreekzone, gemeente Midden-Delfland, kern Den Hoorn</imropt:toegevoegd><br />
	Betreft een woningbouwlocatie met en oppervlakte van 3,8 hectare bruto. De ontwikkeling past in de geactualiseerde regionale woonvisie. In ruimtelijk opzicht is het een logische uitbreiding, aansluitend op een andere woningbouwlocatie.</li>
	<li><imropt:toegevoegd>Woningbouwlocatie De Nieuwe Marke, gemeente Goeree-Overflakkee</imropt:toegevoegd><br />
	Betreft een woningbouwlocatie in het kader van de ontwikkeling Noordrand. In combinatie met de ontwikkeling van 75 hectare natuur, wordt hier een bijzonder woonmilieu ontwikkeld met ongeveer 40 woningen. De natuurontwikkeling wordt gefinancierd uit de woningbouwontwikkeling en zal voor het publiek toegankelijk zijn.</li>
	<li><imropt:toegevoegd>Woningbouwlocatie Ouddorp Bad, gemeente Goeree-Overflakkee, kern Ouddorp</imropt:toegevoegd><br />
	Betreft een woningbouwontwikkeling met een oppervlakte van ongeveer 6 hectare. Voor een deel hiervan zijn al bestemmingsplannen vastgesteld. Omdat de totale ontwikkeling meer dan 3 hectare bedraagt, wordt deze locatie alsnog toegevoegd aan de 3 ha kaart. De ontwikkeling past in de geactualiseerde regionale woonvisie.</li>
	<li><imropt:toegevoegd>Bedrijventerrein De Driehoek, gemeente Sliedrecht</imropt:toegevoegd><br />
	Betreft een nog te ontwikkelen bedrijventerrein met een omvang van 6,7 hectare uitgeefbaar terrein. Er is al een vigerend bestemmingsplan dat deze ontwikkeling mogelijk maakt, maar het terrein ontbreekt nog op de 3 ha kaart in het Programma ruimte. Reden hiervoor is dat het gebied tot nu toe werd beschouwd als bestaand stads- en dorpsgebied, door de inklemming tussen infrastructuur.</li>
	<li><imropt:toegevoegd>Woningbouwlocatie Spaanse Polder ’s-Gravenland, gemeente Schiedam</imropt:toegevoegd><br />
	Dit plangebied is ingeklemd tussen de bedrijventerreinen ’s-Gravenland in Schiedam en Noord-West in Rotterdam. De woningbouwontwikkeling maakt onderdeel uit van de regionale woningmarktafspraken tot 2025. In het plangebied worden ongeveer 50 woningen gerealiseerd.</li>
</ul>

<p> </p>

<p>In de tabel behorende bij de 3 hectare kaart zijn er enkele wijzigingen als gevolg van de vaststelling van bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen. De locaties verschuiven daarom van de tabel “bedrijventerreinen zachte capaciteit” naar de tabel “bedrijventerreinen harde capaciteit”.<br />
Het gaat om de volgende bedrijventerreinen:</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>Kickersbloem 3 (uitgezonderd de vierde kwadrant), gemeente Hellevoetsluis</li>
	<li>Nieuwe Wetering Kruiswijk, gemeente Krimpenerwaard</li>
	<li>Lekkerkerk Oost, gemeente Krimpenerwaard</li>
	<li>Business Park Vredenburg, gemeente Waddinxveen</li>
	<li>Logistiek Park A12 (voor wat betreft de eerste fase) gemeente Waddinxveen</li>
</ul>

<p> </p>

<p>Voor de meeste bedrijventerreinen is de aanduiding van de oppervlakte exacter aangegeven dan voorheen.</p>

<p> </p>

<p><imropt:toegevoegd>Bedrijventerrein Werklint (gemeente Bodegraven-Reeuwijk)</imropt:toegevoegd> is geschrapt op de 3 ha kaart, omdat deze ontwikkeling niet meer doorgaat.</p>

<p> </p>

<p>In de tabel en op de kaart is de <imropt:toegevoegd>woningbouwlocatie Braassemerland (gemeente Kaag en Braassem</imropt:toegevoegd>) uitgesplitst in 5 deellocaties: Westend, Veilingvaart, Centrum, GEM en Waterrijck. Laatstgenoemde deellocatie stond afzonderlijk op de kaart en op de tabel en valt dus nu onder de hoofdlocatie Braassemerland.</p>

<p> </p>

<p>Ten slotte zijn er in de tabellen nog enkele wijzigingen en verbeteringen in de naamsaanduiding van locaties.</p>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color: rgb(204, 204, 204);">
			<p>Bovenstaande leidt niet tot wijziging van tekst en/of begrenzingen in de <em>Verordening ruimte 2014, </em>maar wel tot wijziging van het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p>De 3 hectare kaart en de bijbehorende tabellen in paragraaf 2.2.1 van het Programma ruimte worden aangepast.</p>
			</td>
		</tr>
	
</table>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28330">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>35</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>4.28 Aanpassing kaarten</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28112" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Sinds de Visie ruimte en mobiliteit, de Verordening ruimte en het Programma ruimte op 9 jul 2014 zijn vastgesteld, is een aantal onvolkomenheden op de kaarten geconstateerd. Het gaat dan om een niet (goed) verwerkte toezegging, een verkeerde begrenzing, een achterhaald feit en dergelijke. Het gaat in alle gevallen om beleidsarme correcties. De volgende verbeteringen worden in deze Actualisering doorgevoerd:</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>Noordelijke Randweg Rijnsburg<br />
	Per abuis is dit mogelijke alternatief in het Programma ruimte bij de vaststelling in juli 2014 niet geschrapt. Dit leidt tot wijziging van de kaart in paragraaf 2.3.1 van het Programma ruimte.</li>
	<li>Gewenste regionale hoofdfietsverbinding Katwijk-Voorhout via ‘t Heen<br />
	Dit tracé is reeds een aantal jaren geleden als niet haalbaar terzijde geschoven en kan nu worden geschrapt van de kaart in paragraaf 2.2.2 van de Visie ruimte en mobiliteit</li>
	<li>Havenindustrieel complex<br />
	Per ongeluk is een verkeerd bestand gebruikt met een verkeerde begrenzing tot gevolg. De kaart in paragraaf 2.4.1 van het Programma ruimte wordt verbeterd.</li>
	<li>Glastuinbouwgebied Roelofarendsveen<br />
	Op de kwaliteitskaartlaag van de cultuur- en natuurlandschappen staat het glastuinbouwgebied van Roelofarendsveen ten onrechte aangegeven als droogmakerij. Het is echter een onverveend bovenland. Zo zal het nu worden aangeduid in bijlage 1 (uitwerking kwaliteitskaart), laag van de cultuur- en natuurlandschappen, van de Visie ruimte en mobiliteit.</li>
	<li>Veenlandschap ten noorden van Pijnacker<br />
	In de Visie en in het Programma ruimte is per abuis een stuk veenlandschap niet aangegeven. Dat leidt tot correctie van de kaart in paragraaf 3.2.1 van de Visie ruimte en mobiliteit en paragraaf 3.2.1 van het Programma ruimte.</li>
	<li>Dunimar Noordwijkerhout<br />
	Dunimar staat ten onrechte aangeduid als recreatiegebied en valt daarmee onder beschermingscategorie 2. Dit leidt tot wijziging van kaart 7 behorende bij <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT52">Artikel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit</imropt:interneVerwijzing> in de Verordening ruimte, de kaart in paragraaf 3.2 en 3.6 in de Visie en in paragraaf 3.2, 3.4 en 3.6 in het Programma ruimte.</li>
	<li>Eendragtspolder Zevenhuizen<br />
	De begrenzing van het recreatiegebied en de roeibaan in de Eendragtspolder corresponderen niet met de daadwerkelijke situatie. Dat leidt tot correctie van de kaart in paragraaf 3.2.4 en 3.6 in de Visie en paragraaf 3.4 en 3.6 in het Programma ruimte.</li>
	<li>Norfolk-terrein Scheveningen<br />
	Het westelijk deel van het Norfolk-terrein is ten onrechte niet aangeduid als bestaand stads- en dorpsgebied 2014. Ten tijde van de vaststelling voldeed het betreffende terrein al aan de definitie van bsd. De begrenzing wordt nu gecorrigeerd.</li>
</ul>

<table xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	
		<tr>
			<td style="background-color:rgb(204, 204, 204)">
			<p>Bovenstaande leidt tot wijziging van begrenzingen in de bovengenoemde delen van de <em>Verordening ruimte 2014, </em>alsmede tot wijzigingen in de <em>Visie ruimte en mobiliteit </em>en het <em>Programma ruimte</em>:</p>

			<p> </p>
			</td>
		</tr>
	
</table>

<p><img alt="" src="i_NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01_28330img1nor.png" /></p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28133">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>36</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Relatie met andere wijzigingen van visie, programma’s of verordening</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28110" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28134">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>37</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer>6</nummer>
        <naam>PlanMER</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28110" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28135">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>38</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer>7</nummer>
        <naam>Procedure</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28110" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28136">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>39</volgnummer>
    <niveau>2</niveau>
    <type>deel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Verordening ruimte 2014 - complete tekst met wijzigingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28109" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Regels als bedoeld in Artikel 4,1 eerste lid, Wet ruimtelijke ordening</p>

<p><br />
Dit is een geconsolideerde versie van de onderstaande besluiten, bijgewerkt tot en met:</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>besluit van Provinciale Staten van 1 juli 2014 tot vaststelling van de Verordening ruimte 2014 (NL.IMRO.9928.DOSx2012x0006876VO-VA01), in werking getreden op 1 augustus 2014;</li>
	<li>besluit van Provinciale Staten van 4 maart 2015 tot partiële wijziging van de Verordening ruimte 2014 inzake hervorming advisering over detailhandelsplannen (NL.IMRO.9928.DOSx2012x1006876VO-VA01), in werking getreden op 1 juli 2015;</li>
	<li>besluit van 21 november 2015 tot schorsing van het besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 9 juli 2014 tot vaststelling van de Verordening ruimte 2014, voor zover het artikel 2.1.4, derde lid, onderdeel a, van de verordening betreft, alsmede tot het treffen van een voorziening, en verlengd bij besluit van 18 maart 2016 tot verlenging van de schorsing van het besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 9 juli 2014 tot vaststelling van de Verordening ruimte 2014, voor zover het artikel 2.1.4, derde lid, onderdeel a, van de verordening betreft, in werking getreden op 2 december 2015 en waarvan de verlenging bekend is gemaakt op 25 maart 2016;</li>
	<li>besluit van Provinciale Staten van 16 december 2015 tot partiële wijziging van de Verordening ruimte 2014 inzake stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied en andere ontwikkelingen (NL.IMRO.9928.DOSx2012x2006876VO-VA01), in werking getreden op 4 februari 2016;</li>
	<li>besluit van Gedeputeerde Staten van 17 mei 2016 tot vaststeling van het ontwerp van de Actualisering 2016 van de Visie ruimte en mobiliteit, het Programma ruimte en de Verordening ruimte 2014 (NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01). Dit ontwerp ligt vanaf 17 juni 2016 gedurende 4 weken ter inzage.</li>
</ul>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28137">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>40</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Hoofdstuk</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Algemene bepalingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28136" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28138">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>41</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>1.1</nummer>
        <naam>Begripsbepalingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28137" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:</p>

<p><em>adviescommissie detailhandel Zuid-Holland</em>: onafhankelijk adviesorgaan <imropt:toegevoegd>waarvan het reglement door Gedeputeerde Staten is vastgesteld bij besluit van 26 mei 2015 en</imropt:toegevoegd> dat de gemeentelijke onderbouwing van een nieuwe detailhandelsontwikkeling op kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en de ruimtelijke effecten van de ontwikkeling, zoals woon- en leefklimaat en leegstand, objectief valideert;</p>

<p><em>afhaalpunt voor niet-dagelijkse artikelen</em>: een ruimte ten behoeve van de levering en retournering van vooraf elders bestelde artikelen, niet zijnde levensmiddelen of middelen voor de persoonlijke verzorging, zonder het tonen van artikelen in een showroom, etalage of anderszins;</p>

<p><imropt:verwijderd><em>agrarisch aanverwant bedrijf</em>: een bedrijf dat uitsluitend of overwegend is gericht op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven en groene en recreatieve functies in het buitengebied zo nodig met behulp van werktuigen en apparatuur en op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van werktuigen of apparatuur, met als kenmerkende werkzaamheden cultuurtechnische werken, grondverzet, meststoffendistributie en agrarisch loonwerk;</imropt:verwijderd></p>

<p><em>agrarisch bedrijf</em>: bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, houtteelt daaronder begrepen, of het houden van dieren;</p>

<p><em>agrarisch bouwperceel</em>: een aaneengesloten terrein waarbinnen bedrijfsgebouwen, bijgebouwen, een bedrijfswoning met bijbehorend erf en tuin, andere bouwwerken zoals hooibergen, voersilo’s, kuilvoerplaten, biomassavergistingsinstallaties, mestopslag, erfverharding, parkeervoorzieningen en erfbeplanting zijn geconcentreerd;</p>

<p><imropt:toegevoegd><em>akkerbouwbedrijf</em>: bedrijf dat uitsluitend of overwegend is gericht op het telen van akkerbouwgewassen in de open grond;</imropt:toegevoegd></p>

<p><em>bebouwing</em>: één of meerdere gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde;</p>

<p><imropt:toegevoegd><em>bebouwde kom</em>: bestaand stads- en dorpsgebied;</imropt:toegevoegd></p>

<p><em>bedrijventerrein</em>: terrein dat bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening en industrie;</p>

<p><em>bollenteeltbedrijf</em>: een bedrijf dat is gericht op de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen, de teelt van snijbloemen en laagblijvende eenjarige en vaste bloeiende tuinplanten, de teelt van vollegrondstuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt, niet zijnde boom- en sierteelt en fruitteelt, zo nodig met het gebruik van ondersteunend glas;</p>

<p><em>bestaand stads- en dorpsgebied</em>: <imropt:toegevoegd>bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing, met inbegrip van daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid (uitgezonderd glastuinbouw), detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur <imropt:verwijderd>bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing, zoals bedoeld in artikel 2.1.1, tweede lid</imropt:verwijderd>;</imropt:toegevoegd></p>

<p><em>bouwrijp gemaakt terrein</em>: terrein waarvan bodem en waterhuishouding zodanig zijn bewerkt dat het terrein geschikt is om bebouwd te worden; het betreft bewerkingen zoals de aanleg van zand om de grond voor te belasten, de aanleg van wegen of bouwwegen en watergangen, de aanleg van een rioleringssysteem, bodemsanering en het verwijderen van begroeiing en oude bouwwerken;</p>

<p><em>bouwmarkt</em>: detailhandelsvestiging <imropt:verwijderd>waar bouwmaterialen te koop worden aangeboden </imropt:verwijderd><imropt:toegevoegd>waarvan het hoofdassortiment bestaat uit bouwmaterialen,</imropt:toegevoegd> alsmede materialen die voor het verrichten van bouw- en verbouwwerkzaamheden nodig zijn;</p>

<p><em>bruto vloeroppervlak</em>: de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de buitenste opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte of ruimten omhult;</p>

<p><em>detailhandel</em>: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, uitstallen ten verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;</p>

<p><imropt:toegevoegd><em>detailhandel in volumineuze goederen</em>: detailhandel waarbij het hoofdassortiment bestaat uit omvangrijke goederen waarvoor een grote uitstallingsruimte nodig is, zoals auto’s, boten en caravans;</imropt:toegevoegd></p>

<p><em>dienstverlening</em>: het bedrijfsmatig verlenen van commerciële- en niet-commerciële diensten, waarbij het publiek rechtstreeks, al dan niet via een balie, te woord wordt gestaan en geholpen;</p>

<p><imropt:verwijderd><em>ecologische hoofdstructuur</em>: netwerk van natuurgebieden van internationaal of nationaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten;</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd><em>gebouw</em>: een bouwwerk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;</imropt:verwijderd></p>

<p><em>gemakswinkel</em>: een winkel voor kleine en snelle aankopen met een beperkt assortiment van dagelijkse of direct te gebruiken artikelen;</p>

<p><em>gemengd bollenteelt- en glastuinbouwbedrijf</em>: een bedrijf dat is gericht op de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen, de teelt van snijbloemen en laagblijvende eenjarige en vaste bloeiende tuinplanten, de teelt van vollegrondstuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt, niet zijnde boom- en sierteelt en fruitteelt, in zowel de volle grond als onder glas en dat ten minste 3.000 m² glas duurzaam in gebruik heeft;</p>

<p><imropt:verwijderd><em>geometrische plaatsbepaling</em>: locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem;</imropt:verwijderd></p>

<p><em>glastuinbouwbedrijf</em>: een volwaardig en doelmatig bedrijf in overwegende mate gericht op het voortbrengen van producten en het leveren van diensten door middel van het duurzaam en intensief kweken van assimilerende organismen onder invloed van licht, geheel of hoofdzakelijk overdekt; waarbij onder kweken wordt verstaan: veredeling, selectie, opkweek en verzorging, en waarbij onder licht wordt verstaan: licht afkomstig uit natuurlijke of kunstmatige bron;</p>

<p><em>hoofdtak intensieve veehouderij</em>: een bedrijfsonderdeel een bedrijfsonderdeel intensieve veehouderij dat qua omvang, arbeidsinzet en gelet op de inkomsten die daaruit redelijkerwijs kunnen worden verworven als volwaardige agrarische hoofdactiviteit kan worden aangemerkt of als activiteit waaruit de betrokkene het hoofdinkomen verwerft;</p>

<p><em>intensieve veehouderij</em>: bedrijf waar <imropt:toegevoegd>geiten,</imropt:toegevoegd> slacht-, fok-, leg-, of pelsdieren in gebouwen<imropt:verwijderd> (bijna) zonder weidegang<imropt:verwijderd> </imropt:verwijderd>wordt</imropt:verwijderd> gehouden, <imropt:toegevoegd>met uitzondering van fokdieren voor het houden van melkkoeien en met uitzondering van het biologisch houden van dieren overeenkomstig de Landbouwkwaliteitswet</imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd><imropt:toegevoegd> </imropt:toegevoegd>, onafhankelijk van agrarische grond als productiemiddel</imropt:verwijderd>;</p>

<p><em>invloedsfeer treinhalte</em>: gronden die te voet binnen 10 minuten bereikbaar zijn vanaf de treinhalte, alsmede voor wat de treinhaltes Den Haag Centraal en Rotterdam Centraal betreft gronden die in de directe nabijheid liggen van haltes die binnen 10 minuten bereikbaar zijn met natransport via hoogfrequente bus- en railverbindingen;</p>

<p><em>kantoor</em>: gebouw of deel daarvan dat gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig verrichten van administratieve werkzaamheden op financieel, ontwerptechnisch, juridisch, of ander daarmee gelijk te stellen gebied;</p>

<p><em>kas</em>: bouwwerk van bijna alleen maar glas of ander lichtdoorlatend materiaal met een bouwhoogte van 1 meter of meer voor de bedrijfsmatige teelt van gewassen;</p>

<p><imropt:toegevoegd><em>kringloopwinkel</em>: het bedrijfsmatig inzamelen om niet, repareren en verkopen van gebruikte huisraad, kleding, fietsen en overige kringloopgoederen;</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:verwijderd><em>kwaliteitsfonds</em>: gemeentelijke of intergemeentelijk fonds dat is ingesteld met als doelstelling het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit;</imropt:verwijderd></p>

<p><em>kwaliteitskaart</em>: kaart van de Visie ruimte en mobiliteit en die is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschapen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving;</p>

<p><em>landgoed</em>: een ruimtelijk functionele eenheid bestaande uit bos, overige natuur en woonbebouwing, al dan niet in combinatie met agrarische bedrijfsgronden;</p>

<p><em>milieucategorie</em>: milieucategorie zoals omschreven in de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering, uitgebracht door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;</p>

<p><em>netto verkoopvloeroppervlak</em>: oppervlakte van het gedeelte van een winkel dat toegankelijk is voor het publiek en waar de producten voor verkoop en verhuur zijn uitgestald;</p>

<p><em>neventak intensieve veehouderij</em>: een bedrijfsonderdeel intensieve veehouderij dat qua omvang, arbeidsinzet en gelet op de inkomsten die daaruit redelijkerwijs kunnen worden verworven niet als volwaardige agrarische hoofdactiviteit kan worden aangemerkt of als activiteit waaruit de betrokkene het hoofdinkomen verwerft;</p>

<p><em>openlucht tuinbouwbedrijf</em>: een volwaardig en doelmatig bedrijf in overwegende mate gericht op het voortbrengen van producten en het leveren van diensten door middel van het duurzaam en intensief kweken van assimilerende organismen in de open lucht, eventueel met gebruik van rolkassen; waarbij onder kweken wordt verstaan: veredeling, selectie, opkweek en verzorging;</p>

<p><imropt:verwijderd><em>provinciale vaarweg</em>: voor het openbaar verkeer met schepen openstaand oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de Provincie Zuid-Holland, genoemd in artikel 2.1.2, tweede lid, van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland;</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd><em>regionale waterkering</em>: waterkering, niet zijnde een primaire waterkering als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, die beveiliging biedt tegen overstroming;</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd><em>Romeinse Limes</em>: archeologische restanten van de noordgrens van het voormalige Romeinse rijk, die zich in Europa uitstrekt van de Balkan tot in Engeland;</imropt:verwijderd></p>

<p><em>ruimtelijke kwaliteit</em>: kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde;</p>

<p><em>ruimtelijke ontwikkeling</em>: nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van bebouwing of grond;</p>

<p><imropt:verwijderd><em>sciencepark</em>: universiteitscomplex of bedrijventerrein dat primair bestemd is voor hoogwaardige en kennisgerichte instituten of bedrijven met nationale of internationale betekenis;</imropt:verwijderd></p>

<p><em>Staat van Bedrijfsactiviteiten</em>: indeling van bedrijven in categorieën overeenkomstig of vergelijkbaar met de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering, uitgebracht door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;</p>

<p><em>stedelijke ontwikkeling</em>: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen;</p>

<p><em>stekbedrijf</em>: een bedrijf dat nagenoeg geheel is gericht op het vermeerderen van vaste planten tot het stadium van uitgangsmateriaal en dat ten minste 3.000 m² glas duurzaam in gebruik heeft;</p>

<p><em>tuincentrum</em>: detailhandelsvestiging<imropt:toegevoegd> waarvan het hoofdassortiment bestaat uit </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>met een assortiment van</imropt:verwijderd> boomkwekerijproducten, planten, bloembollen, bloemen, attributen voor de inrichting en het onderhoud van tuinen, balkons en terrassen waaronder tuinmeubilair, alsmede de daarbij benodigde hulpmaterialen;</p>

<p><imropt:verwijderd><em>veehouderij</em>: agrarisch bedrijf gericht op het houden van dieren;</imropt:verwijderd></p>

<p><em>volwaardig agrarisch bedrijf</em>: agrarisch bedrijf dat naar aard, omvang en redelijkerwijs te verwachten continuïteit en gelet op de arbeidsbehoefte als zodanig moet worden aangemerkt; de omvang omvat ten minste één volwaardige arbeidskracht met een daarbij passende arbeidsomvang en een daaruit de verwachten redelijk inkomen;</p>

<p><em>Wet</em>: Wet ruimtelijke ordening;</p>

<p><em>wezenlijke kenmerken en waarden <imropt:verwijderd>ecologische hoofdstructuur </imropt:verwijderd><imropt:toegevoegd>Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd></em>: de kenmerken en waarden van <imropt:verwijderd>de ecologische hoofdstructuur </imropt:verwijderd><imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd>die zijn gekoppeld aan de natuurdoelen voor een gebied die zijn opgenomen in het 'Natuurbeheerplan Zuid-Holland', het ‘Handboek Natuurdoeltypen’ (2002) en de aanwijzingsbesluiten voor de Natura2000-gebieden;</p>

<p><imropt:verwijderd><em>zeehaventerrein</em>: terrein met laad- en loskade langs diep vaarwater toegankelijk voor grote zeeschepen en bijbehorende voorzieningen;</imropt:verwijderd></p>

<p><em>zichtlijn voor de scheepvaart</em>: het vrije zicht dat twee elkaar tegemoetkomende schepen, varend in de as van de vaarweg, moeten hebben op een onderlinge afstand van vijfmaal de lengte van het maatgevende schip, afhankelijk van de CEMT-klasse van de vaarweg, met een maximum van 600 meter.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28139">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>42</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>1.2</nummer>
        <naam>Toepasselijkheid</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28137" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28140">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>43</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Bestemmingsplan</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28139" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In deze verordening wordt, onder bestemmingsplan mede verstaan:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de Wet;</li>
	<li>beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van de Wet;</li>
	<li>omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 <imropt:verwijderd>of 3</imropt:verwijderd>, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van het bestemmingsplan of van de beheersverordening wordt afgeweken <imropt:toegevoegd>,voor zover het betreft:</imropt:toegevoegd>
	<ol>
		<li>
		<p><imropt:toegevoegd>onderdeel 9 van artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht en sprake is van gebruikswijziging binnen de bebouwde kom</imropt:toegevoegd></p>

		<p><imropt:toegevoegd>1°. ten behoeve van detailhandel of kantoren;</imropt:toegevoegd></p>

		<p><imropt:toegevoegd>2°. ter plaatse van gronden binnen de veiligheidszone langs de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 6 Veiligheidszonering Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas’, of</imropt:toegevoegd></p>

		<p><imropt:toegevoegd>3°. ter plaatse van de bedrijventerreinen die zijn aangegeven op de bedrijventerreinen kaart in paragraaf 2.2.4 van het Programma ruimte;</imropt:toegevoegd></p>
		</li>
		<li>
		<p><imropt:toegevoegd>onderdeel 9 van artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht en sprake is van gebruikswijziging buiten de bebouwde kom;</imropt:toegevoegd></p>
		</li>
		<li>
		<p><imropt:toegevoegd>onderdeel 11 van artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht;</imropt:toegevoegd></p>
		</li>
	</ol>
	</li>
	<li>
	<p><imropt:toegevoegd>omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van het bestemmingsplan of van de beheersverordening wordt afgeweken;</imropt:toegevoegd></p>
	</li>
	<li>
	<p>projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet.</p>
	</li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28141">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>44</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Toelichting</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28139" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In deze verordening wordt, tenzij hierin anders is bepaald of de bepaling zich daartegen verzet, onder toelichting bij een bestemmingsplan mede verstaan:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>toelichting bij een wijzigings- of uitwerkingsplan als bedoeld in het eerste lid, onder a;</li>
	<li>ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, onder c <imropt:toegevoegd>of d</imropt:toegevoegd>, of bij een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in het eerste lid, onder <imropt:verwijderd>d</imropt:verwijderd> <imropt:toegevoegd>e</imropt:toegevoegd>.</li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28142">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>45</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Bestaande bebouwing en bestaand gebruik</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28139" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Onder bestaande bebouwing, bestaand gebruik of bestaande ruimtelijke ontwikkeling, wordt verstaan hetgeen:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>ingevolge het op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening geldende bestemmingsplan rechtmatig aanwezig is;</li>
        <li>waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening bij een omgevingsvergunning is afgeweken van het bestemmingsplan of een aanvraag hiertoe is ingediend die kan worden verleend;</li>
        <li>in overeenstemming met deze verordening tot stand is gekomen of waarvoor ontheffing van deze verordening is verleend of waarover het gemeentebestuur een besluit heeft genomen als direct gevolg van een onherroepelijke uitspraak van een bestuursrechter.<br /></li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28143">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>46</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Hoofdstuk</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Inhoudelijke bepalingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28136" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28144">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>47</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Paragraaf</label>
        <nummer>2.1</nummer>
        <naam>Regels voor bebouwde ruimte en mobiliteit</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28143" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28145">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>48</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.1</nummer>
        <naam>Ladder voor duurzame verstedelijking</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28146">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>49</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Ladder voor duurzame verstedelijking</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28145" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>de stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd;</li>
        <li>in die behoefte wordt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, of</li>
        <li>indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt gebruik gemaakt van locaties die,
	<ol class="lower-roman"><li>gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld,</li><li>passen in de doelstellingen en richtpunten van de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit, waarbij artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT53">2.2.1</imropt:interneVerwijzing> van toepassing is, en</li><li>zijn opgenomen in het Programma ruimte, voor zover het gaat om locaties groter dan 3 hectare.</li></ol></li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28147">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>50</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Bestaand stads- en dorpsgebied [VERVALLEN]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28145" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:verwijderd>Onder bestaand stads- en dorpsgebied als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing, met inbegrip van daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid (uitgezonderd glastuinbouw), detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.</imropt:verwijderd>
      </p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28148">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>51</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28145" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie als motivering of gedeeltelijke motivering dat de stedelijke ontwikkeling voldoet aan het eerste lid.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28149">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>52</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.2</nummer>
        <naam>Kantoren</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28150">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>53</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Kantorenlocaties</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28149" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe kantoren, op gronden:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>binnen de invloedsfeer van de concentratielocaties voor kantoren met treinhalte, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ;</li>
        <li>binnen de begrenzing van de concentratielocaties voor kantoren zonder treinhalte, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , of</li>
        <li>binnen de begrenzing van de scienceparken, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , mits passend in het profiel van het sciencepark.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28151">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>54</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Uitzonderingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28149" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het eerste lid is niet van toepassing op:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>het opnieuw bestemmen van een vigerende kantoorbestemming voor zover passend in een actuele regionale visie die is aanvaard door gedeputeerde staten;</li>
        <li>kleinschalige zelfstandige kantoren tot een bruto vloeroppervlak van 1.000 m² per vestiging;</li>
        <li>kantoren met een lokaal verzorgingsgebied;</li>
        <li>bedrijfsgebonden kantoren met een bruto vloeroppervlak dat minder bedraagt dan 50% van het totale bruto vloeroppervlak van het bedrijf en</li>
        <li>functiegebonden kantoren bij een luchthaven, een haven of een veiling.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28152">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>55</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.3</nummer>
        <naam>Bedrijven</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s27166" id="LNT54">
        </imropt:interneVerwijzing>
      </p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28153">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>56</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Hoogst mogelijke milieucategorie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28152" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, laat bedrijven toe uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die zijn opgenomen in een onherroepelijk bestemmingsplan of het Programma ruimte.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28154">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>57</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Watergebonden bedrijven</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28152" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein, laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28155">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>58</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Functiemenging</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28152" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan in beperkte mate voorzien in nieuwe woningen, bedrijfswoningen en andere functies op delen van een bedrijventerrein, voor zover dit niet in strijd is met het eerste lid.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28156">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>59</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Transformatie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28152" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bestaand bedrijventerrein als bedoeld in het eerste lid of het tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28157">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>60</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Achterwege blijven van compensatie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28152" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Compensatie als bedoeld in het  vierde lid, kan achterwege blijven, indien:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>het een bestaand niet-watergebonden bedrijventerrein met ten hoogste milieucategorie 3 en een oppervlakte van minder dan 1 hectare betreft, of</li>
        <li>regionale afstemming heeft plaatsgevonden en hieruit is gebleken dat  na transformatie voldoende  bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28158">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>61</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.4</nummer>
        <naam>Detailhandel</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28159">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>62</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Detailhandel binnen de centra</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28158" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel op gronden:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li value="1">binnen of <imropt:verwijderd>direct</imropt:verwijderd> aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken;</li>
	<li>binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk;</li>
	<li>binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie.</li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28160">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>63</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Omvang van ontwikkelingen binnen de centra</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28158" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De nieuwe detailhandel, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>de ontwikkeling is in overeenstemming met het in het Programma ruimte beschreven ontwikkelingsperspectief voor de daarin benoemde te ontwikkelen centra, te optimaliseren centra en de overige <imropt:toegevoegd>centra</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>aankoopplaatsen</imropt:verwijderd>;</li>
	<li><imropt:verwijderd>voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 2.000 m² bruto vloeroppervlak, voorziet het bestemmingsplan hier uitsluitend in als is aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat en mede met het oog hierop advies is gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland.</imropt:verwijderd> <imropt:toegevoegd>aangetoond is dat het woon- en leefklimaat als gevolg van de ontwikkeling niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat;</imropt:toegevoegd></li>
	<li><imropt:toegevoegd>voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 2.000 m2 bruto vloeroppervlak, is mede met het oog op de eisen onder a en b, advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland.</imropt:toegevoegd></li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28161">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>64</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Uitzonderingen buiten de centra</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28158" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het eerste lid is niet van toepassing op een bestemmingsplan dat voorziet in de volgende nieuwe detailhandel:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>
	<p><imropt:toegevoegd>detailhandel in goederen die qua aard of omvang van de aangeboden goederen niet of niet goed inpasbaar is in de centra:</imropt:toegevoegd></p>

	<ol class="lower-roman">
		<li value="1"><imropt:toegevoegd>detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen;</imropt:toegevoegd></li>
		<li><imropt:toegevoegd>detailhandel in volumineuze goederen;</imropt:toegevoegd></li>
		<li><imropt:toegevoegd>meubelbedrijven met een omvang van minimaal 1.000 m2 bruto vloeroppervlak, inclusief in ondergeschikte mate een assortiment woninginrichting en stoffering, alsmede detailhandel in de volumineuze woongoederen: keukens, badkamers, vloeren, zonwering en jacuzzi’s, voor zover de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bedrijventerreinen met PDV-locaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 2 Detailhandel’;</imropt:toegevoegd></li>
		<li><imropt:toegevoegd>tuincentra met een omvang van minimaal 1.000 m2 bruto vloeroppervlak, en</imropt:toegevoegd></li>
		<li><imropt:toegevoegd>bouwmarkten met een omvang van minimaal 1.000 m2 bruto vloeroppervlak.</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>detailhandel in auto’s, boten, caravans, motoren, scooters, zwembaden, buitenspeelapparatuur, fitnessapparatuur, piano’s, surfplanken, tenten, grove bouwmaterialen, landbouwwerktuigen en brand- en explosiegevaarlijke goederen;</imropt:verwijderd></li>
	</ol>
	</li>
	<li>kleinschalige detailhandel:
	<ol class="lower-roman">
		<li value="1">in de vorm van een gemakswinkel;</li>
		<li>bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, benzinestations, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties;</li>
		<li>als leerwerkplaats bij beroepsonderwijs, met een assortiment dat aansluit op de aard van de onderwijsinstelling;</li>
		<li>bij een agrarisch bedrijf, met een assortiment van producten uit eigen teelt<imropt:toegevoegd>;</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>, of</imropt:verwijderd></li>
		<li>ondergeschikt aan een beroep aan huis of aan een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit op de hoofdbestemming<imropt:verwijderd> </imropt:verwijderd> <imropt:toegevoegd>,of</imropt:toegevoegd></li>
		<li><imropt:toegevoegd>in de vorm van een kringloopwinkel;</imropt:toegevoegd></li>
	</ol>
	</li>
	<li>ondergeschikte detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf<imropt:verwijderd> ;</imropt:verwijderd><imropt:toegevoegd> ,en</imropt:toegevoegd></li>
	<li>afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen op bedrijventerreinen, kantoorlocaties en brandstofverkooppunten<imropt:toegevoegd>. </imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd> ;</imropt:verwijderd></li>
	<li><imropt:verwijderd>grootschalige meubelbedrijven met een omvang van minimaal 1.000 m² bruto vloeroppervlak, inclusief in ondergeschikte mate een assortiment woninginrichting en stoffering, en detailhandel in keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering en jacuzzi’s, voor zover de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bedrijventerreinen met PDV-locaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op;</imropt:verwijderd></li>
	<li><imropt:verwijderd>tuincentra met een omvang van minimaal 1.000 m² bruto vloeroppervlak, en</imropt:verwijderd></li>
	<li><imropt:verwijderd>bouwmarkten met een omvang van minimaal 1.000 m² bruto vloeroppervlak.</imropt:verwijderd></li>
</ol>

<p><imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28109" id="LNT55">Verordening ruimte 2014 - Actualisering 2016</imropt:interneVerwijzing></p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28162">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>65</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Voorwaarden ontwikkelingen buiten de centra</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28158" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:toegevoegd>Het bestemmingsplan voorziet uitsluitend in de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a, als is aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat. Mede met het oog hierop is advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland, voor zover het gaat om de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a, onderdelen iii, iv of v.</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>Voor zover de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder e,f en g een omvang heeft van meer dan 1.000 m² bruto vloeroppervlak, voorziet het bestemmingsplan hier uitsluitend in als is aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat. Mede met het oog hierop is advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland.</imropt:verwijderd></p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28163">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>66</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Nevenassortimenten</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28158" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan dat voorziet in detailhandel als bedoeld in het derde lid, onder a, e, f en g stelt de volgende voorwaarden aan de nevenassortimenten:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>ten hoogste 20% van het netto verkoopvloeroppervlak wordt voor de verkoop van het nevenassortiment gebruikt, en</li>
	<li>het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment.</li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28164">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>67</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.5</nummer>
        <naam>Glastuinbouwgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28165">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>68</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Glastuinbouwgebied voor teelt onder glas</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28164" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28166">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>69</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid voor andere bedrijven</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28164" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering een bedrijf toelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en dat een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten, voor zover:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>de gronden zijn gelegen binnen het glastuinbouwgebied Westland-Oostland, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op  en</li>
        <li>aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28167">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>70</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid voor zwaarwegend algemeen belang</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28164" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering een andere ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28168">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>71</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Aanpassing begrenzing glastuinbouwgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28164" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In het bestemmingsplan kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied, bedoeld in het eerste lid, in beperkte mate worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden en de rechtmatige aanwezigheid van bestaande bedrijven en functies, anders dan glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28169">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>72</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid voor Glasparel en Knibbelweg Oost</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28164" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toelaten die niet behoren tot de keten glastuinbouw, voor zover:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>het gronden betreft binnen de glastuinbouwgebieden Glasparel en Knibbelweg Oost, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op  , en</li>
        <li>de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt met toepassing van efficiënt en meervoudig grondgebruik door een combinatie met glastuinbouw.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28170">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>73</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>6</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid glastuinbouwgebied Tinte</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28164" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van het eerste lid, kan een bestemmingsplan voor het glastuinbouwgebied Tinte, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op  , bestemmingen bevatten die voortzetting van het huidige gemengde agrarische grondgebruik mogelijk maken in een deel van het gebied.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28171">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>74</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>7</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid maatwerkgebieden greenport Aalsmeer</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28164" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van het eerste lid, kan een bestemmingsplan voor de maatwerkgebieden greenport Aalsmeer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘kaart 3 Teeltgebieden’, bestemmingen bevatten die transformatie naar andere passende functies mogelijk maken zoals aangegeven in het Programma ruimte.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28172">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>75</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>8</nummer>
        <naam>Ladder voor bundeling van glastuinbouw</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28164" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe glastuinbouw of in uitbreiding van bestaande glastuinbouw met een oppervlakte van ten minste vijf hectare aan aaneengesloten percelen, bevat in de toelichting een verantwoording waarin de behoefte aan het gebruik van nieuwe gronden voor glastuinbouw als gevolg van de vervangings- en uitbreidingsvraag wordt onderbouwd. Ook wordt onderbouwd waarom in deze behoefte niet kan worden voorzien door herstructurering of intensivering van elders in de betrokken regio gelegen bestaande glastuinbouwgebieden.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28173">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>76</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>9</nummer>
        <naam>Reservering gronden voor glastuinbouw en voortzetting huidig grondgebruik</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28164" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan indien de behoefte aan het gebruik van nieuwe gronden voor glastuinbouw nog niet is aangetoond, zoals bedoeld in het achtste lid, voortzetting van het huidige grondgebruik mogelijk maken totdat er alsnog behoefte ontstaat aan ontwikkeling voor glastuinbouw. De mogelijkheden voor ontwikkeling voor glastuinbouw mogen daarbij niet significant worden beperkt, tenzij het een ontwikkeling betreft die past binnen het huidige agrarische grondgebruik.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28174">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>77</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.6</nummer>
        <naam>Boom- en sierteeltgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28175">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>78</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Boom- en sierteeltgebied bestemmen voor teelt</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28174" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>het boom- en sierteeltgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , of</li>
        <li>het boom- en sierteeltgebied PCT-terrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ,</li>
      </ol>
      <p>laat alleen bedrijven toe die zich bezighouden met boom- en sierteelt en de daarbij behorende voorzieningen.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28176">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>79</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Kassen bij volwaardige boom- en sierteeltbedrijven</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28174" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen het boom- en sierteeltgebied, bedoeld in het eerste lid, onder a, kan voorzien in kassen bij volwaardige boom- en sierteeltbedrijven tot een derde deel van het bedrijfsoppervlak.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28177">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>80</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Kassen bij volwaardige boom- en sierteeltbedrijven op het PCT-terrein</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28174" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen het boom-en sierteeltgebied PCT-terrein, bedoeld in het eerste lid, onder b, kan voorzien in kassen bij volwaardige boom- en sierteeltbedrijven, tot de helft van het beteelbare oppervlak per bedrijf. </p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28178">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>81</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Vestiging van andere bedrijven op het PCT-terrein</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28174" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen het boom- en sierteeltgebied PCT-terrein, bedoeld in het eerste lid, onder b, kan naast de vestiging van boom- en sierteeltbedrijven in beperkte mate voorzien in de vestiging van bedrijven en andere functies die een directe binding hebben met de boom- en sierteelt en noodzakelijk zijn voor het functioneren van de boom- en sierteelt. </p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28179">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>82</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid voor zwaarwegend algemeen belang</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28174" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering een andere ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28180">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>83</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>6</nummer>
        <naam>Bestaande andere functies en bebouwing</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28174" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van het eerste lid, kan het bestemmingsplan bestaande rechtmatig aanwezig bebouwing of functies toelaten, anders dan bedrijven als bedoeld in het eerste lid, alsmede beperkte uitbreiding daarvan of wijziging naar een andere functie, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het boom- en sierteeltgebied.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28181">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>84</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.7</nummer>
        <naam>Bollenteeltgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28182">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>85</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Bollenteeltgebied primair bestemmen voor bollenteelt</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen het bollenteeltgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , laat primair bollenteeltbedrijven, bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en bestaande stekbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28183">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>86</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Kassen bij volwaardige bollenteeltbedrijven</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan voorzien in kassen:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>bij een volwaardig bollenteeltbedrijf tot ten hoogste 3.000 m² per bedrijf;</li>
        <li>bij een bestaand volwaardig gemengd bollenteelt- en glastuinbouwbedrijf tot ten hoogste 6.000 m² per bedrijf;</li>
        <li>bij een bestaand volwaardig stekbedrijf tot ten hoogste 6.000 m² per bedrijf.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28184">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>87</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Glas voor glas</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van het tweede lid, onder a, kan het bestemmingsplan voorzien in kassen tot meer dan 3.000 m² bij een volwaardig bollenteeltbedrijf, mits:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>tegenover de uitbreiding van de bestaande kassen in gelijke mate de duurzame sanering staat van kassen elders binnen het bollenteeltgebied,</li>
        <li>de ruimtelijke kwaliteit binnen het bollenteeltgebied per saldo wordt verbeterd en</li>
        <li>de te saneren kassen zijn opgericht voor 1 januari 2014.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28185">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>88</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Greenportwoningen en 'ruimte voor ruimte'  woningen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan ook voorzien in greenportwoningen en ‘ruimte voor ruimte’ woningen als bedoeld in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28186">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>89</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Bestaande handels- en exportbedrijven in het bollenteeltgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan ook voorzien in uitbreiding van bestaande handels- en exportbedrijven op locaties binnen het bollenteeltgebied, mits:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>dit noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering,</li>
        <li>verplaatsing naar een bedrijventerrein geen reële mogelijkheid is, en</li>
        <li>de ruimtelijke kwaliteit niet significant wordt aangetast.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28187">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>90</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>6</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid voor zwaarwegend algemeen belang</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, kan bij uitzondering een andere ontwikkeling mogelijk maken indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28188">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>91</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>7</nummer>
        <naam>Bestaande andere functies en bebouwing</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van het eerste lid, kan het bestemmingsplan bestaande rechtmatig aanwezig bebouwing of functies toelaten, anders dan bedrijven als bedoeld in het eerste lid, alsmede beperkte uitbreiding daarvan of wijziging naar een andere functie, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het bollenteeltgebied.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28189">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>92</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>8</nummer>
        <naam>Compensatie bollenteeltgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor het bollenteeltgebied als bedoeld in het eerste lid, dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling anders dan bollenteelt toestaat op gronden die in het voorgaande bestemmingsplan zijn bestemd voor bollenteelt, voorziet in compensatie van bollenteeltgebied door middel van een overeenkomst hierover met  de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek .</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28190">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>93</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>9</nummer>
        <naam>Uitvoering compensatie bollenteeltgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Voor zover ten behoeve van de compensatie van bollenteeltgebied als bedoeld in het vorige lid graslanden worden gebruikt, dan worden daarvoor de graslanden gebruikt waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op .</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28191">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>94</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.8</nummer>
        <naam>Vrijwaringszone provinciale vaarwegen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28192">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>95</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Vrijwaringszone provinciale vaarwegen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28191" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden waarop een vrijwaringszone van een provinciale vaarweg is gelegen, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en is verbeeld op , kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mits rekening wordt gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart;</li>
        <li>het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten;</li>
        <li>de toegankelijkheid van de provinciale vaarweg voor hulpdiensten vanaf de wal, en</li>
        <li>het uitvoeren van beheer en onderhoud aan de provinciale vaarweg.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28193">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>96</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Advies vaarwegbeheerder</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28191" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het eerste lid wordt advies gevraagd aan de vaarwegbeheerder.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28194">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>97</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Breedte vrijwaringszone</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28191" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De breedte van de vrijwaringszone, bedoeld in het eerste lid, gemeten vanuit de oever van de provinciale vaarwegen, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , bedraagt:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>10 meter aan weerszijden van een recht vaarwegvak;</li>
	<li>15 meter aan een buitenbocht;</li>
	<li>25 meter aan een binnenbocht.</li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28195">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>98</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.9</nummer>
        <naam>Bescherming netwerk recreatieve vaarwegen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28196">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>99</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.10</nummer>
        <naam>Veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen de veiligheidszone langs de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas van raainummer 1034 bij Hoek van Holland tot raainummer 995 bij de splitsing van de Nieuwe Maas en de Hollandsche IJssel, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , voldoet aan de volgende voorwaarden:</p>
      <ol xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>in het gebied tot 25 meter vanaf de kade wordt geen nieuwe bebouwing toegelaten;</li>
        <li>in het gebied tussen de 25 en 40 meter vanaf de kade wordt nieuwe bebouwing slechts toegelaten als sprake is van een groot maatschappelijk of bedrijfseconomisch belang, de veiligheid voldoende wordt gegarandeerd en met het oog hierop advies is uitgebracht door de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond;</li>
        <li>in afwijking van de onderdelen 1 en 2 zijn incidenteel nieuwe kleinschalige voorzieningen toelaatbaar ter ondersteuning van het dagrecreatieve karakter van de oever, waaronder restaurants, cafés en kiosken, alsmede voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de vaarweg of de haven, zoals radarposten en kranen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
	<ol class="lower-alpha"><li value="1">de bereikbaarheid van de oever voor hulpverleningsdiensten en de mogelijkheden voor optreden van deze diensten worden niet belemmerd;</li><li>er zijn voldoende vluchtmogelijkheden;</li><li>het scheepvaartverkeer wordt niet belemmerd, en</li><li>advies is nodig van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond en de beheerder van de vaarweg of haven;</li></ol></li>
        <li>In afwijking van de onderdelen 1 en 2 is op het havenindustrieel complex, tussen raainummer 1005 tot 1034 aan de linkeroever, nieuwe bebouwing toelaatbaar voor bedrijven die vallen onder artikel 2 lid 1 van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen, mits wordt voldaan aan de onder 3 gestelde voorwaarden.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28331">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>100</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.1.11</nummer>
        <naam>20 Ke-contour Schiphol [NIEUW]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28144" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28332">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>101</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Woningbouw uitsluitend binnen bestaand stads- en dorpsgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28331" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:toegevoegd>Voor de gronden binnen de 20 Ke-contour, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 13 20 Ke-contour Schiphol’, kan een bestemmingsplan voorzien in nieuwe woningen, uitsluitend binnen het bestaand stads- en dorpsgebied.</imropt:toegevoegd>
      </p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28333">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>102</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Uitzonderingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28331" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:toegevoegd>In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan in onderstaande gevallen voorzien in nieuwe woningen buiten bestaand stads- en dorpsgebied als het betreft:</imropt:toegevoegd>
      </p>

<p style="margin-left: 40px;" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><imropt:toegevoegd>a.  woningbouw binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 13 20 Ke-contour Schiphol’;<br />
b.  kleinschalige woningbouw in aansluiting op en ter afronding van bestaand stads- en dorpsgebied;<br />
c.  de toevoeging van ten hoogste enkele woningen in reeds aanwezige lintbebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied;<br />
d.  de toevoeging van ten hoogste enkele greenportwoningen, als bedoeld in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek;<br />
e.  de toevoeging van ten hoogste enkele woningen volgens het principe ruimte voor ruimte, waarbij de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door de sloop van overtollige bebouwing en kassen;<br />
f.   het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen, of<br />
g.  recreatiewoningen</imropt:toegevoegd></p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28334">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>103</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Motivering met betrekking tot geluid</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28331" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:toegevoegd>Voor zover een bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat op de gronden binnen de 20 Ke-contour, wordt in de toelichting van dat plan rekenschap gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen.</imropt:toegevoegd>
      </p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28197">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>104</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Paragraaf</label>
        <nummer>2.2</nummer>
        <naam>Regels voor ruimtelijke kwaliteit</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28143" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28198">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>105</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.2.1</nummer>
        <naam>Ruimtelijke kwaliteit</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28197" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28199">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>106</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>de ruimtelijke ontwikkeling past binnen <imropt:toegevoegd>de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij </imropt:toegevoegd>de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de <imropt:toegevoegd>relevante</imropt:toegevoegd> richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen);</li>
	<li>als de ruimtelijke ontwikkeling <imropt:toegevoegd>past binnen de gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>qua aard of schaal niet past binnen het gebied </imropt:verwijderd>(aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door:
	<ol class="lower-roman">
		<li>zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en</li>
		<li>het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid;</li>
	</ol>
	</li>
	<li>als de ruimtelijke ontwikkeling <imropt:toegevoegd>niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>qua aard en schaal niet past binnen het gebied </imropt:verwijderd>(transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door:
	<ol class="lower-roman">
		<li>een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het <imropt:toegevoegd>gehele</imropt:toegevoegd> gebied ook aandacht is besteed aan de <imropt:toegevoegd>fysieke en visuele </imropt:toegevoegd>overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en</li>
		<li>het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.</li>
	</ol>
	</li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28200">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>107</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28201">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>108</volgnummer>
    <niveau>7</niveau>
    <type>onderdeel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer>a.</nummer>
        <naam />
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28200" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling <imropt:toegevoegd>of een zwaarwegend algemeen belang </imropt:toegevoegd>en voorts wordt voldaan aan de onder b en c gestelde voorwaarden.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28202">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>109</volgnummer>
    <niveau>7</niveau>
    <type>onderdeel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer>b.</nummer>
        <naam />
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28200" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling <imropt:toegevoegd>of een zwaarwegend algemeen belang </imropt:toegevoegd>en voorts wordt voldaan aan de onder c gestelde voorwaarden.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28203">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>110</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Aanvullende ruimtelijke maatregelen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>De aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van):
	<ol class="lower-roman"><li value="1">duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en sierteelt;</li><li>wegnemen van verharding;</li><li>toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen;</li><li>andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert.</li></ol></li>
        <li>De onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de motivering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken.</li>
        <li>In afwijking van sub b kan het bevoegd gezag in plaats van het treffen van ruimtelijke maatregelen een (gedeeltelijke) financiële compensatie verlangen door middel van een storting in een kwaliteitsfonds, dat is ingesteld op basis van de door Provinciale Staten vastgestelde regeling voor kwaliteitsfondsen, mits de daadwerkelijke uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende is verzekerd.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28204">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>111</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Beeldkwaliteitsparagraaf</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat <imropt:verwijderd>een motivering, bij voorkeur vervat in </imropt:verwijderd>een beeldkwaliteitsparagraaf, <imropt:toegevoegd>waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en</imropt:toegevoegd> waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn, of</li>
	<li>die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.</li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28205">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>112</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Afstemming op specifieke regels</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>Voor zover in deze verordening specifieke regels zijn opgenomen ten behoeve van bepaalde typen ruimtelijke ontwikkelingen gaan die specifieke regels voor, tenzij het bepaalde in dit artikel zich daartegen niet verzet.</li>
        <li>Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, is het provinciale compensatiebeleid van toepassing zoals vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). De toelichting bij het bestemmingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28335">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>113</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>lid</label>
        <nummer>6</nummer>
        <naam>Aanvullende regels voor kassen en bedrijfswoningen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:toegevoegd>Een bestemmingsplan voor gronden buiten het bestaand stads- en dorpsgebied is in overeenstemming met de volgende regels:</imropt:toegevoegd>
      </p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li><imropt:toegevoegd>gebruik van kassen voor andere functies dan glastuinbouw is uitgesloten, uitzonderd kleinschalige ontwikkelingen voor educatie of recreatie;</imropt:toegevoegd></li>
	<li><imropt:toegevoegd>bij een niet-agrarisch bedrijf of een agrarisch aanverwant bedrijf buiten bestaand stads- en dorpsgebied is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan, voor zover dat noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering.</imropt:toegevoegd></li>
</ol>

<p> </p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28206">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>114</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Paragraaf</label>
        <nummer>2.3</nummer>
        <naam>Regels voor landschap, groen en cultuurhistorie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28143" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28207">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>115</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.3.1</nummer>
        <naam>Agrarische bedrijven</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28206" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28208">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>116</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Algemene regels agrarische bedrijven</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28207" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor agrarische gronden voldoet aan de volgende voorwaarden:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>nieuwe agrarische bebouwing, uitgezonderd kassen en schuilgelegenheden voor vee, wordt geconcentreerd binnen een bouwperceel van maximaal 2 hectare;</li>
	<li><imropt:toegevoegd>in afwijking van onderdeel a, kan bij samenvoeging van twee akkerbouwbedrijven de omvang van het agrarisch bouwperceel worden vergroot tot de op het moment van samenvoeging bestaande maximaal mogelijke planologisch omvang van beide bouwpercelen gezamenlijk, mits het achtergelaten bouwperceel wordt gesaneerd;</imropt:toegevoegd></li>
	<li>nieuwe agrarische bebouwing is alleen mogelijk als deze noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven;</li>
	<li>bij een volwaardig agrarisch bedrijf wordt ten hoogste één agrarische bedrijfswoning toegelaten;</li>
	<li>nieuwe kassen, anders dan bedoeld in de artikelen <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28164" id="LNT56">Artikel 2.1.5 Glastuinbouwgebied</imropt:interneVerwijzing>, <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28174" id="LNT57">Artikel 2.1.6 Boom- en sierteeltgebied</imropt:interneVerwijzing> en <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" id="LNT58">Artikel 2.1.7 Bollenteeltgebied</imropt:interneVerwijzing>, worden alleen toegelaten bij bestaande volwaardige glastuinbouwbedrijven tot een oppervlak van 2 hectare per bedrijf en bij bestaande volwaardige boom- en sierteeltbedrijven tot een oppervlak van 300 m² per bedrijf;</li>
	<li>nieuwe boom- en sierteelt, anders dan bedoeld in artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28174" id="LNT59">Artikel 2.1.6 Boom- en sierteeltgebied</imropt:interneVerwijzing>, wordt uitgesloten;</li>
	<li>nieuwe intensieve veehouderij als hoofdtak of als neventak wordt uitgesloten;</li>
	<li>verplaatsing van een op 1 januari 2014 in de provincie Zuid-Holland bestaande intensieve veehouderij is mogelijk mits <imropt:toegevoegd>de oppervlakte van de bebouwing met niet meer dan 10% toeneemt;</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>de bedrijfsvoering van het gehele bedrijf op de nieuwe locatie gedurende ten minste vijf jaar plaatsvindt op basis van certificering voor dierenwelzijn en duurzaamheid;</imropt:verwijderd></li>
	<li>uitbreiding van bebouwing ten behoeve van bestaande intensieve veehouderij als hoofdtak <imropt:toegevoegd>of als neventak is mogelijk, mits de oppervlakte van de bebouwing met niet meer dan 10% toeneemt. </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>kan binnen het bouwperceel van maximaal 2 hectare worden toegelaten, voor zover de bedrijfsvoering in die uitbreiding gedurende ten minste vijf jaar plaatsvindt op basis van certificering voor dierenwelzijn en duurzaamheid;</imropt:verwijderd></li>
	<li><imropt:verwijderd>uitbreiding van bebouwing ten behoeve van bestaande intensieve veehouderij als neventak kan binnen het bouwperceel van maximaal 2 hectare worden toegelaten, voor zover de bedrijfsvoering in die uitbreiding gedurende ten minste vijf jaar plaatsvindt op basis van certificering voor dierenwelzijn en duurzaamheid en mits de neventak niet uitgroeit tot hoofdtak;</imropt:verwijderd></li>
	<li><imropt:verwijderd>de in dit lid onder g tot en met i bedoelde certificering vindt plaats op basis van door gedeputeerde staten toegelaten certificaten en wordt gewaarborgd in een overeenkomst met kettingbeding en boeteclausule.</imropt:verwijderd></li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28209">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>117</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Glas voor glas</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28207" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van het eerste lid, onder d, kan een bestemmingsplan voorzien in een oppervlak van meer dan 2 hectare kassen bij een bestaand volwaardig glastuinbouwbedrijf en meer dan 300 m² kassen bij een volwaardig boom- en sierteeltbedrijf, mits:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>tegenover de uitbreiding van de bestaande oppervlakte van de kassen staat:
	<ol class="lower-roman"><li>in gelijke mate duurzame sanering van bestaande kassen elders buiten het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , of</li><li>een combinatie van ten minste 50% duurzame sanering van bestaande kassen en ruimtelijke maatregelen als bedoeld in artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT60">2.2.1</imropt:interneVerwijzing>, derde lid;</li></ol></li>
        <li>de ruimtelijke kwaliteit in beide gebieden per saldo wordt verbeterd;</li>
        <li>de uitbreidingslocatie niet is gelegen binnen een gebied met beschermingscategorie 1 of 2, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ;</li>
        <li>de kassen op de saneringslocatie zijn opgericht voor 1 januari 2014;</li>
        <li>gebleken is dat verplaatsing van het uit te breiden bedrijf naar een glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , geen reële mogelijkheid is, en</li>
        <li>de belangen van andere functies in de omgeving van de uitbreidingslocatie niet in onevenredige mate worden geschaad.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28210">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>118</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Verbredingsactiviteiten</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28207" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor agrarische gronden kan onder de volgende voorwaarden voorzien in verbredingsactiviteiten bij agrarische bedrijven, waaronder zorg, recreatie, energieopwekking tot middel van biomassavergisting en de verkoop van producten uit eigen teelt:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>het oprichten van bebouwing of het aanbrengen van verharding voor de verbredingsactiviteit is in beperkte mate mogelijk binnen het agrarisch bouwperceel, dat hiervoor in afwijking van het eerste lid, onder a, zo nodig vergroot kan worden <imropt:verwijderd>tot maximaal 2,5</imropt:verwijderd> <imropt:toegevoegd>met ten hoogste 0,5</imropt:toegevoegd> hectare;</li>
	<li>de agrarische functie blijft de hoofdfunctie van het bedrijven, en</li>
	<li>de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven wordt niet belemmerd.</li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28211">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>119</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.3.2</nummer>
        <naam>Herbestemmen bestaande bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied [VERVALLEN]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28206" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:verwijderd>Een bestemmingsplan voor gronden buiten het bestaand stads- en dorpsgebied kan onder de volgende voorwaarden ander gebruik mogelijk maken van bestaande bebouwing, waaronder voormalige agrarische bebouwing:</imropt:verwijderd>
      </p>

<ol xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li><imropt:verwijderd>de nieuwe functie brengt geen belemmeringen met zich mee voor de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven;</imropt:verwijderd></li>
	<li><imropt:verwijderd>ander gebruik van bestaande bebouwing wordt beschouwd als inpassen, als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, en</imropt:verwijderd></li>
	<li><imropt:verwijderd>gebruik van kassen voor andere functies dan glastuinbouw is uitgesloten, uitgezonderd kleinschalige ontwikkelingen voor educatie of recreatie.</imropt:verwijderd></li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28212">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>120</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.3.3</nummer>
        <naam>Bestaande niet-agrarische bedrijven en bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied [VERVALLEN]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28206" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:verwijderd>Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op bestaande niet-agrarische bedrijven en andere bestaande niet-agrarische bebouwing op gronden buiten bestaand stads- en dorpsgebied, voldoet aan de volgende voorwaarden:</imropt:verwijderd>
      </p>

<ol xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li><imropt:verwijderd>uitbreiding met ten hoogste 10% van het bruto vloeroppervlak van niet-agrarische bedrijven en agrarische aanverwante bedrijven, wordt beschouwd als inpassen als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid;</imropt:verwijderd></li>
	<li><imropt:verwijderd>uitbreiding met meer dan 10% van het bruto vloeroppervlak van de onder 1 bedoelde bedrijven, wordt beschouwd als aanpassen als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, voor zover verplaatsing naar een bedrijventerrein geen reële mogelijkheid is gebleken;</imropt:verwijderd></li>
	<li><imropt:verwijderd>bij een niet-agrarisch bedrijf of een agrarisch aanverwant bedrijf is ten hoogste een bedrijfswoning toegestaan, voor zover dat noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering;</imropt:verwijderd></li>
	<li><imropt:verwijderd>verplaatsing van een bestaand niet-agrarisch bedrijf of andere niet-agrarische bebouwing naar een nieuwe locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied is mogelijk indien per saldo de ruimtelijke kwaliteit verbetert en de bebouwing en de verharding op de oorspronkelijke locatie worden verwijderd.</imropt:verwijderd></li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28213">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>121</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.3.2</nummer>
        <naam>Ecologische Hoofdstructuur en strategische reservering natuur [VERNUMMERD]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28206" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28214">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>122</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied of ecologische verbinding</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen <imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de ecologische hoofdstructuur</imropt:verwijderd>, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28215">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>123</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Wijziging begrenzing EHS</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De begrenzing van <imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de Ecologische Hoofdstructuur </imropt:verwijderd>bedoeld in het eerste lid, kan door provinciale staten worden gewijzigd in overeenstemming met artikel 2.10.5 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28216">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>124</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Definitieve begrenzing EHS in de Krimpenerwaard en Bodegraven-Noord</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De begrenzing van <imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de ecologische hoofdstructuur </imropt:verwijderd>bedoeld in het eerste lid, heeft een voorlopig karakter voor zover deze gronden zijn gelegen binnen de Krimpenerwaard en het voormalige landinrichtingsproject Bodegraven Noord, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op . Gedeputeerde staten stellen de definitieve begrenzing vast van <imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de ecologische hoofdstructuur </imropt:verwijderd>binnen deze gebieden.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28217">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>125</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Strategische reservering natuur</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen de strategische reservering natuur waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op  , wijst geen bestemmingen aan die de mogelijkheden tot instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden significant beperken, tenzij het een ontwikkeling betreft die past binnen het huidige agrarische grondgebruik.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28218">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>126</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Compensatieregeling</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Bij compensatie, bedoeld in artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28249" id="LNT61">3.2</imropt:interneVerwijzing>, tweede lid, onder b, worden in ieder geval de volgende voorwaarden in acht genomen:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>de compensatie leidt niet tot een nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden;</li>
        <li>de compensatie vindt plaats:
	<ol class="lower-roman"><li>aansluitend aan of nabij het aangetaste gebied, met dien verstande dat een duurzame situatie ontstaat;</li><li>door realisering van kwalitatief gelijkwaardige waarden of fysieke compensatie op afstand van het gebied als fysieke compensatie aansluitend aan of nabij het gebied niet mogelijk is, of</li><li>op financiële wijze als zowel fysieke compensatie als compensatie door kwalitatief gelijkwaardige waarden op korte termijn redelijkerwijs niet mogelijk is.</li></ol></li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28219">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>127</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>6</nummer>
        <naam>Verantwoording effectbeperking en compensatie in toelichting bestemmingsplan</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De toelichting bij het bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt waarvoor ontheffing als bedoeld in artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28249" id="LNT62">3.2</imropt:interneVerwijzing>, tweede lid nodig is, bevat een verantwoording over de aard van de effect beperkende of compenserende maatregelen, de begrenzing van het compensatiegebied, en de wijze waarop die compensatie duurzaam is verzekerd.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28220">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>128</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.3.3</nummer>
        <naam>Bescherming molenbiotoop [VERNUMMERD]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28206" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28221">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>129</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Molenbiotoop</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28220" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de molenbiotoop van traditionele windmolens, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , garandeert in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen en voldoet aan de volgende voorwaarden:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>binnen een straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen nieuwe bebouwing opgericht of beplanting aangebracht, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek;</li>
	<li>binnen een straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden de volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting:
	<ol class="lower-roman">
		<li value="1"><imropt:toegevoegd>voor zover dit gebied is gelegen</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>als de molen is gelegen in het gebied </imropt:verwijderd>buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek;</li>
		<li><imropt:toegevoegd>voor zover dit gebied is gelegen </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>als de molen is gelegen in het gebied </imropt:verwijderd>binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek<imropt:toegevoegd>.</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>;</imropt:verwijderd></li>
		<li><imropt:verwijderd>als de onder i en ii bedoelde molenbeschermingszone zowel binnen als buiten bestaand stads- en dorpsgebied is gelegen, dan geldt het volgende:</imropt:verwijderd></li>
	</ol>

	<ul class="disc">
		<li><imropt:verwijderd>molen buiten bestaand stads- en dorpsgebied: tot de grens van bestaand stads- en dorpsgebied geldt de 1 op 100-regel; de toegestane bebouwings- en beplantingshoogte op deze grens is het vertrekpunt voor de 1 op 30-lijn; vanaf dit punt wordt een schuine lijn getrokken met een stijging van steeds 1 meter hoogte per 30 meter afstand.</imropt:verwijderd></li>
		<li><imropt:verwijderd>molen binnen bestaand stads- en dorpsgebied: binnen en tot de grens van bestaand stads- en dorpsgebied geldt de 1 op 30-regel; de toegestane bebouwings- en beplantingshoogte op deze grens wordt buiten bestaand stads- en dorpsgebied horizontaal doorgetrokken tot daar, waar op grond van de berekening voor een molen buiten het bestaand stads- en dorpsgezicht een grotere hoogte kan worden toegestaan berekend vanuit de 1 op 100-lijn; vanaf dit punt wordt een schuine lijn getrokken met een stijging van steeds 1 meter hoogte per 100 meter afstand;</imropt:verwijderd></li>
	</ul>
	</li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28222">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>130</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28220" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, is het oprichten van nieuwe bebouwing mogelijk ten behoeve van:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>een ontwikkeling binnen een molenbiotoop waarin vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, of zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd, of</li>
        <li>een ontwikkeling binnen een bijzondere molenbiotoop, waarvan de plaats geometrisch is begrensd en verbeeld op , mits de molen en de molenbiotoop op een goede manier ruimtelijk worden ingepast.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28223">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>131</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.3.4</nummer>
        <naam>Bescherming landgoed- en kasteelbiotoop [VERNUMMERD]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28206" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28224">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>132</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Bescherming landgoed- en kasteelbiotoop</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28223" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen de landgoedbiotopen en de kasteelbiotopen, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voor zover:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoed- en kasteelbiotoop, of</li>
        <li>de ontwikkeling is gericht op verbetering en versterking van de waarden van de landgoed- en kasteelbiotoop.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28225">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>133</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Beeldkwaliteitsparagraaf</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28223" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de landgoed- of kasteelbiotoop wordt beschreven. Naast de analyse van de cultuurhistorische kwaliteiten en waarden van het landgoed of het kasteel gaat deze paragraaf in op de wijze waarop de kenmerken en waarden van de landgoed- of kasteelbiotoop beschermd of versterkt worden. Het gaat in ieder geval om de volgende kenmerken en waarden: <br /></p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>de buitenplaats, bestaande uit het hoofdhuis met bijgebouwen en het bijbehorende park of tuin, of het kasteel of kasteelterrein in de vorm van ruïne, muurrestanten, één of meer bijgebouwen, omgracht terrein, alsmede de functionele en visuele relaties tussen de verschillende onderdelen;</li>
        <li>de basisstructuur waaraan het landgoed of de kasteellocatie bewust direct is gekoppeld: een weg, een waterloop, of beide of in geval van een buitenplaats ook indirect door middel van zichtlijnen;</li>
        <li>het blikveld: de vrije ruimte die nodig is om de historische buitenplaats of het kasteel in het landschap te herkennen; </li>
      </ol>
      <p>Naast deze kenmerken en waarden kunnen er voor zowel de landgoed- als de kasteelbiotoop afzonderlijke kenmerken en waarden aan de orde zijn.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28226">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>134</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28223" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Afwijking van het eerste lid is slechts mogelijk indien sprake is van het noodzakelijk herbestemmen van bouw- en gebruiksrechten uit het voorgaande bestemmingsplan of indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is. De toelichting van het bestemmingsplan bevat hierover een verantwoording.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28227">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>135</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.3.7</nummer>
        <naam>Bescherming graslanden in de Bollenstreek [VERVALLEN]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28206" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:verwijderd>Een bestemmingsplan voor graslanden in de bollenstreek, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 3 Teeltgebieden’, bevat regels ter bescherming van deze graslanden waarbij uitsluitend ruimte wordt geboden voor nieuwe ontwikkelingen met een aantoonbare meerwaarde voor de ruimtelijke kwaliteit van de graslanden.</imropt:verwijderd>
      </p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28228">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>136</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Paragraaf</label>
        <nummer>2.4</nummer>
        <naam>Regels voor energie, water en bodem</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28143" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28229">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>137</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.4.1</nummer>
        <naam>Windenergie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28228" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28230">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>138</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Locaties voor windenergie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28229" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan laat nieuwe windturbines met een vermogen van meer dan 30 kW alleen toe op gronden binnen de locaties voor windenergie, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op .</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28231">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>139</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Aanpassing begrenzing locaties voor windenergie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28229" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In het bestemmingsplan kan de begrenzing van de in het eerste lid bedoelde locaties in beperkte mate worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28232">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>140</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid voor kleine en middelgrote windturbines</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28229" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan <imropt:toegevoegd>voor gronden buiten het bestaand stads-en dorpsgebied kleine windturbines met een ashoogte tot 15 meter toelaten en kan een bestemmingsplan voor gronden binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kleine en middelgrote windturbines met een ashoogte tot 45 meter toelaten</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>middelgrote windturbines met een ashoogte tot en met 45 meter toelaten op een locatie binnen de stedelijke agglomeratie, de regionale kernen en het glastuinbouwgebied Westland-Oostland, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op </imropt:verwijderd>, voor zover dat passend is bij de lokale situatie.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28233">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>141</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Bestaande windturbines</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28229" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden buiten de locaties voor windenergie bedoeld in het eerste lid, kan vervanging van bestaande windturbines door nieuw windturbines mogelijk maken, mits de ashoogte niet toeneemt. </p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28234">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>142</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.4.2</nummer>
        <naam>Regionale waterkeringen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28228" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28235">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>143</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Bestemming waterkering</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28234" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden waarop een regionale waterkering ligt en waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , bestemt die waterkering als zodanig.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28236">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>144</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Bestemming of gebiedsaanduiding van beschermingszones</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28234" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden die deel uitmaken van een beschermingszone langs een regionale waterkering, bestemt die beschermingszone als zodanig of duidt die als zodanig aan.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28237">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>145</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Omvang waterkering en beschermingszones</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28234" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De omvang van de gronden, bedoeld in het eerste lid en in het tweede lid, is aangegeven in de door de beheerder van de waterkering vastgestelde legger.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28238">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>146</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Regels voor regionale waterkering en gronden in de beschermingszone</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28234" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Met betrekking tot de gronden waarop een regionale waterkering of een beschermingszone ligt, kan een bestemmingsplan worden vastgesteld dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. </p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28239">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>147</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Advies watersysteembeheerder</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28234" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het vierde lid wordt advies gevraagd aan de beheerder van de waterkering.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28240">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>148</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.4.3</nummer>
        <naam>Buitendijks bouwen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28228" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28241">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>149</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>2.4.4</nummer>
        <naam>Archeologie en Romeinse Limes</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28228" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28242">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>150</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Bekende archeologische waarden</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28241" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op , bevat bestemmingen en de daarbij behorende regels die de bekende archeologische waarden beschermen.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28243">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>151</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Verbod op roeren bodem</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28241" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in elk geval in een verbod op werken of werkzaamheden waarbij de bodem tot meer dan 30 centimeter onder het maaiveld wordt geroerd, tenzij:<br /></p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>door middel van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast, of</li>
        <li>het werken of werkzaamheden betreffen die naar hun aard de archeologische waarden niet aantasten.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28244">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>152</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid voor behoud ex situ</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28241" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van het tweede lid kan het bevoegd gezag bij uitzondering besluiten tot behoud van de archeologische waarden ‘ex situ’, als andere belangen prevaleren.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28245">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>153</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Archeologische verwachtingswaarde binnen de Romeinse Limes</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28241" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan voor gronden binnen de Romeinse Limes met een hoge of zeer hoge archeologische verwachtingswaarde, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op de , bevat bestemmingen en daarbij behorende regels die de verwachte archeologische waarden beschermen. </p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28246">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>154</volgnummer>
    <niveau>6</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Archeologisch onderzoek</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28241" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De regels als bedoeld in het vierde lid voorzien in elk geval in de voorwaarde van archeologisch onderzoek bij werken of werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 m² waarbij de bodem tot meer dan 30 centimeter onder het maaiveld wordt geroerd en de voorwaarde, dat gehandeld wordt in overeenstemming met de uitkomsten van dat onderzoek.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28247">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>155</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Hoofdstuk</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Overige bepalingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28136" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28248">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>156</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>3.1</nummer>
        <naam>Wijziging begrenzing door gedeputeerde staten</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28247" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Onverminderd deze verordening kunnen gedeputeerde staten de begrenzing van de bij of krachtens deze verordening aangewezen gebieden en aanduidingen wijzigen indien:</p>
      <ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>er sprake is van kennelijke onjuistheden in de begrenzing;</li>
        <li>er strijdigheid bestaat met een wet, een algemene maatregel van bestuur of anderszins wettelijke maatregel.</li>
      </ol>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28249">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>157</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>3.2</nummer>
        <naam>Ontheffingsbepalingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28247" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28250">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>158</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Ontheffing</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28249" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van de regels van deze verordening voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28251">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>159</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Toepassing ontheffing binnen de ecologische hoofdstructuur en strategische reservering natuur</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28249" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Voor zover de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een ontwikkeling in een gebied binnen <imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de ecologische hoofdstructuur </imropt:verwijderd>of de strategische reservering natuur bedoeld in <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" id="LNT63">Artikel 2.3.2 Ecologische Hoofdstructuur en strategische reservering natuur [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing> van deze verordening, gelden aanvullend de volgende voorwaarden:</p>

<ol class="lower-alpha" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>er zijn geen reële alternatieven;</li>
	<li>de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte, kwaliteit en samenhang van <imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de ecologische hoofdstructuur </imropt:verwijderd>worden beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd overeenkomstig  <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" id="LNT64">Artikel 2.3.2 Ecologische Hoofdstructuur en strategische reservering natuur [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing>, vijfde lid en</li>
	<li>de toelichting van het bestemmingsplan bevat hierover een verantwoording, overeenkomstig <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" id="LNT65">Artikel 2.3.2 Ecologische Hoofdstructuur en strategische reservering natuur [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing>, zesde lid.</li>
</ol>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28252">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>160</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Voorschriften bij ontheffing</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28249" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Aan de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden verbonden indien de betrokken provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28253">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>161</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>4</nummer>
        <naam>Indieningsvereisten ontheffingsverzoek</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28249" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door gedeputeerde staten vastgestelde e-formulier en gaat vergezeld van de daarin aangegeven bescheiden en bevat een motivering dat het verzoek is gedaan in overeenstemming met de raad.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28254">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>162</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>5</nummer>
        <naam>Provinciale structuurvisie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28249" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Gedeputeerde staten houden bij de beslissing op het verzoek om ontheffing rekening met de Visie ruimte en mobiliteit en het Programma ruimte.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28255">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>163</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>6</nummer>
        <naam>Toelichting bestemmingsplan</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28249" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De toelichting van een bestemmingsplan dat mede wordt gebaseerd op een verleende ontheffing bevat een afschrift van het ontheffingsbesluit, alsmede de in het vierde lid bedoelde bescheiden.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28256">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>164</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>7</nummer>
        <naam>Intrekking</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28249" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Gedeputeerde staten kunnen een ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken indien binnen twee jaar na verlening van de ontheffing, geen bestemmingsplan is vastgesteld met gebruikmaking van die ontheffing.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28257">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>165</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>3.3</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheden</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28247" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28258">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>166</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid voor bestaande bouw- en gebruiksrechten in een geldend bestemmingsplan</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28257" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In afwijking van deze verordening kan een bestemmingsplan een onbenut bouw- of gebruiksrecht uit een voorgaand bestemmingsplan opnieuw bestemmen, indien het belang bij strikte handhaving van deze verordening niet in verhouding staat tot het belang bij het behoud van het bouw- of gebruiksrecht.<br />
Deze afwijkingsmogelijkheid is niet van toepassing op een bestemmingsplan voor een gebied binnen <imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de ecologische hoofdstructuur </imropt:verwijderd>of binnen de strategische reservering natuur, bedoeld in <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" id="LNT66">Artikel 2.3.2 Ecologische Hoofdstructuur en strategische reservering natuur [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing> .</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28259">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>167</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28257" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan kan voorzien in een bestemming waarbij in beperkte mate wordt afgeweken van de maten en normen die zijn voorgeschreven bij deze verordening en kan beperkte uitbreiding mogelijk maken van bestaande bebouwing en bestaand gebruik van gronden die niet in overeenstemming zijn met deze verordening, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende bepaling.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28260">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>168</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>3.4</nummer>
        <naam>Aanpassingstermijn</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28247" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28261">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>169</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Aanpassingstermijn geldend bestemmingsplan</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28260" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Voor zover een bepaling in deze verordening verplicht tot aanpassing van een geldend bestemmingsplan, stelt het bevoegd gezag uiterlijk binnen drie jaar na inwerkingtreding van de desbetreffende bepaling een bestemmingsplan vast met inachtneming van deze verordening.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28262">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>170</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Uitzondering op de aanpassingstermijn</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28260" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het vorige lid is niet van toepassing op een geldend bestemmingsplan dat afwijkt van artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28145" id="LNT67">Artikel 2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking</imropt:interneVerwijzing>, artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT68">2.2.1</imropt:interneVerwijzing>, of artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28241" id="LNT69">2.4.4</imropt:interneVerwijzing>.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28263">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>171</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>3.5</nummer>
        <naam>Overgangsbepalingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28247" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28264">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>172</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd voor inwerkingtreding verordening</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28263" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een bestemmingsplan dat in ontwerp ter visie is gelegd vóór de inwerkingtreding van deze verordening kan bij vaststelling afwijken van deze verordening, mits het bestemmingsplan in overeenstemming is met de op het moment van tervisielegging van het ontwerp geldende provinciale verordening als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28265">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>173</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Ontheffing verleend op grond van de voorgaande verordening</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28263" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een ontheffing van de Verordening Ruimte (besluit van Provinciale Staten van 2 juli 2010 tot vaststelling van de Verordening Ruimte, Provinciaal blad 2010, nr. 80, met inbegrip van de wijzigingen van die verordening) wordt aangemerkt als een ontheffing als bedoeld in artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28249" id="LNT70">3.2</imropt:interneVerwijzing> van deze verordening.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28266">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>174</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>3.6</nummer>
        <naam>Intrekking verordening</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28247" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De Verordening Ruimte (besluit van Provinciale Staten van 2 juli 2010 tot vaststelling van de Verordening Ruimte, Provinciaal blad 2010, nr. 80, met inbegrip van de wijzigingen van die verordening) wordt ingetrokken.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28267">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>175</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>3.7</nummer>
        <naam>Inwerkingtreding</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28247" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28268">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>176</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Inwerkingtreding verordening</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28267" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28269">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>177</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>lid</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Lid</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Inwerkingtreding artikel 1.2, eerste lid, onder c</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28267" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28139" id="LNT71">1.2</imropt:interneVerwijzing>, eerste lid, onder c, treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.2.1, onderdeel F, van het bij koninklijke boodschap van 30 december 2011 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Crisis- en herstelwet en diverse andere wetten in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht (33 135) in werking treedt. Tot die tijd luidt artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28139" id="LNT72">1.2</imropt:interneVerwijzing>, eerste lid, onder c, als volgt en is voor de inwerkingtreding daarvan het vorige lid van toepassing:</p>
      <p style="margin-left: 35.25pt;" xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">Omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van het bestemmingsplan of van de beheersverordening wordt afgeweken.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28270">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>178</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Artikel</label>
        <nummer>3.8</nummer>
        <naam>Citeertitel</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28247" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte 2014 </p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28271">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>179</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>bijlagen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28136" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28272">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>180</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>kaartbijlagen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28271" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28273">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>181</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 1 Kantoren</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28274">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>182</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 2 Detailhandel</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28275">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>183</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 3 Teeltgebieden</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28276">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>184</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 4 Provinciale vaarwegen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28277">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>185</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 5 Recreatieve vaarwegen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28278">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>186</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 6 Veiligheidszonering Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28279">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>187</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 7 Beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28280">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>188</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 8 Natuurnetwerk Nederland</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28281">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>189</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 9 Cultureel erfgoed</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28282">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>190</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 10 Windenergie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28283">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>191</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 11 Waterveiligheid</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28284">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>192</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>Kaart 12 Archeologie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28336">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>193</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>overig</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Kaart 13</label>
        <nummer />
        <naam>20 Ke-contour Schiphol</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28272" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De kaarten zijn opgenomen in het originele vastgestelde besluit als verbeelding. In deze versie kunt u gebruik maken van de digitale kaarten via het kaartselectie menu.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28285">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>194</volgnummer>
    <niveau>3</niveau>
    <type>hoofdstuk</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label />
        <nummer />
        <naam>toelichting</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28136" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28286">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>195</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Hoofdstuk</label>
        <nummer>1</nummer>
        <naam>Inleiding</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28285" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De Verordening ruimte Zuid-Holland is vastgesteld in samenhang met de Visie ruimte en mobiliteit en het Programma ruimte. De visie bevat de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid en het mobiliteitsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het ruimtelijk beleid is uitgewerkt is het Programma ruimte. De verordening is vastgesteld met het oogmerk van juridische doorwerking van een deel van het ruimtelijk beleid en bevat daarom regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen.<br /><br />
De Verordening ruimte 2014 vervangt de Verordening ruimte van 2 juli 2010 (inclusief de wijzigingen van latere datum).<br /><br />
De toelichting bevat uitleg over de achtergrond van de verordening en de toepassing van de in de verordening opgenomen regels.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28287">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>196</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Hoofdstuk</label>
        <nummer>2</nummer>
        <naam>Algemene toelichting</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28285" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Keuze voor verordening</em>
        <br />
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft als uitgangspunt de scheiding tussen visie en normstelling. De Visie ruimte en mobiliteit is een provinciale structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 en dus alleen zelfbindend. Voor het realiseren van de structuurvisie kan de provincie meerdere wegen bewandelen. Sommige doelen en projecten kan de provincie zelf realiseren, maar voor de meeste doelen en projecten heeft de provincie andere partijen nodig. Dit kan zowel via de informele weg, zoals overleg en het maken van afspraken, als via de formele weg, door het inzetten van het juridisch instrumentarium van de Wro. Het gaat dan bijvoorbeeld om zienswijze, aanwijzing, inpassingsplan en verordening.<br /><br />
De wettelijke basis voor de verordening vormt artikel 4.1 van de Wro. Hierin is bepaald dat indien provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, bij of krachtens provinciale verordening regels kunnen worden gesteld omtrent de inhoud en de toelichting van bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde plannen. De provincie beschouwt in ieder geval van provinciaal belang de doelen die zijn benoemd in de Visie ruimte en mobiliteit en de uitwerking van die doelen in het Programma ruimte.<br /><br />
Naast de uitwerking van de doelen van de visie, bevat het programma Ruimte ook de realisatiestrategie. Daarbij is per doel aangegeven welke instrumentenmix wordt ingezet, waaronder de verordening. De provincie maakt terughoudend gebruik van het inzetten van de verordening voor het borgen van algemene regels. Niet alle doelen lenen zich voor het vertalen naar algemene regels. Bij het opstellen van de regels is waar mogelijk ruimte gelaten voor afwegingsruimte op gemeentelijk niveau, bijvoorbeeld door gebruik te maken van doelbepalingen en door het benoemen van uitzonderingen en afwijkingsmogelijkheden.<br /><br /><em>Besluit algemene regels ruimtelijke ordening</em><br />
In artikel 4.1, vierde lid, Wro is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld omtrent de inhoud, vormgeving, inrichting en beschikbaarstelling van de provinciale verordening. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft hieraan invulling. Het Barro bevat zowel regels voor bestemmingsplannen als voor verordeningen. Drie onderwerpen uit het Barro hebben gevolgen voor de inhoud van de Verordening ruimte 2014: Ecologische Hoofdstructuur, Romeinse Limes en Nieuwe Hollandse Waterlinie.<br />
Voor de Ecologische Hoofdstructuur gaat het om de volgende eisen:</p>
      <ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>aanwijzing en begrenzing van de gebieden die de Ecologische Hoofdstructuur vormen</li>
        <li>aanwijzing wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden</li>
        <li>regels stellen voor het opnemen van een beschermingsregime in bestemmingsplannen</li>
      </ul>
      <p>In de verordening is hieraan invulling gegeven met artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28213" id="LNT73">Artikel 2.3.2 Ecologische Hoofdstructuur en strategische reservering natuur [VERNUMMERD]</imropt:interneVerwijzing> (Ecologische Hoofdstructuur).<br /><br />
Voor de Romeinse Limes en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde) gaat het om de volgende eisen:</p>
      <ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>uitwerken begrenzing</li>
        <li>uitwerken en objectiveren kernkwaliteiten</li>
        <li>regels stellen aan bestemmingsplannen gericht op instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten</li>
      </ul>
      <p>In de verordening is hieraan invulling gegeven met artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT74">2.2.1</imropt:interneVerwijzing> (ruimtelijke kwaliteit) en artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28241" id="LNT75">2.4.4</imropt:interneVerwijzing> (archeologie en Romeinse Limes). De begrenzing en de kernkwaliteiten zijn uitgewerkt op de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit. In de verordening is in artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT76">2.2.1</imropt:interneVerwijzing> voor de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten een koppeling gelegd met de kwaliteitskaart. Daarnaast zijn specifieke regels opgenomen voor de bescherming van bekende en verwachte archeologische waarden binnen de Romeinse Limes.<br /><br /><em>Regels voor bestemmingsplannen</em><br />
De Verordening ruimte bevat alleen regels als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, Wro. Het gaat om regels over de inhoud en de toelichting van bestemmingsplannen of daarmee gelijkgestelde plannen. Artikel 4.1, derde lid Wro biedt ook de mogelijkheid van het opnemen van regels die rechtstreeks werken naar de gebruikers van het gebied, maar daarvan is in deze verordening geen gebruik gemaakt.<br /><br /><em>Samenhang met visie en programma</em><br />
Zoals hierboven aangegeven bevat de verordening een deel van het ruimtelijk beleid van de provincie Zuid-Holland. De provincie verwacht van gemeenten dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen ook rekening wordt gehouden met de andere delen van het ruimtelijk beleid, zoals opgenomen in de Visie ruimte en mobiliteit en het Programma ruimte. De provincie vraagt hierover aandacht in het periodiek overleg met gemeenten en zal zonodig ook het wettelijke instrumentarium inzetten, zoals het indienen van een zienswijze of het geven van een reactieve aanwijzing.<br /><br /><em>Samenhang tussen de artikelen</em><br />
De artikelen in deze verordening moeten in samenhang met elkaar worden gelezen. Meerdere artikelen kunnen van toepassing zijn op dezelfde ontwikkeling. Bij veel voorkomende situaties van regels die samenvallen is daar op gewezen in de artikelsgewijze toelichting, bijvoorbeeld bij de toelichting op de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28145" id="LNT77">Artikel 2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking</imropt:interneVerwijzing>).</p>
      <p>
        <em>Motivering in toelichting bestemmingsplan</em>
        <br />
De provincie verwacht van de gemeenten dat in de toelichting van het bestemmingsplan wordt gemotiveerd dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de verordening. Dit is met name van belang als het gaat om regels in de verordening die het karakter hebben van een doelbepaling en daarmee ruimte bieden voor een nadere afweging.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28288">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>197</volgnummer>
    <niveau>4</niveau>
    <type>paragraaf</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>Hoofdstuk</label>
        <nummer>3</nummer>
        <naam>Artikelsgewijze toelichting</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28285" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" />
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28289">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>198</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>1.1</nummer>
        <naam>Begripsbepalingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Dit artikel bevat een gealfabetiseerde lijst van begrippen die in de verordening voorkomen. Een aantal daarvan is opgenomen omdat zij een te weinig bepaalde of een van het spraakgebruik afwijkende betekenis hebben. Andere begrippen zijn opgenomen omdat hierdoor een veelvuldige herhaling van omvangrijke omschrijvingen wordt vermeden door in de begripsbepalingen een verkorte aanduiding op te nemen. Tot slot zijn er begrippen die al zijn gedefinieerd in hogere regelgeving, maar die uit praktisch oogpunt voor de gebruiker/lezer van de verordening zijn herhaald in dit artikel.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28290">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>199</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>1.2</nummer>
        <naam>Toepasselijkheid</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Bestemmingsplan </em>
        <br />
In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat de regels voor bestemmingsplannen die in deze verordening zijn opgenomen, op overeenkomstige wijze ook gelden voor de daarin genoemde vergelijkbare ruimtelijke ordeningsplannen. Hiermee wordt voorkomen dat deze opsomming steeds herhaald moet worden. Uit de wet volgt dat de verordening niet ziet op rijks- of provinciale inpassingsplannen. Indien Provinciale Staten in een inpassingsplan afwijken van de verordening zal dit wel worden gemotiveerd.</p>
      <p>De verordening is ook van toepassing op omgevingsvergunningen die worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ook wel genoemd de ‘kruimelregeling’. Een recente wetswijziging maakt dit mogelijk. Anders dan de benaming ‘kruimelregeling’ doet vermoeden kunnen hiermee ook forse nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Dit speelt met name bij bestemmingswijziging van bestaande gebouwen. Soms kunnen daarmee de provinciale belangen worden aangetast. Bijvoorbeeld bij functiewijziging naar reguliere detailhandel op een perifere locatie. In de meeste gevallen levert functiewijziging echter geen strijdigheid op met de provinciale belangen. De vrijheid van de gemeente om gebruik te maken van de ‘kruimelregeling’ wordt dus slechts in beperkte mate ingeperkt door de verordening.</p>
      <p>
        <em>Toelichting</em>
        <br />
In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat waar in deze verordening en de daarop berustende bepalingen eisen worden gesteld aan de toelichting bij een bestemmingsplan, die eisen eveneens worden gesteld aan de ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning waarbij afgeweken wordt van het geldende bestemmingsplan of de beheersverordening. Hiermee wordt voorkomen dat deze opsomming steeds herhaald moet worden.<br /><br /><em>Bestaand en nieuw</em><br />
In het derde lid is het begrip 'bestaand' gedefinieerd. Deze bepaling is opgenomen om ieder mogelijk misverstand over in deze verordening gebruikte term 'bestaand' te voorkomen. Het begrip 'nieuw' dat ook in deze verordening wordt gehanteerd, kan worden beschouwd als de tegenhanger van het begrip 'bestaand'.<br /><br />
Onder 'bestaand' wordt ook begrepen bebouwing en activiteiten die na inwerkingtreding van deze verordening mogelijk worden vanwege een besluit dat noodzakelijk is vanwege een uitspraak van de bestuursrechter.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28291">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>200</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.1</nummer>
        <naam>Ladder voor duurzame verstedelijking</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat het handelingskader. De provincie heeft de ladder voor duurzame verstelijking ook opgenomen in de verordening, om het provinciaal belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken. Dit biedt de provincie de mogelijkheid om enkele begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie.</p>

<p>De ladder zoals opgenomen in het Bro is een motiveringseis voor de toelichting van het bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Om een vrijblijvend karakter te vermijden, heeft de ladder zoals opgenomen in de verordening daarom niet alleen betekenis voor de toelichting van het bestemmingsplan maar ook voor de inhoud.</p>

<p>De ladder bestaat uit drie stappen.</p>

<p>Stap 1 houdt in dat aangetoond wordt dat de stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd. In het Programma ruimte is aangegeven welke voorwaarden de provincie stelt aan regionale afstemming. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de beschikbaarheid van een actuele regionale woonvisie. Ook is in het Programma ruimte aangegeven wat kan worden verstaan onder het begrip ‘regio’.</p>

<p>Regionale afstemming hoeft niet voor elke ontwikkeling afzonderlijk plaats te vinden. Ontwikkelingen met een lokaal karakter (bijvoorbeeld kleinschalige voorzieningen met primair een functie op buurt-, wijk- of dorpsniveau) zullen meestal geen regionale afstemming behoeven. Ook kunnen op regionaal niveau n gemeenten afspreken welke ontwikkelingen vanwege een lokaal karakter niet afzonderlijk afgestemd hoeven te worden binnen de regio.</p>

<p>In het Bro is bepaald dat een onderzoek naar de actuele behoefte met betrekking tot diensten als bedoeld in de Dienstenwet slechts tot doel heeft na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Deze bepaling is opgenomen om te benadrukken dat het stellen van beperkingen aan de vestiging van diensten op niet-ruimtelijke gronden, niet alleen in strijd zou zijn met de Wet ruimtelijke ordening, maar ook met de Europese Dienstenrichtlijn.</p>

<p>Stap 2 houdt in dat wordt onderzocht in hoeverre in die behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stads- en dorpsgebied, door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformering of anderszins, rekening houdend met belangrijke waarden en kwaliteiten van het gebied. Het verdient aanbeveling dit niet per plan te onderzoeken maar vooraf een overzicht te maken met de beschikbare ruimte binnen BSD, bijvoorbeeld in een gemeentelijke of regionale structuurvisie. Voor sommige stedelijke ontwikkelingen zijn in de verordening aanvullende regels opgenomen, zoals voor kantoren, bedrijven en detailhandel. Ook zijn in de verordening aanvullende regels opgenomen voor de bescherming van belangrijke waarden en kwaliteiten binnen bestaand stads- en dorpsgebied, zoals de molenbiotoop.</p>

<p>Stap 3 houdt in dat indien is gebleken dat de ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan plaatsvinden, in die behoefte kan worden voorzien op locaties, die gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld. Aan deze stap is in de verordening een extra voorwaarde toegevoegd. De ontwikkeling van de betreffende locaties moet ook passen in de richtpunten van de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit. Als het gaat om de ontwikkeling van een locatie met een omvang van meer dan 3 ha moet deze locatie ook zijn opgenomen in het Programma ruimte. Bij het opknippen van een bouwlocatie met een omvang van meer dan 3 ha in meerdere bestemmingsplannen blijft de voorwaarde van opname in het Programma ruimte van toepassing. Bepalend is of het gaat om een samenhangende bouwlocatie.</p>

<p>Het begrip ‘bestaand stads- en dorpsgebied’ (BSD) komt vrijwel overeen met het begrip ‘bestaand stedelijk gebied’ als gehanteerd in het Bro. Bouwrijp gemaakte terreinen worden ook beschouwd als BSD. Glastuinbouwgebied vormt geen onderdeel van BSD.</p>

<p><em>Toepassing per lokaal plan of op regionaal niveau</em><br />
Het heeft de voorkeur als de gemeente de ladder niet per plan toepast, maar vooraf in regionaal verband afspraken maakt over de kwantitatieve en kwalitatieve regionale behoefte. Als het plan past in een actuele regionale visie die is aanvaard door Gedeputeerde Staten, is daarmee voldaan aan één of meer treden van de ladder. Gedeputeerde Staten geven bij de aanvaarding van de regionale visie aan in hoeverre daarmee op regionaal niveau de ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen, zodat bij individuele bestemmingsplannen daar naar kan worden verwezen.</p>

<p>Bij het ontbreken van een regionale woonvisie hanteert de provincie terugvalopties, zoals aangegeven in het Programma ruimte.</p>

<p><em>Begrenzing en betekenis bestaand stads- en dorpsgebied</em><br />
De begrenzing van BSD is een hulpmiddel voor de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. Gezien de bovengenoemde rol van de provincie is duidelijkheid nodig over wat de provincie verstaat onder het BSD. In de verordening is een definitie opgenomen die maatgevend is. Die volgt de definitie in het Bro, met de interpretatie dat de provincie kassen niet onder het BSD en bouwrijpe terreinen wel onder het BSD rekent.</p>

<p>De betekenis van BSD kan als volgt worden aangeduid. Als een gemeente de eerste trede van de ladder voor duurzame verstedelijking (passen in actuele regionale behoefte) heeft doorlopen en het plan ligt in het BSD (tweede trede), dan is voor dat plan de ladder doorlopen. Als dat plan niet in BSD ligt, dan moet de gemeenten aantonen dat niet binnen BSD in de behoefte kan worden voorzien en het plan multimodaal is ontsloten (derde trede). De BSD -grens bepaalt dus niet of een plan kan doorgaan of niet, de grens bepaalt alleen of de gemeente al dan niet moet motiveren dat ze kiest voor een locatie buiten BSD om in de behoefte te voorzien.</p>

<p>Gedeputeerde Staten zullen periodiek in overleg met de gemeenten een kaart van het BSD vaststellen. De definitie blijft echter maatgevend.</p>

<p>De definitie van BSD in het Bro gaat nadrukkelijk uit van bebouwing. Uitgaande van de handreiking voor de ladder voor duurzame verstedelijking van het ministerie van IenM is er een beperkte mogelijkheid om die definitie nader te interpreteren. <imropt:verwijderd>Onbebouwd gebied, niet zijnde stedelijk groen, kan er in elk geval niet onder vallen, ook al zijn er plannen om die te bebouwen. Alleen als sprake is van onomkeerbare ruimtelijke ontwikkelingen in de vorm van een bouwrijp gemaakt terrein, dan beschouwen wij een onbebouwd gebied als BSD.</imropt:verwijderd> <imropt:toegevoegd>Ook nog onbebouwd gebied kan soms worden beschouwd als BSD, met name als het een terrein betreft dat grotendeels is omringd door wel bebouwd gebied. In samenhang met het omringende gebied maakt het nog onbebouwde gebied dan uit van het “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing”. Ook nog onbebouwd, maar wel al bouwrijp gemaakt gebied, wordt beschouwd als BSD, omdat er dan sprake is van een onomkeerbare ruimtelijke ontwikkeling.</imropt:toegevoegd></p>

<p> </p>

<p>In de begripsbepalingen is een definitie van bouwrijp gemaakt terrein opgenomen, die luidt:</p>

<p>“terrein waarvan bodem en waterhuishouding zodanig zijn bewerkt dat het terrein geschikt is om bebouwd te worden. Het betreft bewerkingen zoals de aanleg van zand om de grond voor te belasten, de aanleg van (bouw)wegen en watergangen, de aanleg van een rioleringssysteem, bodemsanering en het verwijderen van begroeiing en van oude bouwwerken“.</p>

<p>De ontwikkeling is dan verder dan het geval is bij zogeheten “fiscaal bouwrijpe grond”. Dan zijn slechts werkzaamheden verricht die wijzen op bouwrijp maken c.q. dienen tot bouwrijp maken, maar is het terrein nog niet bouwrijp en is naar onze opvatting nog geen sprake van een onomkeerbare ruimtelijke ontwikkeling.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28292">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>201</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.2</nummer>
        <naam>Kantoren</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het artikel over kantoren is een aanvulling op artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28145" id="LNT78">Artikel 2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking</imropt:interneVerwijzing> Over de ladder voor duurzame verstedelijking.</p>
      <p>
        <em>Selectief locatiebeleid voor kantoren</em>
        <br />
De provincie hanteert een selectief locatiebeleid voor kantoren. Het locatiebeleid draagt bij aan de vitaliteit en daarmee de kwaliteit van de centra en aan de versterking van de agglomeratiekracht. Uitgangspunt is dat nieuwe kantoren alleen worden toegelaten binnen de concentratielocaties voor kantoren en binnen de scienceparken. De meeste concentratielocaties voor kantoren liggen bij een treinstation. Er zijn echter enkele uitzonderingen, waarbij dat expliciet is aangegeven.</p>
      <p>
        <em>Begrenzing concentratielocaties voor kantoren met treinhalte</em>
        <br />
De concentratielocaties worden begrensd door de invloedsfeer van de treinhaltes waarbij deze locaties liggen. De betreffende treinhaltes zijn verbeeld op  van deze verordening. Binnen de invloedsfeer van een treinhalte liggen locaties die binnen 10 minuten te voet bereikbaar zijn vanaf die halte. Te voet kan in 10 minuten ongeveer 800 meter worden afgelegd. Het begrip 'invloedsfeer' is gedefinieerd in de begripsbepalingen.</p>
      <p>Specifiek voor de stations Rotterdam CS en Dan Haag CS gaat het ook om locaties die binnen 10 minuten met hoogfrequente lightrail-, tram- of busverbindingen bereikbaar zijn vanaf die stations. Hoogfrequent wil zeggen ten minste zes keer per uur in dezelfde richting.</p>
      <p>
        <em>Begrenzing concentratielocaties voor kantoren zonder treinhalte</em>
        <br />
De begrenzing van de concentratielocaties zonder treinhalte is exact aangegeven op .</p>
      <p>
        <em>Scienceparken</em>
        <br />
De begrenzing van de scienceparken is exact aangegeven op . Binnen deze scienceparken zijn kantoren toelaatbaar voor zover passend bij het profiel van het sciencepark. Op bestuurlijk niveau kunnen hierover nadere afspraken worden gemaakt.</p>
      <p>
        <em>Uitzonderingen</em>
        <br />
Buiten de hierboven bedoelde locaties is kantoorvestiging alleen bij uitzondering toegestaan. Het gaat daarbij allereerst om kantoren die zijn gericht op de lokale omgeving, bijvoorbeeld gemeentehuizen en bankfilialen. Ook geldt een uitzondering voor kantoren kleiner dan 1.000 m², bedrijfsgebonden kantoren en functiegebonden kantoren. Functiegebonden kantoren zijn nauw verbonden met een veiling, een haven of een luchthaven. In het bestemmingsplan moet de koppeling tussen functie en kantoor nadrukkelijk worden onderbouwd en vastgelegd om te voorkomen dat ook gewone kantoren zich op deze locaties kunnen vestigen.</p>
      <p>Nog niet gerealiseerde kantoorbestemmingen buiten de concentratielocaties, de scienceparken en de hierboven benoemde uitzonderingen, kunnen alsnog gerealiseerd worden voor zover dat past in een actuele regionale visie die is aanvaard door Gedeputeerde Staten. In het Programma ruimte is aangegeven welke eisen in dat geval worden gesteld aan een regionale visie.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28293">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>202</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.3</nummer>
        <naam>Bedrijven</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Hoogst mogelijke milieucategorie </em>
        <br />
Bedrijven in de hogere milieucategorieën vormen een belangrijke schakel in de economische structuur van de provincie Zuid-Holland. Omvangrijke terreinen voor bedrijven met een hoge milieuhindercategorie (HMC-bedrijven) zijn te vinden in de zeehavengebieden in de Rotterdamse regio en de Drechtsteden. De zogenoemde HMC-bedrijven, kennen veelal een hoge toegevoegde waarde en vormen vaak het middelpunt van andere bedrijvigheid met vele toeleveranciers, inclusief de zakelijke dienstverlening.</p>
      <p>De ruimte voor bedrijven in de hogere milieucategorieën staat onder druk door de milieuzoneringen rond woningbouw. Gezien het belang van de HMC-bedrijven is de (milieu)ruimte voor dit type bedrijven van provinciaal belang. Uitgangspunt voor bestemmingsplannen is het mogelijk maken van de hoogst mogelijke categorie op het bedrijventerrein. Hiervan kan alleen worden afgeweken indien daartoe aanleiding bestaat in verband met toekomstige ontwikkelingen die zijn opgenomen in een vigerend bestemmingsplan of het Programma ruimte.</p>
      <p>
        <em>Watergebonden bedrijventerreinen</em>
        <br />
Watergebonden bedrijven zijn van groot belang voor de economie en leveren een bijdrage aan duurzame mobiliteit. De ruimte voor watergebonden bedrijventerreinen staat echter onder druk, vooral door transformatie naar aantrekkelijk gelegen woningbouwlocaties. Planologische bescherming van de watergebonden bedrijventerreinen is daarom nodig. Uitgangspunt voor bestemmingsplannen is dat in hoofdzaak alleen watergebonden bedrijven worden toegelaten. De term “in hoofdzaak” biedt beperkte ruimte voor het toelaten van andere bedrijven. Bijvoorbeeld uitbreiding van bestaande niet-watergebonden bedrijven.</p>
      <p>
        <em>Functiemenging en transformatie</em>
        <br />
Het provinciaal beleid is gericht op het bieden van ruimte om te kunnen voldoen aan de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar bedrijventerrein. De provincie wil echter ook ruimte bieden aan organische ontwikkeling en functiemenging, vanuit een oogpunt van betere benutting en kwaliteitsverbetering van het bestaand stads- en dorpsgebied. Monofunctionele bedrijventerreinen passen daar niet altijd bij. Met name bedrijventerreinen met milieucategorie 1 en 2 lenen zich voor functiemenging. In mindere mate is functiemenging ook mogelijk op bedrijventerreinen met milieucategorie 3. Bedrijventerreinen met milieucategorie 4 en hoger verdragen zich in het algemeen niet met functiemenging, zeker niet met gevoelige functies zoals wonen.</p>
      <p>Transformatie van bedrijventerrein naar een andere bestemming dan bedrijven kan om allerlei redenen nodig of wenselijk zijn. Het gaat vaak om verouderde bedrijventerreinen die in de loop der jaren middenin het stedelijk gebied zijn komen te liggen. De verordening maakt transformatie mogelijk. In een aantal gevallen is daarbij compensatie nodig:</p>
      <ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>bedrijventerrein met milieucategorie 3 en een oppervlakte van meer dan 1 hectare;</li>
        <li>bedrijventerrein met milieucategorie 4 of hoger;</li>
        <li>watergebonden bedrijventerrein.</li>
      </ul>
      <p>Compensatie kan achterwege blijven als regionale afstemming heeft plaatsgevonden en hieruit is gebleken dat na de transformatie in de regio voldoende bedrijventerreinen beschikbaar zijn, gelet op de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar bedrijventerrein in de regio.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28294">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>203</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.4</nummer>
        <naam>Detailhandel</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Het artikel over detailhandel is een aanvulling op artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28145" id="LNT79">Artikel 2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking</imropt:interneVerwijzing> over de ladder voor duurzame verstedelijking.</p>

<p><imropt:toegevoegd><em>Doelen detailhandelsbeleid.</em></imropt:toegevoegd><br />
Het provinciale detailhandelsbeleid is er enerzijds op gericht om de <imropt:toegevoegd>ruimtelijke</imropt:toegevoegd> detailhandelsstructuur zoveel als mogelijk te versterken en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Anderzijds wordt de dynamiek in de detailhandel bevorderd vanwege het grote economische belang van deze sector.</p>

<p><imropt:toegevoegd>Zuid-Holland kent net als de rest van ons land, een fijnmazig ruimtelijke detailhandelsstructuur, zeker in vergelijking met veel andere landen. Dit is een belangrijke en onderscheidende kwaliteit. Voor wat betreft de dagelijkse boodschappen zijn nabijheid en bereikbaarheid kenmerkende aspecten van de bestaande detailhandelsstructuur. Met name de lokale winkelcentra in wijken en buurten spelen hierin een belangrijke rol. Voor de niet-dagelijkse aankopen is vooral een goede bereikbaarheid per fiets, auto én openbaar vervoer belangrijk. De lokale en regionale winkelcentra, veelal gelegen in de historische centra van steden en dorpen of bij regionale knooppunten vervullen deze rol. Detailhandel levert bovendien een essentiële bijdrage aan de levendigheid en de attractiviteit van de stad- en dorpscentra.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>De dynamiek binnen de detailhandel is groot. Verkoop via internet neemt een grote vlucht. Tegenover het faillissement van winkelketens, staat het succes van nieuwe winkelketens. De provincie Zuid-Holland wil alle ruimte geven aan deze dynamiek, maar dan wel binnen de bestaande centra. In het ruimtelijk beleid voor detailhandel geldt daarom als uitgangspunt dat nieuwe detailhandelsontwikkelingen plaatsvinden binnen of aansluitend aan de bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen en wijken. Binnen de centra kunnen alle detailhandelsbranches worden toegelaten en is er ruimte voor dynamiek en innovatie.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Buiten de centra kan alleen ruimte worden geboden aan specifieke branches van detailhandel (‘perifere detailhandel’). Het gaat dan om detailhandel die vanwege de aard of de omvang van de goederen in ruimtelijke zin niet of niet goed inpasbaar is in de centra en die niet essentieel is voor de kwaliteit van de centra. Ook kan er onder voorwaarden ruimte worden geboden aan vormen van kleinschalige detailhandel, ondergeschikte detailhandel en afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd><em>Ontheffingsbevoegdheid GS</em><br />
Binnen de centra en –voor specifieke branches- op perifere locaties is naar huidig inzicht voldoende ruimte voor de dynamiek binnen de detailhandel. Alle vormen van detailhandel zouden binnen deze ruimtelijke detailhandelsstructuur een geschikte vestigingslocatie moeten kunnen vinden. Mocht er toch sprake zijn van een vorm van detailhandel die niet zozeer vanwege de aard en de omvang van de aangeboden goederen, maar om andere redenen niet of niet goed inpasbaar is een centrum, bijvoorbeeld als gevolg van innovatie, dan kunnen Gedeputeerde Staten hiervoor zo nodig ontheffing verlenen op basis van artikel 3.2, eerste lid van de verordening. Er moeten dan wel worden voldaan aan de in dat artikel genoemde voorwaarden.</imropt:toegevoegd></p>

<p><em>Detailhandel binnen de centra</em><br />
De detailhandelsstructuur voor reguliere detailhandel is <imropt:toegevoegd>uitgewerkt </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>beschreven</imropt:verwijderd> in het Programma ruimte. Daarin is onderscheid gemaakt in ‘te ontwikkelen centra’, ‘te optimaliseren centra’ en ‘overige <imropt:toegevoegd>centra</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>aankoopplaatsen</imropt:verwijderd>’. Door de opkomst van internetwinkels en demografische ontwikkelingen is er minder behoefte aan fysieke winkels. Voor alle winkelgebieden geldt daarom dat kwalitatieve verbetering leidend is ten opzichte van kwantitatieve versterking. <imropt:verwijderd>Uitbreiding van het winkelareaal is hoofdzakelijk aan de orde binnen de ‘te ontwikkelen centra’. Binnen de ‘te optimaliseren centra’ en de ‘overige aankoopplaatsen’ is uitbreiding alleen mogelijk in de gevallen zoals aangegeven in het Programma ruimte. Indien het draagvlak van een verzorgingsgebied te klein is voor een compleet winkelcentrum, kan een supermarkt de functie van centrale aankoopplaats vervullen.</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd>Een ‘overige aankoopplaats’ kan op een andere centrale en goed bereikbare locatie binnen hetzelfde verzorgingsgebied geaccommodeerd worden indien bij de achterblijvende locatie sprake is van zowel feitelijke als planologische sanering van detailhandel. Hier zou sprake van kunnen zijn op het moment dat meerdere locaties worden samengevoegd op een nieuwe locatie of bij opheffing en verplaatsing van een slecht functionerende aankoopplaats.</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd>In deze verordening is verder bepaald dat nieuwe detailhandel primair gevestigd wordt binnen of direct aansluitend aan de bestaande winkelconcentratieswinkelgebieden en in de centra van steden, dorpen en wijken. Deze winkelgebieden winkelconcentraties zijn benoemd en gecategoriseerd in het Programma ruimte als “te ontwikkelen centra”, “te optimaliseren centra” en “overige aankoopplaatsen”.</imropt:verwijderd> De winkelconcentraties <imropt:toegevoegd>in de centra van steden, dorpen en wijken </imropt:toegevoegd>zijn niet begrensd in deze verordening. Nieuwe detailhandel kan ook gevestigd worden in een nieuwe woonwijk, voor zover het gaat om winkels die zijn gericht op de bewoners van die wijk.De bestaande situatie is uitgangspunt voor de begrenzing van het winkelgebied in het bestemmingsplan. In artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28139" id="LNT80">1.2</imropt:interneVerwijzing>, derde lid van deze verordening is bepaald wat kan worden verstaan onder de bestaande situatie. <imropt:toegevoegd>Nieuwe detailhandel kan binnen of aansluitend aan de winkelconcentraties worden gevestigd.</imropt:toegevoegd><br />
<br />
<imropt:toegevoegd>Als ‘bestaande winkelconcentratie binnen de centra van steden, dorpen en wijken’ worden nadrukkelijk niet beschouwd de detailhandelsbedrijven die overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid  (‘uitzonderingen buiten de centra’) op een perifere locatie buiten de centra zijn gevestigd. Ook niet als het gaat om een concentratie van meerdere perifere vestigingen. Op deze perifere locaties zijn dus alleen de in het derde lid genoemde branches toelaatbaar, terwijl binnen de winkelconcentraties in de centra alle branches toelaatbaar zijn.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:verwijderd>Binnen een winkelconcentratie in het centrum van stad, dorp of wijk gelden op grond van deze verordening geen beperkingen voor de toelaatbare detailhandelsbranches. Buiten deze winkelconcentraties zijn uitsluitend vormen van detailhandel toelaatbaar die zijn benoemd in artikel Artikel 2.1.4 Detailhandel, derde lid (“uitzonderingen buiten de centra”). Deze uitzonderingsgevallen (onder andere zogenoemde PDV en GDV-locaties) worden nadrukkelijk niet beschouwd als “bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen en wijken”, ook niet als het gaat om een concentratie van meerdere vestigingen.</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:toegevoegd><em>Herallocatie</em><br />
Een winkelconcentratie kan op een andere centrale en goed bereikbare locatie binnen hetzelfde verzorgingsgebied geaccommodeerd worden indien bij de achterblijvende locatie sprake is van sanering van detailhandel. Hier zou sprake van kunnen zijn op het moment dat meerdere locaties worden samengevoegd op een nieuwe locatie of bij opheffing en verplaatsing van een slecht functionerende aankoopplaats. Herallocatie zal in de praktijk alleen aan de orde zijn bij een ‘overige aankoopplaats’. Indien het draagvlak van een verzorgingsgebied te klein is voor een compleet winkelcentrum, kan een supermarkt de functie van centrale aankoopplaats vervullen.</imropt:toegevoegd></p>

<p><em>Perifere detailhandel</em><br />
Uitzonderingen zijn mogelijk voor enkele branches (ook wel ‘perifere detailhandel’ genoemd) die vanwege aard of omvang van de <imropt:toegevoegd>aangeboden goederen </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>producten</imropt:verwijderd> niet of niet goed inpasbaar zijn in de winkelcentra en niet essentieel zijn voor de kwaliteit van deze centra. <imropt:verwijderd>Deze branches zijn expliciet benoemd in de verordening (limitatieve lijst). </imropt:verwijderd><imropt:toegevoegd>Ook zijn uitzonderingen mogelijk voor kleinschalige detailhandel, ondergeschikte detailhandel en afhaalpounten voor niet-dagelijkse aankopen, omdat deze vormen van detailhandel de kwaliteit van de centra nauwelijks beïnvloeden.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Grootschaligheid van het aanbod aan goederen is nadrukkelijk op zich geen reden voor vestiging op een perifere locatie. In de centra is namelijk genoeg ruimte voor grootschalige detailhandelsvestigingen. Algemene warenhuizen, supermarkten en detailhandel in kleding, schoenen, elektronica, sportartikelen, fietsen, speelgoed en dierenbenodigdheden komen ook in grootschalige vorm in veel centra voor en zijn belangrijk voor de kwaliteit van deze centra. Ze dragen bij aan de varieteit en de breedte van het aanbod en aan het attractieve karakter van de centra.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Bij perifere detailhandel gaat het om</imropt:toegevoegd></p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li><imropt:toegevoegd>detailhandel in volumineuze goederen,</imropt:toegevoegd></li>
	<li><imropt:toegevoegd>detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen,</imropt:toegevoegd></li>
	<li><imropt:toegevoegd>detailhandel in meubels en andere detailhandel rond het thema wonen,</imropt:toegevoegd></li>
	<li><imropt:toegevoegd>bouwmarkten en tuincentra</imropt:toegevoegd></li>
	<li><imropt:toegevoegd>kleinschalige detailhandel,</imropt:toegevoegd></li>
	<li><imropt:toegevoegd>ondergeschikte detailhandel,</imropt:toegevoegd></li>
	<li><imropt:toegevoegd>afhaalpunten voor niet-dagelijkse aankopen</imropt:toegevoegd></li>
</ul>

<p><imropt:toegevoegd>Deze branches worden hieronder nader beschreven.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd><em>Detailhandel in volumineuze goederen</em><br />
Voor de verkoop van volumineuze goederen is veel uitstallingsruimte nodig. In de centra is vestiging daarom moeilijk inpasbaar. Het gaat bovendien om detailhandel die niet essentieel is voor de kwaliteit van de centra, mede gelet op het specifieke karakter van de goederen. Als volumineus worden in ieder geval de zogenaamde ABC-branches beschouwd: auto’s, boten en caravans. Als volumineus kunnen ook worden beschouwd: grove bouwmaterialen, landbouwwerktuigen, motoren,  zwembaden, buitenspeelapparatuur, fitnessapparatuur, piano’s, orgels, surfplanken en tenten. Deze lijst is min of meer volledig, de provincie verwacht daarom van gemeenten terughoudendheid bij het toelaten van andere dan de hier genoemde volumineuze goederen. Verdere oprekking van het begrip ‘volumineuze goederen’ is niet wenselijk. In artikel 1.1. (begripsbepalingen) is het begrip “detailhandel in volumineuze goederen” gedefinieerd.</imropt:toegevoegd></p>

<p><em><imropt:toegevoegd>Detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen</imropt:toegevoegd></em><br />
<imropt:toegevoegd>Gelet op de aard van deze goederen is de verkoop ervan in de centra in het algemeen onwenselijk. Daarom kan hiervoor buiten de centra ruimte worden geboden.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd><em>Detailhandel in meubels en rond het thema wonen</em></imropt:toegevoegd><br />
<imropt:toegevoegd>Dit betreft een speicifieke vorm van detailhandel in vorlumineuze goederen. Ten behoeve van meubelbedrijven met een omvang van ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlak en andere detailhandelsbedrijven die zich richten op de verkoop van volumineuze goederen rond het thema wonen zijn opvanglocaties aangewezen.</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>Ten behoeve van grootschalige meubelbedrijven en andere detailhandelsbedrijven rond het thema wonen zijn opvanglocaties aangewezen.</imropt:verwijderd> Deze bedrijventerreinen met zogenoemde PDV-locaties, zijn verbeeld op van deze verordening. Enkele PDV-locaties zijn op deze kaart geometrisch bepaald op de daadwerkelijke grootte. Voor de andere PDV-locaties is het gehele bedrijventerrein aangegeven aangegeven waarop grootschalige meubelbedrijven en andere detailhandelsbedrijven rond het thema wonen zijn toegestaan. Reden hiervoor is dat er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de daadwerkelijke grootte, of dat het gaat om verspreide vestiging. Wij verwachten van de gemeenten dat in die gevallen de PDV-locatie in het bestemmingsplan nader wordt begrensd, zodat niet het gehele bedrijventerrein wordt bestemd voor grootschalige meubelbedrijven en andere meubelbedrijven rond het thema wonen. Mocht sprake zijn van een grootschalige nieuwe ontwikkeling, dan gelden daarvoor de voorwaarden zoals opgenomen in de verordening.</p>

<p><imropt:toegevoegd>Bouwmarkten en tuincentra<br />
Bouwmarkten en tuincentra zijn al van oudsher in de periferie gevestigd. Het gaat om een vorm van detailhandel waarbij de verkoop van goederen die in overwegende mate volumineus zijn wordt gecombineerd met een breed assortiment. In de loop der jaren is het assortiment steeds verder verbreed. Een passende bestemming en handhaving hiervan kan nodig zijn om branchevervaging te voorkomen. In artikel 1.1. (begripsbepalingen) zijn de begrippen “tuincentrum” en “bouwmarkt” gedefinieerd.</imropt:toegevoegd><br />
<br />
<imropt:toegevoegd>Alleen bouwmarkten en tuincentra met een omvang van ten minste 1.000 m2 brutovloeroppervlak kunnen in de periferie worden toegelaten. Kleinere bouwmarkten (doe-het-zelf winkels) en tuincentra (bloemenwinkels) zijn goed inpasbaar in de centra.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Kleinschalige detailhandel</imropt:toegevoegd><br />
Daarnaast zijn enkele uitzonderingen opgenomen voor de vestiging van kleinschalige detailhandel, zoals gemakswinkels. De maximale omvang van kleinschalige detailhandel is niet vastgelegd in de verordening, om ruimte te laten voor maatwerk. Als richtsnoer kan 200 m² worden aangehouden. Ook het aantal vestigingen is afhankelijk van maatwerk en daarom niet vastgelegd in de verordening. Op locaties met veel passanten en bezoekers, zoals de grote treinstations, zijn meerdere vestigingen passend. Op andere locaties, zoals een benzinestation, zal het aantal vestigingen in het algemeen beperkt blijven tot één.</p>

<p><imropt:toegevoegd>Ondergeschikte detailhandel</imropt:toegevoegd><br />
Als vorm van kleinschalige detailhandel kan ook detailhandel worden toegelaten die ondergeschikt is aan een beroep aan huis of ondergeschikt aan een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, bijvoorbeeld de verkoop van producten bij een kapper of een schoonheidssalon.</p>

<p>Detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen bij productiebedrijven is mogelijk. Dit geldt nadrukkelijk niet voor assemblage- en groothandelsbedrijven. Een importeur die elders geproduceerde fietsen in elkaar zet, wordt dus niet beschouwd als een productiebedrijf.</p>

<p>Bij agrarische bedrijven is de verkoop van producten uit eigen teelt toegestaan, zie artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28207" id="LNT82">2.3.1</imropt:interneVerwijzing>.</p>

<p><imropt:toegevoegd><em>Afhaalpunten voor niet-dagelijkse aankopen / internetdetailhandel</em><br />
In ruimtelijk opzicht is er geen onderscheid tussen internetdetailhandel met een publieksfunctie en een fysieke winkel daar waar afhaal- en brengpunten worden gecombineerd met andere vormen van detailhandel als reguliere detailhandel. Daarom wordt dergelijke internetdetailhandel beschouwd als reguliere detailhandel waarvoor ook de regels van de verordening gelden. Een uitzondering hierop geldt voor niet-dagelijkse artikelen, daar waar de kwaliteit van de leefomgeving en de mobiliteit niet in het geding komen en er geen sprake is van een etalage/showroomfunctie en deze locaties zich bevinden op bedrijventerreinen, op kantoorlocaties, of op brandstofverkoopplaatsen. Een uitzondering hierop geldt ook voor detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen bij productiebedrijven.</imropt:toegevoegd></p>

<p><em>Grootschalige ontwikkelingen</em><br />
De toelaatbaarheid van grootschalige ontwikkelingen is afhankelijk van de ruimtelijke effecten die een dergelijke ontwikkeling met zich meebrengt. Met het oog hierop moet worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig worden aangetast. Het gaat daarbij onder meer om het voorkomen van onaanvaardbare leegstand en het voorkomen van duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau waar het gaat om de eerste levensbehoeften.</p>

<p>Met het oog hierop is advies nodig van de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. De adviescommissie valideert objectief de onderbouwing van de nieuwe detailhandelsontwikkeling die zo nodig is gebaseerd op een distributieplanologisch onderzoek (DPO). Het gaat dan om de (regionale) kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en de ruimtelijke effecten van de nieuwe detailhandel (zoals woon- en leefklimaat en leegstand).</p>

<p>Het advies van de commissie en de onderliggende gegevens zijn mede bepalend voor de vraag of een ontwikkeling aanvaardbaar en uitvoerbaar is en zijn daarom bij voorkeur al beschikbaar bij het overleg met de provincie over het voorontwerp bestemmingsplan, doch uiterlijk bij de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. Gemeente en provincie kunnen gemotiveerd afwijken van het advies van de commissie. In de verordening is aangegeven bij welke ontwikkelingen advies nodig is van de commissie en welke drempelwaarden hierbij van toepassing zijn.</p>

<p>De adviescommissie valideert in haar advies ook de schaal van de (ruimtelijke) impact. Als er bovenlokale effecten zijn, is in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking regionale afstemming nodig met de (samenwerkende) gemeenten binnen het gebied waar de effecten zullen optreden. Dit kan dus variëren van afstemming met een buurgemeente tot afstemming met meerdere gemeenten of regio’s. Daarbij zullen, afhankelijk van de schaal, de Regionale Economische Overleggen een rol kunnen blijven vervullen.</p>

<p>In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat een onderzoek naar de actuele behoefte (in het kader van stap 1 van de ladder voor duurzame verstedelijking) met betrekking tot diensten als bedoeld in de Dienstenwet slechts tot doel heeft na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Deze bepaling is opgenomen om te benadrukken dat het stellen van beperkingen aan de vestiging van diensten op niet-ruimtelijke gronden, niet alleen in strijd zou zijn met de Wet ruimtelijke ordening, maar ook met de Europese Dienstenrichtlijn. De regeling die in deze verordening is opgenomen voor grootschalige detailhandelsontwikkelingen sluit hierbij aan. Als een DPO wordt opgesteld, gebeurt dat dus alleen met het oog op de ruimtelijke effecten die een grootschalige ontwikkeling met zich mee brengt.</p>

<p><em>Nevenassortiment</em><br />
Het voeren van nevenassortiment is onder voorwaarden mogelijk bij perifere detailhandel. De regeling voor nevenassortimenten is bedoeld om grenzen te stellen aan de aard en omvang van nevenassortimenten en zo branchevervaging, dat ruimtelijk negatieve effecten kan hebben voor reguliere detailhandel binnen de centra, te voorkomen.</p>

<p><imropt:verwijderd><em>Internetafhaalpunten</em><br />
In ruimtelijk opzicht is er geen onderscheid tussen internetdetailhandel met een publieksfunctie en een fysieke winkel daar waar afhaal- en brengpunten worden gecombineerd met andere vormen van detailhandel als reguliere detailhandel. Daarom wordt dergelijke internetdetailhandel beschouwd als reguliere detailhandel waarvoor ook de regels van de verordening gelden. Een uitzondering hierop geldt voor niet-dagelijkse artikelen, daar waar de kwaliteit van de leefomgeving en de mobiliteit niet in het geding komen en er geen sprake is van een etalage/showroomfunctie en deze locaties zich bevinden op bedrijventerreinen, op kantoorlocaties, of op brandstofverkoopplaatsen. Een uitzondering hierop geldt ook voor detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen bij productiebedrijven.</imropt:verwijderd></p>

<p><em>Evenementen</em><br />
De regels in deze verordening zijn ook van toepassing op detailhandelsevenementen, zoals outletsales in stadions. Het gaat daarbij om evenementen die in planologisch opzicht relevant zijn. Uit jurisprudentie blijkt dat alleen evenementen met een kleinschalig, kortdurend én eenmalig karakter planologisch niet relevant zijn en daarom niet hoeven te worden getoetst aan het bestemmingsplan. Alle andere evenementen zijn wel planologisch relevant. Deze evenementen moeten dus getoetst worden aan het bestemmingsplan, dat op zijn beurt in overeenstemming moet zijn met deze verordening. Voor detailhandelsevenementen geldt daarom als uitgangspunt dat deze plaatsvinden binnen de bestaande winkelconcentraties. Daarbuiten zijn alleen mogelijkheden voor specifieke branches en vormen van detailhandel die zijn genoemd onder de uitzonderingen in het derde lid van artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28158" id="LNT83">Artikel 2.1.4 Detailhandel</imropt:interneVerwijzing>.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28295">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>204</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.5</nummer>
        <naam>Glastuinbouwgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De verdere ontwikkeling van de glastuinbouwgebieden tot een economisch concurrerende en duurzame greenport is van provinciaal belang. De provincie streeft naar een greenport waar het accent ligt op specifieke hoogwaardige productie, met een centrale plaats voor logistieke, handel, kennis en innovatie.</p>
      <p>Het teeltgebied is vastgelegd op  van de verordening en is primair bedoeld voor glastuinbouwbedrijven en de daarbij behorende voorzieningen, zoals waterberging, gietwaterbassins, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bedrijfswoningen, bedrijfsruimten, infrastructuur en landschappelijke inpassing.</p>
      <p>
        <em>Glastuinbouwbedrijven</em>
        <br />
Het begrip glastuinbouwbedrijf is opgenomen in de begripsbepalingen. Het gaat om een volwaardig en doelmatig bedrijf in overwegende mate gericht op het voortbrengen van producten en het leveren van diensten door middel van het duurzaam en intensief kweken van assimilerende organismen onder invloed van licht, geheel of hoofdzakelijk overdekt. Onder 'kweken' wordt verstaan: veredeling, selectie, opkweek en verzorgen. Onder 'licht' wordt verstaan: licht afkomstig uit natuurlijke en/of kunstmatige bron.</p>
      <p>De term 'in overwegende mate' geeft aan dat het grootste deel van het bedrijf ingericht moet zijn op kweekt. De verhouding kweekoppervlak (kassen, kweek onder kunstlicht etc.) en overige bebouwing wordt door de gemeente vastgelegd in het bestemmingsplan. Als richtwaarde geldt een percentage van 15% voor overige bebouwing. Het is mogelijk bebouwing voor meerdere bedrijven die een ruimtelijk aaneengesloten geheel vormen te clusteren, bijvoorbeeld voor gedeelde voorzieningen, zodat op een bedrijfsperceel (ruimschoots) meer dan 15% bebouwing toelaatbaar kan zijn. De gemeente kan dit regelen in het bestemmingsplan.</p>
      <p>
        <em>Afwijkingsmogelijkheid ten behoeve van maatwerk voor ketengerelateerde bedrijven in het glastuinbouwgebied Westland-Oostland</em>
        <br />
Uitgangspunt is dat bedrijven die gerelateerd zijn aan de greenport maar geen of minder kweekoppervlak hebben dan glastuinbouwbedrijven, zich vestigen op een (agrogerelateerd) bedrijventerrein. Binnen het glastuinbouwgebied Westland-Oostland kan hier flexibeler mee worden omgegaan. In de verordening is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen die de gemeente de mogelijkheid biedt om maatwerk toe te passen. Bij uitzondering kan binnen het glastuinbouwgebied een ander bedrijf dan een glastuinbouwbedrijf worden toegelaten (of uitbreiding van een bestaand bedrijf) dat behoort tot de keten glastuinbouw en dat een bijdrage levert aan de verdere ontwikkeling van het glastuinbouwgebied Westland-Oostland als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten. Voorwaarde is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Daarbij moet ook gekeken worden naar de toekomstige gebruiksmogelijkheden, zodat bedrijfsvestiging noodzakelijk herstructurering van het glastuinbouwgebied niet in de weg mag staan. De gemeente is bevoegd deze afwijkingsmogelijkheid toe te passen. Het is wel wenselijk hierover tijdig overleg te voeren met de provincie.</p>
      <p>
        <em>Afwijkingsmogelijkheid voor zwaarwegend algemeen belang (onvoorziene ontwikkelingen)</em>
        <br />
Voor niet voorziene ontwikkelingen binnen het glastuinbouwgebied is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Deze afwijkingsmogelijkheid kan alleen worden toegepast indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële mogelijkheid is om die ontwikkeling buiten het glastuinbouwgebied te realiseren. Daarbij kan gedacht worden aan de aanleg of de verbreding van een doorgaande weg. De afwijkingsmogelijkheid biedt de gemeente de mogelijkheid om in het bestemmingsplan gemotiveerd af te wijken van het artikel over glastuinbouwgebied in de verordening. Met nadruk wordt erop gewezen dat de afwijkingsmogelijkheid niet ziet op andere artikelen in de verordening.</p>
      <p>
        <em>Aanpassing begrenzing glastuinbouwgebied ten behoeve van bestaande andere functies en bebouwing</em>
        <br />
Uitgangspunt is dat binnen de begrenzing van het glastuinbouwgebied alleen glastuinbouwbedrijven en de daarbij behorende voorzieningen worden toegelaten. De begrenzing van het glastuinbouwgebied is vastgelegd in de verordening op kaart 3 (“teeltgebieden”). Toch komen binnen de begrenzing van het glastuinbouwgebied ook bestaande andere functies voor (niet zijnde glastuinbouw), vaak ook met bijbehorende bebouwing. Het kan zowel gaan om een geïsoleerde afwijkende functie als om geclusterde afwijkende functies, zoals een bebouwingslint met een menging van bedrijven, woningen en andere functies. Vaak gaat het om situaties waarbij een ontwikkeling naar glastuinbouw ook in de toekomst praktisch gezien vrijwel niet mogelijk is.</p>
      <p>In het bestemmingsplan kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied daarom in beperkte mate worden aangepast, zodat percelen met rechtmatig aanwezige afwijkende bedrijven en functies buiten het glastuinbouwgebied kunnen worden gelaten. Beperkte uitbreiding en functiewijziging naar een andere passende functie is dan mogelijk. Doordat de betreffende percelen buiten het glastuinbouwgebied vallen is ook nieuwvestiging van een andere functie dan glastuinbouw niet langer uitgesloten, bijvoorbeeld de bouw van een woning in een lint waar al meerdere woningen aanwezig zijn. Voorwaarde is wel dat het gaat om een beperkte aanpassing van de begrenzing van het glastuinbouwgebied en dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het teeltgebied. Daarbij moet ook worden gekeken naar de toekomstige situatie van het teeltgebied, dus ook naar de herstructureringsmogelijkheden.</p>
      <p>Deze regeling is nadrukkelijk niet bedoeld voor het buiten het glastuinbouwgebied brengen van nog (grotendeels) onbebouwde restpercelen en overhoeken. Ook als een perceel qua omvang of qua vorm niet geschikt is voor een moderne kas, zijn er vaak nog mogelijkheden voor voorzieningen (zoals wateropvang) of glastuinbouw gerelateerde functies.</p>
      <p>
        <em>Bijzondere regeling voor Glasparel en Knibbelweg-Oost</em>
        <br />
Een specifieke uitzondering geldt voor een tweetal glaslocaties in de Zuidplas: de Glasparel en Knibbelweg Oost. Hier zijn ook bedrijven en andere functies toelaatbaar die niet behoren tot de keten glastuinbouw, mits sprake is van efficiënt en meervoudig grondgebruik van bedrijven en glas door een combinatie of stapeling van functies. .Dit past in de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de gebiedsontwikkeling Zuidplas. Daarbij kan gedacht worden aan de stapeling van glas op bedrijven, maar onder andere ook aan koude-warmte systemen en gietwaterberging onder de kas, al dan niet gecombineerd met het bergen van overtollig water (als noodvoorziening). Uiteraard dient hierbij de hoofdplanstructuur van de polder versterkt te worden door bijvoorbeeld nieuwe woningbouw in de linten.</p>
      <p>
        <em>Bijzondere regeling voor glastuinbouwgebied Tinte</em>
        <br />
Het glastuinbouwgebied Tinte op Voorne-Putten is in de verordening veel ruimer aangeduid dan het daadwerkelijke glastuinbouwgebied, zoals dat deels inmiddels is gerealiseerd en deels nog gerealiseerd zal worden. De provincie heeft met de betrokken gemeenten afspraken gemaakt over de maximale oppervlakte aan kassen binnen het gebied. Voor het deel van het gebied dat niet zal worden benut voor glastuinbouw kan het bestaande gemengde (overwegend agrarische) grondgebruik worden voortgezet.</p>
      <p>
        <em>Bijzondere regeling voor maatwerkgebieden greenport Aalsmeer </em>
        <br />
Enkele glastuinbouwgebieden in de greenport Aalsmeer zijn op de kaart met teeltgebieden aangeduid als maatwerkgebied. Binnen deze gebieden is zowel voortzetting mogelijk van het gebruik als glastuinbouwgebied, als gehele of gedeeltelijke transformatie naar andere functies, zoals aangegeven in het Programma ruimte.</p>
      <p>
        <em>Ladder voor bundeling van glastuinbouw </em>
        <em>en reservering van gronden voor glastuinbouw</em>
        <br />
De ladder voor bundeling van glastuinbouw is vergelijkbaar met de ladder voor duurzame verstedelijking. Het principe geldt voor nieuwe glastuinbouwgebieden of de uitbreiding daarvan. Het gaat daarbij zowel om uitbreiding van gebieden voor glastuinbouw als om uitbreiding van verspreid liggende glastuinbouwbedrijven met toepassing van de regeling ‘glas voor glas’. Uitgangspunt is dat eerst de mogelijkheden voor intensivering en herstructurering van bestaand glastuinbouwgebied worden onderzocht, alvorens een nieuwe locatie wordt ontwikkeld. Ook het benutten van beschikbare ruimte elders in de regio moet worden onderzocht.</p>
      <p>Gronden die liggen binnen de begrenzing van het op de kaart van de verordening aangeduide glastuinbouwgebied, maar die nog niet als zodanig zijn ontwikkeld omdat de behoefte aan het gebruik van nieuwe gronden voor glastuinbouw nog niet is aangetoond (met toepassing van de ladder voor bundeling van glastuinbouw) blijven gereserveerd voor toekomstige ontwikkeling voor glastuinbouw. Dit betekent dat in het bestemmingsplan voortzetting van het huidige grondgebruik mogelijk kan worden gemaakt, mits de mogelijkheden voor toekomstige ontwikkeling als glastuinbouwgebied niet worden verkleind. Voor ontwikkelingen die passen binnen het huidige agrarische grondgebruik gelden geen beperkingen. Nieuw Amstel Oost I is een voorbeeld van een nog niet ontwikkeld glastuinbouwgebied dat voorlopig gereserveerd blijft.</p>
      <p>
        <em>Verspreid glas en glas binnen het bollenteeltgebied en het boom- en sierteeltgebied </em>
        <br />
Ook buiten de glastuinbouwgebieden bevinden zich agrarische bedrijven met kassen. In artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28207" id="LNT84">2.3.1</imropt:interneVerwijzing> (agrarische bedrijven) zijn regels opgenomen met betrekking tot dit zogenoemde 'verspreid glas'. Daarnaast biedt het provinciaal beleid ruimte voor kassen binnen het boom- en sierteeltgebied (artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28174" id="LNT85">Artikel 2.1.6 Boom- en sierteeltgebied</imropt:interneVerwijzing>) en het bollenteeltgebied (artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28181" id="LNT86">Artikel 2.1.7 Bollenteeltgebied</imropt:interneVerwijzing>).</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28296">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>205</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.6</nummer>
        <naam>Boom- en sierteeltgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De verdere ontwikkeling van de Greenport Boskoop tot een economisch concurrerende en duurzame greenport is van provinciaal belang. In verband hiermee heeft de provincie concentratiegebieden aangewezen voor boom- en sierteelt. Naast grondgebonden boom- en sierteelt is er ook ruimte voor niet-grondgebonden pot- en containerteelt op het speciaal daarvoor aangewezen PCT-terrein.<br /><br /><em>Kassen bij boom- en sierteeltbedrijven</em><br />
Bij volwaardig boom- en sierteeltbedrijven binnen het boom- en sierteeltgebied zijn kassen toegestaan. Vanuit landschappelijke overwegingen is dit beperkt tot ten hoogste een derde deel van het bedrijfsoppervlak. Bij volwaardige boom- en sierteeltbedrijven binnen het PCT-terrein gelden ruimere bebouwingsmogelijkheden voor kassen, namelijk tot de helft van het beteelbare oppervlak per bedrijf.<br /><br /><em>Andere bedrijven</em><br />
Op het PCT-terrein kan in beperkte mate ook ruimte worden geboden voor bedrijven en andere functies die een directe binding hebben met de boom- en sierteelt en een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van de greenport tot een economisch concurrerende en duurzame greenport.</p>
      <p>
        <em>Afwijkingsmogelijkheid voor zwaarwegend algemeen belang (onvoorziene ontwikkelingen)</em>
        <br />
Voor niet voorziene ontwikkelingen binnen het boom- en sierteeltgebied is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Deze afwijkingsmogelijkheid kan alleen worden toegepast indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële mogelijkheid is om die ontwikkeling buiten het boom- en sierteeltgebied te realiseren. Daarbij kan gedacht worden aan de aanleg of de verbreding van een doorgaande weg. De afwijkingsmogelijkheid biedt de gemeente de mogelijkheid om in het bestemmingsplan gemotiveerd af te wijken van het artikel over boom- en sierteelt in de verordening. Met nadruk wordt erop gewezen dat de afwijkingsmogelijkheid niet ziet op andere artikelen in de verordening.</p>
      <p>
        <em>Bestaande andere functies en bebouwing</em>
        <br />
Uitgangspunt is dat binnen de begrenzing van het boom- en sierteeltgebied en het PCT-terrein alleen boom- en sierteeltbedrijven en de daarbij behorende voorzieningen worden toegelaten. De begrenzing van het boom- en sierteeltgebied en het PCT-terrein is vastgelegd in de verordening op kaart 3 (“teeltgebieden”). Toch komen binnen de begrenzing van deze gebieden ook bestaande andere functies voor (niet zijnde boom-en sierteelt), vaak ook met bijbehorende bebouwing. Het kan zowel gaan om een geïsoleerde afwijkende functie als om geclusterde afwijkende functies, zoals een bebouwingslint met een menging van bedrijven, woningen en andere functies. Vaak gaat het om situaties waarbij een ontwikkeling naar boom- en sierteelt ook in de toekomst praktisch gezien vrijwel niet mogelijk is. Het wegbestemmen en amoveren van een rechtmatig aanwezig afwijkende functie is veelal geen reële optie. Maar het kan ook gaan om een restperceel of een overhoek die toch niet benut kan worden voor boom- en sierteelt.</p>
      <p>In het bestemmingsplan kunnen bestaande rechtmatig aanwezige afwijkende functies daarom positief worden bestemd. Beperkte uitbreiding is ook mogelijk, evenals wijziging naar een andere afwijkende functie. Voorwaarde is wel dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het boom- en sierteeltgebied en het PCT-terrein. Daarbij moet ook worden gekeken naar de toekomstige situatie van het teeltgebied, dus ook naar de herstructureringsmogelijkheden.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28297">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>206</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.7</nummer>
        <naam>Bollenteeltgebied</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De verdere ontwikkeling van de Greenport Duin- en Bollenstreek tot een vitale, economisch concurrerende en duurzame greenport is van provinciaal belang. In verband hiermee streeft de provincie naar herstructurering van het bollencomplex, landschapsverbetering en handhaving van het teeltareaal bollengrond. Het bollenteeltgebied is aangeduid op van de verordening. Binnen het bollenteeltgebied bevinden zich ook bedrijfsgebouwen, (bedrijfs)woningen met erf en de eventuele kassen van de bollenteeltbedrijven.</p>

<p><em>Bollenteeltbedrijven</em><br />
Een bollenteeltbedrijf houdt zich niet alleen bezig met de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen, maar vaak ook met de teelt van snijbloemen, laagblijvende eenjarige en vaste bloeiende tuinplanten en vollegrondstuinbouwproducten (als eenjarige wisselteelt). Het gaat in hoofdzaak om opengrondsteelt, met gebruik van ondersteunend glas.</p>

<p>Binnen het bollenteeltgebied zijn ook bestaande bedrijven gevestigd die zowel zijn gericht op teelt in de volle grond als op teelt onder glas. Het gaat om gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en stekbedrijven.</p>

<p>In artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28138" id="LNT87">1.1</imropt:interneVerwijzing> zijn begripsbepalingen opgenomen van de te onderscheiden bedrijven.</p>

<p><em>Kassen bij bollenteeltbedrijven</em><br />
Binnen het bollenteeltgebied is vanuit landschappelijke overwegingen ten hoogste een omvang van 3.000 m² kassen per volwaardig bollenteeltbedrijf toegestaan. Bij bestaande volwaardige gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en bestaande volwaardige stekbedrijven zijn kassen toegestaan met een omvang van ten hoogste 6.000 m².</p>

<p>De regeling ‘glas voor glas’ maakt het onder voorwaarden mogelijk om bij een bollenteeltbedrijf meer dan 3.000 m² kassen op te richten, mits daar sanering van kassen elders in het bollenteeltgebied tegenover staat.</p>

<p><em>Andere ontwikkelingen binnen het bollenteeltgebied</em><br />
Het bollenteeltgebied is primair bedoeld voor bollenteeltbedrijven. Voor enkele voorziene andere ontwikkelingen zijn specifieke regels opgenomen: handels- en exportbedrijven, greenportwoningen en ‘ruimte voor ruimte’-woningen. Daarnaast is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor onvoorziene ontwikkelingen.</p>

<p>Handels- en exportbedrijven<br />
Voor de uitbreiding van bedrijven die zich bezighouden met de handel en export van bollen gelden beperkingen, om verdere aantasting van het areaal bollengrond en het landschap te voorkomen. Uitgangspunt is dat eerst de mogelijkheden van verplaatsing naar een (agrarisch) bedrijventerrein worden onderzocht.</p>

<p>Greenportwoningen en ‘ruimte voor ruimte’-woningen<br />
Een andere te verwachten ontwikkeling binnen het bollenteeltgebied is de bouw van zogenoemde ‘greenportwoningen’ en ‘ruimte voor ruimte’-woningen. Afspraken hierover zijn gemaakt in het kader van de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek en de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek. Maximaal 600 Greenportwoningen kunnen zowel binnen als buiten het bollenteeltgebied worden gerealiseerd. Voor het bollenteeltgebied is hierover een specifieke uitzonderingsbepaling opgenomen in de verordening, omdat de verordening binnen het bollenteeltgebied andere functies dan bollenteelt uitsluit. De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) verstrekt bouwtitels voor de realisering van Greenportwoningen. De opbrengst hiervan wordt ingezet ten behoeve van de projecten uit het meerjarenprogramma van de GOM.</p>

<p>Afwijkingsmogelijkheid voor zwaarwegend algemeen belang (onvoorziene ontwikkelingen)<br />
Voor niet voorziene ontwikkelingen binnen het bollenteeltgebied is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Deze afwijkingsmogelijkheid kan alleen worden toegepast indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële mogelijkheid is om die ontwikkeling buiten het bollenteeltgebied te realiseren. Daarbij kan gedacht worden aan de aanleg of de verbreding van een doorgaande weg. De afwijkingsmogelijkheid biedt de gemeente de mogelijkheid om in het bestemmingsplan gemotiveerd af te wijken van het artikel over bollenteeltgebied in de verordening. Met nadruk wordt erop gewezen dat de afwijkingsmogelijkheid niet ziet op andere artikelen in de verordening.</p>

<p><em>Bestaande andere functies en bebouwing</em><br />
Het op de kaart “teeltgebieden” van deze verordening aangeduide bollenteeltgebied is in principe alleen bedoeld voor uitbreiding en vestiging van bollenteeltbedrijven, uitbreiding van bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en bestaande stekbedrijvenglastuinbouwbedrijven en de daarbij behorende voorzieningen.. Toch komen binnen de begrenzing van dit gebied ook bestaande andere functies voor (niet zijnde bollenteelt), vaak ook met bijbehorende bebouwing. Het kan zowel gaan om een geïsoleerde afwijkende functie als om geclusterde afwijkende functies, zoals een bebouwingslint met een menging van bedrijven, woningen en andere functies. Vaak gaat het om situaties waarbij een ontwikkeling naar bollenteelt ook in de toekomst praktisch gezien vrijwel niet mogelijk is. Het wegbestemmen en amoveren van een rechtmatig aanwezig afwijkende functie is veelal geen reële optie. Maar het kan ook gaan om een restperceel of een overhoek die toch niet benut kan worden voor bollenteelt.</p>

<p>In het bestemmingsplan kunnen bestaande rechtmatig aanwezige afwijkende functies daarom positief worden bestemd. Beperkte uitbreiding is ook mogelijk, evenals wijziging naar een andere afwijkende functie. Voorwaarde is wel dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het bollenteeltgebied. Daarbij moet ook worden gekeken naar de toekomstige situatie van het teeltgebied, dus ook naar de herstructureringsmogelijkheden.</p>

<p><em>Compensatieregeling bollenteeltgebied </em><br />
Om de Greenport Duin- en Bollenstreek te laten functioneren is behoud van 1<sup>e</sup> klas bollenteeltgebied van belang. Om dit behoud te kunnen combineren met andere belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen zoals beschreven in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek is door de regio een regeling uitgewerkt.</p>

<p>De compensatie van bollenteeltgebied dient plaats te vinden volgens de door de regio uitgewerkte regeling, behoudens de inzet van de 2<sup>e</sup> Poellaan. Daarbij wordt er uitgegaan van handhaving van het netto areaal 1<sup>e</sup> klas bollenteeltgebieden door het bijhouden van de ruimtelijke nulbalans door de GOM aan de hand van bestemmingsplannen en de referentiekaart Heijkoop. Compensatie van de bollenteeltgebied dient plaats te vinden volgens het 40 (herstructureren bestaande areaal en tegengaan van verrommeling) - 30 (opwaarderen 2<sup>e</sup> klas bollenteeltgebieden) - 30 (omspuiten graslanden) principe. Er dient een financiële afdracht aan de GOM geregeld te zijn, wanneer bollenteeltgebied verdwijnt voor een ruimtelijk project waarbij sprake is van functieverandering van de bollengronden en bij het verdwijnen van 1<sup>e</sup> klas bollenteeltgebied. Dus bij aantasting van planologisch bestemd bollenteeltgebied zal conform de afspraak tussen de gemeenten in alle gevallen bollencompensatie via de GOM moeten plaatsvinden. Alleen voor 2<sup>e</sup> klas bollenteeltgebied bestaat er geen verplichting voor de GOM om de hectares verloren bollenteeltgebied daadwerkelijk fysiek te compenseren.</p>

<p>Van het 40-30-30 principe kan op de volgende wijze worden afgeweken:<br />
Een tijdelijke krimp van het areaal is toegestaan met een bandbreedte, waarbij binnen 3 jaar minimaal 80 procent moet worden gecompenseerd. Binnen 6 jaar moet 100 procent van de te compenseren bollenteeltgebieden uit de eerste periode van 3 jaar zijn gecompenseerd. Dit kan cyclisch worden toegepast.</p>

<p>Vanwege de complexiteit van de herstructurering kan voor de eerste periode van 3 jaar 10 (absolute ondergrens) tot 20 procent via herstructurering worden gerealiseerd, 40 tot 50 procent (absolute bovengrens) via opwaarderen 2<sup>e</sup> klas bollenteeltgebieden en 40 tot 50 procent (absolute bovengrens) via omspuiten graslanden.</p>

<p>Bij de beoordeling van de bestemmingsplannen die in dit kader worden opgesteld, zal op deze aspecten worden toegezien. Bij bestemmingsplannen waarbij sprake is van het omspuiten van graslanden naar bollenteeltgebied moet voldoende inzicht geboden worden in de uitvoering van de herstructurering volgens het 40-30-30 principe en moet de haalbaarheid hiervan ook worden aangetoond. Dit geldt eveneens voor de eerste 3 jaar, waarbij van het 40-30-30 principe kan worden afgeweken. Het aantonen van de haalbaarheid dient plaats te vinden aan de hand van de voortgangsrapportages, jaarprogramma en meerjarenprogramma van de GOM.</p>

<p>Bij het omspuiten van graslanden die onderdeel uitmaken van <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>moet worden voldaan aan de provinciale compensatieplicht. Bij bestemmingsplannen die dit mogelijk maken, moet de <imropt:toegevoegd>NNN-compensatie </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>EHS-compensatie </imropt:verwijderd>geregeld zijn.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28298">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>207</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.8</nummer>
        <naam>Vrijwaringszone provinciale wegen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Belang van vlotte en veilige doorvaart</em>
        <br />
Om een vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart te waarborgen, moet worden gegarandeerd, dat nieuwe ontwikkelingen langs de provinciale vaarwegen de doorvaart van de scheepvaart niet belemmeren, de zichtlijnen voor de scheepvaart en voor bedienings- en begeleidingsobjecten niet hinderen en de toegankelijkheid voor hulpdiensten vanaf de wal niet hinderen.<br /><br />
Het komt incidenteel voor dat gemeenten onvoldoende belang hechten aan de veiligheid op de vaarweg. Vaker gebeurt het dat initiatiefnemers voor ruimtelijke plannen die mogelijk conflicteren met een vlotte en veilige doorvaart op de vaarweg, per abuis niet tijdig in overleg treden met de vaarwegbeheerder. Dit risico neemt toe door de inwerkingtreding van de Wabo, waardoor gemeenten vaker binnen korte tijd een ruimtelijke onderbouwing moeten opstellen voor een omgevingsvergunning, indien wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Gezien deze omstandigheden is er onvoldoende zekerheid dat bovenstaand beleid omtrent vlotte en veilige doorvaart in voldoende mate wordt nageleefd zonder nadere regelgeving. Vanwege de provinciale verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de provinciale vaarwegen wordt daarom ook de ruimte langs die vaarwegen in deze verordening proactief geregeld.<br /><br /><em>Relatie met vaarwegverordening</em><br />
Op grond van de artikelen 2.2.1 en 2.2.3 van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland mag –kort gezegd- het uitvoeren van bepaalde daar genoemde activiteiten in, op, boven, over of onder de vaarweg de scheepvaartfunctie niet belemmeren. Het is echter met het oog op de veiligheid op de vaarweg noodzakelijk, om aanvullend op de Vaarwegverordening in de Verordening Ruimte een zone te beschermen die verder reikt dan de vaarweg en de bruggen, sluizen en remmingwerken. Zichtlijnen voor de scheepvaart bijvoorbeeld lopen soms buiten het gebied van de vaarwegen (bijvoorbeeld bij bochten) en ook de toegankelijkheid vanaf de wal voor hulpdiensten vergt veelal ruimte buiten de vaarwegen. Om deze reden is in deze verordening een regeling opgenomen voor het reguleren van bebouwing en functies langs de vaarweg.<br /><br />
De strook waarbinnen rekening moet worden gehouden met het vaarwegbelang heeft een breedte van 10 meter aan weerszijden van een recht vaarwegvak, 15 meter aan een buitenbocht en 25 meter aan een binnenbocht.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28299">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>208</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.9</nummer>
        <naam>Bescherming netwerk recreatieve vaarwegen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De provincie streeft naar handhaving van de hoofdstructuur van de recreatieve vaarwegen. Ruimtelijke ingrepen op en langs deze vaarwegen zijn toegestaan voor zover deze geen afbreuk doen aan de huidige recreatieve bevaarbaarheid. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij de aanpassing van bestaande bruggen en viaducten ten minste bestaande doorvaarhoogten en breedtes gehandhaafd blijven en dat bij nieuwe kunstwerken rekening wordt gehouden met de aard van het recreatieverkeer (huidig gebruik) op de betreffende vaarweg.</p>
      <p>De vaarwegen waar deze regeling betrekking op heeft zijn aangeduid op . Het totale netwerk dat van provinciaal belang is, bestaat uit recreatieve vaarwegen die onderdeel uitmaken van het BRTN (Basis Recreatie Toervaart Netwerk- categorie I) en overige vaarwegen (categorie II). De verordening Ruimte heeft alleen betrekking op de 'overige vaarwegen'. Op het BRTN Netwerk is namelijk al (krachtens de Waterwet) de provinciale verordening vaarwegbeheer van toepassing die ingrepen op en aan de vaarweg regelt.</p>
      <p>Van de gemeenten wordt verwacht dat zij de recreatieve bevaarbaarheid van het netwerk ruimtelijk borgen in het bestemmingsplan, door alleen bestemmingen op te nemen die geen afbreuk doen aan de recreatieve bevaarbaarheid. In de toelichting bij het plan kan worden aangegeven welke afwegingen hierbij gemaakt zijn.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28300">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>209</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.10</nummer>
        <naam>Veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Bouwverbod</em>
        <br />
Het Beleidskader gedifferentieerde veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas is in januari 2003 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze regeling is overgenomen in deze verordening, met enkele kleine aanpassingen. De regeling is van toepassing in het gebied tussen Hoek van Holland en de splitsing Nieuwe Maas en Hollandsche IJssel. Voor dit gebied geldt een bebouwingsvrije zone van 25 meter vanaf de kade en een zone tussen 25 en 40 meter waarin bebouwing alleen is toegestaan nadat een nadere afweging is gemaakt.<br />
<br />
<em>Uitzonderingen</em><br />
Uitzondering op de bouwbeperkingen zijn onder voorwaarden mogelijk voor enkele in de regeling benoemde ontwikkelingen. Daarbij moet advies worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Rotterdam, de vaarwegbeheerder en/of de havenbeheerder. Ter ondersteuning van het recreatieve karakter van de oever zijn incidentele kleinschalige recreatieve voorzieningen toelaatbaar, zoals restaurants, cafés en kiosken. Het gaat om incidentele voorzieningen, dus het volbouwen van de oever is uitgesloten. Daarnaast zijn voorzieningen toegestaan die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de vaarweg of haven, zoals radarposten en kranen. Op het haven- en industrieel complex op de linkeroever is bebouwing binnen de zone toegestaan ten behoeve van bedrijven die bij uitstek thuishoren in het havengebied.<br />
<br />
Andere afwijkingen zijn alleen mogelijk met toepassing van de algemene ontheffingsbevoegdheid van Gedeputeerde Staten. Daarbij kan gedacht worden het incidenteel toelaten van andere functies in de bebouwingsvrije zone langs de oever, mits een gelijkwaardige veiligheid wordt geboden als voor verder terugliggende bebouwing (bijvoorbeeld door het treffen van maatregelen aan de gevel).<br />
<br />
<imropt:verwijderd><em>Relatie met basisnet water</em><br />
Het rijk is thans bezig met het opstellen van het basisnet water. Op het moment van inwerkingtreding van het basisnet water zullen Provinciale Staten een besluit nemen over al dan niet handhaven van de regeling in deze verordening.</imropt:verwijderd></p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28337">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>210</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.1.11</nummer>
        <naam>20 Ke-contour Schiphol</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:toegevoegd>De 20 Ke-contour is een planologische contour bedoeld om terughoudendheid te betrachten wat betreft woningbouw buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Deze terughoudendheid is enerzijds ingegeven vanuit het oogpunt van de bescherming van mensen tegen vliegtuiggeluid, en anderzijds om voldoende ruimte te laten voor (toekomstige) ontwikkelingen (zoals veranderingen in aanvliegroutes) van de mainport Schiphol.</imropt:toegevoegd>
      </p>

<p><imropt:toegevoegd>Met dit artikel wordt woningbouw binnen de 20 Ke-contour binnen bestaand stads-en dorpsgebied mogelijk gemaakt, en buiten bestaand stads-en dorpsgebied in beperkte mate.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Binnen bestaand stads- en dorpsgebied wordt woningbouw binnen de 20 Ke-contour toegestaan om te kunnen voorzien in de woningbehoefte, om transformatie van leegstaande gebouwen naar woningbouw mogelijk te maken en om woningbouw zoveel mogelijk binnen BSD te concentreren.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Binnen de 20 Ke-contour wordt buiten bestaand stads- en dorpsgebied in principe geen grootschalige woningbouw toegestaan. Woningbouw in dat gebied wordt niet volledig uitgesloten om het buitengebied niet volledig op slot te zetten. Vanwege de continuïteit van overheidsbeleid blijven nog niet gerealiseerde woningbouwlocaties binnen de voormalige rode contour uit de streekplannen van 2003 wel mogelijk. Daarnaast is binnen de 20 Ke-contour, maar buiten BSD, alleen ruimte voor kleinschalige</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>woningbouwontwikkelingen. Dergelijke ontwikkelingen kunnen betrekking hebben op het “voltooien” van bestaand bebouwd gebied, waarbij gedacht kan worden aan het bebouwen van een sportveld aan de rand van een woonwijk of het afronden van een stedenbouwkundige eenheid. Ook het toevoegen van enkele woningen in een bestaand lint is mogelijk, evenals het bouwen van enkele Greenportwoningen ten behoeve van de herstructurering van de Bollenstreek. Ook ruimte voor ruimte woningen ter sanering van verspreid glas en leegstaande bedrijfsbebouwing wordt hierdoor mogelijk. Grotere clusters van Greenportwoningen zijn niet toegestaan binnen de 20 Ke-contour, daar is voldoende ruimte voor in de Bollenstreek buiten de 20 Ke-contour. Tenslotte wordt het mogelijk om bedrijfswoningen om te zetten naar een burgerwoning en worden recreatiewoningen mogelijk gemaakt.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Met artikel 2.1.11. lid 3  wordt bewerkstelligd dat bij de juridisch-planologische besluitvorming tot toevoeging van woningen voor zover gelegen binnen de 20 Ke-contour, het bevoegd gezag zich nadrukkelijk rekenschap geeft van de geluidsaspecten die samenhangen met deze ligging. Geluid maakt nadrukkelijk onderdeel uit van de integrale belangenafweging die in het kader van het bestemmingsplan wordt gemaakt.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Voor een aantal aspecten van het thema `Wonen-Vliegen’ in SMASH geldt dat zij niet in deze ruimtelijke verordening geregeld kunnen worden. Het gaat dan om een vroegtijdige en juiste informatievoorziening aan potentiële en nieuwe bewoners, middels toezicht op- en het actief bijdragen aan deze informatie, al dan niet in combinatie met kettingbedingen. Dit in het kader van het dragen van volle verantwoordelijkheid voor de gemeentelijke besluitvorming, ook met oog op mogelijke klachten in de toekomst.</imropt:toegevoegd></p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28301">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>211</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.2.1</nummer>
        <naam>Ruimtelijke kwaliteit</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Uitgangspunt beleid ruimtelijke kwaliteit: ‘ja, mits’</em>
        <br />
Gebiedsgericht sturen op ruimtelijke kwaliteit betekent voor de provincie richting en ruimte geven aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Het kwaliteitsbeleid gaat uit van ‘ja, mits’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheidt maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. <imropt:verwijderd>Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen 1) moeten passen bij de aard en schaal van het gebied en 2) moeten voldoen aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart. Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontweropoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.</imropt:verwijderd></p>

<p>Nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het gebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) zijn op basis van <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28145" id="LNT88">Artikel 2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking</imropt:interneVerwijzing> van de verordening pas mogelijk als na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat dit binnen bestaand stads- en dorpsgebied niet mogelijk is.</p>

<p><em>Drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen</em><br />
Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten:</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid,</li>
	<li>hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen.</li>
</ul>

<p>In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling:</p>

<ol xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>Inpassing. Dit betreft een <imropt:toegevoegd>ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>gebiedseigen</imropt:verwijderd> ontwikkeling <imropt:toegevoegd>is gebiedseigen,</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>die past </imropt:verwijderd>passend bij <imropt:verwijderd>de schaal </imropt:verwijderd>en de maat <imropt:toegevoegd>en de aard </imropt:toegevoegd>van de bestaande kenmerken van een gebied. <imropt:toegevoegd>De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel.</imropt:toegevoegd> Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met topkwaliteit.</li>
	<li>Aanpassing. Dit betreft een <imropt:verwijderd>gebiedsvreemde</imropt:verwijderd> ontwikkeling <imropt:toegevoegd>die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>van relatief beperkte omvang, of een (gebiedseigen dan wel gebiedsvreemde) ontwikkeling die niet past bij de schaal en maat van het landschap.</imropt:verwijderd> Een voorbeeld is <imropt:toegevoegd>de aanleg of verbreding van een provinciale weg,</imropt:toegevoegd> een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed. <imropt:toegevoegd>Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat.</imropt:toegevoegd> Omdat in deze gevallen niet aan (alle) richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, zijn ontwerpoptimalisatie, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. <imropt:verwijderd>De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat.</imropt:verwijderd></li>
	<li>Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap <imropt:toegevoegd>of stedelijke gebied </imropt:toegevoegd>ontstaat. <imropt:toegevoegd>Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied met een nieuwe gebiedsidentiteit. De impact van deze plannen op een gebied is groot.</imropt:toegevoegd> Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Gelet op de wezenlijke verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat die nog niet is ondervangen in de richtpunten. <imropt:toegevoegd>In de meest verregaande vorm van transformatie is van de huidige identiteit niets meer zichtbaar. In alle gevallen is het belangrijk om aansluiting te zoeken bij structuren en patronen aan de rand van de omgeving, bijvoorbeeld een bosrand, waterloop of woonlint.</imropt:toegevoegd> Het ontwerp kan gepaard gaan met inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen in de omgeving. Gelet op de omvang van de ontwikkeling kunnen dergelijke maatregelen – eenvoudiger dan bij aanpassing – onderdeel uitmaken van hetzelfde plan. Bij transformatie-opgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie.</li>
</ol>

<p><em><img alt="" src="i_NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01_28301img1ver.jpg" /></em></p>

<p><em>Gebiedseigen en gebiedsvreemd</em><br />
Een gebiedseigen ontwikkeling of functie sluit naadloos aan op de bestaande kenmerken en gebruikswaarden van een gebied. Een gebiedseigen ontwikkeling draagt bij aan behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en heeft daarmee geen negatieve invloed op de (kenmerken) van de omgeving. Het ondersteunt bestaande landschappelijke structuren of heeft een belangrijke functie bij het instandhouden van de bestaande gebiedskenmerken en kwaliteiten.</p>

<p>Een gebiedsvreemde ontwikkeling of functie is een ontwikkeling die niet gebruikelijk of typerend voor een gebied is. Er wordt in zekere zin vooral gebruik gemaakt van relatief goedkope ontwikkelingsruimte. Er kan ook sprake zijn van een negatieve invloed op de omgeving bijvoorbeeld in de vorm van verkeer of milieu.</p>

<p><em><imropt:toegevoegd>Gebiedsidentiteit</imropt:toegevoegd></em><br />
<imropt:toegevoegd>De gebiedsidentiteit is de aard of karakteristiek van een gebied dat is ontstaan in de loop der jaren.  In die tijd zijn gemeenschappelijke kernwaarden in het gebied ontstaan die gekoppeld zijn aan gebruik en de verschijningsvorm. De gebiedsidentiteit van een plek is verbonden met de mensen die er wonen, werken en er zich thuis voelen. Ingrijpen in een gebiedsidentiteit is daarom zeer wezenlijk: het is een breuk in de tijdslijn, een verandering van koers die al jaren wordt gevaren. Vaak leidt een verandering van de gebiedsidentiteit tot de introductie van nieuwe gebruikers. Een gebiedsidentiteit is meestal  van grote omvang. De samenhang  tussen de onderdelen maakt de identiteit van een gebied. Bijvoorbeeld de wijze waarop straten en pleinen zijn ingericht, worden gebruikt en beleefd. Maar ook hoe het watersysteem onderdeel uitmaakt van het karakter van het gebied en tegelijkertijd functioneel voorziet in een goede ontwatering. Harde grenzen heeft de gebiedsidentiteit zelden. </imropt:toegevoegd></p>

<p><em><imropt:toegevoegd>Structuur</imropt:toegevoegd></em><br />
<imropt:toegevoegd>Het begrip structuur gaat over de samenhangende ruimtelijke elementen die in het gebied aanwezig zijn die het gebruik van functies in het gebied mogelijk maken. Wellicht het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld is de verkeersstructuur. Het is een manier waarop het  verkeer is geregeld, waarbij de bereikbaarheid , maar ook de leefbaarheid van de omgeving wordt gegarandeerd. Andere vormen van structuren zijn bijvoorbeeld waterstructuren - hoe houden we een typisch Zuid-Hollands landschap in stand en zorgen we er tegelijk  voor dat we allemaal droge voeten houden -.  Een actueel vraagstuk gaat over hoe, in welke structuur we onze energie organiseren. Structuren zijn dan ook niet per definitie heel erg zichtbaar en beleefbaar, soms kan een ondergrondse structuur van kabels en leidingen ruimtelijk vergaande consequenties hebben. In andere situaties zijn structuren juist wel zichtbaar en dragen zij door hun verschijningsvorm juist bij aan ruimtelijke kwaliteit; denk maar aan in onbruik geraakte dijken als onderdeel van de identiteit van een landschap. Het opnieuw betekenis geven van dergelijke ruimtelijke elementen, in het voorbeeld van de oude dijk door de aanleg van een fietspad op de dijk, is een mooi voorbeeld waarin beleving, gebruik en (nieuwe) toekomst met elkaar samen gaan.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Door een structuuringreep kan een gebiedsidentiteit sterker worden. Denk maar aan versterking van  landschappelijke structuren door aanleg van houtwallen, laanbeplanting of vernatting. Hierdoor komen  kwaliteiten van het oorspronkelijke landschap weer tot hun recht.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd><img alt="" src="i_NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01_28301img2ver.jpg" /></imropt:toegevoegd></p>

<p><em><imropt:toegevoegd>Kavel</imropt:toegevoegd></em><br />
<imropt:toegevoegd>In tegenstelling tot gebiedsidentiteit en structuur is een kavel vaak een relatief klein, aaneengesloten stuk grond dat één bepaalde vorm van gebruik kent. Ruimtelijke ontwikkelingen op een kavel kunnen geheel in lijn met de bestaande situatie en bestaande kwaliteit liggen. In dat geval zijn de consequenties van de ingreep nauwelijks van invloed op de ruimtelijke kwaliteit van kavel en omgeving. Er zijn ook ontwikkelingen denkbaar waarbij de consequenties het kavel overstijgen. De plaatsing van een bedrijf op een kavel in een woonlint heeft niet alleen vanuit vorm en beleving  invloed op de ruimtelijke kwaliteit van het lint. Vanuit het gebruik is de impact mogelijk groot door de komst van vrachtverkeer in het woonlint. Ook bij een opschaling van een activiteit kan de impact op een kavel groot zijn. Op dat moment treedt er een schaalsprong op van kavel naar structuur, of zelfs gebiedsidentiteit.</imropt:toegevoegd><br />
<br />
<em>Beschermingscategorieën</em><br />
Gebieden met topkwaliteit (beschermingscategorie 1)<br />
Een relatief beperkt aantal gebieden is zo bijzonder, waardevol of kwetsbaar, dat de instandhouding en mogelijk verdere ontwikkeling van de waarden die ze vertegenwoordigen, voorrang heeft boven alle andere ontwikkelingen. Deze gebieden dragen in hoge mate bij aan de identiteit, beleving en biodiversiteit van Zuid-Holland, vormen een tegenhanger van het stedelijk gebied en versterken aldus het onderscheidend karakter van de provincie. Ze leveren bovendien een substantiële bijdrage aan het toeristisch profiel en het leef- en vestigingsklimaat in de provincie.</p>

<p>Het gaat om de volgende kwaliteiten:</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>Hoge en specifieke natuurwaarden in Zuid-Holland, gebundeld in <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>en Natura 2000, die met elkaar een substantiële bijdrage leveren aan de Europese biodiversiteit. Provincie en rijk hebben hier een gedeelde verantwoordelijkheid voor instandhouding en versterking van deze waarden.</li>
	<li>Cultuurhistorische kroonjuwelen. Deze gebieden hebben landschappelijk en cultuurhistorisch een dusdanig uniek karakter dat de bescherming en versterking van deze kwaliteiten centraal staat.</li>
	<li><imropt:toegevoegd>Graslanden bollenstreek. De graslanden zijn waardevol vanwege hun open karakter, structurerend effect en belang voor weidevogels. Ze zijn een kenmerkend, maar inmiddels zeldzaam onderdeel van het bollenlandschap.</imropt:toegevoegd></li>
</ul>

<p>Gebieden met deze kwaliteiten liggen veelal buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), maar soms ook daarbinnen (met name bij de cultuurhistorische kroonjuwelen). Ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met beschermingscategorie 1 zijn in beginsel alleen mogelijk voor zover ze bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de specifieke waarden.</p>

<p>Gebieden met bijzondere kwaliteit (beschermingscategorie 2)<br />
De provincie wil een aantal specifieke waarden en gebieden in stand houden omdat ze landschappelijk, ecologisch of qua gebruikswaarde bijzonder en kwetsbaar zijn. In die hoedanigheid leveren ze een belangrijke en specifieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. De instandhouding van deze waarden vraagt om hierop toegespitste vormen van bescherming en ontwikkeling, naast de generieke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouden van de specifieke waarden.</p>

<p>Het betreft gebieden met de volgende kwaliteiten:</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>Belangrijke weidevogelgebieden<em>,</em> gelegen buiten <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS</imropt:verwijderd>, vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels, die mede de kwaliteit van het Zuid-Hollandse (veen)weidelandschap bepalen.</li>
	<li>Openbare recreatiegebieden, vanwege hun onmisbare bijdrage aan de leef- en vestigingskwaliteit in zowel het stedelijk als het landelijk gebied in de provincie.</li>
	<li>Groene buffers. Als landschap zijn deze gebieden relatief klein, soms ruimtelijk versnipperd en altijd medebepaald door stadsranden. Behoud van deze ruimtes is van belang voor de identiteit en leefkwaliteit van het stedelijk gebied. De stedelijke druk is relatief groot, maar tegelijkertijd vormen ze op de schaal van de provincie een onmisbare ‘tegenhanger’ van de stedelijke dynamiek en verdichting. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te houden.</li>
	<li><imropt:verwijderd>Graslanden in de Bollenstreek<em>, </em>als kenmerkend, maar inmiddels zeldzaam geworden onderdeel van het bollenlandschap en de nog gave strandvlakten daarbinnen.</imropt:verwijderd></li>
</ul>

<p><em>Aanvullende ruimtelijke maatregelen</em><br />
Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied <imropt:toegevoegd>en op structuurniveau wijzigingen voorzien,</imropt:toegevoegd> zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.</p>

<p>Het gaat dan om:</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>Duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en/of sierteelt;</li>
	<li>Wegnemen van verharding;</li>
	<li>Toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen</li>
	<li>Andere maatregelen waarbij de ruimtelijke kwaliteit verbetert.</li>
</ul>

<p>Gemeenten zullen in de toelichting op het bestemmingsplan moeten motiveren welke maatregelen concreet worden getroffen en welk effect deze maatregelen (zullen) hebben op de ruimtelijke kwaliteit. Deze ruimtelijke maatregelen dienen in beginsel zoveel mogelijk binnen het gebied zelf (binnenplans) te worden getroffen. Pas als aangetoond is dat dat niet of onvoldoende mogelijk is, kunnen ze ook elders binnen de gemeente (bovenplans) worden gerealiseerd. Net als bij de voormalige 'ruimtie voor ruimte'-regeling kunnen gemeenten ervoor kiezen om in plaats daarvan een (gedeeltelijke) financiële compensatie te verlangen, mits kan worden aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit door middel van maatregelen in natura onvoldoende (of niet tijdig) kan worden gecompenseerd. In dat geval kan compensatie plaatsvinden door middel van storting van een bedrag in een (inter)gemeentelijk kwaliteitsfonds mits aannemelijk is dat met de storting de uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende is verzekerd. De uitvoering en toepassing van deze regeling wordt aan de gemeente overgelaten. Daarbij dienen gemeenten uiteraard rekening houden met de kostenverhaalssystematiek uit de Wro, die in sommige gevallen een koppeling vereist met een (inter)gemeentelijke structuurvisie en daarin benoemde bestedingsdoelen. Het is niet altijd nodig een nieuw fonds in te stellen, ook bestaande fondsen kunnen worden ingezet. Een voorbeeld is het fonds dat wordt gebruikt in de Duin- en Bollenstreek.</p>

<p>De provincie zal een nadere regeling voor deze fondsen vaststellen. De huidige fondsregeling in het kader van 'ruimte voor ruimte' is daarbij uitgangspunt.</p>

<p>Bij aanvullende ruimtelijke maatregelen gaat het onder andere om de maatregelen uit de bestaande regelingen ‘ruimte voor ruimte’ en ‘nieuwe landgoederen’. Op basis van deze voormalige regelingen kon in ruil voor de sloop van 1.000 m² bebouwing of 5.000 m² kassen een woning buiten BSD worden gebouwd. Bij de beoordeling van de aanvullende ruimtelijke (kwaliteits-)maatregelen hanteren wij vooralsnog deze oppervlaktes als uitgangspunt. Ditzelfde geldt voor de hoogwaardige inpassingsmaatregelen die kunnen worden gezien als een vorm van ‘rood voor groen’ of de specifieke invulling daarvan met de voormalige regeling ‘nieuwe landgoederen’.</p>

<p><em>Beeldkwaliteitsparagraaf</em><br />
Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf of -plan, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Dit is nodig als het gaat om een ontwikkeling waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn, of als het gaat om een ontwikkeling die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie. Dit betekent dat bij een bestemmingsplan voor een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stads- en dorpsgebied vrijwel altijd een beeldkwaliteitsparagraaf nodig is. Bij een bestemmingsplan voor een ruimtelijke ontwikkeling binnen bestaand stads- en dorpsgebied, is dat vaak niet het geval. Er zijn namelijk minder richtpunten voor het bestaand stads-en dorpsgebied dan voor het gebied daarbuiten. Het is wenselijk in de beeldkwaliteitsparagraaf in te gaan op de verschillende onderdelen van het handelingskader ruimtelijk kwaliteit.</p>

<p><em>Gemeentelijke verantwoordelijkheid</em><br />
Het handelingskader ruimtelijke kwaliteit biedt de gemeente een kader voor het toepassen van maatwerk in het bestemmingsplan. Het is dus uiteindelijk aan de gemeente in hoeverre de ruimte voor ontwikkeling die het kader biedt ook daadwerkelijk wordt benut. De verordening stelt alleen regels aan het gemeentelijk bestemmingsplan, particulieren kunnen hier dus geen rechten aan ontlenen. Dus als het handelingskader bijvoorbeeld ruimte biedt voor 'inpassing' van nieuwe bebouwing in een lint, wil dat niet zeggen dat de gemeente die ruimte ook moet bieden in het bestemmingsplan. De gemeente is namelijk in eerste instantie verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening en kan hierover dus eigen beleid voeren, voor zover passend binnen de kaders van het provinciaal beleid.</p>

<p>Een voorbeeld hiervan zijn de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek. Daarin hebben de betrokken gemeenten onder andere afspraken gemaakt over de bouw van zogenoemde ‘Greenportwoningen’ en ‘ruimte voor ruimte’-woningen. De Greenport Ontwikkelings Maatschappij (GOM) verstrekt bouwtitels voor de Greenportwoningen. De opbrengst hiervan wordt ingezet ten behoeve van de projecten uit het meerjarenprogramma van de GOM, waarmee onder meer de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd. De samenwerkende gemeenten hebben afgesproken dat binnen het werkingsgebied van de GOM geen andere woningen worden gebouwd dan ‘Greenportwoningen’ en ‘ruimte voor ruimte’-woningen. De provincie erkent deze afspraak. Dit betekent dat voor zover het handelingskader ruimtelijke kwaliteit ruimte biedt voor nieuwe woningen binnen het werkingsgebied van de GOM, anders dan ‘Greenportwoningen’en ‘ruimte voor ruimte’-woningen, de betrokken gemeenten deze ruimte niet zullen benutten in hun bestemmingsplannen.</p>

<p><em>Mogelijkheden voor toepassing op gebiedsniveau</em><br />
Bovenstaand voorbeeld illustreert de mogelijkheden om het handelingskader ruimtelijke kwaliteit op gebiedsniveau toe te passen. Dit houdt in dat zowel de bebouwingsmogelijkheden als de maatregelen om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren, niet op perceelsniveau worden bezien maar op een hogere schaal. Dit biedt mogelijkheden om robuuste maatregelen te treffen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, door dit voor meerdere ingrepen in het gebied tegelijk te doen. Bestaande initiatieven voor gebiedsgerichte toepassing van ‘ruimte voor ruimte’, waarbij soms gebruik wordt gemaakt van een 'beursstelsel', kunnen dus worden voortgezet onder het nieuwe handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent ook dat de impact van een ontwikkeling op het gebied niet op perceelsniveau wordt bezien, maar op gebiedsniveau. Er wordt dus niet per woning bezien of sprake is van “inpassing” dan wel “aanpassing”, maar voor het totale programma.</p>

<p><em>Compensatiebeginsel natuur, recreatie en landschap </em><br />
In een dynamische omgeving is het onvermijdelijk dat er plannen ontwikkeld worden die inbreuk maken op de te beschermen waarden. In het algemeen wordt bij nieuwe plannen, projecten of initiatieven gevraagd om een goede landschappelijke inpassing en mitigatie van de negatieve effecten. Voor een aantal gebiedscategorieën is compensatie van het verlies aan waarden nodig. Het compensatiebeleid is vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). Compensatie moet plaatsvinden bij ingrepen in de volgende gebieden:</p>

<ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
	<li>ecologische hoofdstructuur, zoals aangeduid op de desbetreffende kaart in de verordening,</li>
	<li>belangrijk weidevogelgebied, zoals aangeduid op de kaart Natuur en biodiversiteit in de Visie ruimte en mobiliteit,</li>
	<li>recreatiegebieden in de Zuidvleugel, aangeduid als recreatiegebied rond de stad op de kaart Natuur en biodiversiteit in de Visie ruimte en mobiliteit,</li>
	<li>strategische reservering natuur, zoals aangeduid op de desbetreffende kaart in de verordening,</li>
	<li>karakteristieke landschapselementen, zoals bedoeld in de genoemde beleidsregel.</li>
</ul>

<p>De compensatiemaatregelen komen niet per se bovenop de hierboven genoemde aanvullende ruimtelijke maatregelen, maar kunnen –als dat mogelijk is- ook gecombineerd worden.</p>

<p>De bescherming van de belangrijke weidevogelgebieden brengt geen beperkingen met zich mee voor ontwikkelingen binnen het huidige agrarische grondgebruik. Ontwikkelingen zoals intensivering van het graslandgebruik, de aanleg van kavelpaden, slootdempingen, ruwvoederteelt en de uitbreiding van boerderijen, blijven dus mogelijk.</p>

<p><imropt:toegevoegd><em>Hergebruik van kassen</em><br />
Gebruik van kassen voor andere functies dan teelt onder glas is expliciet uitgesloten, met uitzondering van kleinschalige ontwikkelingen voor recreatie en educatie. Met het oog op het vergroten van ruimtelijke kwaliteit is sanering van overbodige kassen uitgangspunt. Daar komt bij dat het vaak gaat om grote oppervlaktes op locaties waar hergebruik voor gebiedsvreemde functies niet wenselijk is. Kleinschalige ontwikkelingen zijn wel mogelijk, bijvoorbeeld een theeschenkerij of een informatiecentrum in een bestaande kas. Het stallen van caravans valt hier nadrukkelijk niet onder en moet worden uitgesloten in het bestemmingsplan.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd><em>Bedrijfswoningen bij niet-agrarische bedrijven of agrarisch aanverwante bedrijven</em><br />
Bij een niet-agrarisch bedrijf of een agrarisch aanverwant bedrijf is ten hoogste één bedrijfswoning toelaatbaar, voor zover dat noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering. In de meeste situaties is een bedrijfswoning geen noodzakelijkheid, gelet op de beschikbaarheid van toezichts- en bewakingsapparatuur. Overigens zal het op grond van het beleid voor ruimtelijke kwaliteit soms wel mogelijk zijn een extra woning als burgerwoning te bouwen, met name in gebieden waar al andere burgerwoningen aanwezig zijn (bijvoorbeeld een bebouwingslint).</imropt:toegevoegd></p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28302">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>212</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.3.1</nummer>
        <naam>Agrarische bedrijven</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De landbouw is een belangrijke sector in de Zuid-Hollandse economie en is voor grote delen van de provincie de drager van de landschappelijke kwaliteit. Uitgangspunt van het beleid is dat voldoende ruimte wordt geboden voor landbouw zodat de landbouw een vitale sector blijft en waar mogelijk bijdraagt aan behoud en versterken van landschappelijke kernkwaliteiten en biodiversiteit.</p>

<p>Voor het toelaten van agrarische bebouwing en gebruik zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit als opgenomen in artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28198" id="LNT89">2.2.1</imropt:interneVerwijzing> van toepassing. Aanvullend daarop zijn voor agrarische bedrijven aanvullende regels opgenomen in artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.PT.s28207" id="LNT90">2.3.1</imropt:interneVerwijzing>.</p>

<p><em>Algemene regels voor agrarische activiteiten</em><br />
Het oprichten van agrarische bebouwing is alleen mogelijk indien deze noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering van volwaardige agrarische bedrijven. Hiermee wordt voorkomen dat hobbymatige of andere niet-volwaardige bedrijven bebouwing kunnen oprichten. Dit is een gebruikelijke regeling in bestemmingsplannen voor het agrarisch gebied. Bij opname in het bestemmingsplan is het nodig hieraan toetsbare criteria te koppelen. De gemeenten kunnen hier zelf invulling aan geven.</p>

<p>De agrarische bebouwing moet geconcentreerd worden op een agrarisch bouwperceel, dat een maximale omvang heeft van 2 hectare. Kassen kunnen ook buiten het bouwperceel worden opgericht. Hetzelfde geldt voor schuilgelegenheden voor vee.<imropt:toegevoegd>Voor verbredingsactiviteiten is het mogelijk het bouwperceel te vergroten met ten hoogste 0,5 hectare.</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>Vergroting van het bouwperceel tot meer dan 2 hectare is alleen mogelijk voor verbredingsactiviteiten.</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Gebleken is dat akkerbouwbedrijven omwille van een duurzame en efficiënte bedrijfsvoering soms behoefte hebben aan schaalvergroting. Voor deze bedrijven is er de mogelijkheid om een ander bedrijf (bij voorkeur in dezelfde gemeente) over te nemen en een aaneengesloten bouwperceel van meer dan 2 hectare te gebruiken. Het bouwperceel mag in de nieuwe situatie even groot zijn als de bestemde bouwpercelen van de twee samengevoegde bedrijven. Ook nog niet bebouwde ruimte op de bestemde bouwpercelen mag worden meegeteld. Het kan gaan om een geheel nieuw bouwperceel of een vergroting van één van de bestaande bouwpercelen. Voorwaarde is wel dat het achtergelaten bouwperceel of de achtergelaten bouwpercelen, worden gesaneerd, zowel in fysieke zin (verwijderen bebouwing en verharding) als in planologisch-juridische zin (wegbestemmen bouwperceel). Bij de vaststelling van het bestemmingsplan dat het (nieuwe) vergrote bouwperceel mogelijk maakt, moet aangetoond worden dat de sanering redelijkerwijs is verzekerd. Bijvoorbeeld door het wegbestemmen te regelen in hetzelfde bestemmingsplan en een privaatrechtelijke afspraak over daadwerkelijke sanering van de bebouwing.</imropt:toegevoegd></p>

<p><em>Intensieve veehouderij</em><br />
Nieuwvestiging van intensieve veehouderij is uitgesloten. <imropt:toegevoegd>Voor verplaatsing of uitbreiding van bestaande bedrijven met intensieve veehouderij als hoofdtak of als neventak, zijn in de verordening specifieke regels opgenomen. Verplaatsing of uitbreiding van bestaande intensieve veehouderij is mogelijk, </imropt:toegevoegd><imropt:toegevoegd>mits de oppervlakte van de bebouwing met niet meer dan 10% toeneemt.</imropt:toegevoegd>  <imropt:verwijderd>Bestaande bedrijven kunnen zich elders hervestigen mits de bedrijfsvoering op de nieuwe locatie plaatsvindt op basis van certificering voor dierenwelzijn en duurzaamheid. Verplaatsing houdt in dat de bestemming intensieve veehouderij op de bestaande locatie vervalt. Bij voorkeur wordt ook de bestaande bebouwing gesaneerd.</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd>Voor bestaande intensieve veehouderij als hoofdtak of als neventak zijn specifieke regels opgenomen met betrekking tot de uitbreidingsmogelijkheden.</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd>Uitbreiding is mogelijk binnen het bouwperceel van maximaal 2 ha voor zover de bedrijfsvoering in die uitbreiding plaatsvindt op basis van certificering voor dierenwelzijn en duurzaamheid.</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd>Gedeputeerde Staten bepalen welke certificaten voor dierenwelzijn en duurzaamheid relevant zijn bij de genoemde mogelijkheden voor verplaatsing of uitbreiding van intensieve veehouderij.</imropt:verwijderd></p>

<p>Een agrarisch bedrijf met intensieve veehouderij als hoofdtak kan qua omvang, arbeidsinzet en gelet op de inkomsten als volwaardige agrarische hoofdactiviteit worden aangemerkt. Een agrarisch bedrijf met intensieve veehouderij als neventak richt zich voor een volwaardige agrarische bedrijfsvoering ook op andere agrarische activiteiten.</p>

<p><em>Concentratiebeleid glastuinbouw, bollen, boom- en sierteelt</em><br />
Voor de bollen-, boom- en sierteelt en de glastuinbouw zijn gebieden aangewezen. Binnen deze gebieden zijn ruime bebouwingsmogelijkheden voor de landbouwsector beschikbaar, zodat deze zich goed kan ontwikkelen. Vanwege de grote landschappelijke effecten zijn deze mogelijkheden voor bestaande bedrijven buiten de concentratiegebieden beperkt. Nieuwvestiging van bedrijven met glastuinbouw of boom- en sierteelt buiten de concentratiegebieden is niet mogelijk. Bollenteelt is niet uitgesloten buiten de daarvoor aangewezen concentratiegebieden, maar het oprichten van ondersteunend glas is alleen mogelijk binnen de aangewezen concentratiegebieden.</p>

<p><em>Glas voor glas</em><br />
De regeling ‘glas voor glas’ biedt een afwijkingsmogelijkheid op het concentratiebeleid voor glastuinbouw van de provincie. De regeling maakt uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf tot meer dan 2 hectare kassen mogelijk, mits elders fysiek glas wordt gesaneerd en de ruimtelijke kwaliteit per saldo wordt verbeterd.</p>

<p>Het glas dat wordt gesaneerd ligt buiten de gebieden voor glastuinbouw. Het kan zowel gaan om kassen van een volwaardig glastuinbouwbedrijf als om ondersteunend glas bij andere agrarische bedrijven.</p>

<p>De uitbreiding van het glasoppervlak komt bovenop de bestaande oppervlakte aan fysiek glas, mits dat laatste past in het geldende bestemmingsplan. Dus als nu al meer dan 2 hectare glas aanwezig is, kan dat al uitgangspunt worden gehanteerd. Een voorbeeld: thans is 3 hectare glas aanwezig overeenkomstig het geldende bestemmingsplan. Elders wordt 1 hectare gesloopt. De toegestane oppervlakte in het nieuwe bestemmingsplan is 4 hectare.</p>

<p>Het is ook mogelijk om te volstaan met de sloop van ten minste de helft van de oppervlakte en voor de resterende oppervlakte financiële compensatie te regelen, door storting van een bedrag ter grootte van de ontbrekende oppervlakte in m² x een normbedrag in een (inter)gemeentelijk kwaliteitsfonds. Voor ten hoogste 1 hectare mag sanering worden vervangen door een bijdrage in het kwaliteitsfonds. De hoogte van het normbedrag wordt bepaald bij de instelling van het fonds.</p>

<p>Op gemeentelijk niveau moet een goede afweging over concrete toepassingen van ‘glas voor glas’ worden gemaakt, waarbij alle belangen worden afgewogen. Bij deze afweging moet ook de saneringslocatie worden betrokken, om te waarborgen dat per saldo de ruimtelijke kwaliteit duurzaam wordt verbeterd. De saneringslocatie kan ook in een andere gemeente liggen. Het woord 'duurzaam' geeft aan dat voorkomen moet worden dat op de gesaneerde locatie opnieuw een kas wordt opgericht. Het glas moet dus in ieder geval worden wegbestemd en de gronden moeten een passende nieuwe bestemming krijgen (bij voorkeur agrarisch, recreatie of natuur). Een peildatum is opgenomen om misbruik van de regeling te voorkomen.</p>

<p><em>Verbredingsactiviteiten bij agrarische bedrijven</em><br />
In bestemmingsplannen kan ruimte worden geboden aan het verder verbreden van de agrarische sector door het toelaten van verbredingsactiviteiten bij agrarische bedrijven. Beperkte toevoeging van bebouwing of verharding is mogelijk, maar alleen binnen het bouwperceel. Het bouwperceel kan hiervoor zo nodig ook vergroot worden tot maximaal 2,5 hectare. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de noodzaak voor die uitbreiding onderbouwd. Het is aan de gemeente om te bepalen hoeveel bebouwing of verharding redelijk is. De verbredingsactiviteit zelf mag ook buiten het bouwperceel plaatsvinden, bijvoorbeeld kamperen.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28303">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>213</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.3.2</nummer>
        <naam>Herbestemmen bestaande bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied [VERVALLEN]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:verwijderd>Voor het herbestemmen van bestaande bebouwing buiten het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), waarbij ander gebruik mogelijk wordt gemaakt, zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit als opgenomen in artikel 2.2.1 van toepassing. Aanvullend daarop zijn voor hergebruik van bestaande bebouwing buiten BSD aanvullende regels opgenomen in artikel Artikel 2.3.2 Herbestemmen bestaande bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied [VERVALLEN]. Het gaat daarbij onder andere om hergebruik van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Gebruik van kassen voor andere functies dan teelt onder glas is expliciet uitgesloten, met uitzondering van kleinschalige ontwikkelingen voor recreatie en educatie. Met het oog op het vergroten van ruimtelijke kwaliteit is sanering van overbodige kassen uitgangspunt. Daar komt bij dat het vaak gaat om grote oppervlaktes op locaties waar hergebruik voor gebiedsvreemde functies niet wenselijk is. Kleinschalige ontwikkelingen zijn wel mogelijk, bijvoorbeeld een theeschenkerij of een informatiecentrum in een bestaande kas. Het stallen van caravans valt hier nadrukkelijk niet onder en moet worden uitgesloten in het bestemmingsplan.</imropt:verwijderd>
      </p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28304">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>214</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.3.3</nummer>
        <naam>Bestaande niet-agrarische bedrijven en bebouwing buiten bestaand stad- en dorpsgebied [VERVALLEN]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:verwijderd>Voor bestaande niet-agrarische bedrijven en andere bestaande niet-agrarische bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit als opgenomen in artikel 2.2.1 van toepassing. Aanvullend daarop zijn de regels in artikel Artikel 2.3.3 Bestaande niet-agrarische bedrijven en bebouwing buiten bestaand stads- en dorpsgebied [VERVALLEN] van toepassing.</imropt:verwijderd>
      </p>

<p><imropt:verwijderd>Uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf of een agrarisch aanverwante bedrijf met meer dan 10% is alleen mogelijk als verplaatsing naar een bedrijventerrein geen reële mogelijkheid is. Het gaat daarbij zowel om de beschikbaarheid van ruimte op een bedrijventerrein, als om de praktische en financiële uitvoerbaarheid van verplaatsing van het gehele bedrijf.</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd>Uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf of agrarisch aanverwant bedrijf met minder dan 10% wordt beschouwd als inpassing, als bedoeld in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.2.1). Uitbreiding met meer dan 10% wordt beschouwd als aanpassing. Als er meerdere uitbreidingen kort op elkaar volgen, moet de impact van de gezamenlijke uitbreidingen in ogenschouw worden genomen.</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd>Bij een niet-agrarisch bedrijf of een agrarisch aanverwant bedrijf is ten hoogste één bedrijfswoning toelaatbaar, voor zover dat noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering. In de meeste situaties is een bedrijfswoning geen noodzakelijkheid, gelet op de beschikbaarheid van toezichts- en bewakingsapparatuur.</imropt:verwijderd></p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28305">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>215</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.3.2</nummer>
        <naam>Natuurnetwerk Nederland [VERNUMMERD]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Begrenzing EHS</em>
        <br />
<imropt:toegevoegd>Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)</imropt:toegevoegd> <imropt:verwijderd>De Ecologische Hoofdstructuur (EHS)</imropt:verwijderd> bestaat uit de bestaande bos- en natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden, bestaande en nieuwe landgoederen, ecologische verbindingen, de grote wateren en de Noordzee. De realisatie van <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>is aangemerkt als een nationaal en provinciaal belang met als doel de bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de biodiversiteit. Op de kaartbijlage is <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>in Zuid-Holland begrensd.<br />
<br />
Dit artikel geeft mede invulling aan de verplichting uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) om de bescherming van <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>vorm te geven bij provinciale verordening.<br />
<br />
In principe behoren bestaande bebouwing, erven, tuinen en wegen met een gesloten verharding <imropt:toegevoegd>(inclusief bermen)</imropt:toegevoegd> niet tot <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>. Deze verordening heeft uitsluitend betrekking op het deel van <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>dat is gelegen op het land en in de regionale wateren. De grote wateren en de Noordzee zijn door het rijk begrensd in de voormalige Nota Ruimte. <imropt:verwijderd>en voor de volledigheid ook weergegeven op de themakaart EHS in de Visie ruimte en mobiliteit</imropt:verwijderd><br />
<br />
<em>Wijziging van begrenzing</em><br />
De begrenzing van <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>kan op grond van artikel 2.10.5 van het Barro alleen worden gewijzigd bij provinciale verordening. Dit vergt dus een besluit van Provinciale Staten. Voor de gebieden Krimpenerwaard en Bodegraven-Noord heeft de begrenzing van<imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>door Provinciale Staten een voorlopig karakter. In de verordening is bepaald dat Gedeputeerde Staten de definitieve begrenzing van <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>in deze gebieden vaststellen.</p>

<p>Wijziging van de begrenzing is mogelijk ten behoeve van een verbetering van de samenhang of een betere planologische inpassing van <imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de Ecologische Hoofdstructuur </imropt:verwijderd>of ten behoeve van een kleinschalige ontwikkeling. De toepassing is gebonden aan de voorwaarden die zijn genoemd in het Barro en toegelicht in de 'Spelregels EHS, beleidskader voor compensatiebeginsel, EHS-saldobenadering en herbegrenzing EHS (Kamerstukken II 2006/07, 30825, nr. 6).<br />
<br />
<em>Bestemming</em><br />
<imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>dient in 2027 gerealiseerd te zijn. Voor de gebieden die op kaart 8 van deze verordening zijn verbeeld als ‘bestaande en nieuwe natuur’, 'waternatuurgebied' of ‘ecologische verbinding’ geldt dat er geen nieuwe ontwikkelingen mogen worden toegelaten die de uiteindelijke realisatie van <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>onmogelijk maken. Bij nog niet gerealiseerde nieuwe natuur is een bestemming met wijzigingsbevoegdheid naar natuur in veel gevallen gewenst. Bij realisatie van nieuwe natuur door middel van agrarisch natuurbeheer ligt dat minder voor de hand. Voor zover er nog sprake is van bestaande bebouwing, erven, tuinen of wegen, kunnen deze bestemd worden overeenkomstig het huidige gebruik.<br />
<br />
<em>Bescherming <imropt:toegevoegd>NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>EHS</imropt:verwijderd></em><br />
Het ruimtelijk beleid voor <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>is gericht op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. De bescherming van deze waarden vindt plaats door toepassing van een specifiek afwegingskader: het zogenaamde 'nee, tenzij'-regime. Dat betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een <imropt:verwijderd>zwaarwegend</imropt:verwijderd><imropt:toegevoegd> groot openbaar </imropt:toegevoegd>belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Hiervoor is een ontheffing van deze verordening van Gedeputeerde Staten vereist. Een verzoek om ontheffing op basis van het 'nee, tenzij'-regime dient vergezeld te gaan van een compensatieplan waaruit blijkt hoe, waar en wanneer de mitigerende en compenserende maatregelen zullen worden getroffen, wat de begrenzing van het compensatiegebied is en op welke wijze de compensatie duurzaam verzekerd is. De besluiten over een bestemmingsplan dat een ingreep in de EHS mogelijk maakt en over de uitvoering van het daarmee samenhangende compensatieplan dienen gelijktijdig genomen te worden.<br />
<br />
De wezenlijke kenmerken en waarden van <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>zijn gekoppeld aan de natuurdoelen voor een gebied. Deze zijn te vinden in het 'Natuurbeheerplan Zuid-Holland', het<imropt:verwijderd> ‘Handboek Natuurdoeltypen’ (2002)</imropt:verwijderd><imropt:toegevoegd> ‘portaal natuur en landschap’ (http://www.portaalnatuurenlandschap.nl/themas/overzicht-typen-natuur-en-landschap)</imropt:toegevoegd> en de aanwijzingsbesluiten voor de Natura2000-gebieden. <imropt:verwijderd> De vraag wanneer sprake is van een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden kan niet in algemene zin beantwoord worden. In ieder geval worden alle plannen of projecten die ertoe leiden dat een deel van de EHS een andere bestemming moet krijgen en daardoor uit de begrenzing moet worden gehaald in principe als significant aangemerkt.</imropt:verwijderd> In bestemmingsplannen moet worden aangegeven op welke gebieden het 'nee, tenzij'-regime van toepassing is en moet deze bescherming worden doorvertaald in de voorschriften.<br />
<br />
De wijze waarop het compensatiebeginsel bij (ruimtelijke ingrepen) moet worden toegepast en de stappen die in een compensatieprocedure moeten worden doorlopen zijn uitgewerkt en toegelicht in de herziene provinciale beleidsregel ‘Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). Aangezien voor ruimtelijke ingrepen in <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>meestal een bestemmingsplanprocedure moet worden doorlopen zal de gemeente doorgaans het bevoegd gezag zijn in de compensatieprocedure en centraal staan in de borging van de compensatieverplichting. Het bevoegd gezag dient er op toe te zien dat er een goed compensatieplan komt en dat dit volledig en tijdig wordt uitgevoerd. De gemeente rapporteert jaarlijks aan GS over de voortgang van <imropt:toegevoegd>NNN-compensatieprojecten </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>EHS-compensatieprojecten</imropt:verwijderd>.</p>

<p>Het compensatiebeginsel is niet van toepassing op ontwikkelingen binnen het huidige agrarische grondgebruik. Bij deze ontwikkelingen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan intensivering van het graslandgebruik, de aanleg van kavelpaden, slootdempingen, ruwvoederteelt, de uitbreiding van boerderijen of de bouw van een installatie voor biovergisting. Dit geldt ook voor nieuwbouw van boerderijen in belangrijke weidevogelgebieden en - voor zover nodig voor het natuurbeheer of het agrarisch natuurbeheer - in <imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de Ecologische Hoofdstructuur</imropt:verwijderd>. Het compensatiebeginsel is evenmin van toepassing op de vestiging of uitbreiding van (zeer) intensieve vormen van dagrecreatie in recreatiegebieden en op de aantasting van karakteristieke landschapselementen voor zover gelegen binnen de bebouwingscontouren of agrarische bouwpercelen. De ontwikkelingen binnen het agrarische grondgebruik en in recreatiegebieden dienen wel te passen in de algemene ruimtelijke kaders.</p>

<p><em>Strategische reservering natuur</em><br />
De strategische reservering natuur betreft de nog te realiseren nieuwe natuur die substantieel bijdraagt aan de Natura2000- en/of Kaderrichtlijn Water-doelen, maar waarvoor tot 2027 onvoldoende zekerheid van realisatie is. Daarom maakt de strategische reservering natuur (nog) geen deel uit van <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>.<br />
Deze gebieden zijn volledig voor de agrarische functie te gebruiken, maar er moet worden voorkomen dat andere functies kunnen worden gerealiseerd die leiden tot waardevermeerdering ten opzichte van de agrarische functie. Op verschillende evaluatiemomenten, waarvan de eerste in 2021 is (evaluatie van de KRW-doelen) zal bepaald worden in hoeverre de strategische reservering natuur nog nodig is voor het behalen van de internationale doelen, of dat deze aan <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS </imropt:verwijderd>kan worden toegevoegd omdat de financiën beschikbaar zijn.<br />
<br />
De strategische reservering natuur brengt geen beperkingen met zich mee voor ontwikkelingen binnen het huidige agrarische grondgebruik. Ontwikkelingen zoals intensivering van het graslandgebruik, de aanleg van kavelpaden, slootdempingen, ruwvoederteelt en de uitbreiding van boerderijen, blijven dus mogelijk.<br />
<br />
De wezenlijke kenmerken en waarden van de strategische reservering natuur zijn, als deze is gericht op Natura2000-doelen, gekoppeld aan de natuurdoelen voor een gebied. Deze zijn te vinden in het 'Natuurbeheerplan Zuid-Holland’, het<imropt:toegevoegd> ‘portaal natuur en landschap’ (http://www.portaalnatuurenlandschap.nl/themas/overzicht-typen-natuur-en-landschap) </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd> 'Handboek Natuurdoeltypen’ (2002)</imropt:verwijderd> en de aanwijzingsbesluiten voor de Natura2000-gebieden. Als de strategische reservering (ook) bedoeld is voor het bereiken van Kaderrichtlijn Water-doelen, dan zijn de wezenlijke kenmerken en waarden (ook) gelegen in het bereiken van de vereiste kwaliteit van de desbetreffende waterlichamen.<br />
Bij significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ‘strategische reservering natuur’ is compensatie nodig (behalve bij aantasting door ontwikkelingen binnen het huidige agrarische grondgebruik). Bij significante aantasting van waarden, in een gebied met de aanduiding ‘strategische reservering natuur’, die alleen gericht zijn op Kaderrichtlijn Water-doelen, hoeft de compensatie niet per se in areaal (kwantitatief) plaats te vinden.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28306">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>216</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.3.3</nummer>
        <naam>Bescherming molenbiotoop [VERNUMMERD]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In de provincie Zuid-Holland is een groot aantal cultuurhistorische en archeologische waarden aanwezig. Deze zijn beschreven in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS). Het behoud van de cultuurhistorische hoofdstructuur is van provinciaal belang. Molens en de daarbij behorende molenbiotopen zijn onderdeel van de CHS.<br />
<br />
In deze verordening is voor de omgeving van traditionele molens regelgeving opgenomen. Het gaat in dit kader om het garanderen van de vrije windvang en het zicht op de molen. Dit betekent dat beperkingen moeten worden gesteld aan de hoogte van bebouwing en beplanting. De molenbiotoop heeft een omvang van 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen.<br />
<br />
In de verordening is bepaald waaraan bestemmingsplannen moeten voldaan voor wat betreft de maximale hoogte van nieuwe bebouwing en beplanting. Voor het bepalen van de maximale bouwhoogte is onderscheid gemaakt in molens die binnen bestaand stads- en dorpsgebied zijn gelegen en molens die daarbuiten zijn gelegen. Voor molens buiten bestaand stads- en dorpsgebied is de zogenaamde 1:100 regel van toepassing. Voor molen binnen bestaand stads- en dorpsgebied is de zogenaamde 1:30 regel van toepassing. Dit onderscheid is gemaakt omdat het binnen het bestaand stads- en dorpsgebied moeilijker is de vrije windvang en het zicht op de molen te garanderen, gelet op de vele andere –soms conflicterende- belangen die daar een rol spelen.</p>

<p><imropt:toegevoegd>De 1:100 regel houdt in dat per 100 meter de toegestane hoogte voor bebouwing en beplanting met 1 meter toeneemt. De 1:30 regel houdt in dat per 30 meter de toegestane hoogte met 1 meter toeneemt.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:toegevoegd>Voor zover de molenbiotoop deels binnen en deels buiten bestaand stads- en dorpsgebied is gelegen, kan vanaf de grens van het bestaand stads- en dorpsgebied worden gerekend met de andere regel. Dus als de molen binnen bestaand stads- en dorpsgebied staat, stijgt de toegestane bouwhoogte tot de grens van het bestaand stads- en dorpsgebied met 1 meter per 30 meter en vanaf die grens met 1 meter per 100 meter. Als de molen buiten het bestaand stads- en dorpsgebied staat, stijgt de toegestane bouwhoogte eerst met 1 meter per 100 meter en vanaf de grens van het bestaand stads- en dorpsgebied met 1 meter per 30 meter.</imropt:toegevoegd></p>

<p>In het tweede lid is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen die de gemeente de ruimte geeft om in bijzondere gevallen af te wijken van de molenbiotoop. Deze afwijkingsmogelijkheid is onder andere van toepassing als sprake is van een ontwikkeling binnen een molenbiotoop waarbij in de huidige situatie de vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt en deze beperkingen niet groter worden of elders binnen de molenbiotoop worden gecompenseerd.</p>

<p>De categorie ‘molens met een bijzondere molenbiotoop’ omvat enkele incomplete molens, opnieuw opgebouwde molens en verplaatste molens. De afwijkingsmogelijkheid in het tweede lid biedt de gemeente de ruimte om bij uitzondering af te wijken van deze bijzondere molenbiotoop.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28307">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>217</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.3.4</nummer>
        <naam>Bescherming landgoed- en kasteelbiotoop [VERNUMMERD]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De historische landgoederen in Zuid-Holland bepalen in sterke mate de identiteit en unieke kwaliteit van een gebied en daarmee ook de leefbaarheid en het welbevinden van bewoners en bezoekers. Het provinciaal beleid is gericht op de bescherming en versterking van de historische landgoederen en hun ontsluiting voor een breed publiek). De provincie wil de waarden van de historische landgoederen integraal meewegen in ruimtelijke ordenings- en ontwikkelingsprocessen. Dit provinciaal belang wordt geborgd aan de hand van een ‘landgoed- en kasteelbiotoop’ in deze verordening. Het instellen van een landgoed- en kasteelbiotoop is niet bedoeld om de exploitatie van het landgoed te bemoeilijken. Ontwikkelingen op het landgoed zelf zijn met het oog op de exploitatie van het landgoed nadrukkelijk niet uitgesloten. Het gaat immers om behoud door ontwikkeling. De grootste bedreiging van het landgoed komt in de meeste gevallen namelijk niet van binnen uit, maar van buiten af.<br /><br />
Onder een kasteel- en landgoedbiotoop wordt een beschermingszone verstaan, die als contour om respectievelijk een kasteel/kasteellocatie of historische buitenplaats heen getrokken kan worden en waarvoor bij planvorming dezelfde uitgangspunten gelden. De term ‘landgoed- en kasteelbiotoop’ heeft in dit geval dus betrekking op de bescherming van respectievelijk de historische buitenplaats of het kasteel/de kasteellocatie.<br /><br />
Kastelen waren in de eerste plaats gericht op verdediging. De kenmerken van het individuele kasteel hangen sterk af van de (bouw)geschiedenis ervan en de functie waarvoor het gebruikt werd. Een kasteel was enerzijds verdedigbaar, anderzijds bewoonbaar. De verdedigbaarheid vereiste sterke muren, weinig ramen, schootsgaten en dergelijke, al dan niet staand op een verhoging, een slotgracht, en een omliggend terrein al dan niet open. De bewoonbaarheid vereiste een zekere zelfvoorziening, vooral in moeilijke tijden. Veel functies van gebouwen en terreinen rondom de centrale heuvel (motte) of het centrale gebouw zelf waren daar op gericht.<br /><br />
Als kastelen in een later stadium zich niet ontwikkeld hebben tot buitenplaats, hebben ze soms geen duidelijke, ontworpen relatie met hun omgeving en meestal geen tuin of park. In een aantal gevallen zijn de kastelen bovengronds geheel of grotendeels verdwenen; er zijn wel resten van over in het landschap en in het bodemarchief.<br /><br />
Met elkaar betreft de groep kastelen en de kasteellocaties (zie lijst van het rapport Ruimtelijke kwaliteit kastelen en historische buitenplaatsen Zuid-Holland, OKRA/PHB, 2007) dus terreinen waar een kasteel staat of heeft gestaan, maar waar geen buitenplaats-aanleg aanwezig is of niet meer aanwezig is.<br /><br />
Voor wat betreft de definitie van een buitenplaats gaan we uit van de definitie van een historische buitenplaats zoals die in 1988 werd vastgesteld (zie rapport Ruimtelijke kwaliteit kastelen en historische buitenplaatsen Zuid-Holland, OKRA/PHB, 2007):<br />
"Een historische buitenplaats is aangelegd. Zij kan deel vormen van een landgoed. Het geheel wordt met name gevormd door een, eventueel thans verdwenen, in oorsprong versterkt huis, kasteel, buitenhuis of landhuis, met bijgebouwen, omgeven door tuinen en/of park met één of meer van de volgende onderdelen, zoals grachten, waterpartijen, lanen, boomgroepen, parkbossen, (sier) weiden, moestuinen, ornamenten. De samenstellende onderdelen, een ensemble vormend, van terreinen (met beplanting), lanen, waterpartijen en -lopen, gebouwen, bouwwerken en ornamenten zijn door opzet of ontwerp van tuin en park en het (utilitair) gebruik historisch en architectonisch met elkaar verbonden en vormen zo een onlosmakelijk geheel. Onderdeel van de historische buitenplaats vormen die gebouwen, bouwwerken en tuinornamenten, die compositorisch deel uitmaken van het ontwerp of opzet en inrichting van de tuin en/of parkaanleg dan wel dienen voor gebruik in samenhang met de oorspronkelijke bestemming."<br /><br />
De in de verordening geregelde landgoedbiotoop is dus tevens een buitenplaatsbiotoop. De term landgoedbiotoop blijven we gebruiken omdat deze in het populaire spraakgebruik duidelijker overkomt en daardoor ook is ingeburgerd.<br /><br />
Op grond van de kenmerken van een buitenplaats of een kasteel/kasteellocatie is vervolgens gekeken welke gemeenschappelijke ruimtelijke kenmerken van een buitenplaats en kasteel zo algemeen zijn en zo kenmerkend, dat op grond hiervan een beschermingszone rond een buitenplaats en kasteel getrokken zou kunnen worden.<br /><br />
Op grond hiervan kan een landgoed- en kasteelbiotoop bestaan uit:</p>
      <ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>de buitenplaats of het kasteel/kasteelterrein zelf en de ruimte daaromheen;</li>
        <li>de koppeling van het landgoed c.q. het kasteel/kasteelterrein aan een structuur;</li>
        <li>het blikveld.</li>
      </ul>
      <p>Daarnaast kunnen er voor zowel de landgoed- en kasteelbiotoop naast deze gemeenschappelijke kenmerken en waarden afzonderlijke kenmerken en waarden aan de orde zijn, die zijn opgenomen in deze toelichting en waarvoor ook de verordening geldt.<br /><br />
Op grond hiervan kan een landgoedbiotoop ook bestaan uit:</p>
      <ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>het panorama;</li>
        <li>de zichtlijn;</li>
      </ul>
      <p>en een kasteelbiotoop ook uit:</p>
      <ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>het koppelstuk tussen de kasteellocatie en de basisstructuur;</li>
        <li>de hoofdlijnen van de oorspronkelijke landschappelijke context;</li>
        <li>de (grotendeels) open ruimte tussen het kasteel/kasteelterrein en de basisstructuur, de ruimte tussen het kasteel/kasteelterrein en het koppelstuk;</li>
        <li>de restanten van een eventuele buitenplaatsperiode.</li>
      </ul>
      <p>Begrippen buitenplaatsbiotoop</p>
      <ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>De buitenplaats zelf, bestaand uit verschillende onderdelen en de interne relaties daartussen. Het gaat daarbij om de relaties tussen landhuis, (over)tuin, park, bijgebouwen en overige onderdelen. Deze relaties zijn zowel functioneel en ruimtelijk (paden, beplanting en dergelijke) als visueel (zichtrelaties). Dit onderdeel wordt samengevat onder de noemer huis met tuin/park.</li>
        <li>De (basis)structuur waar de buitenplaats bewust aan gekoppeld is: waterloop, weg, of beide. Het kan gaan om een enkelvoudige structuur (weg) of een meervoudige (weg en water). Ook kan de buitenplaats gekoppeld zijn aan twee lijnen (achterzijde aan weg, voorzijde aan water). De basisstructuur is vaak gerelateerd aan de landschappelijke onderlegger; bijvoorbeeld de Rijksstraatweg in Wassenaar aan de onderliggende strandwallen. Een buitenplaats kan direct aan de basisstructuur grenzen, maar daaraan ook verbonden zijn via zichtlijnen (al dan niet gecombineerd met lanen).</li>
        <li>Het panorama. Een panorama is een zichtrelatie tussen het hoofdhuis en de openbare ruimte buiten het complex. Het gaat vaak om een op enige afstand gelegen weg vanwaar het zicht door bomen in een trechtervorm wordt ‘geleid’ naar het huis. Een panorama waaiert uit en is geen nauw ingekaderde lijn.</li>
        <li>De zichtlijn. Een zichtlijn is een nauw ingekaderde, ontworpen lijn, die van buiten de buitenplaats zicht geeft op het hoofdhuis en vice versa.</li>
        <li>Het blikveld, de vrije ruimte die nodig is om de buitenplaats van buiten af als geheel (dus vooral het park) te kunnen herkennen en ervaren. Het gaat om buitenplaatsen met hoog opgaande beplanting in een vlak en grotendeels open, groen, al dan niet agrarisch gebied. Het blikveld heeft een straal die overeenkomt met respectievelijk voorkant, achterkant en zijkant van de buitenplaats, plus het grotendeels open gebied tot de grens van de dichtstbijzijnde openbare ruimte (weg, meer, water en dergelijke). Indien een servituut van kracht is dat voorziet in een ruimer blikveld, dan wordt dat servituut aangehouden. De minimale landgoedbiotoop bestaat uit landhuis met tuin/park en de basisstructuur waar het huis aan gekoppeld is. De maximale biotoop bestaat uit een relatief groot gebied met landhuis, tuin/park, basisstructuur, zichtlijnen, panorama en blikveld. Een minimale biotoop doet zich voor waar buitenplaatsen zijn verkleind, meestal door uitbreiding van het omringend stedelijk gebied. De ooit aanwezige maximale biotoop is dan verstoord of verdwenen en daarom niet op de kaart gezet.</li>
      </ul>
      <p>Er zijn momenteel in totaal 110 landgoedbiotopen in Zuid-Holland vastgesteld en opgenomen in de verordening. Op  van de verordening zijn de 110 landgoedbiotopen met hun buitengrenzen weergegeven.<br /><br />
Begrippen kasteelbiotoop</p>
      <ul xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
        <li>Het kasteel/kasteelterrein zelf, in de vorm van ruïne, muurrestanten, een of meer bijgebouwen.</li>
        <li>Omgracht terrein.</li>
        <li>De basisstructuur waar het kasteel/kasteelterrein bewust aan gekoppeld is: waterloop, weg, of beide.</li>
        <li>Het eventuele koppelstuk tussen de kasteellocatie en de basisstructuur (bv. laan); - de (grotendeels) open ruimte tussen het kasteel/kasteelterrein en de basisstructuur, de ruimte tussen het kasteel/kasteelterrein en het koppelstuk (voor zo ver al geen onderdeel van het blikveld).</li>
        <li>De hoofdlijnen van de oorspronkelijke landschappelijke context in de vorm van de kavelstructuur waarbinnen de locatie ligt. De kavelstructuur is aangegeven binnen het blikveld. Als er geen blikveld is, maar wel een oorspronkelijke kavelstructuur is deze aangegeven tot de dichtstbijzijnde openbare ruimte. In geval die op grote afstand ligt, is de eerstvolgende perceelgrens aangehouden.</li>
        <li>De restanten van een eventuele buitenplaatsperiode, voor zo ver ruimtelijk gerelateerd aan de kasteellocatie.</li>
        <li>Het blikveld, de benodigde ruimte om het kasteel/kasteelterrein te kunnen ervaren. Het blikveld heeft een straal die overeenkomt met respectievelijk. voorkant, achterkant en zijkant van het kasteelterrein, plus het aansluitende gebied (open, groen, al dan niet agrarisch) tot de dichtstbijzijnde openbare ruimte. Indien deze openbare ruimte op onevenredig grote afstand ligt loopt het blikveld door tot de eerstvolgende perceelgrens.</li>
      </ul>
      <p>In de minimale vorm bestaat de kasteelbiotoop uit het kasteelterrein met de basisstructuur, maximaal is een situatie met basisstructuur, koppelstuk, kasteelterrein plus de omringende middeleeuwse kavel, inclusief kavelgrenzen of een situatie waarin nog een aantal buitenplaats-elementen binnen de biotoop vallen. Blikveld en landschappelijke context (kavelstructuur) kunnen elkaar overlappen.<br />
Er zijn momenteel in totaal 30 kasteelbiotopen in Zuid-Holland vastgesteld en opgenomen in de verordening. Op  van de verordening zijn de 30 kasteelbiotopen met hun buitengrenzen verbeeld.<br /><br />
De kenmerken en waarden van de vastgestelde landgoed- en kasteelbiotopen per individuele buitenplaats respectievelijk kasteel/kasteellocatie en buitenplaats zijn weergegeven middels de kaarten van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Deze kaarten zijn te downloaden via de website van de provincie.<br /><br />
Uitgangspunt bij de bescherming van de biotoopwaarden is een 'nee, tenzij'-beleid: dat wil zeggen er zijn geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, tenzij gericht op de verbetering en versterking van de kwaliteit van het landgoed, de kasteel/de kasteellocatie en de biotoop. Daarbij gaat het met het oog op de exploitatie van het landgoed of het kasteel/de kasteellocatie ook om behoud door ontwikkeling. Nieuwe ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die (nog) niet mogelijk waren in het tot dan toe vigerende bestemmingsplan.<br />
In het kader van het 'nee, tenzij'-beleid zijn er geen bouwwerken toegestaan die de biotoopwaarden aantasten en wordt de ruimte vrij en open gehouden. Ook andere nieuwe ontwikkelingen, zoals de aanleg van groen/vijvers, infrastructuur en dergelijke dienen de waarden van de biotoop niet aan te tasten en dienen gericht te zijn op behoud, verbetering en/of versterking van de kwaliteit van die waarden. Voorts dient, voor zover van toepassing, rekening te worden gehouden met eisen vanuit de wettelijke bescherming van specifieke onderdelen van de biotoop op grond van de Monumentenwet, Wet op de Archeologische Monumentenzorg, Natuurbeschermingswet en dergelijke.<br /><br /><em>Beeldkwaliteitsparagraaf</em><br />
In lid 2 is bepaald dat gemeenten in hun bestemmingsplannen voor nieuwe ontwikkelingen voor gronden gelegen binnen de biotoop een beeldkwaliteitsparagraaf dienen op te nemen, waarin het effect/de invloed van deze ontwikkeling op de biotoop wordt beschreven.<br />
Naast de wijze waarop omgegaan wordt met de cultuurhistorische kwaliteiten en waarden van het landgoed of het kasteel/de kasteellocatie gaat deze paragraaf in op de wijze waarop de kenmerken en waarden van de landgoed- of kasteelbiotoop beschermd en waar mogelijk verbeterd worden.<br /><br />
Ten minste dient daarbij aandacht besteed te worden aan de vanuit het provinciaal belang onderscheiden kenmerken van de kasteelbiotoop als de ruïne met omgrachting, de koppeling van het landgoed aan de structuur, de hoofdlijnen van de oorspronkelijke landschappelijke context, de (grotendeels) open ruimte tussen het kasteel/kasteelterrein en de basisstructuur/de ruimte tussen het kasteel/kasteelterrein en het koppelstuk, de restanten van een eventuele buitenplaatsperiode en het blikveld en van de landgoedbiotoop als het huis met park, de koppeling van het landgoed aan de structuur, het panorama, de zichtlijn en het blikveld.<br /><br />
Specifieke kenmerken van de kasteelbiotoop zelf zoals de ruïne, muurrestanten, een of meer bijgebouwen, omgracht terrein e.d. en van de landgoedbiotoop zelf, zoals interne relaties met zichtlijnen, objecten als koetshuizen, vijvers, en dergelijke, kunnen daarbij in relatie tot de cultuurhistorische kwaliteiten en waarden van het specifieke landgoed en de specifieke biotoop beschreven worden.<br /><br /><em>Afwijkingsmogelijkheid</em><br />
De gemeente kan gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het eerste lid indien sprake is van een ontwikkeling van groot openbaar belang of ten behoeve van het herbestemmen van onbenutte bouwmogelijkheden uit het voorgaande bestemmingsplan. In de toelichting bij het bestemmingsplan moet hierover een verantwoording worden opgenomen, waarbij wordt onderbouwd dat er geen reële andere mogelijkheden zijn. Bij een ontwikkeling van groot openbaar belang kan gedacht worden aan de aanleg van infrastructuur zoals railinfrastructuur, verkeerswegen, hoogspannings- en buisleidingen.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28308">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>218</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.3.7</nummer>
        <naam>Bescherming graslanden in de Bollenstreek [VERVALLEN]</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <imropt:verwijderd>De graslanden in de Bollenstreek zijn waardevol en hebben, vanwege hun open karakter, een belangrijk structurerend effect op het landschap in de Bollenstreek. De graslanden zijn bovendien belangrijk voor de weidevogels.<br />
Vanuit historisch perspectief weerspiegelen de graslanden de combinatie van bodemgesteldheid en landgebruik die hier van oudsher was. In de vlaktes tussen de strandwallen, waar een laag veen op het zand aanwezig was, was het land in gebruik als grasland. Daarnaast zijn er graslanden aanwezig in het mondingsgebied van de Oude Rijn, waar door de aanwezigheid van klei de grond minder geschikt is als bollengrond.<br />
<br />
De druk op de grond in de Bollenstreek en dus ook op de graslanden is hoog. Dit heeft geleid tot het omzetten van graslanden naar bollengrond of naar andere functies. De provincie wil het contrast tussen de nog gave open strandvlakte en de voor de bollenteelt in cultuurgebrachte (afgezande) oude duinen en strandwallen in stand houden door het handhaven van de relatieve openheid en het gebruik als grasland. Zij richt daarbij op de grote oppervlaktes en samenhangende structuren. Ontwikkelingen zijn alleen mogelijk als er een aantoonbare meerwaarde is voor de ruimtelijke kwaliteit van de graslanden zelf. Dit betekent dat bij ontwikkelingen in deze gebieden goed gekeken moet worden of zij niet leiden tot een verlies aan openheid en een substantiële verandering van het grondgebruik. De aanleg van een wandelpad zou bijvoorbeeld een meerwaarde kunnen hebben, mits dit niet wordt gecombineerd met een bomenrij of opgaande beplanting.</imropt:verwijderd>
      </p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28309">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>219</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.4.1</nummer>
        <naam>Windenergie</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Voor de duurzame energievoorziening is het bieden van ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie van groot belang. Met het oog op de verwachte klimaatveranderingen en energieschaarste is het voorzien in een groter aandeel duurzame energie urgenter geworden. Anderzijds zijn landschappelijke kwaliteiten centraler komen te staan in het ruimtelijk beleid en is de nieuwe generatie windturbines (en daarmee de invloed op het landschap) aanzienlijk groter dan circa tien jaar geleden. De huidige generatie windturbines heeft een ashoogte van circa 80 tot 100 meter.</p>

<p>De provincie biedt ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie. Met het Rijk zijn afspraken gemaakt om in 2020 te voorzien in 735,5 MW opgesteld vermogen op land. Hiervoor zijn ‘locaties windenergie’ aangewezen. Deze locaties zijn opgenomen op van deze verordening. De locaties zijn het resultaat van een afweging tussen eisen vanuit windenergie en voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. De locaties combineren windenergie met technische infrastructuur, grootschalige bedrijvigheid en grootschalige scheidslijnen tussen land en water. Mede door de grote omvang en ruimtelijke invloed van moderne windturbines is het van belang om deze geconcentreerd te plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie te voorkomen. Daarbij wordt voorkeur gegeven aan enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen. Bestaande opstellingen binnen de ‘locaties windenergie’ kunnen ter plaatse vervangen en opgeschaald worden. In gebieden die vanuit landschappelijk, cultuurhistorisch, ecologisch of recreatief oogpunt kwetsbaar zijn, is plaatsing uitgesloten.</p>

<p>De provincie verwacht van de betrokken gemeenten dat het plaatsen van windturbines binnen deze locaties windenergie mogelijk wordt gemaakt. Indien nodig zal de provincie gepast gebruik maken van haar bevoegdheden die de Elektriciteitswet biedt om de locaties windenergie mogelijk te maken.</p>

<p>Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau effecten ten aanzien van onder meer natuur, flora en fauna, bescherming van waardevolle cultuurhistorische stads- en dorpsgezichten, geluid, externe veiligheid, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd.</p>

<p><imropt:toegevoegd>Het plaatsen van windturbines buiten de locaties voor windenergie moet in het bestemmingsplan worden uitgesloten. Buiten de locaties voor windenenergie kan wel ruimte worden geboden voor kleine en middelgrote windturbines, met een hoogte van maximaal 15 meter buiten bestaand stads- en dorpsgebied en 45 meter binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Het is ter beoordeling van de gemeente of plaatsing in een concrete situatie mogelijk is. Dit hangt af van de lokale omstandigheden. Bij de afweging moet de gemeente rekening houden met provinciale beleid voor ruimtelijke kwaliteit. De provincie kan dus zo nodig een zienswijze indienen als onvoldoende rekening is gehouden met de landschappelijke, ecologische, recreatieve en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied.</imropt:toegevoegd></p>

<p><imropt:verwijderd>Het plaatsen van windturbines buiten de locaties voor windenergie moet in het bestemmingsplan worden uitgesloten, voor zover het gaat om windturbines met een vermogen van meer dan 30 kW. De begrenzing van de in de verordening opgenomen locaties kan in het bestemmingsplan in beperkte mate worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden. ‘</imropt:verwijderd></p>

<p><imropt:verwijderd>In afwijking van het bovenstaande is het toelaten van middelgrote windturbines met een ashoogte tot en met 45 meter mogelijk binnen de stedelijke agglomeratie, de regionale kernen en het glastuinbouwgebied Westland-Oostland voor zover dat passend is bij de lokale situatie. De betreffende gebieden zijn aangegeven op . Of plaatsing daadwerkelijk mogelijk is hangt af van de lokale omstandigheden. Dit is ter beoordeling van de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze indienen indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten.</imropt:verwijderd></p>

<p>Vervanging van bestaande windturbines buiten de aangewezen locaties voor windenergie is mogelijk mits de ashoogte niet toeneemt. Indien de ashoogte toeneemt, dient een studie te worden gedaan naar de landschappelijke inpasbaarheid ervan. Op basis van de uitkomsten hiervan kunnen Provinciale Staten de locatie aanmerken als nieuwe locatie voor windenergie.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28310">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>220</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.4.2</nummer>
        <naam>Regionale waterkeringen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Waterveiligheid is een provinciaal belang. In deze verordening zijn daarom regels opgenomen voor de bescherming van regionale waterkeringen. Voor bestemmingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en onderhoud van de regionale waterkeringen mogelijk maken. In het bestemmingsplan wordt de waterkering als zodanig bestemd, eventueel met een dubbelbestemming. De daarbij behorende beschermingszone, als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en als zodanig opgenomen in de vastgestelde legger van de watersysteembeheerder, wordt in het bestemmingsplan als zodanig bestemd of aangeduid (bijvoorbeeld de gebiedsaanduiding “vrijwaringszone – bescherming waterkering” of de dubbelbestemming “waterstaat – beschermingszone waterkering”).<br /><br />
De bescherming van de primaire waterkeringen en de bescherming van het kustfundament zijn nationale belangen. Daarom zijn hierover regels opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28311">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>221</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.4.3</nummer>
        <naam>Buitendijks bouwen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In buitendijkse gebieden van de grote rivieren neemt de druk op de ruimte toe. De provincie ziet het als haar rol om te zorgen dat gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden, ook gezien de klimaatverandering, een goede afweging maken van de hoogwaterrisico’s. Gemeenten worden gevraagd om bij nieuwe ontwikkelingen en herstructureringen in buitendijkse gebieden een inschatting te maken van het slachtofferrisico bij overstromingen en te verantwoorden hoe zij daarmee zijn omgegaan. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt hierover een paragraaf opgenomen. De provincie heeft een Risico Applicatie Buitendijks Bouwen (RAB) ontwikkeld, die gemeenten hierbij kunnen gebruiken. Het staat de gemeenten vrij ook de risico’s op economische schade, milieuschade en het aantal getroffenen door functie-uitval bij overstromingen in beeld te brengen.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28312">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>222</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>2.4.4</nummer>
        <naam>Archeologie en Romeinse Limes</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Een groot deel van de cultuurhistorische waarden bevindt zich in de bodem en onttrekt zich aan het oog. Archeologische waarden kunnen zowel binnen als buiten bestaand stads- en dorpsgebied worden aangetroffen. De bekende en te verwachten archeologische vindplaatsen zijn benoemd in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) en dienen beschermd te worden. Uitgangspunt van Europees, landelijk en provinciaal beleid is behoud ‘in situ’ van archeologische waarden; dat wil zeggen dat het archeologisch erfgoed in principe niet verstoord mag worden.<br /><br />
Op basis van artikel 38a van de Monumentenwet zijn overheden gehouden om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. De CHS is daarbij uitgangspunt.<br /><br /><em>Bekende archeologische waarden</em><br />
Voor de in de CHS opgenomen terreinen met hoge en zeer hoge bekende archeologische waarden geldt dat dat bescherming van groot provinciaal belang is. Deze gebieden, die minder dan 1% van het grondoppervlak van de provincie Zuid-Holland beslaan, zijn daarom ook beschermd via deze verordening. Een deel van de gebieden is gelegen binnen de Romeinse Limes.<br /><br /><em>Verwachte archeologische waarden</em><br />
Voor de in de CHS opgenomen terreinen met een redelijk tot hoge archeologische verwachtingswaarde en zeer hoge archeologische verwachtingswaarde legt de provincie de verantwoordelijkheid voor bescherming van deze waarden bij de gemeenten. Voorwaarde is wel dat de gemeente archeologiebeleid heeft vastgesteld, met een archeologische waardenkaart die is gestoeld op archeologisch onderzoek. Deze gebieden, die ongeveer 45% van de provincie Zuid-Holland beslaan, zijn daarom niet opgenomen in deze verordening. Een uitzondering hierop vormen terreinen met een archeologische verwachtingswaarde binnen de Romeinse Limes.<br /><br />
Als een gemeente geen eigen archeologiebeleid heeft vastgesteld, geldt het beleid zoals opgenomen in de CHS. Dit houdt onder meer in dat archeologisch onderzoek nodig is bij het uitvoeren van werken of werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 m² en waarbij de grond dieper wordt geroerd dan 30 centimeter onder het maaiveld.<br /><br />
Indien de provincie zelf de verstoorder is (bijvoorbeeld bij de aanleg of reconstructie van provinciale wegen) of in het geval van verstoring bij gemeentegrens overschrijdende ontwikkelingen (bijvoorbeeld in geval van aanleg van leidingen voor aardgas of elektriciteit) dan is de provincie in plaats van de gemeente het bevoegd gezag.<br /><br /><em>Bekende en verwachte waarden binnen de Romeinse Limes</em><br />
De Romeinse Limes, de noordgrens van het voormalige Romeinse Rijk, houdt zich verborgen in het landschap. In Nederland vormt de Rijn de noordgrens. In Zuid-Holland wordt de Romeinse Limes gevormd door een zone langs de Oude Rijn, van de grens van Zuid-Holland met Utrecht tot aan de kust bij Katwijk en door een zone langs het Rijn-Schiekanaal, vanaf Leiden naar Voorburg. Deze hele zone is rijk aan archeologische vindplaatsen en is beschreven in de CHS. De archeologische waarden hier betreffen: forten, burgerlijke nederzettingen, grafvelden, militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken. De Romeinse Limes is opgenomen op de voorlopige lijst van de Werelderfgoedlijst van Unesco.<br /><br />
De provincie vindt bescherming van de Romeinse Limes van groot belang. Daarom is de bescherming ervan in deze verordening opgenomen. Het gaat om bescherming van zowel hoge als zeer hoge bekende archeologische waarden als van hoge en zeer hoge verwachte archeologische waarden. Bescherming is ook nodig op grond van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).<br /><br /><em>Regeling in bestemmingsplan voor gebieden met bekende waarden</em><br />
Een bestemmingsplan voor gronden met hoge en zeer hoge bekende archeologische waarden bevat bestemmingen die deze waarden beschermen. Dit houdt in ieder geval een verbod in op het uitvoeren van werken of werkzaamheden waarbij de grond dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld wordt geroerd. Afwijking van dit verbod is mogelijk als door middel van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden aangetast. Bijvoorbeeld als uit onderzoek blijkt dat de archeologische waarden dieper liggen dan 30 centimeter of geclusterd op een ander deel van het terrein. Voorts geldt dit verbod niet voor werken of werkzaamheden die de archeologische waarden niet aantasten. Dit geldt voor werken of werkzaamheden die naar hun aard de archeologische waarden niet kunnen aantasten zoals archeologisch onderzoek en het normaal gebruik, beheer en onderhoud.<br />
Deze verordening gaat uit van behoud ‘in situ’ van de archeologische waarden. In bijzondere gevallen kan het noodzakelijk blijken hiervan af te wijken. Als andere belangen prevaleren, kan de gemeente daarom overgaan tot behoud ‘ex situ’.<br /><br /><em>Regeling in bestemmingsplan voor gebieden met verwachte waarden</em><br />
De regeling in deze verordening voor de gebieden binnen de Romeinse Limeszone met hoge en zeer hoge archeologische verwachtingswaarde, houdt in dat deze waarden beschermd moeten worden in het bestemmingsplan. Dit houdt in ieder geval in dat archeologisch onderzoek nodig is bij het uitvoeren van werken of werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 m² en waarbij de grond dieper wordt geroerd dan 30 centimeter onder het maaiveld. Afwijking hiervan is mogelijk in die gevallen waarbij de gemeente een strengere bescherming hanteert. Daarbij geldt de voorwaarde, dat gehandeld wordt in overeenstemming met de uitkomsten van dat onderzoek.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28313">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>223</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>3.1</nummer>
        <naam>Wijziging begrenzing door Gedeputeerde Staten</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van de bij of krachtens de verordening aangewezen gebieden en aanduiding wijzigen in de gevallen die zijn vermeld in dit artikel.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28314">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>224</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>3.2</nummer>
        <naam>Ontheffingsbepalingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>Bij het opstellen van deze verordening is zoveel mogelijk rekening gehouden met voorzienbare uitzonderingen. Dit komt onder andere tot uitdrukking in de opgenomen uitzonderingsbepalingen bij de algemene regels. Niet alle uitzonderingen zijn echter te voorzien. Daarom zijn Gedeputeerde Staten op basis van artikel 4.1 a van de Wro bevoegd om voor bijzondere gevallen ontheffing te verlenen van deze verordening. Bij het besluit over toepassing van de ontheffingsbevoegdheid vindt een afweging plaats tussen enerzijds de provinciale belangen die worden gediend met de regels uit de verordening en anderzijds het belang van de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid. Indien het gemeentelijk ruimtelijk beleid onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met de verordening te dienen provinciale belangen bestaat er aanleiding om voor die situatie ontheffing te verlenen. Benadrukt wordt dat de ontheffingsbevoegdheid alleen is bedoeld voor onvoorziene, incidentele gevallen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden indien de betrokken provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Als bijvoorbeeld ontheffing wordt verleend voor een uitzonderlijke onvoorziene ontwikkeling binnen een molenbiotoop en die ontwikkeling leidt tot hogere kosten van beheer of onderhoud van de molen, dan kunnen Gedeputeerde Staten bepalen dat compensatie van die kosten nodig is.</p>

<p>Voor toepassing van de ontheffing voor een ontwikkeling binnen <imropt:toegevoegd>het Natuurnetwerk Nederland (NNN</imropt:toegevoegd>) <imropt:verwijderd>de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)</imropt:verwijderd> gelden aanvullende voorwaarden. Deze voorwaarden vormen een invulling van het zogenaamde 'Nee, tenzij' principe dat van toepassing is op ontwikkelingen binnen <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS</imropt:verwijderd>. De provincie gaat zeer terughoudend om met het verlenen van ontheffingen voor ontwikkelingen binnen <imropt:toegevoegd>het NNN </imropt:toegevoegd><imropt:verwijderd>de EHS</imropt:verwijderd>. In het algemeen zal hierbij sprake moeten zijn van een groot openbaar belang.</p>

<p><em>Verzoek om ontheffing</em><br />
Een verzoek tot ontheffing kan alleen worden ingediend door het college van burgemeester en wethouders omdat de verordening naar zijn aard is gericht op de inhoud van bestemmingsplannen. Een verzoek dient in overeenstemming te zijn met de gemeenteraad, bijvoorbeeld blijkend uit vastgesteld beleid zoals een structuurvisie.</p>

<p>Het verzoek wordt ingediend door middel van het 'E-formulier ontheffingsverzoek'. Daarin is onder andere aangegeven welke bescheiden bij het indienen van het verzoek moeten worden meegezonden (zoals een beschrijving van de ontwikkeling waarvoor de ontheffing wordt verzocht, een of meer kaarten waarop de ontwikkeling in samenhang met de omgeving is aangegeven en een motivering dat voldaan wordt aan de ontheffingscriteria).</p>

<p>Gelet op het incidentele karakter van de ontheffing wordt gemeenten verzocht om voorafgaand aan een verzoek contact op te nemen voor overleg en afstemming. Gedeputeerde Staten beslissen binnen acht weken. De gemeente neemt de verleende ontheffing op in de toelichting op het (ontwerp)bestemmingsplan, zodat belanghebbenden weten dat voor een bepaald onderdeel van het bestemmingsplan een ontheffing is verleend en dit eventueel betrekken bij hun zienswijzen en/of beroepschriften tegen het (ontwerp)bestemmingsplan. Indien gedeputeerde staten de ontheffing weigeren kan het college hiertegen bezwaar en/of beroep instellen. Als er na twee jaar nog geen bestemmingsplan is vastgesteld waarbij gebruik is gemaakt van de verleende ontheffing, dan zijn Gedeputeerde Staten bevoegd om deze geheel of gedeeltelijk in te trekken. Van deze bevoegdheid wordt in beginsel alleen gebruik gemaakt als vaststelling van dat bestemmingsplan niet op afzienbare termijn wordt verwacht.</p>

<p><em>Beslistermijn</em><br />
De wettelijke beslistermijn van de Awb is van toepassing. De termijn begint te lopen na ontvangst van het verzoek en alle daarbij behorende bescheiden.</p>
</tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28315">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>225</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>3.3</nummer>
        <naam>Afwijkingsmogelijkheden</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>
        <em>Af<em>w</em>ijkingsmogelijkheid voor bestaande bouw- en gebruiksrechten in een voorgaand bestemmingsplan</em>
        <br />
Voor zover in een geldend bestemmingsplan ongebruikte bouw- of gebruiksrechten zijn opgenomen die in strijd zijn met de bepalingen van de verordening, moeten deze bij een planherziening wegbestemd worden. In uitzonderlijke situaties kan de eigenaar of gebruiker hierdoor in onevenredige mate in zijn belangen worden getroffen, bijvoorbeeld als sprake is van een toezegging en concrete plannen zijn ontwikkeld voor gebruikmaking van het betreffende bouw- of gebruiksrecht. Omdat de afweging voor het toekennen van een tegemoetkoming voor planschade een verantwoordelijkheid is van de gemeente, is het logisch de gemeente ook de ruimte te laten om een afweging te kunnen maken over het al dan niet positief bestemmen van het betreffende bouw- of gebruiksrecht. De opgenomen afwijkingsmogelijkheid biedt hiervoor de mogelijkheid. De afwijkingsmogelijkheid is bedoeld voor uitzonderlijke situaties. De provincie verwacht van de gemeenten, dat terughoudend wordt omgegaan met de afwijkingsmogelijkheid.</p>
      <p>
        <em>Afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk</em>
        <br />
Een gemeente kan gebruik maken van de mogelijkheid om in beperkte mate af te wijken van de maten en normen die zijn voorgeschreven in deze verordening en kan beperkte uitbreiding mogelijk maken van bestaande bebouwing en bestaand gebruik van gronden die niet in overeenstemming zijn met deze verordening, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende bepaling.</p>
      <p>Deze mogelijkheid wordt geboden omdat het onredelijk kan zijn deze functies geheel op slot te zetten. Omdat het gaat om een beperkte uitbreiding zal eventuele aantasting van de in het geding zijnde provinciale belangen in het algemeen nihil zijn. De gemeente moet dit wel motiveren bij de toepassing van de afwijkingsmogelijkheid.</p>
      <p>De bepaling biedt bovendien de ruimte om tot een beter eindresultaat te komen, voor zowel de betrokken provinciale belangen als de betrokken gemeentelijke belangen.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28316">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>226</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>3.4</nummer>
        <naam>Aanpassingstermijn</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In artikel 4.1, tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening is bepaald dat de gemeenteraad binnen een jaar na inwerkingtreding van de verordening een bestemmingsplan of een beheersplan vaststelt in overeenstemming met de verordening, tenzij bij de verordening een andere termijn wordt vastgesteld. In de verordening is de aanpassingstermijn op drie jaar gesteld. Deze aanpassingstermijn heeft alleen betrekking op geldende bestemmingsplannen die niet in overeenstemming zijn met de verordening. Voor een nieuw bestemmingsplan geldt dat deze bij de vaststelling in overeenstemming moet zijn met de verordening.</p>
      <p>Voor een aantal artikelen in de verordening is een uitzondering gemaakt. Een bestemmingsplan dat afwijkt van deze artikelen hoeft dus niet tussentijds te worden aangepast. De bestemming hoeft dan pas te worden aangepast wanneer een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld, bijvoorbeeld in het kader van de reguliere tienjaarlijkse actualisering. Op deze wijze wordt voorkomen dat vaststelling van de Verordening ruimte 2014 leidt tot herziening van grote aantallen bestemmingsplannen, terwijl dat uit een oogpunt van provinciaal beleid niet in die mate nodig is.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28317">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>227</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>3.5</nummer>
        <naam>Overgangsbepalingen</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In dit artikel is geregeld dat een ontheffing die door Gedeputeerde Staten is verleend op grond van de ingetrokken Verordening Ruimte uit 2010 wordt beschouwd als een ontheffing op basis van de Verordening ruimte 2014.</p>
      <p>Tevens is een overgangsregeling opgenomen voor bestemmingsplannen die in ontwerp ter visie zijn gelegd voor de vaststelling van de Verordening ruimte 2014. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan blijft optioneel de voorgaande verordening van toepassing, voor zover die verordening minder ingrijpend is dan de Verordening ruimte 2014.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28318">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>228</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>3.6</nummer>
        <naam>Intrekking verordening</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In dit artikel is intrekking van de Verordening ruimte uit 2010 geregeld, inclusief de daarbij behorende wijzigingen.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28319">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>229</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>3.7</nummer>
        <naam>Inwerkingtreding</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>De datum van inwerkingtreding is vermeld in dit artikel.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
  <TekstObject identificatie="NL.IMRO.PT.s28320">
    <verwijzingNaarPlangebied>NL.IMRO.9928.DOSx2012x3006876VO-OW01</verwijzingNaarPlangebied>
    <volgnummer>230</volgnummer>
    <niveau>5</niveau>
    <type>artikel</type>
    <typeTekst>regel zonder voorbereidingsbescherming</typeTekst>
    <titelInfo>
      <TitelInfo>
        <label>artikel</label>
        <nummer>3.8</nummer>
        <naam>Citeertitel</naam>
      </TitelInfo>
    </titelInfo>
    <ouderID xl:href="#NL.IMRO.PT.s28288" />
    <tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2012/1.0" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink">
      <p>In dit artikel is geregeld dat de verordening wordt aangehaald als: “Verordening ruimte 2014”.</p>
    </tekst>
  </TekstObject>
</FeatureCollectionIMROPT>